Beleidsregel · BWBR0036757

Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst

Wijzigingen Officiële bron
Besluit Bestuurlijke Boeten BelastingdienstBesluit Bestuurlijke Boeten BelastingdienstDe Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit betreft een wijziging van het besluit van 17 december 2014, nr. BLKB2014/1590M,Stcrt. 2014, nr. 36885(Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst) in verband met:

  • de incorporatie van het besluit van 2 september 2013, nr. BLKB2013/509M,Stcrt. 2013, nr. 25169(Tijdelijke verruiming en daaropvolgende aanscherping inkeerregeling; zie paragraaf 7, lid 2);

  • de inwerkingtreding van het protocol AAFD per 1 juli 2015 (zie paragraaf 8, lid 11 en paragraaf 15, lid 7 en 8).

  • In verband hiermee worden het voorgaande besluit en enkele overige regelingen ingetrokken in dit besluit (zie paragraaf 39 en 40).

    Den Haag19 juni 2015De Staatssecretaris van Financiën,namens deze,J. deBlieckLid van het managementteam Belastingdienst

    De inspecteur kan de boetebeschikking op grond van artikel 65 van de AWR ambtshalve verminderen. Het beleid inzake artikel 65 van de AWR is van overeenkomstige toepassing op boetebeschikkingen.

    De boete- en fraudecoördinator is belast met de beoordeling van (de aanwezigheid van) nieuwe bezwaren, het afnemen van het hoorgesprek als bedoeld in § 12 en het opleggen van de vergrijpboete.

    De bepalingen van de § 31a tot en met § 32 zijn van toepassing op de verzuimboete op basis van artikel 40 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB). Op grond van dit artikel kan de inspecteur een verzuimboete opleggen indien de belanghebbende de in artikel 37a van de Wet OB bedoelde lijst niet of niet binnen de termijn heeft ingediend, dan wel een onvolledige of een onjuiste lijst heeft ingediend. De lijst van artikel 37a van de Wet OB wordt in het vervolg aangeduid als de opgaaf ICP, waarbij de afkorting ICP staat voor intracommunautaire prestaties.