ZBO-regeling · BWBR0037465

Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2016

Wijzigingen Officiële bron
Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2016Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2016

Inleiding

Uitgangspunt van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) is dat advocaten die rechtsbijstand in de zin van de wet willen verlenen zich daartoe inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand (verder: de Raad). De Raad stelt dan ook als voorwaarde voor het toevoegen van (beginnende) advocaten op basis van Wrb dat een verzoek om inschrijving bij de Raad eerst volledig is behandeld en is ingewilligd.

Het bestuur van de Raad kan op grond van de artikelen 14 en 15 van de Wrb voorwaarden aan de inschrijving verbinden die betrekking hebben op de organisatie van het kantoor waar de rechtsbijstandverlener werkzaam is, de verslaglegging van de advocaat omtrent de door hem/haar verleende bijstand, het minimum en het maximum aantal zaken waarvoor een advocaat jaarlijks kan worden toegevoegd en de deskundigheid van de advocaat op bepaalde rechtsgebieden.

Deze inschrijvingsvoorwaarden van de Raad zijn algemeen verbindende voorschriften, die regels bevatten waarnaar advocaten die zich bij de Raad inschrijven zich behoren te richten. Er bestaan algemene voorwaarden die voor alle ingeschreven advocaten gelden en bijzondere voorschriften voor rechtsbijstand op specifieke rechtsgebieden.

De Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) houdt toezicht op advocaten en heeft Gedragsregels1 en verordeningen vastgesteld waarnaar advocaten zich behoren te richten. Volgens geldende regelgeving is uitvoering van het toezicht op advocaten primair de taak van de Dekens in de verschillende arrondissementen. Daar waar het controle van de naleving van de eigen inschrijvingsvoorwaarden betreft, heeft de Raad een eigenstandige bevoegdheid. De Raad heeft hiervoor maatregelbeleid vastgesteld.2

Kennisneming door advocaten en naleving van de Gedragsregels en verordeningen van de NOvA is van belang. Volgens enkele belangrijke Gedragsregels moet de advocaat er onder meer voor zorgen dat de organisatie en inrichting van zijn kantoor in overeenstemming zijn met de eisen van een goede praktijkuitoefening (Regel 33). Ook behoort een advocaat met zijn cliënt te overleggen of er termen zijn om te trachten door de overheid gesubsidieerde rechtsbijstand te verkrijgen (Regel 24).3 Voorts behoort de advocaat de hem opgedragen zaken zorgvuldig te behandelen (Regel 4). In het kader van het verlenen van rechtsbijstand op basis van de Wrb is daarbij verder van belang dat de advocaat zich richt naar het principe dat het ontvangen van een subsidie voor werkzaamheden met zich meebrengt dat de ontvanger daarvan deze werkzaamheden zo doelmatig mogelijk uitvoert.

De Raad en de dekens hebben in 2011 een informatieprotocol afgesloten waarin afspraken zijn gemaakt omtrent het uitwisselen van informatie teneinde het toezicht op advocaten binnen het stelsel te verbeteren, deze afspraken worden jaarlijks geëvalueerd en zo nodig aangepast.4 Door zich bij de Raad in te schrijven stemt de advocaat met deze afgesproken informatie uitwisseling in en geeft hij daarvoor toestemming aan de Raad.

De Raad heeft in deze voorwaarden afzonderlijke deskundigheidseisen opgenomen voor Strafrecht, Jeugdzaken, Psychiatrisch patiëntenrecht, Vreemdelingenrecht, Asiel- en Vluchtelingenrecht, Internationale kinderontvoering, Personen- en familierecht en Slachtofferzaken. Ook gelden specifieke voorwaarden voor de verlening van rechtsbijstand in het kader van het (jeugd)straf-, vreemdelingen- en psychiatrisch patiëntenpiket.

Naar verwachting zal in 2016 het regime van inschrijvingsvoorwaarden voor bijzondere curatoren vanuit de Raad voor Rechtsbijstand bekend worden gemaakt. Voldoen aan die voorwaarden is dan een voorwaarde om te kunnen worden benoemd en een vergoeding van de Raad voor Rechtsbijstand te ontvangen.

Uitgangspunt is dat gesubsidieerde rechtsbijstand alleen wordt verleend door advocaten die zich daar eerst voor hebben ingeschreven. De Raad kan op grond van art. 16 Wrb uitsluitend in bijzondere gevallen een niet-ingeschreven advocaat toevoegen. Dit is het geval indien een rechtzoekende uitdrukkelijk en gemotiveerd om toevoeging van de niet ingeschreven advocaat verzoekt of indien voor de verlening van rechtsbijstand op een bepaald rechtsgebied onvoldoende advocaten met de desbetreffende specialistische deskundigheid zijn ingeschreven. Het verstrekken van een toevoeging aan een niet-ingeschreven advocaat dient een uitzondering te blijven. Een advocaat die op grond van art. 16 Wrb vaker dan sporadisch een verzoek om toevoeging indient dient zich op grond van de Wrb te laten inschrijven.

In ieder geval zal aan een niet-ingeschreven advocaat geen toevoeging worden verleend indien hij toevoeging verzoekt op een terrein waarop in de door de Raad vastgestelde inschrijvingsvoorwaarden deskundigheidseisen worden gesteld.

Aldus vastgesteld te Utrecht op 7 december 2015P.J.M. van denBiggelaardirecteur stelselJ.Wijkstradirecteur bedrijfsvoering

De advocaat dient desgevraagd aan de Raad, tenzij zijn beroepsgeheim hem dat verbiedt, informatie te verstrekken en verantwoording af te leggen over de afhandeling van zaken. Deze informatieplicht kan ook worden aangewend met betrekking tot de evaluatie van door de Raad gevoerd beleid. Desgevraagd dient de advocaat verslaglegging te doen over de wijze waarop aan de inschrijvingsvoorwaarden is voldaan.

De Raad hanteert ten aanzien van een zevental rechtsgebieden bijzondere deskundigheidsvereisten. Het betreft hier rechtsgebieden die ofwel specialistische kennis vereisen, ofwel vereisen dat de advocaat zich verdiept in en beperkt tot een aantal samenhangende rechtsgebieden. De inschrijving op deze rechtsgebieden moet worden aangevraagd door middel van een afzonderlijk formulier. De gestelde vereisten gelden voor de toelating dan wel de voortzetting van de inschrijving. Als de advocaat niet is ingeschreven voor het betreffende rechtsgebied, is het hem niet toegestaan zaken op het betreffende rechtsgebied te behandelen of daarvoor toevoeging te verzoeken.

De Raad toetst steekproefsgewijs of de ingeschreven advocaat heeft voldaan aan de gestelde eisen voor het onderhouden van zijn deskundigheid op bovengenoemde terreinen waarvoor bijzondere voorwaarden gelden.

De Raad verstrekt nadere informatie omtrent de jaarlijks te toetsen specialisatiegebieden via de e-nieuwsbrief.

De Raad heeft met de NOvA afgesproken dat advocaat-stagiaires bij een High Trust kantoor die zich hebben aangemeld voor respectievelijk de minor Strafrecht, het keuzevak regulier Vreemdelingenrecht en keuzevak Asiel- en vluchtelingenrecht van de huidige beroepsopleiding advocaten van de NOvA (beroepsopleiding vanaf september 2013) van de NOvA vanaf de start van het vak onder bepaalde voorwaarden onder begeleiding van een patroon werkzaamheden kunnen verrichten op toevoegingen voor respectievelijk de specialisatie Strafrecht, Vreemdelingenrecht en Asiel- en vluchtelingenrecht. De patroon en de advocaat-stagiaire moeten daarvoor een door de Raad opgestelde verklaring ondertekenen en voor aanvang van de werkzaamheden eenmalig opsturen naar de Raad voor Rechtsbijstand.8

De vereisten voor het verstrekken van toevoegingen in strafzaken zijn:

De vereisten voor de voortgezette inschrijving voor advocaten zijn:

De extra vereisten voor deelname aan het strafpiket zijn:

Voor de toelating tot het strafpiket gelden de bovengenoemde algemene voorwaarden alsmede:

De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen voor jeugdstrafzaken en voor verzoeken voor een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg zijn:

De vereisten voor toevoegingen op het rechtsgebied psychiatrisch patiëntenrecht zijn:

