Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 26 november 2015, kenmerk 871639-144249-MEVA, houdende vaststelling van wijze waarop de bezoldigingsmaxima voor topfunctionarissen bij instellingen op het terrein van de zorg en de jeugdhulp worden vastgesteld (Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg en jeugdhulp)Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg en jeugdhulp De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gehoord de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Gelet op artikel 2.7 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector, artikel 15 van de Wet toelating zorginstellingen en artikel 8.3.1 van de Jeugdwet;

Besluit:

Deze regeling zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I.Schippers

In deze regeling wordt verstaan onder:

De bezoldiging voor een topfunctionaris bij een rechtspersoon of instelling voor zorg of jeugdhulp bedraagt voor de klasse waarin de desbetreffende rechtspersoon of instelling is ingedeeld, niet meer dan het in onderstaande tabel opgenomen bedrag.

Wijzigt de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg- en welzijnssector.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg en jeugdhulp.

Het toegestane bezoldigingsmaximum wordt vastgesteld op basis van de karakteristieken van een rechtspersoon of instelling (of een groep van rechtspersonen of instellingen) waaraan de topfunctionaris leiding geeft. Het uitgangspunt is dat voor grotere, complexere rechtspersonen of instellingen een zwaarder functieprofiel vereist is dan voor kleinere, eenvoudige rechtspersonen of instellingen. Bij een hogere functiezwaarte is een hogere bezoldiging passend.

Een rechtspersoon of instelling in de zorg of jeugdhulp stelt aan de hand van deze bijlage het totaal aantal bij die rechtspersoon of instelling behorende punten vast door het aantal punten dat de rechtspersoon of de instelling ingevolge de paragrafen 2.1, 2.2, 2.3 en 3 van deze bijlage scoort bij elkaar op te tellen. Het totaal aantal punten wordt volgens de volgende tabel herleid tot de in artikel 3 van deze regeling bedoelde klasse:

Indien een rechtspersoon of instelling die zorg of jeugdhulp verleent organisatorisch is verbonden met een of meer andere rechtspersonen of instellingen die zorg of jeugdhulp verlenen, mag voor iedere rechtspersoon of instelling binnen de organisatie die zorg of jeugdhulp verleent een klassenindeling worden toegepast die zou gelden indien alle tot die organisatie behorende, in de zorg of jeugdhulp werkzame rechtspersonen of instellingen gezamenlijk als één rechtspersoon of instelling zouden worden aangemerkt.

De karakteristieken van een rechtspersoon of instelling worden beoordeeld op basis van de situatie in het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de beoordeling plaatsvindt.

Uitgangspunt is dat de complexiteit van de werkzaamheden van de topfunctionarissen toeneemt en derhalve dat de maximumbezoldiging hoger mag zijn naarmate het primaire proces1 binnen de rechtspersoon of instelling ingewikkelder is en een hoger opleidingsniveau van het personeel vergt.

Dientengevolge mogen de in de linkerkolom van de hiernavolgende tabel genoemde rechtspersonen of instellingen de daarachter genoemde punten scoren.

1Onder huisartsenpost wordt verstaan het organisatorisch verband waar de huisartsen uit de regio de avond-, nacht- en weekenddiensten verrichten.

Voor rechtspersonen of instellingen die niet in bovenstaande tabel zijn opgenomen, geldt het volgende. Rechtspersonen of instellingen waar voor het primaire proces vooral navolgende werkzaamheden en opleiding nodig zijn, mogen het daarachter genoemde aantal punten scoren:

Indien op een rechtspersoon of instelling meerdere rijen uit de tabel van toepassing zijn en/of indien een rechtspersoon of instelling meerdere primaire processen kent (die niet in de tabel zijn opgenomen), mogen de punten niet bij elkaar worden opgeteld. Hetzelfde geldt uiteraard indien op een rechtspersoon of instelling één rij uit de tabel van toepassing is en deze daarnaast nog één of meerdere primaire processen kent en vice versa. In dergelijke gevallen mag het puntenaantal worden gescoord dat hoort bij de rij of het primaire proces dat het hoogste aantal punten oplevert, mits de zorg, bedoeld in die rij, of dat primaire proces ten minste 20% van de totale omzet uitmaakt.

Uitgangspunt is dat de complexiteit van de werkzaamheden van de topfunctionarissen toeneemt als een rechtspersoon of instelling niet alleen zorg verleent, maar ook geneeskundige vervolgopleidingen verzorgt.

Het betreft dan een rechtspersoon of instelling die geneeskundige vervolgopleidingen verzorgt als bedoeld in onderdeel B, eerste lid, van de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG. Dit zijn vervolgopleidingen tot medisch-specialist, tot huisarts of specialist ouderengeneeskunde, tot gespecialiseerd verpleegkundige en voor medisch ondersteunend personeel. Niet van belang is of de rechtspersoon of instelling voor het verzorgen van geneeskundige vervolgopleidingen een beschikbaarheidbijdrage ontvangt.

In afwijking van paragraaf 1 vindt de beoordeling van het aantal taken plaats op basis van de situatie in de drie kalenderjaren voorafgaande aan het jaar waarin de beoordeling plaatsvindt. Een rechtspersoon of instelling scoort extra punten als deze in ten minste één van de drie kalenderjaren voorafgaande aan het jaar waarin de beoordeling plaatsvindt, geneeskundige vervolgopleidingen heeft verzorgd.

Dientengevolge mogen rechtspersonen of instellingen de in de linkerkolom van onderstaande tabel genoemde werkzaamheden verrichten de daarachter genoemde punten scoren.

Uitgangspunt is dat de complexiteit van de werkzaamheden van de topfunctionarissen toeneemt naarmate het aantal financieringsbronnen toeneemt. Meerdere financieringsbronnen betekent immers doorgaans ook meerdere andere partijen waarmee onderhandeld of gesproken moet worden en meerdere declaratie- en verantwoordingswijzen.

Onder ‘financieringsbron’ wordt verstaan:

Overige financieringsbronnen, zoals bijvoorbeeld een beschikbaarheidbijdrage als bedoeld in de WMG, een subsidie op grond van de op de Wlz gebaseerde Subsidieregelingen ‘voorzetting zorginfrastructuur 2015–2017’ en ‘overgang kapitaallasten 2015–2017’ of een subsidie op grond van de Kaderwet VWS-subsidies tellen derhalve niet mee.

Een en ander leidt tot de volgende puntentelling:

Uitgangspunt is dat de functie van topfunctionaris zwaarder wordt en dat derhalve de maximumbezoldiging mag toenemen naarmate de omzet van de rechtspersoon of instelling hoger is. Een hogere omzet impliceert het hebben van een grotere verantwoordelijkheid en de aansturing van meer medewerkers.

Dientengevolge mogen rechtspersonen en instellingen die de in de linkerkolom van onderstaande tabel genoemde omzet halen de daarachter genoemde punten scoren.

Onder ‘omzet’ wordt verstaan de som van de bedrijfsopbrengsten in het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de beoordeling plaatsvindt.

Bij huisartsenposten kan de omzet een onvolledig beeld geven van de werkelijke omzet indien de omzet van de aangesloten huisartsen niet is meegerekend. Om die reden kan bij huisartsenposten per aangesloten fte huisarts € 15.000 bij de omzet van een huisartsenpost worden opgeteld.