Ministeriële regeling · BWBR0034570

Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 december 2013, 2013-0000165091, tot vaststelling van de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen naar aanleiding van de herziening van de Wet arbeid vreemdelingen en enkele andere wijzigingenRegeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingenDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 3, tweede lid, 5, tweede lid, 8, derde lid, 9 en 22 van de Wet arbeid vreemdelingen;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag16 december 2013De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,L.F.Asscher

De bevoegdheid inzake het afgeven en intrekken van een tewerkstellingsvergunning wordt overgedragen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Bij de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 1, neemt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, naast de in de Wet arbeid vreemdelingen, het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen en in deze regeling gestelde regels, de nadere regels in acht inzake de wijze van toepassing van de Wet arbeid vreemdelingen, als omschreven in de bij deze regeling behorende bijlage uitvoeringsregels.

Voor aanvragen die geschoold werk betreffen, worden bij de personalia van de werknemer de gewaarmerkte diploma’s en de getuigschriften dat aan de vereiste kwalificaties is voldaan, bij de vergunningaanvraag gevoegd. De waarde van de diploma’s kan worden geverifieerd aan de hand van een door een deskundige instantie afgegeven verklaring met welk Nederlands diploma of welke graad van vakbekwaamheid deze documenten vergelijkbaar zijn.

De houder van de tewerkstellingsvergunning is verplicht onverwijld schriftelijk mededeling te doen als van de tewerkstellingsvergunning langer dan een maand geen gebruik wordt gemaakt.

Afwijking van artikel 8, eerste lid, onder b, van de Wet arbeid vreemdelingen vindt slechts plaats in geval er sprake is van buitengewone omstandigheden die een spoedige vervulling van de arbeidsplaats noodzakelijk maken en die niet door de werkgever waren te voorzien of door hem te beïnvloeden waren of indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor ommekomst van de termijn van vijf weken heeft vastgesteld dat er voor de desbetreffende arbeidsplaats geen prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt aanwezig is of op voorhand reeds duidelijk is dat geen prioriteitgenietend aanbod aanwezig is.

Afwijking van artikel 8, eerste lid, onder a, b en c, van de Wet arbeid vreemdelingen vindt slechts plaats ten behoeve van de bevordering van internationale handelscontacten als omschreven in de bij deze regeling behorende bijlage uitvoeringsregels.

Afwijking van artikel 8, eerste lid, onder a, b, c of f, van de Wet arbeid vreemdelingen vindt slechts plaats in het kader van de uitoefening van een geestelijke, godsdienstige of levensbeschouwelijke functie als omschreven in de bij deze regeling behorende bijlage uitvoeringsregels.

Afwijking van artikel 8, eerste lid, onder a, b, c, d of f, van de Wet arbeid vreemdelingen vindt slechts plaats in het kader van scholing, opleiding, vrijwilligerswerk, internationale uitwisseling en andere internationale culturele contacten alsmede ten behoeve van vreemdelingen die beschikken over een voor het verrichten van arbeid geldige vergunning tot verblijf, voor zover dit is omschreven in de bij deze regeling behorende bijlage uitvoeringsregels.

Een tewerkstellingsvergunning kan worden geweigerd ten aanzien van een vreemdeling die jonger is dan 18 jaar.

Het Delegatie- en uitvoeringsbesluit Wet arbeid vreemdelingen met de daarbij behorende bijlage uitvoeringsregels wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen.

De huidige uitvoeringsregels dateren uit 2008 en zijn in de loop der tijd naar aanleiding van ontwikkelingen op de arbeidsmarkt aangevuld, waarbij verouderde bepalingen niet altijd zijn vervangen. Daardoor is de toegankelijkheid van de uitvoeringsregels in de loop der tijd verminderd. Een actualisatie is daarom wenselijk. Dit geldt te meer omdat op 1 januari 2014 de Wet van 25 november 2013 inzake herziening van de Wet arbeid vreemdelingen (Stb. 499) in werking treedt. Dit heeft ook gevolgen voor de uitvoeringsregels. Tewerkstellingsvergunningen die worden verleend met een arbeidsmarkttoets worden bijvoorbeeld nog maar voor maximaal één jaar afgegeven. Door de vele ontwikkelingen is besloten de uitvoeringsregels integraal te vervangen.

Ook is een toename te zien van de internationale regelgeving met betrekking tot de toegang van vreemdelingen tot de Nederlandse arbeidsmarkt. In aanvulling op de General Agreements on Trade in Services (GATS) uit 1995, sluit de Europese Unie in toenemende mate handelsakkoorden met derde landen. Er zijn nieuwe vrijhandelsakkoorden afgesloten en in de komende tijd zullen ook nieuwe verdragen in werking treden. Wijzigingen die deze vrijhandelsakkoorden met zich meebrengen, zijn in deze uitvoeringsregels meegenomen (zie de paragrafen 50 tot en met 53).

Voor de duidelijkheid wordt vermeld dat dienstverleners uit een ander EER-land of Zwitserland die werknemers in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening tijdelijk in Nederland een dienst laat verrichten, zijn vrijgesteld van de plicht tot het hebben van een tewerkstellingsvergunning voor werknemers van buiten de EER of Zwitserland. Zij moeten wel notificeren bij het UWV en in dat kader een bewijsstuk overleggen dat de werknemer in het land van de dienstverlener rechtmatig verblijft en werkzaamheden mag uitoefenen (zie artikel 1e van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen (hierna: BuWav) en de Regeling melding Wav).

Aan de uitvoering van de Wav ligt het beginsel ten grondslag dat alle toepasselijke weigeringsgronden waarin de Wav voorziet, zullen worden tegengeworpen. De Wav kent een breed werkgeversbegrip en richt zich op alle arbeid ongeacht de rechtsvorm waarin deze is gegoten.

In het navolgende is zoveel mogelijk de volgorde en systematiek van de wet gevolgd, zodat de eventuele toepasselijkheid van de nadere regels gemakkelijk is terug te vinden.

A. WET ARBEID VREEMDELINGEN

Artikel 2: Eis van tewerkstellingsvergunning

In artikel 2, tweede lid, van de Wav is bepaald dat als een werkgever arbeid laat verrichten door een vreemdeling voor wie een andere werkgever beschikt over een tewerkstellingsvergunning niet opnieuw een vergunning is vereist. De eerstgenoemde werkgever moet een kopie van de tewerkstellingsvergunning verstrekken aan de werkgever waar de vreemdeling feitelijk werkzaam is. In dit geval vermeldt de tewerkstellingsvergunning naast de omschrijving van de werkzaamheden de mogelijkheid van tewerkstelling bij andere werkgevers, de aard van de aldaar te verrichten werkzaamheden en een aanduiding van de plaats van de feitelijke tewerkstelling. De verplichting op grond van artikel 7 van de Wav om de aard van de werkzaamheden en de plaats van feitelijke tewerkstelling te vermelden op de tewerkstellingsvergunning is niet van toepassing als deze vergunning is verleend zonder toepassing van aanwezigheid van aanbod (artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wav), de verplichte vacaturemelding (artikel 8, eerste lid, onder b, van de Wav), toets aan wervingsinspanningen (artikel 8, eerste lid, onder c, van de Wav) en zonder toets op de aard van de werkzaamheden bij asielzoekers en werkstudenten.

Bij de toetsing op grond van de artikelen 8 en 9 van de Wav, of de vacature voor vervulling door een vreemdeling in aanmerking komt, wordt uitgegaan van de werkzaamheden te verrichten bij de feitelijke werkgever. Alleen als het gaat om werkzaamheden die niet behoren tot de bedrijfseigen activiteiten van die werkgever vindt toetsing of voldaan is aan de verplichte vacaturemelding en wervingsinspanningen plaats bij de uitlenende werkgever. De te verlenen tewerkstellingsvergunning is dan niet beperkt tot één project/inlenende onderneming. Of werkzaamheden behoren tot de bedrijfseigen activiteiten van een werkgever is veelal af te leiden uit de aard van het werk in relatie tot de aard en doelstelling van de onderneming van de werkgever.

