Wet · BWBR0037645

Wet op de jeugdverblijven

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 10 februari 2016 tot vaststelling van bepalingen op het gebied van jeugdverblijven (Wet op de jeugdverblijven)Wet op de jeugdverblijvenWij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen aan jeugdverblijven teneinde voor de aldaar verblijvende minderjarigen hun veiligheid, hun ongestoorde ontwikkeling en het pedagogische klimaat te bevorderen;

Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Wassenaar10 februari 2016Willem-AlexanderDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. vanRijnDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F.Asscherde drieëntwintigste februari 2016De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van derSteur

De houder doet van het in stand houden van een jeugdverblijf onverwijld eenmalig mededeling aan het college.

De toezichthouder brengt ten minste eenmaal per jaar een bezoek aan het jeugdverblijf.

Wijzigt de Gemeentewet.

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zenden binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet op de jeugdverblijven.