Regeling · BWBR0036190
Besluit ongeleide satellieten
Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 4 december 2014, nr. WJZ / 14191480;
Gelet op artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van de Wet ruimtevaartactiviteiten;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 17 december 2014, nr. W15.14.0451/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 13 januari 2015, nr. WJZ / 14210052,
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Wassenaar19 januari 2015Willem-AlexanderDe Minister van Economische Zaken, H.G.J.Kampde achtentwintigste januari 2015De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W.OpsteltenDe Wet ruimtevaartactiviteiten is mede van toepassing op het vanuit Nederland door middel van een communicatieverbinding beheren van een ongeleid ruimtevoorwerp in de kosmische ruimte.
Het verbod, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet ruimtevaartactiviteiten, is tot drie maanden na inwerkingtreding van dit besluit niet van toepassing op activiteiten als bedoeld in artikel 1 die verricht worden op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.
Het verbod, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet ruimtevaartactiviteiten, is tot negen maanden na inwerkingtreding van dit besluit niet van toepassing op activiteiten als bedoeld in artikel 1 indien voor deze activiteiten uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van dit besluit een vergunning is aangevraagd.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ongeleide satellieten
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2015.