Toetsing of voldaan is aan een marktconforme beloning (artikel 8, eerste lid, onder d, van de Wav) en het wettelijke minimumloon (artikel 8, eerste lid, onder f, van de Wav) vindt plaats bij de werkgever die verantwoordelijk is voor de beloning van de vreemdeling.

Artikel 3: Uitzondering eis tewerkstellingsvergunning o.g.v. internationaal recht, voor zelfstandigen of categorieën van werkzaamheden

Als ingevolge een internationaal verdrag bij de tewerkstelling van een vreemdeling geen tewerkstellingsvergunning mag worden verlangd, zal de betreffende vreemdeling steeds beschikken over een door de Minister van Veiligheid en Justitie of de Minister van Buitenlandse Zaken afgegeven legitimatiebewijs, waarop dit is aangetekend. Van de in dit verband relevante internationale verdragen is ter voldoening aan artikel 3, tweede lid, van de Wav in bijlage I een lijst opgenomen.

Als een vreemdeling arbeid verricht als zelfstandige en voor die werkzaamheden als zelfstandige rechtmatig verblijf in Nederland heeft (artikel 8, onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000, hierna: Vw 2000), is geen tewerkstellingsvergunning vereist. Bij de toelating tot Nederland is dan al getoetst of er met de toelating van de betreffende vreemdeling een voldoende Nederlands belang is gemoeid.

Als werkgevers (opdrachtgevers, aannemers en onderaannemers) vreemdelingen die in hun vrije termijn of op basis van een visum rechtmatig in Nederland verblijven, arbeid als zelfstandige willen laten verrichten, is wel een tewerkstellingsvergunning vereist. Daarbij is de normale toetsingsprocedure van toepassing, tenzij bij verdrag anders is bepaald.

Als een werkgever een tot Nederland toegelaten zelfstandige arbeid wil laten verrichten naast het werk als zelfstandige, is voor deze arbeid een tewerkstellingsvergunning vereist. Voor deze werkzaamheden wordt getoetst aan de vereisten van artikel 8 van de Wav, behalve aan artikel 8, eerste lid, onder f, van de Wav (volledig minimumloon). Wel dient de beloning marktconform te zijn.

(Groot)aandeelhouders van bedrijven die in het kader van hun bedrijfsuitvoering in Nederland arbeid willen verrichten, zijn veelal te beschouwen als zelfstandigen, vanwege de positie die zij binnen de onderneming innemen. Voor zover zij een belang van 25% of meer in het bedrijf hebben, ondernemersrisico lopen en de hoogte van hun salaris direct kunnen beïnvloeden, vragen zij een vergunning tot verblijf als zelfstandige aan.

In het BuWav is bepaald dat geen tewerkstellingsvergunning vereist is in geval van nauw omschreven werkzaamheden van vreemdelingen. Op grond van artikel 1, eerste lid, onder a, van het BuWav is een limitatief aantal incidentele werkzaamheden uitgezonderd van artikel 2 van de Wav. De aard van de werkzaamheden die in Nederland worden verricht, is incidenteel of kortdurend. Zie bijvoorbeeld artikel 1 van het BuWav waarin het houden van zakelijke besprekingen of het deelnemen aan sportwedstrijden zijn uitgezonderd van de tewerkstellingsvergunningplicht. Als de werkzaamheden van de vreemdeling niet vallen onder de vrijstellingen van het BuWav, zal steeds een tewerkstellingsvergunning vereist zijn.

Artikel 6: Aanvraag tewerkstellingsvergunning

Voor aanvragen die geschoold werk betreffen, worden de diploma’s, getuigschriften en cv’s die aantonen dat aan de vereiste kwalificaties is voldaan, bij de vergunningaanvraag gevoegd. De waarde van de diploma’s wordt geverifieerd aan de hand van een door een deskundige instantie afgegeven verklaring met welk Nederlands diploma of welke graad van vakbekwaamheid deze documenten vergelijkbaar zijn.

De tewerkstellingsvergunning vermeldt welke werkgever welke vreemdeling arbeid mag laten verrichten gedurende welke periode. Verder wordt onder meer de aard en plaats van de arbeid omschreven. De vergunning is – tenzij er sprake is van een situatie als bedoeld in paragraaf 3 – alleen geldig voor de situatie zoals vermeld op de tewerkstellingsvergunning. Als er een relevante wijziging optreedt in een van deze gegevens dient de werkgever in de regel een nieuwe tewerkstellingsvergunning aan te vragen die zal worden getoetst aan de Wav. De werkgever verstrekt de vreemdeling een kopie van de tewerkstellingsvergunning die ten behoeve van hem is verleend zodat ook de vreemdeling op de hoogte is van de voorwaarden waaronder een tewerkstellingsvergunning door het UWV is verleend.

Artikel 8, eerste lid: Dwingende weigeringsgronden

Een tewerkstellingsvergunning wordt op grond van artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wav geweigerd als voor de desbetreffende arbeidsplaats prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt aanwezig is. Of er voldoende prioriteitgenietend aanbod aanwezig is, blijkt in eerste instantie uit de bestanden van het UWV zelf. Daarnaast zal het UWV ook andere beschikbare informatie gebruiken zoals van EURES, het Europese netwerk van arbeidsbureaus waarin gegevens over werkzoekenden op de Europese arbeidsmarkt wordt uitgewisseld of van bijvoorbeeld informatie van (internationale) uitzend- en detacheringsbureaus. Ook niet vergunningplichtige vreemdelingen in Nederland en uit de overige EER-landen of Zwitserland behoren tot het prioriteitgenietend aanbod. Het prioriteitgenietend aanbod is immers het aanbod van de zijde van Nederlanders en vreemdelingen, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onder a, en 4, eerste lid, van de Wav.

Bij de aanvraag wordt nagegaan of deze weigeringsgrond van toepassing is. Daarbij wordt niet alleen naar de aanwezigheid in de eigen vestigingsplaats of regio van de werkgever gekeken, maar ook naar de aanwezigheid in andere regio’s binnen Nederland en binnen de EER of Zwitserland. Toetsen aan het prioriteitgenietend aanbod betekent niet dat het UWV moet aantonen dat dit aanbod concreet voor de werkgever geschikt en beschikbaar is. Het is aan de werkgever om zelf actief dit aanbod te werven en te benaderen. Er is ook sprake van prioriteitgenietend aanbod indien werkzoekenden pas na een inwerkperiode of na enige scholing aan de functie-eisen voldoen. Als prioriteitgenietend aanbod aanwezig is, wordt geen vergunning verleend.

Ten aanzien van tewerkstelling in Chinees-Indische restaurants alsmede grillrooms, pizzeria’s, shoarma-zaken, koffie- en eethuizen en dergelijke zal een vergunning in de regel geweigerd worden als algemeen bedienend- of keukenpersoneel op de arbeidsmarkt aanwezig is.

Ook voor andere restaurants met een specifieke keuken zal getoetst worden of voor het bereiden van de specifieke gerechten met een korte opleiding kan worden volstaan, dan wel of eventuele specialiteiten ook door reeds aanwezig personeel kunnen worden vervaardigd.

Op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef, onder c, van de Wav wordt een aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning afgewezen, als de werkgever niet kan aantonen voldoende inspanningen te hebben gepleegd om prioriteitgenietend aanbod te werven. Van de werkgever wordt verwacht dat hij alle mogelijkheden benut om aan voldoende niet-vergunningplichtig personeel te komen. De werkgever zal onder meer in verschillende media de vacature bekend moeten maken. Dit is afhankelijk van hetgeen in de bedrijfstak gebruikelijk is en afhankelijk van de aard van de functie. Verder kan hierbij gedacht worden aan het benaderen door de werkgever van (internationale) uitzend- en detacheringsbureaus en bureaus voor werving en selectie om te zorgen dat de vacature wordt vervuld met prioriteitgenietend aanbod. De werkgever toont bij de aanvraag bij het UWV zijn werving aan en doet verslag van de resultaten van de werving. Het UWV kan deze informatie verifiëren.

Er is in ieder geval sprake van onvoldoende inspanningen als een werkgever zonder ernstige redenen niet of niet volledig deelneemt aan gezamenlijke of door het UWV georganiseerde wervings- of scholingsprojecten in zijn branche gericht op het bevorderen van de aanwezigheid van prioriteitgenietend aanbod. Ook als de werkgever geen wervingsinspanningen via het EURES-systeem in andere landen van de EER of Zwitserland heeft verricht, of vergelijkbare inspanningen heeft gedaan om binnen de EER of Zwitserland arbeidskrachten te werven, wordt een tewerkstellingsvergunning op grond van dit artikel geweigerd.

Indien er sprake is van aanneming van werk, waaronder de overeenkomst om een opdracht te verrichten, waarbij bedrijven met vreemdelingen in dienst een opdracht uitvoeren, zal de opdrachtgever dienen aan te tonen dat er in Nederland/de EER of Zwitserland geen bedrijven zijn die op marktconforme wijze met prioriteitgenietend aanbod de opdracht zouden kunnen uitvoeren.

Op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef, onder d, van de Wav wordt een tewerkstellingsvergunning geweigerd, als de geboden beloning lager is dan de gebruikelijke beloning voor dezelfde of een vergelijkbare functie. Bovendien liggen de arbeidsomstandigheden,

arbeidsvoorwaarden en arbeidsverhoudingen minimaal op het niveau dat wettelijk vereist is of in de bedrijfstak gebruikelijk is. De werkgever is dus verplicht om een marktconform loon of CAO-loon te betalen. Ook indien in het buitenland gevestigde werkgevers in Nederland werkzaamheden laten verrichten door vreemdelingen, worden de vreemdelingen naar Nederlandse maatstaven marktconform beloond, ongeacht de nationaliteit van de vreemdeling.

De kosten van werving en scholing verband houdende met het verrichten van arbeid in Nederland, zijn voor rekening van de werkgever en mogen niet worden ingehouden op het loon van de vreemdeling. De kosten van vervoer naar Nederland die moeten worden gemaakt door de vreemdeling in verband met zijn (tijdelijke) verblijf in Nederland komen eveneens voor rekening van de werkgever. Indien uit de aanvraag blijkt dat de werkgever de kosten van vervoer in rekening brengt bij de vreemdeling wordt de aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning afgewezen.

Ook ingeval in de arbeidsvoorwaarden gebreken bestaan, zoals het ontbreken van een adequate vergoeding voor de te maken vervoers- of logieskosten bij tijdelijke verplaatsingen, of als de secundaire arbeidsvoorwaarden slechter zijn dan gebruikelijk is, wordt de vergunning geweigerd. Als sprake is van gebreken in de arbeidsomstandigheden wordt de vergunning eveneens geweigerd. Gebreken in de arbeidsverhoudingen kunnen onder andere blijken uit een ongebruikelijk hoog verloop bij de werkgever of het niet voldoen aan bepalingen uit de arbeidswetgeving.

Alvorens een tewerkstellingsvergunning kan worden afgegeven, verklaart de werkgever dat een verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid is aangevraagd. Met een verblijfsvergunning kan worden gelijkgesteld een machtiging tot voorlopig verblijf als bedoeld in artikel 1a van de Vw 2000. Bij arbeid met een duur van maximaal 12 weken dient de werkgever in geval van visumplichtige vreemdelingen te verklaren dat het visum is of zal worden aangevraagd.

In het geval van vreemdelingen die woonachtig zijn in een ander EER-land of Zwitserland en die in dat land een legaal verblijfsrecht hebben en werken in Nederland overlegt de werkgever een bewijsstuk van dit verblijfsrecht.

In geval van studenten die arbeid van bijkomende aard willen verrichten als beschreven in paragraaf 33 verklaart de werkgever dat de vreemdeling beschikt over een bewijs van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, verleend onder de beperking verband houdende met het volgen van studie.

Als er twijfel bestaat over het in het bezit zijn van een verblijfsvergunning dan wel de aanvraag van de verblijfsvergunning of het visum kan het UWV de werkgever alsnog om een nader bewijsstuk verzoeken.

In artikel 8, eerste lid, aanhef, onder f, van de Wav is bepaald dat een tewerkstellingsvergunning wordt geweigerd als de vreemdeling met de desbetreffende arbeid minder verdient dan het wettelijk minimummaandloon. Aanvragen voor vergunningen voor kortere perioden dan een maand of voor deeltijdarbeid komen derhalve slechts voor inwilliging in aanmerking als de totale beloning ten minste het wettelijk minimumloon bedraagt voor een voltijds baan. Uitzonderingen op de regel zijn uitsluitend mogelijk als dit op grond van artikel 8, derde lid, onder c, van de Wav is toegestaan.

In artikel 3 van het BuWav is bepaald dat voor werkzaamheden geheel of ten dele bestaande uit het verrichten van seksuele handelingen met derden of voor derden een tewerkstellingsvergunning wordt geweigerd. Onder deze dwingende weigeringsgrond worden alle werkzaamheden begrepen waarvan het niet ongebruikelijk is dat het verrichten van seksuele handelingen of het verlenen van seksuele diensten daarvan onderdeel uitmaakt.

Ook ten aanzien van werknemers in de sportsector geldt het restrictieve toelatingsbeleid. Alleen voor het incidenteel in Nederland deelnemen aan een wedstrijd door personen die hun hoofdverblijf buiten Nederland hebben, is in artikel 1, eerste lid, van het BuWav een uitzondering gemaakt, evenals voor het incidenteel onbeloond deelnemen aan proeftrainingen voetbal in het kader van een sollicitatieprocedure.

Vacaturevervulling door prioriteitgenietend aanbod uit Nederland en EER-landen of Zwitserland is alleen in uitzonderlijke gevallen niet mogelijk. Een dergelijk uitzonderlijk geval doet zich normaliter uitsluitend voor in de hoogste competitieafdeling van de betreffende tak van sport.

In lagere klassen zal vergunningverlening aan spelers van buiten Nederland en buiten de EER-landen of Zwitserland aangesloten landen slechts bij hoge uitzondering mogelijk zijn, omdat in de regel vervulling binnen het prioriteitgenietend aanbod mogelijk is, hetzij via doorstroming uit de amateursport en jeugdopleidingen, hetzij door aanwerving van spelers uit de hoogste competitieklasse in Nederland of uit andere landen binnen de EER of Zwitserland.

De geboden beloning zal steeds in overeenstemming zijn met wat topsporters in de betreffende sport verdienen.

Een tewerkstellingsvergunning voor beroepssporters zal daarom in de regel worden geweigerd:

Voor beroepsvoetballers geldt hetgeen in de vorige paragraaf is opgenomen onverkort. Daarnaast wordt bij het betaalde voetbal ook de eerste divisie (Jupiler Leaque) gerekend tot de hoogste competitieafdeling.

Bovendien wordt een tewerkstellingsvergunning zonder arbeidsmarkttoets afgegeven als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

De duur van de tewerkstellingsvergunning voor voetballers is maximaal drie jaar.

Artikel 8, derde lid: Uitzonderingen op dwingende weigeringsgronden

Afwijking van de verplichte vacaturemelding (artikel 8, eerste lid, onder b, van de Wav) kan in individuele gevallen slechts plaatsvinden in geval er sprake is van buitengewone omstandigheden die een spoedige vervulling van de arbeidsplaats noodzakelijk maken en die niet door de werkgever waren te voorzien of door hem te beïnvloeden waren. De toepassing van deze uitzonderingsmogelijkheid beperkt zich tot duidelijke gevallen van overmacht. Afwijking van de verplichting in artikel 8, eerste lid, onder b, van de Wav kan ook plaatsvinden indien het UWV voor ommekomst van de termijn van vijf weken heeft vastgesteld dat er voor de desbetreffende arbeidsplaats geen prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt aanwezig is of op voorhand reeds duidelijk is dat geen prioriteitgenietend aanbod aanwezig is. Het UWV kan eveneens in individuele gevallen afwijken van de verplichte vacaturemelding als vanwege het zeer specifieke karakter van de werkzaamheden en de duur van de tijdelijke werkzaamheden het duidelijk is dat prioriteitgenietend arbeidsaanbod voor de desbetreffende functie niet aanwezig is. Ook kan het UWV in individuele gevallen afwijken van de termijn zoals genoemd in artikel 8, eerste lid, onder b, van de Wav. Bij deze uitzonderingsmogelijkheid zal meegewogen worden de mate van werving van de werkgever en de resultaten hiervan. Het UWV kan met betrekking tot bepaalde categorieën functies besluiten dat de verplichte vacaturemelding gedurende een termijn van maximaal één jaar achterwege blijft, als hij van oordeel is dat prioriteitgenietend aanbod niet bij het UWV als werkzoekende is geregistreerd of op korte termijn geregistreerd zal worden. Na afloop van deze termijn beslist het UWV of een nieuwe termijn van maximaal één jaar, waarin de verplichte vacaturemelding achterwege blijft, gesteld kan worden.

