Ministeriële regeling · BWBR0037257
Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg en jeugdhulp
Gehoord de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
Gelet op artikel 2.7 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector, artikel 15 van de Wet toelating zorginstellingen en artikel 8.3.1 van de Jeugdwet;
Besluit:
Deze regeling zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I.SchippersIn deze regeling wordt verstaan onder:
wet: de Wet normering topinkomens;
bijlage: de bijlage bij deze regeling;
rechtspersonen of instellingen voor zorg of jeugdhulp: de rechtspersonen of instellingen, bedoeld in bijlage 1 van de wet onder het opschrift ‘Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport’, onder de nummers 1 tot en met 3, 7, 8 en 14.
Het hoogste toezichthoudende orgaan van een rechtspersoon of instelling voor zorg of jeugdhulp deelt de rechtspersoon of instelling met inachtneming van de bijlage in een klasse in.
Het toezichthoudende orgaan, bedoeld in het eerste lid, legt de onderbouwing van de totaalscore die volgt uit de toepassing van de bijlage, alsmede de daaruit volgende klassenindeling, schriftelijk vast.
De verantwoordelijke vermeldt in het financieel verslaggevingsdocument de totaalscore alsmede de daaruit volgende klassenindeling, bedoeld in het tweede lid.
De bezoldiging voor een topfunctionaris bij een rechtspersoon of instelling voor zorg of jeugdhulp bedraagt voor de klasse waarin de desbetreffende rechtspersoon of instelling is ingedeeld, niet meer dan het in onderstaande tabel opgenomen bedrag.
Klasse | Bezoldigingsmaximum 2026 |
I | € 147.000 |
II | € 178.000 |
III | € 214.000 |
IV | € 241.000 |
V | Het bedrag, genoemd in artikel 2.3, eerste lid, van de wet. |
Een verzoek als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, van de wet om in een andere klasse te worden ingedeeld, wordt door een rechtspersoon of instelling voor zorg of jeugdhulp uiterlijk 16 weken voorafgaand aan de periode waarin de afwijkende klassenindeling moet ingaan ingediend.
Het verzoek is deugdelijk gemotiveerd en bevat in ieder geval:
- a.
een verklaring van het hoogste toezichthoudende orgaan van de rechtspersoon of instelling voor zorg of jeugdhulp, waaruit zijn instemming met het verzoek blijkt;
- b.
een onderbouwing van de benodigde duur van de afwijking.
Een verzoek om op grond van artikel 2.7, vierde lid, van de wet ten aanzien van een topfunctionaris een hogere bezoldiging te mogen overeenkomen dan toegestaan op grond van deze regeling, wordt door een rechtspersoon of instelling voor zorg of jeugdhulp uiterlijk 6 weken voorafgaand aan de periode waarin de hogere bezoldiging moet ingaan ingediend.
Artikel 4, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Wijzigt de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg- en welzijnssector.
De Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 november 2014, kenmerk 688563-129348-MEVA, houdende wijziging van de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg- en welzijnssector in verband met de vaststelling van de bezoldigingsmaxima voor het kalenderjaar 2015 (Stcrt. 2014, 34258) wordt ingetrokken.
De Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg- en welzijnssector wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt, met uitzondering van artikel 5, in werking met ingang van 1 januari 2016.
Artikel 5 treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst.
Artikel 5, onderdeel A, werkt terug tot en met 1 januari 2015.
Artikel 5, onderdeel B, werkt terug tot en met 1 januari 2014.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg en jeugdhulp.
Het toegestane bezoldigingsmaximum wordt vastgesteld op basis van de karakteristieken van een rechtspersoon of instelling (of een groep van rechtspersonen of instellingen) waaraan de topfunctionaris leiding geeft. Het uitgangspunt is dat voor grotere, complexere rechtspersonen of instellingen een zwaarder functieprofiel vereist is dan voor kleinere, eenvoudige rechtspersonen of instellingen. Bij een hogere functiezwaarte is een hogere bezoldiging passend.
Een rechtspersoon of instelling in de zorg of jeugdhulp stelt aan de hand van deze bijlage het totaal aantal bij die rechtspersoon of instelling behorende punten vast door het aantal punten dat de rechtspersoon of de instelling ingevolge de paragrafen 2.1, 2.2, 2.3 en 3 van deze bijlage scoort bij elkaar op te tellen. Het totaal aantal punten wordt volgens de volgende tabel herleid tot de in artikel 3 van deze regeling bedoelde klasse:
Totaal aantal punten | Klasse |
6–7 | I |
8 | II |
9 | III |
10–11 | IV |
12–15 | V |
Indien een rechtspersoon of instelling die zorg of jeugdhulp verleent organisatorisch is verbonden met een of meer andere rechtspersonen of instellingen die zorg of jeugdhulp verlenen, mag voor iedere rechtspersoon of instelling binnen de organisatie die zorg of jeugdhulp verleent een klassenindeling worden toegepast die zou gelden indien alle tot die organisatie behorende, in de zorg of jeugdhulp werkzame rechtspersonen of instellingen gezamenlijk als één rechtspersoon of instelling zouden worden aangemerkt.
De karakteristieken van een rechtspersoon of instelling worden beoordeeld op basis van de situatie in het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de beoordeling plaatsvindt.
Uitgangspunt is dat de complexiteit van de werkzaamheden van de topfunctionarissen toeneemt en derhalve dat de maximumbezoldiging hoger mag zijn naarmate het primaire proces1 binnen de rechtspersoon of instelling ingewikkelder is en een hoger opleidingsniveau van het personeel vergt.
Dientengevolge mogen de in de linkerkolom van de hiernavolgende tabel genoemde rechtspersonen of instellingen de daarachter genoemde punten scoren.
Soort rechtspersoon of instelling | Aantal punten |
Academisch of topklinisch ziekenhuis, integraal kankercentrum | 5 |
Algemeen of categoraal ziekenhuis | 5 |
Revalidatiekliniek | 5 |
Zelfstandig behandelcentrum | 4 |
Instelling voor geestelijke gezondheidszorg | 4 |
Keten van eerstelijnsorganisaties | 4 |
Instelling voor huisartsenzorg | 4 |
Huisartsenpost1 | 4 |
Instelling voor mondzorg | 4 |
Instelling die farmaceutische zorg verleent | 4 |
Instelling voor erfelijkheidsadvisering | 4 |
Audiologisch centrum | 4 |
Instelling voor bloedvoorziening | 4 |
Verpleeg- of verzorgingshuis | 3 |
Instelling voor gehandicaptenzorg | 3 |
Instelling/rechtspersoon voor jeugdhulp | 3 |
Trombosedienst | 3 |
Instelling voor verloskundige zorg | 3 |
Instelling voor paramedische zorg | 3 |
Instelling die medische hulpmiddelen verstrekt | 3 |
Instelling voor ziekenvervoer | 3 |
Veilig Thuis-organisatie | 3 |
Instelling voor kraamzorg | 2 |
Instelling voor thuiszorg | 2 |
Instelling voor ADL-assistentie | 2 |
Instelling die verpleegartikelen uitleent | 2 |
1Onder huisartsenpost wordt verstaan het organisatorisch verband waar de huisartsen uit de regio de avond-, nacht- en weekenddiensten verrichten.
Voor rechtspersonen of instellingen die niet in bovenstaande tabel zijn opgenomen, geldt het volgende. Rechtspersonen of instellingen waar voor het primaire proces vooral navolgende werkzaamheden en opleiding nodig zijn, mogen het daarachter genoemde aantal punten scoren:
- −
het toepassen van vakkennis in een concrete situatie, met middelen en aanwijzingen van anderen (opleidingsniveau: middelbaar beroepsonderwijs): 2 punten;
- −
kennis van de theoretische grondslagen en de praktische uitwerking hiervan binnen een breed werkveld; in staat tot verantwoord onderzoek; inzicht in mogelijke problemen met relevante vakgebieden en de omgeving (opleidingsniveau: hoger beroepsonderwijs): 3 punten;
- −
kennis van de wetenschappelijke grondslagen en de praktische uitwerking hiervan binnen een vakgebied; kennis van de samenhang met aanpalende vakgebieden; in staat tot het ontwikkelen van afgeleide of nieuwe theorieën dan wel benaderingswijzen en tot het uitvoeren van wetenschappelijke onderzoeken (opleidingsniveau: academisch onderwijs): 4 punten;
- −
kennis van de wetenschappelijke grondslagen en de praktische uitwerking hiervan binnen een vakgebied; diepgaande kennis van de samenhang met relevante vakgebieden èn de omgeving; het ontwikkelen van afgeleide of nieuwe theorieën dan wel benaderingswijzen en het uitvoeren van wetenschappelijke onderzoeken; de rechtspersoon of instelling past de kennis vanuit meerdere medische disciplines toe (opleidingsniveau: academisch onderwijs): 5 punten.
Indien op een rechtspersoon of instelling meerdere rijen uit de tabel van toepassing zijn en/of indien een rechtspersoon of instelling meerdere primaire processen kent (die niet in de tabel zijn opgenomen), mogen de punten niet bij elkaar worden opgeteld. Hetzelfde geldt uiteraard indien op een rechtspersoon of instelling één rij uit de tabel van toepassing is en deze daarnaast nog één of meerdere primaire processen kent en vice versa. In dergelijke gevallen mag het puntenaantal worden gescoord dat hoort bij de rij of het primaire proces dat het hoogste aantal punten oplevert, mits de zorg, bedoeld in die rij, of dat primaire proces ten minste 20% van de totale omzet uitmaakt.