De vereisten voor de voortgezette inschrijving op het rechtsgebied psychiatrisch patiëntenrecht zijn:

De extra vereisten voor deelname aan het psychiatrische patiëntenpiket zijn:

In verband met het noodzakelijke onderhouden van de ervaring wordt waar nodig een wachtlijst voor deelname gehanteerd. Belangstellenden voor toelating tot het psychiatrische patiëntenpiket worden op datum van aanmelding geregistreerd. Nieuwe toelating vindt pas plaats als het aantal zaken per deelnemende rechtsbijstandverlener in een jaar gemiddeld niet onder 15 toevoegingen daalt. Mogelijke toelating wordt door de Raad aangekondigd als het volgen van een cursus, die vereist is voor toelating, mogelijk is. Om zich te laten registreren op de wachtlijst behoeft de rechtsbijstandverlener nog niet aan de gestelde inschrijvingsvereisten te voldoen. Wel moet de rechtsbijstandverlener de stage voltooid hebben.

De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen in vreemdelingenzaken zijn:

In bijlage 1 zijn de Inschrijvingsvoorwaarden voor vreemdelingenrecht, vreemdelingenpiket en vreemdelingenbewaringszaken opgenomen.

De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen in asiel- en vluchtelingenzaken zijn:

In bijlage 2 zijn de Inschrijvingsvoorwaarden voor het Asiel- en vluchtelingenrecht opgenomen.

De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen in kinderontvoeringszaken zijn:

De vereisten voor verstrekking van toevoegingen op het terrein van het personen- en familierecht zijn:

In bijlage 3 zijn de Inschrijvingsvoorwaarden voor het Personen- en Familierecht opgenomen.

De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen op het terrein van rechtsbijstandverlening aan slachtoffers zijn:

Aantoonbaar lid zijn van een van de volgende verenigingen/netwerken:

Leden dienen jaarlijks vijf opleidingspunten op het terrein van het voegen van een civiele vordering van het slachtoffer van een ernstig gewelds- of zedenmisdrijf in het strafproces te behalen. Zowel civielrechtelijke als strafrechtelijke aspecten dienen daarbij aan bod te komen. Opleidingsactiviteiten vanuit de vereniging/het netwerk tellen daarbij mee.

Voor advocaten die geen lid zijn van een van deze verenigingen/netwerk gelden de volgende voorwaarden:

De advocaat ontvangt het op basis van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 verstrekte voorschot persoonlijk en is persoonlijk aansprakelijk voor de onverwijlde terugbetaling c.q. verrekening met de vergoedingen in zaken op basis waarvan het voorschot is berekend, in geval de inschrijving wordt doorgehaald. De advocaat die in loondienst heeft gewerkt, kan zich er niet op beroepen dat voorschotten aan zijn patroon/kantoor zijn uitbetaald.

De advocaat onthoudt zich van gedragingen die met de doelstelling van deze voorwaarden in strijd komen. Zo is het niet toegestaan om toevoegingen aan te vragen ten behoeve van een andere advocaat of rechtsbijstandverlener, bijvoorbeeld voor een niet ingeschreven advocaat of voor een advocaat die niet aan specifieke deskundigheidseisen voldoet of het maximum aantal toevoegingen heeft bereikt. Het is evenmin toegestaan de gevolgen van algehele uitschrijving of uitschrijving van een specifiek rechtsgebied te ontgaan door andere advocaten toevoegingen te laten aanvragen.

De advocaat die wil worden ingeschreven om rechtsbijstand te verlenen op het terrein van het vreemdelingenrecht (niet zijnde asielrechtsbijstand) dient te voldoen aan de algemene inschrijvingsvoorwaarden en bovendien dient hij terzake:

ofwel:

ofwel:

De advocaat dient verder:

De advocaat die voorwaardelijk wil worden ingeschreven om rechtsbijstand te verlenen op het terrein van het vreemdelingenrecht (niet zijnde asielrechtsbijstand) dient terzake:

Indien voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden kan de Raad overgaan tot een voorwaardelijke inschrijving voor een periode van 1 jaar.

Na afloop van de periode van voorwaardelijke inschrijving gaat de Raad uitsluitend tot onvoorwaardelijke inschrijving over indien uit rapportage van de advocaat en diens begeleider is gebleken dat aan de hierboven onder 1 genoemde voorwaarden en de bij de voorwaardelijke inschrijving gestelde voorwaarden wordt voldaan.