Voor docenten in het internationale onderwijs (buitenlandse nationale scholen) kan een tewerkstellingsvergunning worden verleend zonder toets aan artikel 8, eerste lid, onder a, b en c, van de Wav met een maximale duur van drie jaar. Het gaat hier om docenten die benodigd zijn om specifiek volgens het schoolsysteem van een buitenlands onderwijssysteem onderwijs te geven en daarin ook zijn opgeleid in het land van herkomst van het buitenlandse onderwijssysteem.

Een tewerkstellingsvergunning kan zonder toepassing van artikel 8, eerste lid, onder a en b, van de Wav worden verleend ten behoeve van de tewerkstelling van de vreemdeling die als voorganger van de eredienst arbeid verricht bij een kerkgenootschap of een ander genootschap op geestelijke of levensbeschouwelijke grondslag (hierna te noemen: een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie), indien voor het verrichten van die arbeid een specifieke opleiding, kennis of ervaring is vereist en die arbeid van wezenlijk belang is voor de eredienst en het functioneren van de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie.

De duur van de tewerkstellingsvergunning voor deze groep is maximaal drie jaar.

Aan een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie kan ten behoeve van een kloosterling of zendeling zonder toepassing van artikel 8, eerste lid, onder a, b, c en f, van de Wav een tewerkstellingsvergunning worden verleend indien voldaan wordt aan de navolgende voorwaarden:

In het geval dat het afleggen van de gelofte van armoede niet in de statuten is voorgeschreven geldt – indien de werkzaamheden die de geestelijk bedienaar ten behoeve van de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie verricht, noodzakelijk zijn om de doelstelling van de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie te verwezenlijken en er geen sprake is van een dienstbetrekking met die religieuze of levensbeschouwelijke organisatie – de vrijstelling van artikel 8, eerste lid, onder a, b, c en f, van de Wav slechts indien:

De duur van de tewerkstellingsvergunning voor deze groep is maximaal drie jaar.

In artikel 8, derde lid, van de Wav is bepaald dat ten behoeve van de bevordering van internationale handelscontacten afwijking mogelijk is van artikel 8, eerste lid, onder a, b en c, van de Wav.

Deze afwijking wordt toegepast in het geval van het door een vreemdeling laten monteren of repareren van door zijn, buiten Nederland gevestigde, werkgever geleverde werktuigen, machines of apparatuur, dan wel het installeren en aanpassen van zijn, buiten Nederland gevestigde, werkgever geleverde software of uit het instrueren in het gebruik daarvan, voor zover artikel 1, eerste lid, onder a, van het BuWav niet van toepassing is. De totale waarde van de geleverde arbeid, gemeten naar in Nederland gebruikelijk (CAO-)loonniveau is niet groter is dan de waarde van de geleverde goederen. Voorwaarde is bovendien dat de goederen gefabriceerd zijn in het land waaruit ook het personeel afkomstig is en dat werknemers reeds meer dan een jaar in vaste dienst zijn van de leverancier van de goederen. De werknemers beschikken over specifieke kennis die benodigd is om de levering van de goederen die reeds gereed zijn, af te ronden, zodat de afnemer er mee kan werken. Het UWV kan bij twijfel vragen om de overeenkomst van levering in het Nederlands of Engels. Alle met de levering samenhangende werkzaamheden bedragen maximaal één jaar. De tewerkstellingsvergunning kan zonder toepassing van artikel 8, eerste lid, onder a, b, c en f, van de Wav worden verleend voor de periode die benodigd is voor de werkzaamheden die samenhangen met de levering van de goederen en voor een aantal werknemers dat hiervoor is benodigd met een maximum van één jaar. Indien de werkzaamheden langer dan één jaar duren dan is deze paragraaf niet van toepassing en zal een vergunning met toets aan alle gronden van artikel 8, eerste lid, van de Wav benodigd zijn.

In artikel 8, derde lid, van de Wav is bepaald dat ten behoeve van de bevordering van internationale handelscontacten afwijking mogelijk is van artikel 8, eerste lid, onder a, b en c, van de Wav.

Deze afwijking wordt toegepast in geval het ten behoeve van de levering van goederen door een in Nederland gevestigd bedrijf noodzakelijk is dat:

De duur van de periode van tewerkstelling van de vreemdeling is niet langer dan noodzakelijk, maar maximaal één jaar en de werkzaamheden worden uitgevoerd met behulp van een aantal vreemdelingen dat niet hoger is dan noodzakelijk. Het inschakelen van de desbetreffende personen is noodzakelijk voor het uitvoeren van de desbetreffende werkzaamheden dan wel voor werkzaamheden die in verband met de uitvoering van die werkzaamheden noodzakelijk zijn.

Voor vreemdelingen die door hun internationale werkgever tijdelijk naar Nederland worden overgeplaatst (intra corporate transferees) wordt afgeweken van artikel 8, eerste lid, onder a, b en c, van de Wav.

Deze afwijking wordt toegepast voor drie categorieën intra corporate transferees die naar Nederland worden gezonden binnen een groot zelfstandig op winst gericht bedrijf of complex van bedrijven. Het UWV stelt met betrekking tot de grootte van het bedrijf of complex van bedrijven een omzetcriterium vast. Het gaat om de volgende categorieën werknemers:

Handels- en associatieakkoorden bevatten vaak specifieke bepalingen voor de toelating van deze drie categorieën werknemers waaraan andere voorwaarden verbonden zijn dan aan deze bovenstaande nationale uitvoeringsvoorschriften. Zie hiervoor onderdeel B van deze uitvoeringsregels.

Ten behoeve van het starten, wijzigen of uitbreiden van bedrijfsactiviteiten wordt alleen een tewerkstellingsvergunning afgegeven, als uit een door een deskundige instantie opgesteld ondernemingsplan blijkt dat deze bedrijfsactiviteiten en de onderneming voldoende levensvatbaar en economisch haalbaar zijn. In dat geval kan ten aanzien van een vreemdeling die binnen het bedrijf een sleutelpositie heeft, worden afgeweken van artikel 8, eerste lid, onder a, b en c, van de Wav. De tewerkstellingsvergunning wordt eerst voor een jaar verleend, zodat na afloop van dat jaar kan worden bekeken of de bedrijfsactiviteiten nog plaatsvinden en aangetoond kan worden dat deze levensvatbaar zijn. Er wordt aangetoond dat het verblijf van het sleutelpersoneel in Nederland ook daadwerkelijk noodzakelijk is voor het starten, wijzigen of uitbreiden van bedrijfsactiviteiten. De beloning van het sleutelpersoneel is marktconform. Op grond van artikel 11, derde lid, van de Wav kan een tewerkstellingsvergunning voor maximaal drie jaar worden verleend. Het UWV stelt nadere regels vast over de inhoud van het ondernemingsplan.

Ten behoeve van de tewerkstelling van sleutelpersoneel kan voor maximaal drie jaar van grote internationaal georiënteerde non-profit organisaties worden afgeweken van artikel 8, eerste lid, onder a, b en c, van de Wav.

Het UWV stelt met betrekking tot de grootte van de internationaal georiënteerde non-profitorganisaties een criterium vast. Onder sleutelpersoneel wordt in dit verband verstaan: vreemdelingen in leidinggevende of specialistische functies op ten minste HBO-niveau, die voor de organisatie van direct belang zijn vanwege de internationale activiteiten van de organisatie. De beloning van het sleutelpersoneel is marktconform.

