Wijzigingen Officiële bron
Document 002.0 Handschriftonderzoek Omlijning, registratie-eisen en toetsingsprocedure – Versie 2.0 (Maart 2014 – Maart 2018)Document 002.0 Handschriftonderzoek Omlijning, registratie-eisen en toetsingsprocedure – Versie 2.0

In het op de Wet deskundige in strafzaken gebaseerde Besluit register deskundige in strafzaken (hierna: Brdis) heeft de wetgever het College gerechtelijk deskundigen (hierna: college) van het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (hierna: NRGD) de taak gegeven om voor de registratie van aanvragers welomlijnde deskundigheidsgebieden te definiëren.

Het College omlijnt deskundigheidsgebieden met het doel duidelijkheid te verschaffen aan:

Opmerking vooraf:

In deze context wordt onder handschrift ook verstaan handtekeningen.

De kernfunctie van Handschriftonderzoek is het vaststellen of handschriftproducties van een en dezelfde schrijver afkomstig zijn.

Daarnaast mag een handschriftdeskundige ook uitspraken doen over de ‘motorische staat’ van de schrijver. Uitspraken hierover mogen alleen betrekking hebben op de wijze waarop de bewegingen van de schrijver de vorm van het handschrift hebben bepaald. Zo kan de motorische staat van de schrijver bijvoorbeeld ‘tremor’ zijn (als gevolg van de ziekte van Parkinson, drugsgebruik, emotie, etc.). Het effect van de tremor kan zichtbaar zijn in het handgeschreven spoor. Het is dan gerechtvaardigd de aanwezigheid van een tremor te signaleren, maar niet om de oorzaak daarvan te benoemen.

Naast het formuleren van conclusies over het auteurschap (de bron) van een handschriftproductie, kan een handschriftdeskundige ook een oordeel geven over het productieproces (bijvoorbeeld of een handtekening het resultaat is van een nabootsingproces). Hoewel onregelmatigheden in het schrijfspoor en het verloop van de pendruk wel duidelijk op bijvoorbeeld onderbrekingen in het schrijfproces kunnen wijzen en daar het zichtbare bewijs voor vormen, valt het buiten de competentie van een handschriftdeskundige om uitspraken te doen over de mentale of fysieke toestand dan wel de persoonlijkheidskenmerken van de schrijver.

Rechtsgebied: strafrecht.

Een handschriftonderzoek wordt uitgevoerd door zowel de geometrische1 en structurele2 visuele kenmerken van de tekst vast te stellen, als de gedetailleerde en meetbare eigenschappen van het schriftspoor die het resultaat zijn van het afzettingsproces van het schrijfinstrument, de toegepaste kracht op het schrijfinstrument (pendruk) en de temporele volgorde van de schrijfbeweging3. De kenmerken geassocieerd met het betwiste handschrift worden dan vergeleken met de kenmerken van het referentiehandschrift. Over het algemeen kan de mate van overeenkomst of verschil van de kenmerken gezien worden als een maatstaf bij het toetsen van de hypothesen dat het betwiste en het referentiemateriaal een gemeenschappelijke respectievelijk verschillende bron hebben.

Hieronder volgt een omschrijving van de activiteiten waarmee een handschriftdeskundige zich niet bezig houdt en die buiten de omlijning van het deskundigheidsgebied Handschriftonderzoek vallen.

Een handschriftdeskundige maakt geen nadere gevolgtrekkingen en beantwoordt geen andere vragen over de schrijver van een geanalyseerde handschriftproductie dan die hierboven staan vermeld. Een handschriftdeskundige trekt alleen conclusies op basis van handschriftproducties geschreven in een schrifttype (alfabet) dat binnen zijn deskundigheid valt. Voor de meeste Europese handschriftdeskundigen zal dit het Latijnse schrift zijn (in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Cyrillische of Arabische schrift). Een uitzondering kan gemaakt worden voor handtekeningen. Handtekeningen kunnen leesbaar (tekstgebaseerd) of onleesbaar (gestileerd) zijn. Handtekeningen in een schrifttype waarmee de onderzoeker niet vertrouwd is, kunnen tot op zekere hoogte worden onderzocht als onleesbare handtekeningen. De conclusies van een handschriftonderzoeker moeten altijd worden ondersteund door verwijzing naar de zichtbare kenmerken in het schrijfspoor.