De advocaat die wil deelnemen aan het vreemdelingenpiket en/of bewaringszaken wil behandelen op basis van een toevoeging dient terzake:

Om ingeschreven te blijven dient een (voorwaardelijk) ingeschreven advocaat in ieder jaar van inschrijving:

Indien niet aan deze voorwaarden voldaan is, zal de Raad de rechtsbijstandverlener van verdere deelneming aan de (piket)regeling c.q. als deskundige op het terrein uitschrijven. Uitsluiting dan wel uitschrijving geschiedt op basis van artikel 17 lid 2 Wet op de rechtsbijstand.

De Raad heeft op grond van artikel 8 van de Wet op de rechtsbijstand de Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring ingesteld. Deze klachtencommissie adviseert, hetzij naar aanleiding van een klacht, hetzij op eigen initiatief, of op verzoek van de Raad, de Raad over maatregelen te nemen tegen advocaten die rechtsbijstand hebben geboden op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht en het vreemdelingenrecht, vreemdelingenpiket en vreemdelingenbewaring.

In een afzonderlijk reglement zijn de werkzaamheden van en de behandeling van klachten door de klachtencommissie geregeld. De ingeschreven advocaat is verplicht zich te onderwerpen aan het genoemde reglement.

De Raad kan – ambtshalve of naar aanleiding van een schriftelijke klacht – een toegelaten advocaat een waarschuwing geven of al dan niet tijdelijk van de verdere verlening van rechtsbijstand op het terrein van het vreemdelingenrecht, vreemdelingenbewaring of het vreemdelingenpiket uitsluiten dan wel andere maatregelen treffen, indien uit concrete feiten of omstandigheden is gebleken van enig handelen of nalaten in strijd met een zorgvuldige en doelmatige rechtsbijstandverlening aan vreemdelingen. Deze maatregelen gaan gepaard met melding aan de Deken en andere betrokkenen. Het advies daartoe wordt aan de Raad uitgebracht door de Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring.

De advocaat die wil worden ingeschreven om rechtsbijstand te verlenen aan asielzoekers dient te voldoen aan de algemene inschrijvingsvoorwaarden en bovendien dient hij terzake:

ofwel:

ofwel:

De advocaat dient verder:

De advocaat die voor het eerste jaar voorwaardelijk wil worden ingeschreven om rechtsbijstand te verlenen aan asielzoekers dient ter zake:

Indien voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden, kan de Raad overgaan tot een voorwaardelijke inschrijving voor een periode van 1 jaar.

De termijn van voorwaardelijke inschrijving kan in bijzondere gevallen worden verlengd met een door de Raad te bepalen termijn.

Voordat de periode van voorwaardelijke inschrijving eindigt, gaat de Raad uitsluitend tot onvoorwaardelijke inschrijving over indien aan de voorwaarden van lid 1 en de bij de voorwaardelijke inschrijving gestelde voorwaarden is voldaan. Voor advocaten die niet deelnemen aan het AC rooster geldt dat zij een verklaring van ‘geen bezwaar’ alsmede de verslaglegging van de begeleiding van de begeleidende advocaat aan de afdeling Inschrijven van de Raad dienen toe te zenden vóór het einde van de voorwaardelijke inschrijving. Indien de stukken niet vóór het einde van het jaar van voorwaardelijke inschrijving zijn ontvangen, zal de voorwaardelijke inschrijving komen te vervallen.

Voor deelname aan het rooster op het AC dient de advocaat terzake:

De Raad kan nadere regels stellen met betrekking tot de voorwaarden tot deelname, begeleiding van nieuwe advocaten, frequentie van deelname, de flexibele inzet, de buitenressortelijke inzet en de beschikbaarheid voor een schaduwrooster.

Indien een advocaat vóór 1 november op enig moment in het kalenderjaar de grens bereikt van 200 eenheden wordt hij van het rooster op het AC verwijderd.

Voor de definitie van het begrip eenheid wordt verwezen naar artikel 5 van de inschrijvingsvoorwaarden.

De advocaat kan door de Raad bij wijze van maatregel van deelneming aan de behandeling van asielzaken en gebruikmaking van de voorzieningen van de Raad op het AC worden uitgesloten. De deelname eindigt eveneens indien de advocaat niet langer aan de voorwaarden voor de verstrekking van toevoegingen op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht voldoet.

Om ingeschreven te blijven dient een (voorwaardelijk) ingeschreven advocaat in ieder jaar van inschrijving:

Indien niet aan deze voorwaarden voldaan is, zal de Raad de rechtsbijstandverlener als deskundige op het terrein uitschrijven voor deze specialisatie. Uitsluiting dan wel uitschrijving geschiedt op basis van artikel 17 lid 2 van de Wet op de rechtsbijstand.

Indien ten gevolge van wijziging of beëindiging van de praktijk overdracht van dossiers in asiel- en vluchtelingenzaken aan een andere rechtsbijstandverlener plaats moet vinden, legt de advocaat de wijze waarop deze overdracht is geregeld ter goedkeuring aan de Raad voor.

De Raad heeft op grond van artikel 8 van de Wet op de rechtsbijstand de Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring (KRAV) ingesteld.

De KRAV adviseert, hetzij naar aanleiding van een klacht, hetzij op eigen initiatief, of op verzoek van de Raad, de Raad over maatregelen te nemen tegen advocaten die rechtsbijstand hebben geboden op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht, het vreemdelingenrecht, vreemdelingenpiket en vreemdelingenbewaring.

In een afzonderlijk reglement zijn de werkzaamheden van en de behandeling van klachten door de klachtencommissie geregeld. De ingeschreven advocaat is verplicht zich te onderwerpen aan het genoemde reglement.

De Raad kan – ambtshalve of naar aanleiding van een schriftelijke klacht – een toegelaten advocaat een waarschuwing geven of al dan niet tijdelijk van de verdere verlening van rechtsbijstand op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht uitsluiten dan wel andere maatregelen treffen, indien uit concrete feiten of omstandigheden is gebleken van enig handelen of nalaten in strijd met een zorgvuldige en doelmatige asiel- en vluchtelingenrechtsbijstandverlening. Deze maatregelen gaan gepaard met melding aan de Deken en andere betrokkenen. Het advies daartoe wordt aan de Raad uitgebracht door de Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring.

De voorwaarden zijn:

De advocaat kan door de Raad bij wijze van maatregel van deelname aan het rooster worden uitgesloten. De deelneming eindigt eveneens indien de advocaat niet langer aan de voorwaarden voor de verstrekking van toevoegingen op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht voldoet.

De roosters voor de AC’s worden per half jaar gemaakt. Uitgangspunt is dat roosters 10 weken voor ingang verzonden worden. Voor de 15e van de maanden maart en september kunnen nieuwe advocaten zich aanmelden. Hierna sluit de termijn en worden nieuwe aanmeldingen in het bestand voor het volgende half jaar gezet. De Raad geeft in de begeleidende brief bij de inventarisatie van roosterwensen voor de komende periode altijd de verwachte productieprognose in de betreffende periode per AC aan.

Reist de advocaat met toestemming van de Raad naar de vreemdeling, dan wordt een vergoeding verstrekt volgens art 24 Besluit vergoedingen rechtsbijstand. Reist de advocaat één maal voor meerdere zaken naar de A.A.-locatie (AC) of met toestemming van de Raad naar een andere locatie waar de vreemdeling verblijft, dan zal slechts één maal een vergoeding volgens genoemd artikel 24 worden verstrekt. De administratie van de Raad in het AC houdt hier een registratie van bij.

(uitgezonderd de ondertoezichtstellingen, voornaams wijzigingen en onder curatele/ bewindstellingen)

De advocaat die voorwaardelijk ingeschreven wil worden op het terrein van het Personen – en familierecht dient te voldoen aan de algemene inschrijvingsvoorwaarden en bovendien aan de volgende specifieke vereisten:

Verder dient de advocaat:

Na voorwaardelijke inschrijving kan de advocaat onvoorwaardelijk worden ingeschreven als hij definitief aan de voorwaarden onder a of b en d. heeft voldaan.

De advocaat dient vanaf het moment van onvoorwaardelijke inschrijving:

Afbakening:

Als het vereiste aantal toevoegingen niet gehaald wordt, kunnen desgewenst in de telling ook zaken die louter betalend zijn gedaan worden betrokken.

Het bleek wenselijk om voor advocaten werkzaam in de personen- en familierechtspraktijk de al bestaande gedragsregels nader uit te werken, waarbij de effectuering hiervan gestimuleerd kan worden door de cliënt te melden dat deze regels gehanteerd worden door bij de opdrachtbevestiging hiervan een uitdraai te verstrekken. Dit laat overigens de gelding van de Gedragsregels en de Verordening op de vakbekwaamheid onverlet.

De NOvA heeft, op grond van de te beschermen onafhankelijke positie van de advocaat, aangegeven voor te staan dat deze gedragscode niet het karakter van een verplichting in de vorm van een inschrijvingsvoorwaarde heeft. De NOvA besluit in het kader van de herziening van de regelgeving, of en welke elementen uit de gedragscode voor personen-en familierecht gecombineerd kunnen worden met de gedragsregels van de NOvA. De Raad zal daar dan rekening mee houden en de noodzaak van een eigen code heroverwegen.

Gedragscode voor advocaten in het personen- en familierecht

Toelichting

De rechtspraak wil in het kader van effectieve(re) rechtspraak meer samenhang aanbrengen in de behandeling en afdoening van jeugdstrafzaken en civiele jeugdzaken.

Daartoe worden onder meer binnen de rechtbanken jeugdteams geformeerd en vaker combi-zittingen georganiseerd. Het komt steeds vaker voor dat in het jeugdrecht straf- en civiele aspecten met elkaar samenhangen c.q. naast elkaar spelen.

De Raad voor Rechtsbijstand, de NOvA en de rechtspraak achten het van groot belang dat de rechtsbijstand in zaken waarin minderjarigen zijn betrokken, wordt verleend door advocaten die voldoende kennis en ervaring in beide rechtsgebieden hebben. Het gaat hierbij specifiek om jeugdstrafzaken en machtigingen uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.

Teneinde een minimum kwaliteitsniveau te waarborgen heeft de Raad voor Rechtsbijstand na overleg met de NOvA en de rechtspraak na te noemen criteria vastgesteld, waaraan een advocaat dient te voldoen om door de rechtbank te kunnen worden toegevoegd in jeugdstrafzaken dan wel uithuisplaatsingen in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. De na te noemen criteria gelden tevens voor de toelating op een jeugdstrafpiketplanning.

Een toe te laten advocaat moet minimaal drie jaar relevante beroepservaring hebben en de beroepsopleiding advocatuur oude stijl van de NOvA of leerjaar 1 van de huidige beroepsopleiding advocaten van de NOvA (beroepsopleiding vanaf september 2013), met minor of major strafrecht met goed gevolg afgerond hebben.

Onder relevante beroepservaring wordt verstaan: drie jaar werkervaring als beëdigd advocaat. Een kortere werkervaring als advocaat volstaat, mits die gecombineerd wordt met relevante werkervaring elders. Bijvoorbeeld in een beroep bij het Openbaar Ministerie, de Rechterlijke Macht, de Politie of Jeugdzorg.

Advocaten die voor het begin van hun advocatenstage elders in een relevante werkkring hebben gewerkt, kunnen dus na voltooiing van de beroepsopleiding Oude Stijl of leerjaar 1 van de huidige beroepsopleiding advocaten van de NOvA (beroepsopleiding vanaf september 2013)instromen wanneer zij, gecombineerd met andere relevante werkervaring, aan de driejaars-eis hebben voldaan. Zij moeten uiteraard ook de overige voorwaarden (opleidingsvereisten, meelopen) hebben nageleefd.

Een eenmaal ingeschreven advocaat is overigens niet verplicht om ook aan de jeugdstrafpiketplanning deel te gaan nemen.

De landelijke lijst met advocaten wordt beheerd door de Raad voor Rechtsbijstand; de Raad voor Rechtsbijstand zal de rechtbanken periodiek een actuele lijst doen toekomen.

Om ingeschreven te kunnen worden, dienen advocaten aan de volgende criteria te voldoen:

Voorwaarden voor de voortzetting van inschrijving: