Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Financiën van 26 oktober 2015, tot vaststelling van het Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015De Minister van Financiën,

Gelet op artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën,J.R.V.A.Dijsselbloem

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Het ministerie werkt aan een goede financiële huishouding van Nederland, int belastingen op basis van solide fiscale regelgeving en ziet toe op een doelmatige besteding van overheidsgeld. Het ministerie maakt regels voor het goed functioneren van het financiële stelsel en werkt aan een sterke economische structuur die verankerd is in een economisch en financieel gezond Europa.

De algemene leiding hanteert de basiswaarden van het ministerie en draagt zorg voor de bevordering van deze waarden onder de medewerkers. Zij stimuleert de toewijding, de deskundigheid, de professionaliteit en de aanspreekbaarheid van de medewerkers. De algemene leiding geeft ruimte aan talent in de organisatie en bevordert de samenwerking tussen dienstonderdelen en met andere ministeries. De algemene leiding legt over de bedrijfsvoering en het beheer van de haar toevertrouwde middelen op inzichtelijke wijze verantwoording af.

De directeuren-generaal, onder wie de thesaurier-generaal, (de DG’s) zijn verantwoordelijk voor de beleidsterreinen van de onder hen ressorterende directies, genoemd in bijlagen 1 b tot en met e, voor de samenhang tussen die beleidsterreinen en – met inachtneming van de artikelen 20 en 20a van dit besluit – voor de bijbehorende bedrijfsvoering. De DG’s hebben een plaatsvervanger, die hen bij afwezigheid vervangt. De DG’s geven leiding aan de onder hen ressorterende directeuren en voorzien daartoe in de nodige ondermandaten van die directeuren.

Over vraagstukken die van politiek gevoelige of anderszins zwaarwegende aard zijn, treedt de algemene leiding in contact met de bewindspersoon die het aangaat, voordat van bevoegdheden gebruik wordt gemaakt.

De topstructuur van het ministerie bestaat uit de hieronder genoemde organisatieonderdelen, alsmede de rechtstreeks daaronder ressorterende directies en diensten:

Onderdeel van deze regeling vormt een mandaatregister dat is opgenomen in bijlage 2. Het mandaatregister bevat handtekeningen en parafen van de in dit besluit gemandateerde functionarissen.

Bij het nemen van besluiten, afdoen van stukken en ondertekenen van uitgaande brieven met betrekking tot alle personeelsaangelegenheden, bedoeld in bijlage 4 bij deze regeling, betreffende het kernministerie is advies van het hoofd Eenheid Organisatie en Personeel van de directie Bedrijfsvoering vereist.

Voor zover voorgenomen besluiten met financiële consequenties niet passen binnen de door de SG vastgestelde budgetten, is instemming van de hoofddirecteur Financieel-Economische Zaken vereist.

Voor de toepassing van deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

Aan de bewindspersonen is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van stukken:

Aan de SG is voorbehouden:

Met inachtneming van artikel 20 is aan de pSG voorbehouden:

Met inachtneming van voorgaande artikelen van dit besluit is aan de algemene leiding van een DG, uitgezonderd het DGBD, ten aanzien van onder hen ressorterende medewerkers voorbehouden, het besluiten:

Met inachtneming van voorgaande artikelen van dit besluit is aan de algemene leiding van het DGBD, ten aanzien van onder hen ressorterende medewerkers voorbehouden, het besluiten:

De SG en de DG’s leggen, aan het eind van het verslagjaar en tussentijds, gestructureerd verantwoording af over de uitvoering van aan hen opgelegde taken en het gebruik van daarbij verleende bevoegdheden.

De volgende regeling wordt ingetrokken: Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 9 mei 2014.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015.

De personeelsaangelegenheden als bedoeld in artikel 16 zijn:

artikel 14 ARAR (stopzetting bezoldiging algemeen)

artikel 40 ARAR (stopzetten bezoldiging bij ziekte)

artikel 43 ARAR (sancties ziekte 0-52 weken)

artikel 44 ARAR (sancties ziekte >52 weken)

artikel 49 l ARAR (ontslag/sanctie bij reorganisatie)

artikel 73 ARAR (aanzuiveren tekort)

artikel 77 ARAR (ontzegging toegang tot gebouw)

artikel 80-84 ARAR (disciplinaire straffen)

artikel 90-92 ARAR (schorsing)

artikel 94, derde lid, ARAR (blokkeren ontslag op verzoek)

artikel 94, vierde lid, ARAR (blokkeren ontslag op verzoek wijziging termijn)

artikel 96 ARAR (reorganisatie-ontslag)

artikel 98, eerste lid, ARAR (ontslag ongeschiktheid)

artikel 99 ARAR (ontslag om andere reden)

artikel 104a ARAR (vermissing)

alsmede

de vaststelling van de formatie zoals gebaseerd op artikel 2 van het Coördinatiebesluit inrichting organisatie en formatie rijksdienst.

Het SG-cluster bestaat uit de volgende ministeriebrede organisatieonderdelen:

en de volgende Rijksbrede organisatieonderdelen:

De verantwoordelijkheid van de pSG als bedoeld in:

De organisatieonderdelen van het SG-cluster als hierboven genoemd, onder a tot en met e:

De organisatieonderdelen van het SG-cluster als hierboven genoemd onder f en g, behartigen ministerie- en Rijksbrede functies inzake:

De directie AFEP heeft de volgende hoofdtaken:

De directie Bedrijfsvoering heeft de volgende hoofdtaak:

Het zorgdragen voor de adequate ondersteuning van het bedrijfsvoeringsproces van het kerndepartement op het gebied van organisatie, personeel, financiën, documentaire informatievoorziening, archiefbeheer, facilitaire dienstverlening en ICT.

De directie is onderverdeeld in de volgende organisatieonderdelen:

De directie Bestuurlijke en Juridische Zaken heeft de volgende hoofdtaken:

De directie Bestuurlijke en Juridische Zaken is onderverdeeld in de volgende organisatieonderdelen:

De directie Communicatie heeft de volgende taken:

De hoofddirectie Financieel-Economische Zaken heeft de volgende taken:

De Auditdienst Rijk heeft de volgende hoofdtaken:

De ADR is onderverdeeld in de volgende organisatieonderdelen:

Domeinen Roerende Zaken (DRZ) is een directie van het Ministerie van Financiën. De dienst heeft twee hoofdtaken:

De organisatie heeft een landelijk werkgebied. Er zijn werklocaties te Bleiswijk, Hoogeveen, Soesterberg, Ulicoten en een locatie te Apeldoorn waarin alle administratieve taken zijn gecentraliseerd.

De uitvoering van de hoofdtaken is proces gestuurd ingericht en verdeeld over 4 afdelingen.

Bij besluit van 20 september 2017 ter wijziging van de topstructuur van het directoraat-generaal Belastingdienst is bepaald dat het DGBD zal bestaan uit de volgende organisatieonderdelen:

Ten behoeve van de nadere inrichting van de hierboven genoemde organisatieonderdelen worden organisatierapporten opgesteld met inachtneming van genoemd besluit. Tot dat moment blijft het DG Belastingdienst bestaan uit de hierna genoemde organisatieonderdelen:

De concernstaf DGBel bestaat uit de volgende onderdelen:

De concernstaf DGBel, als hierboven bedoeld:

Het directoraat-generaal Belastingdienst (DGBel) is de concernstaf voor de directeur-generaal en voor de leden van het MT Belastingdienst. DGBel is daarmee ondersteunend aan de besturing van het concern Belastingdienst en verzorgt de verbinding tussen de politiek en de uitvoering en vice versa. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met de uitvoeringsverantwoordelijken in de Belastingdienst, waarvan DGBel een integraal onderdeel uitmaakt.