Uitgangspunt is dat de complexiteit van de werkzaamheden van de topfunctionarissen toeneemt als een rechtspersoon of instelling niet alleen zorg verleent, maar ook geneeskundige vervolgopleidingen verzorgt.
Het betreft dan een rechtspersoon of instelling die geneeskundige vervolgopleidingen verzorgt als bedoeld in onderdeel B, eerste lid, van de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG. Dit zijn vervolgopleidingen tot medisch-specialist, tot huisarts of specialist ouderengeneeskunde, tot gespecialiseerd verpleegkundige en voor medisch ondersteunend personeel. Niet van belang is of de rechtspersoon of instelling voor het verzorgen van geneeskundige vervolgopleidingen een beschikbaarheidbijdrage ontvangt.
In afwijking van paragraaf 1 vindt de beoordeling van het aantal taken plaats op basis van de situatie in de drie kalenderjaren voorafgaande aan het jaar waarin de beoordeling plaatsvindt. Een rechtspersoon of instelling scoort extra punten als deze in ten minste één van de drie kalenderjaren voorafgaande aan het jaar waarin de beoordeling plaatsvindt, geneeskundige vervolgopleidingen heeft verzorgd.
Dientengevolge mogen rechtspersonen of instellingen de in de linkerkolom van onderstaande tabel genoemde werkzaamheden verrichten de daarachter genoemde punten scoren.
Werkzaamheden instelling of rechtspersoon | Punten |
zorg/jeugdhulp | 1 |
zorg/jeugdhulp en verzorgen van geneeskundige vervolgopleidingen als bedoeld in onderdeel B, eerste lid, van de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, in ten minste één van de drie kalenderjaren voorafgaande aan het jaar waarin de beoordeling plaatsvindt | 2 |
Uitgangspunt is dat de complexiteit van de werkzaamheden van de topfunctionarissen toeneemt naarmate het aantal financieringsbronnen toeneemt. Meerdere financieringsbronnen betekent immers doorgaans ook meerdere andere partijen waarmee onderhandeld of gesproken moet worden en meerdere declaratie- en verantwoordingswijzen.
Onder ‘financieringsbron’ wordt verstaan:
- –
financiering door zorgverzekeraars voor op grond van zorgverzekeringen als bedoeld in de Zorgverzekeringswet (Zvw) verleende zorg of diensten;
- –
financiering voor het verlenen van op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) verzekerde zorg of diensten alsmede voor zorg als bedoeld in de Tijdelijke subsidieregeling extramurale behandeling of de Subsidieregeling ADL-assistentie (deze subsidieregelingen vinden hun basis in de Wlz);
- –
financiering door gemeenten voor jeugdhulp als bedoeld in de Jeugdwet;
- –
financiering door gemeenten voor maatschappelijke ondersteuning of andere bij of krachtens de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) bedoelde producten of diensten;
- –
financiering door het Ministerie van Justitie en Veiligheid voor forensische zorg als bedoeld in het Interimbesluit forensische zorg;
- –
financiering door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor onderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet op de expertisecentra, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet overige OCW-subsidies.
Overige financieringsbronnen, zoals bijvoorbeeld een beschikbaarheidbijdrage als bedoeld in de WMG, een subsidie op grond van de op de Wlz gebaseerde Subsidieregelingen ‘voorzetting zorginfrastructuur 2015–2017’ en ‘overgang kapitaallasten 2015–2017’ of een subsidie op grond van de Kaderwet VWS-subsidies tellen derhalve niet mee.
Een en ander leidt tot de volgende puntentelling:
Uitgangspunt is dat de functie van topfunctionaris zwaarder wordt en dat derhalve de maximumbezoldiging mag toenemen naarmate de omzet van de rechtspersoon of instelling hoger is. Een hogere omzet impliceert het hebben van een grotere verantwoordelijkheid en de aansturing van meer medewerkers.
Dientengevolge mogen rechtspersonen en instellingen die de in de linkerkolom van onderstaande tabel genoemde omzet halen de daarachter genoemde punten scoren.
Omzet in euro’s | Punten |
Minder dan 13 mln. | 1 |
13 tot 65 mln. | 2 |
65 tot 195 mln. | 3 |
195 tot 390 mln. | 4 |
390 mln. of meer | 5 |
Onder ‘omzet’ wordt verstaan de som van de bedrijfsopbrengsten in het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de beoordeling plaatsvindt.
Bij huisartsenposten kan de omzet een onvolledig beeld geven van de werkelijke omzet indien de omzet van de aangesloten huisartsen niet is meegerekend. Om die reden kan bij huisartsenposten per aangesloten fte huisarts € 15.000 bij de omzet van een huisartsenpost worden opgeteld.