Beleidsregel · BWBR0037437

Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst

Wijzigingen Officiële bron
Algemene wet inzake rijksbelastingen. Besluit Bestuurlijke Boeten BelastingdienstBesluit Bestuurlijke Boeten BelastingdienstDe Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit betreft een wijziging van het besluit van 19 juni 2015, nr. BLKB2015/571M, Stcrt. 2015, nr. 17778 (Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst) in verband met:

  • het verbeteren van de leesbaarheid van het besluit. Daartoe zijn de volgende passages van overwegend instructieve aard komen te vervallen: paragraaf 15, lid 1, 2 en 5, paragraaf 21, lid 7, 8 en 9, paragraaf 22, lid 5 en 6, paragraaf 22a, lid 4, 5 en 6 (deels), paragraaf 23, lid 7, 8 en 9, paragraaf 24a, lid 5 en 6, paragraaf 25, lid 2 (deels), 3 (deels), 4, 5, 7 en 11, paragraaf 25a, lid 6, paragraaf 26, lid 11, paragraaf 27, lid 7, paragraaf 28, lid 4, paragraaf 28b, lid 6, paragraaf 28c, lid 8, paragraaf 28d, lid 2, paragraaf 28e, lid 3, paragraaf 28f, lid, 2, paragraaf 28g, lid 2 en paragraaf 30, lid 3 (deels);

  • de introductie van een boetebepaling in de Wet Vpb (artikel 29h Wet Vpb) en de wijziging van de bestaande boetebepaling van artikel 11 van de WIB, bij de inwerkingtreding van de wet Overige fiscale maatregelen 2016 (paragrafen 28f en 28h).

  • Het vervallen van het achtste lid van paragraaf 8 – de matigingsinstructie voor losse boetebeschikkingen – houdt verband met een herprioritering in de systeemontwikkeling als gevolg van de uitwerking van de Brede agenda voor de Belastingdienst (Kamerstukken II, vergaderjaar 2015–2015, 31 066, nr. 236).

    Het voorgaande besluit wordt ingetrokken (zie paragraaf 40).

    Den Haag23 december 2015De Staatssecretaris van Financiën,namens deze,J. deBlieckLid van het managementteam Belastingdienst

    De inspecteur kan de boetebeschikking op grond van artikel 65 van de AWR ambtshalve verminderen. Het beleid inzake artikel 65 van de AWR is van overeenkomstige toepassing op boetebeschikkingen.

    De boete- en fraudecoördinator is belast met de beoordeling van (de aanwezigheid van) nieuwe bezwaren, het afnemen van het hoorgesprek als bedoeld in § 12 en het opleggen van de vergrijpboete.

    Indien het aan opzet of grove schuld van belanghebbende is te wijten dat de mededeling als bedoeld in artikel 10c, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 (hierna: UBSW 1956) niet, niet tijdig, dan wel onjuist of onvolledig wordt gedaan, legt de inspecteur een vergrijpboete op (artikel 10c, derde lid, van het UBSW 1956).

    De bepalingen van de § 31a tot en met § 32 zijn van toepassing op de verzuimboete op basis van artikel 40 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB). Op grond van dit artikel kan de inspecteur een verzuimboete opleggen indien de belanghebbende de in artikel 37a van de Wet OB bedoelde lijst niet of niet binnen de termijn heeft ingediend, dan wel een onvolledige of een onjuiste lijst heeft ingediend. De lijst van artikel 37a van de Wet OB wordt in het vervolg aangeduid als de opgaaf ICP, waarbij de afkorting ICP staat voor intracommunautaire prestaties.

    Het besluit van 19 juni 2015, nr. BLKB2015/571M, Stcrt. 2015, nr. 17778 (Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst) wordt ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit.