Ministeriële regeling · BWBR0037055

Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 september 2015, nr. HOenS/ 789416, houdende voorschriften voor subsidiëring van flexibel hoger onderwijs voor volwassenen (Subsidieregeling subsidiëring flexibel hoger onderwijs voor volwassenen)Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenenDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken;

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, onder a, 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.Bussemaker

In deze regeling wordt verstaan onder:

Het doel van de subsidieverstrekking op grond van deze regeling is de flexibiliteit van het deeltijdse en duale hoger onderwijs te versterken met behoud van kwaliteit en het aantal deelnemers aan het deeltijdse en duale hoger onderwijs en het aantal gediplomeerden te verhogen.

De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingesteld onderzoek dat erop gericht is de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van beleid.

Indien een subsidieontvanger door de uitbraak van COVID-19 of de maatregelen ter bestrijding ervan niet in staat is de activiteiten waarvoor op grond deze regeling subsidie is verstrekt, uiterlijk op 31 december 2020 af te ronden, kan de minister het tijdvak voor uitvoering van de activiteiten verlengen.

Deze regeling treedt in werking per 5 oktober 2015 en vervalt met ingang van 1 januari 2022.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling flexibel hoger onderwijs voor volwassenen.

Vat in maximaal 200 woorden het project samen, met daarin in elk geval het doel, de doelgroep en de belangrijkste beoogde resultaten.

De indeling en opbouw van het activiteitenplan zijn vrij. Met het oog op de beoordeling is het van belang dat in het activiteitenplan alle informatie is opgenomen waar de beoordelingsmaatstaven (bijlage B van de regeling) betrekking op hebben.

Verplichte onderdelen die in het activiteitenplan moeten worden opgenomen zijn derhalve:

Indien de aanvraag wordt gedaan namens een samenwerkingsverband van instellingen, moet worden bevestigd dat de ‘penvoerende instelling’ (subsidieaanvrager) gemachtigd is de partnerinstellingen in het kader van dit project te vertegenwoordigen. Onderstaande brief kan als voorbeeld dienen.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

T.a.v. de heer drs. R. Minnée

Directie HO&S

Postbus 16375

2500 BJ Den Haag

<Plaats>, <Datum>

Betreft: machtiging penvoerder

Het College van Bestuur van <Instellingsnaam> heeft kennis genomen van de aanvraag ‘<Projectnaam>’ in het kader van de subsidieregeling ‘Flexibel hoger onderwijs voor volwassenen’ van het ministerie van OCW.

Het College van Bestuur verklaart hiermee het project goed te keuren en zich te committeren aan de uitvoering van het project indien de aanvraag wordt gehonoreerd.

Het College van Bestuur verklaart de benodigde gegevens voor de verantwoording van de bestedingen aan de penvoerder te overleggen.

De <Instellingsnaam penvoerder> treedt namens de deelnemende instellingen op als penvoerder van dit project. Wij verklaren hiermee dat de penvoerende instelling gemachtigd is in het kader van deze subsidieaanvraag alle betrokken instellingen in en buiten rechte te vertegenwoordigen.

Het College van Bestuur van <Instellingsnaam>

<handtekening>

<titel en naam collegelid>

College van Bestuur

De beoordelingscriteria op de volgende pagina’s worden gescoord op een schaal van 0–10.

Per criterium wordt de gemiddelde score berekend. Als een aanvraag op een criterium onder de 6 scoort, betekent dit dat de aanvraag afvalt en niet voor subsidiëring in aanmerking komt.

Een apart criterium is de deelname aan de experimenten vraagfinanciering. Bij de ranking van voorstellen wordt eerst gekeken in hoeverre de hogescholen die een aanvraag doen ook deeltijd of duale opleidingen aanbieden die in aanmerking komen voor deelname aan de experimenten vraagfinanciering (de opleidingen zoals aangegeven in de subsidieregeling vraagfinanciering). De hogescholen die kunnen deelnemen aan de experimenten vraagfinanciering, en dat ook doen, worden samen met de hogescholen die niet kunnen meedoen aan de experimenten vraagfinanciering (omdat zij deze deeltijd/duale opleidingen niet aanbieden), als eerste gerankt op de onderstaande criteria. Daarna volgen in de ranking de instellingen die wel zouden kunnen meedoen aan de experimenten met vraagfinanciering, maar daar niet voor kiezen.