In het kader van de bevordering van de internationale handelscontacten kan worden afgeweken van artikel 8, eerste lid, onder a, b en c, van de Wav ten behoeve van vreemdelingen die maximaal 3 maanden binnen een periode van zes maanden arbeid verrichten voor een werkgever die als erkend referent is toegelaten tot de kennismigrantenprocedure en:

Ten aanzien van vreemdelingen die in Nederland werkzaam maar woonachtig zijn in een andere EU-lidstaat wordt afgeweken van artikel 8, eerste lid, onder a, b en c, van de Wav als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

De werkgever is verplicht het UWV te informeren als de vreemdeling zijn of haar verblijfstitel in het land waar hij woonachtig is verliest, de tewerkstellingsvergunning wordt dan ingetrokken.

In afwijking van artikel 8, eerste lid, onder a, b, c, f en h, van de Wav mag een vreemdeling die een verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000, heeft aangevraagd en deze aanvraag blijkens een verklaring van de Minister van Veiligheid en Justitie tenminste zes maanden in behandeling is en de vreemdeling op basis van artikel 8, onderdelen f of h, van de Vw 2000 rechtmatig in Nederland verblijft, arbeid verrichten.

De vreemdeling mag binnen een tijdsbestek van 52 weken vanaf de aanvang van de werkzaamheden een arbeidsperiode van in totaal 24 weken niet overschrijden en de in de vergunningsaanvraag bedoelde werkzaamheden zullen onder marktconforme voorwaarden worden verricht. Conform artikel 2a, eerste lid, onder e, van het BuWav is in de arbeidsperiode van in totaal 24 weken ten hoogste een arbeidsperiode van 14 weken gelegen, waarin werkzaamheden worden verricht als artiest, musicus, filmmedewerker of in de vorm van technische ondersteuning van optredens van een artiest of musicus.

De vreemdeling die een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 (asielaanvraag) heeft aangevraagd is overeenkomstig artikel 2a, eerste lid, onder a, van het BuWav in het bezit van een verklaring van de Minister van Veiligheid en Justitie. Deze verklaring heeft betrekking op de categorie asielzoekers aan wie met toepassing van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (RvA 2005) door het Centraal orgaan opvang asielzoekers (COA) opvang wordt geboden.

Bovenvermelde verklaring van de Minister van Veiligheid en Justitie houdt tenminste het volgende in:

De Minister van Veiligheid en Justitie baseert zich op informatie van het COA.

UWV zal als door een werkgever een tewerkstellingsvergunning ten behoeve van een vreemdeling is aangevraagd de verklaring van de Minister van Veiligheid en Justitie kunnen opvragen bij het COA.

Voor vreemdelingen die arbeid verrichten die noodzakelijk is ter voltooiing van hun opleiding in het buitenland – in de regel in het laatste jaar van hun studie – kan voor maximaal een jaar een tewerkstellingsvergunning worden verleend zonder toepassing van artikel 8, eerste lid, onder a, b, c, d en f, van de Wav. Voorwaarde voor toepassing van deze uitzonderingsmogelijkheid is dat deze stagiaires reeds een voldoende vakgerichte basisopleiding hebben gevolgd in hun land waar zij hun hoofdverblijf hebben.

Voor deze stages blijkt uit een door de desbetreffende onderwijsinstelling afgegeven verklaring dat de stage een noodzakelijk onderdeel uitmaakt van het onderwijsprogramma. Tevens wordt een gefaseerd stageprogramma overgelegd, afgegeven door de onderwijsinstelling, waaruit blijkt wat de inhoud van de stage is. Het aantal stagiairs per werkgever blijft beperkt tot 10% van het vaste personeelsbestand, met een minimum van 2 stagiairs. Deze beperking is niet van toepassing op vreemdelingen die beschikken over een W-document.

De stagiair beschikt, met inbegrip van de stagevergoeding, over een inkomen dat niet lager mag zijn dan 50% van het minimum(jeugd)loon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Hierbij wordt rekening gehouden met eigen middelen, zoals beurzen.

In verband met een toets op de stagevergoeding dient door de werkgever een afschrift van de stageovereenkomst te worden overlegd, met daarin opgenomen de te verstrekken stagevergoeding aan de stagiair.

Voor vreemdelingen die arbeid verrichten in het kader van internationale uitwisselingsprogramma’s tussen MBO-instellingen en hiervoor kortdurende stages volgen bij werkgevers in Nederland, kan voor maximaal drie maanden een tewerkstellingsvergunning worden verleend zonder toepassing van artikel 8, eerste lid, onder a, b, c, d en f, van de Wav.

Voorwaarde voor toepassing van deze uitzonderingsmogelijkheid is dat deze stagiairs een opleiding volgen aan een MBO-instelling in hun herkomstland en in het kader van een MBO-uitwisselings/-mobiliteitsproject stages lopen bij bedrijven in Nederland. Voor deze stages blijkt uit een door de onderwijsinstelling in het land van herkomst afgegeven verklaring dat de stage een onderdeel uitmaakt van de studie. Tevens wordt een uitgewerkt stageprogramma overgelegd, goedgekeurd door de onderwijsinstelling in het land van herkomst, waaruit blijkt wat de inhoud van de stage is en bij welke bedrijven stage wordt gelopen. Bij de stage(s) staat het werkend leren voorop en niet het verrichten van productieve arbeid.

De ontvangende MBO-instelling is verantwoordelijk voor de huisvesting, de begeleiding tijdens de stage en het verblijf van de deelnemers aan het uitwisselingsprogramma. Ook is de ontvangende MBO-instelling ervoor verantwoordelijk dat de vreemdeling een inkomen zal ontvangen dat niet lager mag zijn dan 50% van het voor hem geldende wettelijk minimum(jeugd)loon, bedoeld in artikel 8, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

De tewerkstellingsvergunning zal worden verleend aan de Nederlandse MBO-instelling. De MBO-instelling draagt er zorg voor dat een kopie van de tewerkstellingsvergunning wordt verstrekt aan de werkgever(s) waar de stage wordt gelopen.

Voor vreemdelingen die naar Nederland komen om werkervaring op te doen, die zij vervolgens direct in de praktijk gaan brengen bij hun werkgever in hun herkomstland en deze ervaring van belang is voor de ontwikkeling van de bedrijfsvoering van die werkgever, kan een tewerkstellingsvergunning worden verleend voor in de regel maximaal 24 weken zonder toepassing van artikel 8, eerste lid, onder a, b en c, van de Wav. Voorwaarde voor toepassing van deze uitzonderingsmogelijkheid is dat deze praktikanten reeds een voldoende vakgerichte basisopleiding hebben gevolgd en op basis van een samenwerkingsovereenkomst tussen de in het buitenland gevestigde onderneming en de in Nederland gevestigde onderneming in de laatstgenoemde bij wijze van onderricht bedrijfservaring opdoen. Bij de aanvraag wordt een gefaseerd leerplan bijgevoegd, alsmede een verklaring van de Nederlandse werkgever inhoudende dat de praktikant geen reguliere arbeidsplaats inneemt. Het leerplan bestaat uit een omschrijving van de werkzaamheden, van de leerdoelen en van de toegevoegde waarde van de werkervaring van de praktikant voor de onderneming in het herkomstland. De praktikant wordt tijdelijk uitgezonden naar de in Nederland gevestigde onderneming. De buitenlandse werkgever verklaart dat hij de praktikant na ommekomst van de praktijkperiode weer direct te werk zal stellen. Het aantal praktikanten staat in een redelijke verhouding tot het aantal werknemers dat bij een werkgever werkzaam is.

Toetsing aan de voorwaarden vervat in artikel 8, eerste lid, onder a, b, c, en f, van de Wav behoeft niet plaats te vinden voor buitenlandse studenten in het bezit van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend onder de beperking verband houdende met het volgen van studie als bij de aanvraag gebleken is dat de betreffende persoon als student bij de desbetreffende onderwijsinstelling staat ingeschreven, de arbeid onder marktconforme voorwaarden plaatsvindt en:

De duur van deze tewerkstellingsvergunning is maximaal een jaar.

Voor alle andere arbeid geldt de normale procedure inclusief artikel 8, eerste lid, van de Wav.

Voor musici en artiesten geldt een tewerkstellingsvergunningplicht met uitzondering van arbeid met een maximale duur van zes aaneengesloten weken, binnen een tijdsbestek van dertien weken als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, onder 7°, jo. tweede lid, van het BuWav. Voor zover de tewerkstellingsvergunningsplicht wel geldt wordt bij een aantal specifieke artistieke functiegroepen in een beperkt aantal branches, te weten dans, klassieke muziek, opera, musical, theater, toneel en cultuurwerkplaatsen in afwijking van artikel 8, eerste lid, onder a, b en c, van de Wav niet getoetst op de aanwezigheid van prioriteitgenietend aanbod, de verplichte vacaturemelding bij het UWV en de wervingsinspanningen. Deze functiegroepen zijn in onderstaande lijst opgenomen.

Deze vrijstelling, op grond van artikel 8, derde lid, onder a, b en c, van de Wav, betreft uitsluitend arbeidsplaatsen boven de zogenoemde ‘zaaglijn’ die het geheel aan arbeidsplaatsen in de cultuursector in twee segmenten verdeelt. Boven de ‘zaaglijn’ bevindt zich het topsegment gedefinieerd met het van het bruto jaarinkomen afgeleide maandinkomen.

De in deze paragraaf vermelde salarissen zijn gebaseerd op de CAO Nederlandse orkesten, de CAO Dans, de CAO Nederlands Danstheater en ontleend aan de arbeidsvoorwaardenregeling analoog aan de sector Rijk en sector Onderwijs.

1Het bruto maandsalaris wordt van het jaarinkomen afgeleid.

De meest recente CAO is het uitgangspunt.

Artikel 9: Wav: Facultatieve weigeringsgronden

Artikel 9, eerste lid, onder b, van de Wav biedt de mogelijkheid lefwaveftijdsgrenzen te stellen. Op grond daarvan is in artikel 9 van de regeling bepaald dat een tewerkstellingsvergunning kan worden geweigerd ten aanzien van een vreemdeling die jonger is dan 18 jaar.

Een tewerkstellingsvergunning zal niet worden geweigerd voor de vreemdeling die minimaal 16 jaar is en voor wie een tewerkstellingsvergunning kan worden verleend op grond van paragraaf 31 voor het volgen van een stage van maximaal drie maanden in het kader van internationale uitwisselingsprogramma’s tussen MBO-instellingen.

Op grond van artikel 9, eerste lid, onder c, van de Wav kan een tewerkstellingsvergunning worden geweigerd als de aanvraag een werkgever betreft aan wie in de voorafgaande vijf jaar een tewerkstellingsvergunning is afgegeven, waaraan een voorschrift als bedoeld in artikel 10 van de Wav is verbonden. In dat geval zal steeds worden nagegaan of de in die eerdere vergunning gestelde voorschriften geheel zijn nagekomen. Als de voorschriften in betekenende mate niet zijn nagevolgd, wordt een vergunning in de regel geweigerd. Als de voorschriften wel in aanzienlijke mate maar niet geheel zijn nagevolgd, zal in de regel geen vergunning op grond van artikel 11, eerste lid, van de Wav worden afgegeven.

Op grond van artikel 9, eerste lid, onder d, van de Wav kan een tewerkstellingsvergunning worden geweigerd, als er geen passende huisvesting voor de vreemdeling beschikbaar is. De beoordeling vindt in eerste instantie plaats op grond van de bij de aanvraag verstrekte informatie. Zo nodig zal de aanvrager de gemeente om een oordeel over de huisvesting dienen te verzoeken. Deze beoordeling behelst zowel de beschikbaarheid van de huisvesting, inclusief de rechtmatigheid van het betrekken van de huisvesting, alsook een kwalificatie van de geschiktheid van de huisvesting, zoals veiligheid en hygiëne, gedurende de periode van tewerkstelling. Ook het UWV kan de gemeente om dit oordeel verzoeken.

Het UWV kan een tewerkstellingsvergunning weigeren als niet is voldaan aan bepalingen die zijn opgenomen in een sectoraal convenant als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder e, van de Wav.

Als sectoraal convenant in de zin van artikel 9, eerste lid, onder e, van de Wav wordt slechts in aanmerking genomen een convenant dat voldoet aan de volgende vereisten:

Op grond van artikel 9, eerste lid, onder f, van de Wav kan een tewerkstellingsvergunning worden geweigerd als de werkgever belemmeringen opwerpt waardoor de arbeidsplaats niet met prioriteitgenietend aanbod kan worden vervuld. Gedacht kan worden aan irreële functie- of taaleisen. Voor tewerkstelling in de horecasector geldt dit eveneens. Het beheersen van een andere taal dan het Nederlands als voorwaarde voor vacaturevervulling kan beschouwd worden als een beletsel in de zin van artikel 9, eerste lid, onder f, van de Wav.

Op grond van artikel 9, eerste lid, onder g, van de Wav, kan de tewerkstellingsvergunning worden geweigerd als de werkgever binnen een periode van vijf jaar direct voorafgaand aan de aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning een bestuurlijke boete is opgelegd wegens de overtreding van een van de volgende artikelen:

Bij de beoordeling of een tewerkstellingsvergunning geweigerd wordt, zal meewegen of sprake is van recidive of ernstige overtredingen. Van recidive is sprake als binnen een tijdvak van vijf jaar voor de dag dat de tewerkstellingsvergunning wordt aangevraagd meer dan een keer een bestuurlijke boete is opgelegd op grond van een van bovengenoemde artikelen en deze boetes onherroepelijk zijn geworden.

Voor ernstige overtredingen wordt verwezen naar wat daarover in de betreffende wetten staat:

Op grond van artikel 9, eerste lid, onder h, van de Wav, kan de tewerkstellingsvergunning worden geweigerd als de werkgever binnen een periode van vijf jaar direct voorafgaand aan de aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning strafrechtelijk is veroordeeld op grond van:

Als een werkgever is veroordeeld op grond van een van deze artikelen, kan zijn aanvraag om een tewerkstellingsvergunning worden afgewezen. Daarbij wordt meegewogen of sprake is van recidive.

Deze weigeringsgronden kunnen ook toegepast worden als de aanvraag om een tewerkstellingsvergunning wordt ingediend door een bedrijf waarvan (een van) de bestuurder(s) eerder een bestuurlijke boete in het kader van deze wetten is opgelegd of hiervoor strafrechtelijk is veroordeeld.

Een aanvraag om een tewerkstellingsvergunning kan niet worden afgewezen als de beslissing tot oplegging van de bestuurlijke boete of de strafrechtelijke veroordeling nog niet onherroepelijk is.

Indien een werkgever bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een aanvraag heeft ingediend om aangemerkt te worden als erkende referent en deze erkenning is afgewezen, geschorst of ingetrokken kan een tewerkstellingsvergunning op grond van artikel 9, eerste lid, onder j, van de Wav worden geweigerd.

Een aanvraag tot erkenning als referent kan op grond van artikel 2e van de Vw 2000 worden afgewezen indien:

De erkenning als referent kan op grond van artikel 2f van de Vw 2000 worden geschorst op grond van ernstige vermoedens dat er grond bestaat om de erkenning als referent in te trekken op grond van artikel 2g van de Vw 2000.

Artikel 2g van de Vw 2000 bepaalt dat de erkenning als referent kan worden ingetrokken, indien:

Referenten worden na inwilliging van hun aanvraag om erkenning als referent opgenomen in het openbare register van de IND. Bij schorsing of intrekking van de erkenning worden zij uit het openbare register verwijderd. Indien de IND op basis van artikel 2e, onder c, van de Vw2000 de erkenning als referent afwijst, zal het UWV in de regel de aangevraagde tewerkstellingsvergunning weigeren.

Het gaat er hier namelijk om dat de IND in dat geval heeft geoordeeld dat de betrouwbaarheid van de aanvrager onvoldoende vaststaat. Bij die beoordeling kunnen strafrechtelijke antecedenten een rol spelen, die relevant worden geacht in het kader van de erkenning. Ook zal het UWV de vergunning in de regel weigeren als de IND op basis van artikel 2g, onder a, b of c, van de Vw2000, de erkenning van de referent heeft ingetrokken.

Het UWV zal de tewerkstellingsvergunning in ieder geval nog niet kunnen weigeren op grond van artikel 9, eerste lid, onder j, van de Wav indien de beslissing tot afwijzing, schorsing of intrekking van de erkenning als referent niet onherroepelijk is.

Op grond van artikel 9, eerste lid, onder k, van de Wav kan een tewerkstellingsvergunning worden geweigerd indien een werkgever binnen een periode van vijf jaar voor de dag dat de tewerkstellingsvergunning wordt aangevraagd een bestuurlijke boete opgelegd heeft gekregen op grond van artikel 55a van de Vw2000 of is gestraft op grond van artikel 108 van de Vw2000.

Artikel 55a van de Vw2000, eerste lid, bepaalt dat bij een overtreding van de verplichtingen bij of krachtens artikel 2a, tweede lid, onder b (de zorgplicht jegens de vreemdeling), 2t, tweede en derde lid (eigen verklaringen worden volledig en naar waarheid opgesteld en alle relevante gegevens en bescheiden worden verstrekt), 24a, tweede en derde lid (eigen verklaringen worden volledig en naar waarheid opgesteld en alle relevante gegevens en bescheiden worden verstrekt), 54, eerste lid, onder a tot en met e en g, en tweede lid (verschillende toezichtmaatregelen) een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. Deze boete is maximaal € 3.000 voor ondernemingen, rechtspersonen en andere organisaties en € 1.500 voor natuurlijke personen.

In artikel 108 van de Vw2000 worden verschillende strafbepalingen genoemd. De opgelegde straf kan een geldboete zijn of een periode van hechtenis zijn.

De overtredingen die genoemd zijn in artikel 55a van de Vw2000 zijn over het algemeen door de IND eenvoudig vast te stellen en hebben een geringe normatieve lading.

Bij een derde overtreding van de verplichtingen genoemd in artikel 55a van de Vw2000, is er sprake van recidive en kan de IND een verhoogde boete opleggen. Geconstateerde overtredingen kunnen ook leiden tot verscherpt toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften door de desbetreffende referent.

Het UWV zal de tewerkstellingsvergunning dan ook in de regel weigeren als er sprake is van een derde overtreding van de verplichtingen genoemd in artikel 55a van de Vw2000.

Daarnaast wordt de tewerkstellingsvergunning geweigerd indien de referent is gestraft op grond van artikel 108 van de Vw2000.

Het UWV zal een tewerkstellingsvergunning in ieder geval nog niet kunnen weigeren op grond van artikel 9, eerste lid, onder k, van de Wav indien de beslissing tot oplegging van de bestuurlijke boete of oplegging van een straf op grond van artikel 108 van de Vw2000 niet onherroepelijk is.

Artikel 10: Voorschriften

Op grond van artikel 10, aanhef en onder a, b, c en d, van de Wav kunnen aan de vergunning voorschriften worden verbonden, die de werkgever verplichten inspanningen te verrichten gericht op het vervullen van de arbeidsplaatsen met prioriteitgenietend aanbod of het wegnemen van gebreken.

De mogelijkheid voorschriften ingevolge artikel 10, aanhef en onder a, b en d, van de Wav, aan de vergunning te verbinden wordt uitsluitend toegepast, als de werkgever desgevraagd bereid is gevraagde inspanningen te verrichten en als de werkgever reeds enige inspanningen heeft verricht om prioriteitgenietend aanbod te mobiliseren of de gesignaleerde beletselen te verhelpen.

In alle andere gevallen dient met toepassing van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a, b, c of d, van de Wav de tewerkstellingsvergunning te worden geweigerd.

Artikel 11: Duur van de tewerkstellingsvergunning

Op grond van artikel 11, tweede lid, van de Wav worden tewerkstellingvergunningen voor tijdelijk werk verleend voor ten hoogste 24 weken. Op grond van artikel 11, derde lid, van de Wav worden tewerkstellingsvergunningen verleend ten behoeve van werkzaamheden die binnen een periode van 24 weken worden afgerond.

Ook seizoenswerk valt onder deze paragraaf. Seizoenswerkers zijn werknemers die arbeid verrichten die naar zijn aard tijdelijke werkzaamheden omvat, vanwege het seizoensgebonden karakter, maar naar hun aard niet vallen onder het begrip incidentele arbeid als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van het BuWav. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om werkzaamheden in de land- en tuinbouw of horeca. In de vreemdelingenregelgeving (artikel 3.30c, eerste lid, onder a, van het Vreemdelingenbesluit 2000) is bepaald dat de werkzaamheden ten hoogste 24 weken duren.

Ten aanzien van personen voor wie een tewerkstellingsvergunning wordt aangevraagd, wordt steeds nagegaan of zij in een periode van 14 weken voorafgaand aan de vergunningverlening niet over een voor het verrichten van arbeid geldige vergunning tot verblijf hebben beschikt, dan wel ten behoeve van hen een tewerkstellingsvergunning van kracht is geweest, onder gebruikmaking van de uitzonderingsmogelijkheden als hierboven onder paragraaf 13 beschreven ten aanzien van artikel 8, eerste lid, onder e, onder 1, van de Wav. Ook in die gevallen zal een tewerkstellingsvergunning worden geweigerd.

Artikel 12: Verplichte intrekkingsgronden

In artikel 12, eerste lid, onder a, van de Wav is bepaald dat de tewerkstellingsvergunning wordt ingetrokken indien de voor verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn geweest, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest.

UWV zal de vergunning intrekken indien uit eigen onderzoek van de bij UWV beschikbare gegevens dan wel uit bevindingen van ketenpartners zoals de Inspectie SZW, de IND of de Belastingdienst informatie wordt verkregen waaruit blijkt dat er gronden zijn de vergunning in te trekken op grond van dit wetsartikel. De vergunning zal met terugwerkende kracht worden ingetrokken vanaf de datum waarop niet (meer) wordt voldaan aan de voorwaarden.

In artikel 12, eerste lid, onder c, van de Wav is bepaald dat de tewerkstellingsvergunning wordt ingetrokken als er geen gebruik van wordt gemaakt. Teneinde dit te kunnen effectueren zal bij de vergunningverlening de werkgever er steeds op worden gewezen dat hij op grond van artikel 4 van de regeling verplicht is onverwijld ervan mededeling te doen als van de tewerkstellingsvergunning langer dan een maand geen gebruik wordt gemaakt.

Van de werkgever wordt verwacht dat hij de vreemdeling en, indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Wav, ook de andere werkgever informeert over zijn besluit niet langer van de tewerkstellingsvergunning gebruik te maken.

De tewerkstellingsvergunning wordt vervolgens ingetrokken, tenzij de vreemdeling een aaneengesloten verlofperiode van niet langer dan drie maanden geniet, dan wel ziekteverlof, zwangerschapsverlof, bevallingsverlof of ouderschapsverlof heeft en de arbeidsrelatie blijft voortbestaan.

Artikel 12a: Facultatieve intrekkingsgronden

Op grond van artikel 12a, sub a, van de Wav kan een tewerkstellingsvergunning worden ingetrokken indien de erkenning als referent van een werkgever is afgewezen, ingetrokken of geschorst.

Een aanvraag tot erkenning als referent kan op grond van artikel 2e van de Vw2000 worden afgewezen indien:

De erkenning als referent kan op grond van artikel 2f van de Vw2000 worden geschorst op grond van ernstige vermoedens dat er grond bestaat om de erkenning als referent in te trekken op grond van artikel 2g van de Vw2000.

Artikel 2g van de Vw2000 bepaalt dat de erkenning als referent kan worden ingetrokken, indien:

Het UWV zal de tewerkstellingsvergunning in ieder geval niet intrekken op grond van artikel 12a van de Wav indien de beslissing tot afwijzing, schorsing of intrekking van de erkenning als referent niet onherroepelijk is.

Op grond van artikel 12a, sub b, van de Wav kan een tewerkstellingsvergunning worden ingetrokken indien een werkgever die (erkende) referent is binnen een periode van vijf jaar voorafgaand aan het moment waarop de tewerkstellingsvergunning wordt ingetrokken een bestuurlijke boete opgelegd heeft gekregen op grond van artikel 55a van de Vw2000 of is gestraft op grond van artikel 108 van de Vw2000.

Artikel 55a van de Vw2000, eerste lid, bepaalt dat bij een overtreding van de verplichtingen bij of krachtens artikel 2a, tweede lid, onder b (de zorgplicht jegens de vreemdeling), 2t, tweede en derde lid (eigen verklaringen worden volledig en naar waarheid opgesteld en alle relevante gegevens en bescheiden worden verstrekt), 24a, tweede en derde lid (eigen verklaringen worden volledig en naar waarheid opgesteld en alle relevante gegevens en bescheiden worden verstrekt), 54, eerste lid, onder a tot en met e en g, en tweede lid (verschillende toezichtmaatregelen) een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. Deze boete is maximaal € 3.000 voor ondernemingen, rechtspersonen en andere organisaties en € 1.500 voor natuurlijke personen.

In artikel 108 van de Vw2000 worden verschillende strafbepalingen genoemd. De opgelegde straf kan een geldboete zijn of een periode van hechtenis.

Het UWV zal de tewerkstellingsvergunning in ieder geval niet intrekken op grond van artikel 12a, sub b, van de Wav indien de beslissing tot oplegging van de bestuurlijke boete of oplegging van een straf op grond van artikel 108 van de Vw2000 niet onherroepelijk is.

Artikel 12b: Facultatieve intrekkingsgronden

Op grond van artikel 12b van de Wav kan de tewerkstellingsvergunning worden ingetrokken als de werkgever binnen een periode van vijf jaar voorafgaand aan het moment waarop de tewerkstellingsvergunning wordt ingetrokken een bestuurlijke boete is opgelegd wegens de overtreding van een van de volgende artikelen:

Bij de beoordeling of een tewerkstellingsvergunning ingetrokken wordt, zal meewegen of sprake is van recidive of ernstige overtredingen. Van recidive is sprake als binnen een tijdvak van vijf jaar voor de datum van de intrekking van de tewerkstellingsvergunning meer dan een keer een bestuurlijke boete is opgelegd op grond van een van bovengenoemde artikelen en deze boetes onherroepelijk zijn geworden.

Voor ernstige overtredingen wordt verwezen naar wat daarover in de betreffende wetten staat:

Indien de bevoegde instantie heeft geconstateerd dat zich een ernstige overtreding heeft voorgedaan zoals bedoeld in een van deze wetten en de beslissing daarover onherroepelijk is geworden, wordt de tewerkstellingsvergunning ingetrokken.

Eveneens kan op grond van artikel 12b de tewerkstellingsvergunning worden ingetrokken als de werkgever binnen een periode van vijf jaar voorafgaand aan de intrekking voor een tewerkstellingsvergunning strafrechtelijk is veroordeeld op grond van:

Als een werkgever is veroordeeld op grond van een van deze artikelen, kan zijn aanvraag om een tewerkstellingsvergunning worden afgewezen. Daarbij wordt meegewogen of sprake is van recidive.

Deze intrekkingsgronden kunnen ook toegepast worden als de tewerkstellingsvergunning is verleend aan een bedrijf waarvan (een van) de bestuurder(s) eerder een bestuurlijke boete in het kader van deze wetten is opgelegd of hiervoor strafrechtelijk is veroordeeld.

Een tewerkstellingsvergunning kan niet worden ingetrokken als de beslissing tot oplegging van de bestuurlijke boete of de strafrechtelijke veroordeling nog niet onherroepelijk is.

B. VRIJHANDELSAKKOORDEN

In artikel 8, derde lid, onder 2, van de Wav, is bepaald dat ten behoeve van de bevordering van de internationale handelscontacten afwijking mogelijk is van artikel 8, eerste lid, onder a, b, c en f, Wav. Het kan bijvoorbeeld gaan om vrijhandelsakkoorden in het kader van de World Trade Organization (WTO), bilaterale vrijhandelsakkoorden en associatieakkoorden. Deze akkoorden bevatten onder andere bepalingen over de toelating van personen tot Nederland in het kader van het internationale handelsverkeer. In het onderstaande worden de verschillende functies genoemd en de bijbehorende voorwaarden omschreven waaronder een tewerkstellingsvergunning op grond van vrijhandelsakkoorden kan worden verstrekt. In bepaalde gevallen (zoals bij sleutelpersoneel, trainees en specialisten) kan het gaan om categorieën die zowel op grond van een nationale regeling als op grond van een vrijhandelsakkoord kunnen worden toegelaten. Er is voor gekozen dit onderscheid te handhaven om de nationale regeling (met eigen voorwaarden) niet te laten doorkruisen met de internationale verplichtingen. Het is aan de werkgever om te bepalen van welke regeling hij gebruik wil maken.

De paragrafen 51 en 52 gelden voor alle landen die lid zijn van de WTO. Voor onderdanen van landen waarmee een vrijhandelsakkoord is gesloten, geldt daarnaast ook paragraaf 53.

Voorts mogen ten aanzien van onderdanen van landen waarmee een vrijhandelsakkoord is gesloten de volgende passages uit de paragrafen 51 en 52 niet worden toegepast:

In bijlage II is de lijst van landen opgenomen waarmee een vrijhandelsakkoord van kracht is en wordt verwezen naar de website van de WTO om na te gaan welke landen op dit moment lid zijn van de WTO.

Bedrijven kunnen in het kader van internationale dienstverlening hun eigen personeel ter uitvoering van de dienst in Nederland laten werken indien aan de navolgende voorwaarden wordt voldaan. De personen die op tijdelijke basis diensten verlenen, zijn in dienst van een rechtspersoon, die geen commerciële vestiging in een van de Lidstaten van de EER of Zwitserland heeft en;

Sleutelpersoneel kan tijdelijk in Nederland verblijven als zij bij een rechtspersoon uit het verdragsland, niet zijnde een organisatie zonder winstoogmerk, werkzaam zijn en verantwoordelijk zijn voor het opzetten van dan wel voor een goed toezicht op, een goede administratie en exploitatie van een vestiging. Hieronder vallen ‘zakelijke bezoekers’ die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een vestiging en ‘binnen een onderneming overgeplaatste personen’.

Trainees die ten minste één jaar in dienst zijn van een rechtspersoon uit een verdragsland, die universitair afgestudeerd zijn en die voor loopbaanontwikkeling of een opleiding in bedrijfskundige technieken of methoden worden overgeplaatst naar een vestiging in Nederland, kunnen voor ten hoogste drie jaar in Nederland verblijven. Van de ontvangende vestiging kan worden verlangd dat zij vooraf ter goedkeuring een opleidingsprogramma voor de volledige duur van het verblijf voorlegt, om aan te tonen dat het verblijf bedoeld is voor opleiding op het niveau van een universitaire graad.

Ten aanzien van de hierna te noemen vreemdelingen mag ingevolge de daarbij vermelde bepalingen, vastgesteld bij overeenkomst met andere mogendheden dan wel bij een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, geen tewerkstellingsvergunning worden verlangd:

Voor de landen die lid zijn van de WTO gelden de regelingen zoals beschreven in de paragrafen 51 en 52. Zie www.wto.org voor welke landen zijn aangesloten bij de WTO.

Met de volgende landen zijn vrijhandelsakkoorden van kracht waarin de tijdelijke mobiliteit van personen is vastgelegd. Op de onderdanen van deze landen zijn de paragrafen 51, 52 en 53 van toepassing.

Antigua en Barbuda, de Bahama's, Barbados, Belize, Dominica, de Dominicaanse Republiek, Grenada, Guyana, Haïti, Jamaica, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, Saint Kitts en Nevis, Suriname en Trinidad en Tobago

Costa Rica, El Salvador, Guatemala, Honduras, Nicaragua en Panama

Voor deze landen zijn alleen de paragrafen 52 en 53 van toepassing.