Wijzigingen Officiële bron
Registratie-eisen en toetsingsprocedure Forensische Psychiatrie, Forensische Psychologie en Forensische Orthopedagogiek - Versie 1.1 (Juni 2010 – Juni 2014)Registratie-eisen en toetsingsprocedure Forensische Psychiatrie, Forensische Psychologie en Forensische Orthopedagogiek - Versie 1.1 (Juni 2010 – Juni 2014)

De kwaliteitseisen geformuleerd in het tweede lid van artikel 12 van het Besluit register deskundige in strafzaken (verder: Brdis) vormen de algemene criteria waarop de toetsing van forensische deskundigen bij het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (verder: NRGD) is gebaseerd. Het College gerechtelijk deskundigen (verder: College) formuleert voor elk deskundigheidsgebied op basis van algemene criteria nadere eisen die specifiek zijn voor het deskundigheidsgebied. Tevens specificeert het College de toetsingsprocedure voor elk deskundigheidsgebied.

Dit document geeft de professionele eisen weer waaraan forensisch psychiaters, psychologen en orthopedagogen moeten voldoen voor registratie in het NRGD op het deskundigheidsgebied Forensische Psychiatrie, Forensische Psychologie en Forensische Orthopedagogiek (verder: FPPO). Tevens verduidelijkt dit document de toetsingsprocedure.

Voor alle deskundigheidsgebieden geldt dat de beoordeling plaatsvindt op basis van informatie, waaronder documenten (zoals zaaksrapporten en bewijsstukken), in beginsel aangevuld met een mondelinge toetsing. Van deze mondelinge toetsing wordt afgezien indien de deskundigheid van de aanvrager reeds duidelijk is gebleken.

De algemene eisen van het tweede lid van artikel 12 Brdis zijn in onderstaande tekst letterlijk opgenomen (in cursief) met verwijzing naar hun respectieve aanduiding van de subleden. Bij elke algemene eis volgen de nadere, specifieke eisen voor het deskundigheidsgebied FPPO. Wanneer geen nadere specificaties zijn aangegeven, zijn de algemene eisen geformuleerd in het tweede lid van artikel 12 Brdis vooralsnog voldoende bevonden voor dat onderdeel van het artikel en zijn geen nadere eisen nodig.

Het tweede lid van artikel 12 Brdis luidt als volgt:

Een deskundige wordt op zijn aanvraag slechts als deskundige in strafzaken in het register ingeschreven wanneer hij naar het oordeel van het College:

12(2) a. (...) beschikt over voldoende kennis van en ervaring binnen het eigen1 deskundigheidsgebied waarop de aanvraag betrekking heeft.

Een aanvrager dient:

Toelichting:

Bij het indienen van een aanvraag moet u een zaakslijst aanleveren. Indien hierop rapporten staan vermeld die zijn opgemaakt onder supervisie dient de door u genoten supervisie te vallen onder de volgende definitie:

‘Onder supervisie verstaat het NRGD het beoordelen van andermans werk, het gezamenlijk reflecteren op het werk en het begeleiden van een gesuperviseerde in het kader van een opleiding of bijscholingstraject. Supervisor en gesuperviseerde staan hierbij in een hiërarchische verhouding tot elkaar en de supervisor is de deskundige die in ieder geval wordt benoemd. De supervisor ziet het object van onderzoek (de onderzochte) zodanig dat deze het onderzoek van de gesuperviseerde kan controleren, de conclusies daarvan kan onderschrijven en voor zijn rekening kan nemen. De supervisor ondertekent het rapport in ieder geval.’

12(2) b. (...) beschikt over voldoende kennis van en ervaring in het desbetreffende rechtsgebied en voldoende bekend is met de positie en de rol van de deskundige daarin.

Een aanvrager dient:

12(2) c. (...) In staat is de opdrachtgever inzicht te bieden in de vraag of en zo ja, in hoeverre de vraagstelling van de opdrachtgever voldoende helder en onderzoekbaar is om deze vanuit zijn specifieke deskundigheid te kunnen beantwoorden.

12(2) d, e en f

Een aanvrager dient:

12(2) g. (...) in staat is zowel schriftelijk als mondeling over de opdracht en elk ander relevant aspect van zijn deskundigheid gemotiveerd, controleerbaar en in voor de opdrachtgever begrijpelijke bewoordingen te rapporteren.

Een aanvrager dient:

12(2) h. (...) in staat is een opdracht te voltooien binnen de daarvoor gestelde of afgesproken termijn.

12(2) i. (...) in staat is zijn werkzaamheden als deskundige onafhankelijk, onpartijdig, zorgvuldig, vakbekwaam en integer te verrichten.

[Zie de op de website van het NRGD gepubliceerde Gedragscode NRGD die door het College gerechtelijk deskundigen is vastgesteld.]

Om te beoordelen of een forensisch psychiater, psycholoog of orthopedagoog voldoet aan de eisen voor het deskundigheidsgebied FPPO en in aanmerking komt voor registratie in het NRGD, schrijft het College de volgende toetsingsprocedure voor.

De beoordeling geschiedt op basis van:

Aanvragers worden getoetst door een toetsingsadviescommissie van tenminste drie personen. Een toetsingsadviescommissie bestaat in beginsel uit een jurist, een psychiater en een psycholoog/orthopedagoog, met dien verstande dat bij voorkeur tenminste één vakgenoot van de desbetreffende aanvrager zitting heeft in de toetsingsadviescommissie.