De kern van het takenpakket van DGBel ligt in het uitzetten van de strategie van de Belastingdienst en het ontwikkelen van beleid. Dit krijgt vorm in advisering aan de politieke en ambtelijke top. Bij DGBel worden beslissingen die de Belastingdienst raken naar de uitvoering vertaald en worden ervaringen uit de Belastingdienst omgezet in adviezen ten behoeve van toekomstig beleid. Ook draagt DGBel zorg voor een adequate en snelle behandeling en begeleiding van vragen en opdrachten die vanuit de politiek op de Belastingdienst afkomen. Daarbij is DGBel de schakel die de Belastingdienst verbindt met het directoraat-generaal voor Fiscale Zaken.

DGBel ontleent zijn toegevoegde waarde vooral aan het vermogen aan de voorkant te werken: adviseren over handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid van wet- en regelgeving, uitzetten van strategische beleidslijnen en daarmee afgestemde meerjarige financiële, personele en bestuurlijke kaders, (systeem)control daarop en snel adequate informatie leveren aan de bewindspersoon.

Kracht en effectiviteit van een dergelijk apparaat zijn afhankelijk van de vraag in hoeverre adviezen tijdig (ook pro actief) worden opgesteld met aandacht voor alle relevante aspecten, qua reikwijdte aansluitend bij het onderwerp in kwestie en toegankelijk voor bestuurders, bewindslieden en andere betrokkenen. Om dat te bewerkstelligen zijn passende condities nodig op het vlak van informatievoorziening, organisatie, deskundigheid en competenties van medewerkers en leidinggevenden.

Typerend voor DGBel is de schakelfunctie tussen beleid en uitvoering. Daartoe moet de dg (en de medewerkers van DGBel op zijn gezag) zowel het gesprek kunnen voeren over beleid en (voorgenomen) wetgeving als over de uitvoering daarvan. Over beleidszaken wordt gesproken met de beleidsmakers van het ministerie van Financiën en van de andere departementen. Over uitvoeringszaken wordt gesproken met de eigen uitvoeringsorganisatie en met andere uitvoeringsorganisaties. Die gesprekken zijn verschillend van aard: taal en doel zijn anders naar gelang met beleidsmakers of met uitvoerders wordt gesproken. En terwijl de oriëntatie van de gesprekspartners meestal ‘eendimensionaal’ is (ófwel beleid, ófwel uitvoering) is de oriëntatie van DGBel ‘tweedimensionaal’ (én beleid, én uitvoering). Om die gesprekken goed te kunnen voeren is het belangrijk te investeren in vertrouwen, het begrijpen van het standpunt van de gesprekspartner en het meenemen van de gesprekspartner in de situatie van de Belastingdienst.

Relevant voor het functioneren is dat DGBel actief de verbinding zoekt met het primaire proces en optimaal gebruik maakt van de daar aanwezige kennis en kunde. Op die manier moet DGBel invulling geven aan zijn strategische en beleidsvormende taken. Het adagium is: ‘Medewerkers in de dienst gaan helpen op dossiers en DGBel regisseert op het niveau van koers en strategie’.

Tegen de achtergrond van dat adagium kiezen we voor een scherpe interne en externe taakafbakening en een bijpassend klein DGBel, dat uit vier clusters bestaat: Uitvoeringsbeleid, Fiscaliteit, Bedrijf en IV-Beleid. Elk cluster is werkzaam op het specifieke aandachts- en verantwoordelijkheidsgebied van één van de hoofddirecteuren. Samen ondersteunen de clusters de directeur-generaal bij de uitvoering van zijn taken en het nakomen van zijn verantwoordelijkheden.

Het cluster Uitvoeringsbeleid heeft de volgende taken:

De werkzaamheden van het cluster behoren primair tot het aandachts- en verantwoordelijkheidsgebied van de directeur-generaal.

Het cluster Fiscaliteit heeft de volgende taken:

De werkzaamheden van het cluster behoren primair tot het aandachts- en verantwoordelijkheidsgebied van de hoofddirecteur Fiscaliteit en Juridische Zaken.

Het cluster Bedrijf heeft de volgende taken:

De werkzaamheden van het cluster behoren primair tot het aandachts- en verantwoordelijkheidsgebied van de hoofddirecteur Control en Bedrijfsvoering.

Het cluster IV-beleid heeft de volgende taken:

De werkzaamheden van het cluster behoren primair tot het aandachts- en verantwoordelijkheidsgebied van de hoofddirecteur Informatie Voorziening.

Samenwerking en afstemming

Vaak zullen de onderwerpen die door DGBel worden behandeld, cluster overstijgend zijn, aangezien er vanuit verschillende invalshoeken tegenaan kan (en moet) worden gekeken. Het is zaak dat de clusters daarin de samenwerking weten te vinden. Als hulpmiddel daarbij wordt steeds één van de clusters voor bepaalde werkzaamheden als coördinerend cluster aangewezen. Dat coördinerend cluster borgt de betrokkenheid van andere clusters bij het onderwerp, zodat DGBel integraal adviseert.

Aansturing

De taakgebieden van de clusters vallen samen met de taakgebieden van een aantal leden van het managementteam Belastingdienst. Medewerkers van DGBel functioneren onder de eindverantwoordelijkheid van hun MT-lid op basis van professionele vrijheid en eigen verantwoordelijkheid.

Met het oog op de span of control van de MT-leden is een adjunct directeur toegevoegd. De adjunct directeur assisteert het MT-lid in de uitvoering van zijn/haar taken. De twee hoofdtaken van een adjunct zijn: de verantwoordelijkheid voor de HRM-rol naar de andere medewerkers van het cluster én de verantwoordelijkheid voor de totstandkoming en de inhoud van de producten van het cluster. Deze taken zijn nauw met elkaar verweven want inhoudelijk gezag is onontbeerlijk voor effectieve en overtuigende loopbaanbegeleiding van hoogwaardige beleidsmedewerkers.

Het directoraat-generaal voor Fiscale Zaken bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

Het directoraat-generaal voor Fiscale Zaken:

De directie Algemene Fiscale Politiek (AFP) heeft de volgende hoofdtaken:

De directie AFP is onderverdeeld in de volgende organisatieonderdelen:

De Directie Directe Belastingen (DB) heeft de volgende hoofdtaken:

De directie DB is onderverdeeld in de volgende organisatieonderdelen:

De directie Internationale Zaken en Verbruiksbelastingen (IZV) heeft de volgende hoofdtaken:

De directie IZV is onderverdeeld in de volgende organisatieonderdelen:

Het directoraat-generaal van de Rijksbegroting bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

Het directoraat-generaal van de Rijksbegroting:

De Directie Begrotingszaken (BZ) heeft de volgende hoofdtaken:

De directie Begrotingszaken is onderverdeeld in de volgende organisatieonderdelen:

De Inspectie der Rijksfinanciën (IRF) heeft de volgende hoofdtaken:

De Inspectie der Rijksfinanciën is onderverdeeld in de volgende organisatieonderdelen:

De Generale Thesaurie bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

De Generale Thesaurie:

De directie Financiële Markten (FM) kent de volgende operationele doelstellingen:

De directie FM is onderverdeeld in de volgende organisatieonderdelen:

Het Agentschap van de Generale Thesaurie heeft de volgende hoofdtaken:

Het Agentschap van de Generale Thesaurie is onderverdeeld in de volgende organisatieonderdelen:

De Directie Buitenlandse Financiële Betrekkingen (BFB) heeft de volgende hoofdtaken:

De Directie Buitenlandse Financiële Betrekkingen is onderverdeeld in de volgende organisatieonderdelen:

De Directie Financieringen heeft de volgende doelstellingen:

De directie Financieringen is onderverdeeld in de volgende organisatieonderdelen:

Niet opgenomen.

De toepasselijkheid van het verscherpt toezicht, bedoeld in artikel 11, tweede lid, wordt beoordeeld aan de hand van de hierna genoemde criteria.

Algemene criteria verscherpt toezicht

Wat valt niet onder het verscherpt toezicht?

De personeelsaangelegenheden als bedoeld in artikel 16 zijn:

alsmede