Wijzigingen Officiële bron
Regeling minimum VFR-vlieghoogten en VFR-vluchten buiten de daglichtperiode voor militaire vliegtuigen en helikoptersRegeling minimum VFR-vlieghoogten en VFR-vluchten buiten de daglichtperiode voor militaire vliegtuigen en helikoptersDe Minister van Defensie,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Gelet op de artikelen 44, 45 en 56 van het Luchtverkeersreglement;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage9 juli 2014De Minister van Defensie,J.A.Hennis-Plasschaert

Aan gezagvoerders van militaire vliegtuigen en helikopters wordt onder de in de artikelen 4 tot en met 8 voor de betrokken gezagvoerder gestelde beperkingen vrijstelling verleend van het verbod om een VFR-vlucht uit te voeren beneden de bij of krachtens paragraaf SERA.5005, onderdeel f, van verordening (EU) nr. 923/2012 en artikel 1 van deze regeling vastgestelde minimum vlieghoogte.

Het vliegen met militaire helikopters, behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse of bondgenootschappelijke strijdkrachten, geschiedt onder de volgende beperkingen:

Het vliegen met militaire vliegtuigen en militaire helikopters boven de Noordzee en met militaire helikopters boven de Waddenzee binnen het plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied van luchthaven De Kooy geschiedt onder de volgende beperkingen:

Het vliegen met militaire helikopters, behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse en bondgenootschappelijke strijdkrachten geschiedt, indien zij oefenen in het kader van operaties met niet-vliegende eenheden en binnen de grenzen van militaire oefenterreinen en militaire oefengebieden of tijdelijke gebieden met beperkingen VFR-vluchten uitvoeren, onder de volgende beperkingen:

Het vliegen met militaire propellervliegtuigen, bestemd voor opleidingsdoeleinden, behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse of bondgenootschappelijke strijdkrachten, binnen de route VO, vermeld in bijlage B, onder 16, geschiedt onder de volgende beperkingen:

Aan de gezagvoerders van militaire vliegtuigen en helikopters, behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse strijdkrachten, en van door de Minister van Defensie aan te wijzen vliegtuigen en helikopters, behorende tot of in gebruik bij bondgenootschappelijke strijdkrachten, wordt vrijstelling verleend van artikel 18, eerste lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 onder de volgende beperkingen:

Voor VFR-vluchten buiten de daglichtperiode worden de volgende minimum vlieghoogten in acht genomen:

Voor vluchten met militaire helikopters waarbij gebruik wordt gemaakt van nachtzichtapparatuur, mag alleen van de gebieden of route, bedoeld in artikel 9, eerste lid, gebruik worden gemaakt, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

Wijzigt de Regeling doven luchtvaartuiglichten militaire luchtvaartuigen.

Wijzigt de Regeling modelraketten.

Wijzigt de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2014.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling minimum VFR-vlieghoogten en VFR-vluchten buiten de daglichtperiode voor militaire vliegtuigen en helikopters.