Wijzigingen Officiële bron
Natuurschoonwet 1928, rangschikken van buiten Nederland gelegen landgoederen die een element vormen van het Nederlands cultureel erfgoedNatuurschoonwet 1928, rangschikken van buiten Nederland gelegen landgoederen die een element vormen van het Nederlands cultureel erfgoed

De Staatssecretaris van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Financiën hebben het volgende besloten.

Dit besluit betreft een goedkeuring voor niet in Nederland gelegen landgoederen die een element vormen van het Nederlands cultureel erfgoed. Dit besluit loopt vooruit op een wijziging van de Natuurschoonwet 1928 en het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928. Deze goedkeuring geldt met ingang van 18 december 2014.

Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

Den Haag8 september 2015De Staatssecretaris van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Financiënnamens dezen,De Staatssecretaris van FinanciënE.D.Wiebes

De Natuurschoonwet 1928 voorziet in fiscale voordelen op het gebied van de erf- en schenkbelasting en de overdrachtsbelasting voor in Nederland gelegen onroerende zaken die als landgoed zijn gerangschikt. De fiscale voordelen in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting zijn in de desbetreffende heffingswetten opgenomen.

In de uitspraak van 18 december 2014, nr. C-133/13 (ECLI:EU:C:2014:2460) heeft het Europese Hof van Justitie in antwoord op prejudiciële vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaald dat een onroerende zaak onder voorwaarden ook als landgoed onder de Natuurschoonwet 1928 moet kunnen worden gerangschikt wanneer de onroerende zaak buiten Nederland is gelegen en een element vormt van het Nederlands cultureel erfgoed. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de desbetreffende zaak op 22 juli 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2299) conform het oordeel van het Hof van Justitie uitspraak gedaan. Om voornoemde uitspraken te effectueren en vooruitlopend op wetgeving, keuren wij het volgende goed.

Goedkeuring

Wij keuren onder voorwaarden goed dat een niet in Nederland gelegen onroerende zaak kan worden aangemerkt als een landgoed als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Natuurschoonwet 1928.

Voorwaarden

Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 18 december 2014.