Een handschriftonderzoeker dient voldoende kennis te hebben om te kunnen beoordelen wanneer de diensten van een documentonderzoeker vereist zijn.

De volgende activiteiten vallen met nadruk niet onder het deskundigheidsgebied van Handschriftonderzoek:

Het register zal de desbetreffende deskundige vermelden als een deskundige op het gebied van Handschriftonderzoek.

De kwaliteitseisen, geformuleerd in het tweede lid van artikel 12 van het Brdis vormen de algemene criteria waarop de toetsing door het NRGD van forensisch deskundigen is gebaseerd. Het College formuleert voor elk deskundigheidsgebied op basis van de algemene criteria specifieke eisen.

Deel II geeft de registratie-eisen voor het deskundigheidsgebied Handschriftonderzoek weer waaraan de deskundige moet voldoen die een aanvraag voor (her)inschrijving in het register indient.

De registratie-eisen verschillen per type aanvrager. Het NRGD onderscheidt twee typen aanvragers: de initiële aanvrager (A) en de heraanvrager (B). De initiële aanvrager is een rapporteur die nog niet eerder geregistreerd is geweest voor het deskundigheidsgebied waar de aanvraag op ziet. De heraanvrager is een deskundige die al is geregistreerd in het NRGD, al dan niet voor beperkte duur, voor het deskundigheidsgebied waar de aanvraag op ziet.

Deze twee typen aanvragers worden voorts als volgt onderverdeeld:

De algemene, ingevolge het tweede lid van artikel 12 van het Brdis aan de te (her)registreren deskundige te stellen eisen zijn in onderstaande tekst in cursief opgenomen met een verwijzing naar de onderdelen (a t/m i). Bij de algemene eis volgen, indien van toepassing, een of meer specifieke eisen. Wanneer geen specifieke eis is aangegeven, is de desbetreffende algemene eis op zich reeds afdoende bevonden.

Het tweede lid van artikel 12 van het Brdis luidt als volgt:

Een deskundige wordt op zijn aanvraag slechts als deskundige in strafzaken in het register ingeschreven wanneer hij naar het oordeel van het College:

Zie de op de website van het NRGD gepubliceerde Gedragscode NRGD die door het College gerechtelijk deskundigen is vastgesteld.

Om te beoordelen of een expert voldoet aan de eisen voor het deskundigheidsgebied Handschriftonderzoek en in aanmerking komt voor registratie in het NRGD, schrijft het College de volgende toetsingsprocedure voor.

De toetsing geschiedt in beginsel op basis van informatie die de aanvrager heeft verstrekt:

Toelichting:

De hiervoor genoemde lijst met zaaksinformatie bevat ten minste de volgende gegevens:

Voor alle deskundigheidsgebieden geldt dat de beoordeling plaatsvindt op basis van schriftelijke stukken waaronder in ieder geval zaaksrapporten en bewijsstukken, in beginsel aangevuld met een mondelinge toetsing. Van deze mondelinge toetsing wordt afgezien indien de deskundigheid van de aanvrager reeds duidelijk is gebleken uit de schriftelijke stukken.

Voor alle typen geldt dat de toetsing ook kan plaatsvinden op basis van nadere informatie zoals een onderzoek in open bronnen of andere gedetailleerde rapporten, indien dit noodzakelijk wordt geacht voor een adequate toetsing.

De toetsingswijzen voor de verschillende typen aanvragers zijn:

Mondelinge toetsing

Tijdens de mondelinge toetsing kan de toetsingsadviescommissie informeren naar de volgende elementen: