Wijzigingen Officiële bron
Regeling structurele aanlevering gegevens Zorgverzekeringswet 2016Regeling structurele aanlevering gegevens Zorgverzekeringswet 2016De Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland,

gelet op de artikelen 89 en 90 van de Zorgverzekeringswet;

na overleg met de Nederlandse Zorgautoriteit;

heeft in zijn vergadering van 12 april 2016 besloten:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2016.

Voorzitter Raad van BestuurA.Moerkamp

In deze regeling wordt verstaan onder:

De zorgverzekeraar levert de in het onderstaande schema bedoelde gegevens uiterlijk op de genoemde datum in 2016 aan. Voor de gegevens 4e kwartaalstaat is de aanleverdatum overeenkomstig onderstaand schema in 2017. De zorgverzekeraar dient de gegevens juist en volledig in bij het Zorginstituut onderscheidenlijk de NZa, met inachtneming van de formats en record lay-outs, bedoeld in bijlagen 1 tot en met 8 van deze Regeling.

Kostenverzamelstaat

vervolg

Kosten naar deelbedragen

Verzekerdenstand naar leeftijd en geslacht

Verzekerdenstand naar nominale premie

In de eerste kolom verantwoordt de zorgverzekeraar:

In de tweede kolom verantwoordt de zorgverzekeraar:

Het verschil tussen kolom 1 en kolom 2 betreft dus de balanspost over het hele jaar.

In de derde kolom verantwoordt de zorgverzekeraar:

In de vierde kolom verantwoordt de zorgverzekeraar:

Het verschil tussen kolom 3 en kolom 4 betreft dus de balanspost jaar 2015.

In de vijfde kolom verantwoordt de zorgverzekeraar:

In de zesde kolom verantwoordt de zorgverzekeraar:

Het verschil tussen kolom 5 en kolom 6 betreft dus de balanspost 2014 en ouder.

Voor de verrekeningen met regionale ambulancevoorzieningen, huisartsenlaboratoria en trombosediensten geldt dat de zorgverzekeraar de informatie over deze verrekeningen van de NZa zelf verwerkt in de kwartaal- en jaarstaten bij de betreffende codenummers. De verantwoording vindt plaats bij de kosten over het jaar waarin de zorgverzekeraar de bedragen voorlopig dan wel definitief verrekent met de zorgaanbieder, en niet bij de kosten van het jaar waar de verrekening betrekking op heeft. Voor zover mogelijk houdt de zorgverzekeraar in de kwartaalstaten in de balanspost rekening met de meest actuele inschatting van de verrekeningen die in het betreffende jaar zullen plaatsvinden.

Kostenverzamelstaat

vervolg

Kosten naar deelbedragen

Specificatie rubriek 06 medische specialistische zorg

overig

Specificatie rubriek 10 Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

Specificatie rubriek 13 Overige kosten

Specificaties rubriek 15 Grensoverschrijdende zorg

Specificatie rubriek 16 Kwaliteitsgelden

Specificatie berekende nominale rekenpremie gedetineerden

Specificaties afrekeningen met het buitenland

vervolg

Het is niet toegestaan dat de zorgverzekeraar bij de lasten inclusief balanspost in de jaarstaat aansluit op de jaarrekening, als de afsluitdatum van de jaarrekening eerder is dan die van de jaarstaat waardoor de ramingen in de jaarstaat niet meer actueel zijn.

In de eerste kolom verantwoordt de zorgverzekeraar:

In de tweede kolom verantwoordt de zorgverzekeraar:

Het verschil tussen kolom 1 en kolom 2 betreft dus de balanspost.

In de derde kolom verantwoordt de zorgverzekeraar:

In de vierde kolom verantwoordt de zorgverzekeraar:

Het verschil tussen kolom 3 en kolom 4 betreft dus de balanspost.

In de vijfde kolom verantwoordt de zorgverzekeraar:

Kolom 5 bevat geen balanspost.

In de verantwoording van kosten in de kwartaal- en jaarstaten houdt de zorgverzekeraar geen rekening met (inschattingen van) de nog resterende opbrengstverrekeningen via de NZa op basis van vaste bedragen tussen de volgende instellingen en zorgverzekeraars:

Het Zorginstituut voert namelijk op basis van informatie van de NZa correcties uit op de schadelastbedragen in de jaarstaat bij de vaststelling van de vereveningsbijdrage. Dit gebeurt bij het jaar waar de opbrengstverrekening betrekking op heeft.

Voor nieuwe verrekeningen met regionale ambulancevoorzieningen, huisartsenlaboratoria en trombosediensten geldt dat de zorgverzekeraar de informatie over deze verrekeningen van de NZa zelf verwerkt in de kwartaal- en jaarstaten bij de betreffende codenummers. De verantwoording vindt plaats bij de kosten over het jaar waarin de zorgverzekeraar de bedragen voorlopig dan wel definitief verrekent met de zorgaanbieder, en niet bij de kosten van het jaar waar de verrekening betrekking op heeft.

Specificaties rubriek 01 Huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg

Specificaties rubriek 03 Verpleging en verzorging

Specificaties rubriek 04 Mondzorg

vervolg

Specificaties rubriek 06 Medisch specialistische zorg

vervolg

Specificaties rubriek 10 Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

vervolg

Specificaties rubriek 13 Overige kosten

Specificaties rubriek 15 Grensoverschrijdende zorg

Specificaties Wanbetalers

Contractinformatie

vervolg

vervolg

contracteninformatie medisch specialistische zorg per instelling

Bij de opgave contractinformatie per rubriek en bij de opgave contractinformatie medisch specialistische zorg per instelling, hanteert het Zorginstituut de volgende definities van de verschillende contractvormen:

Bij de betreffende contractvorm geeft de zorgverzekeraar de schade op zoals hij die verwacht voor het betreffende jaar, op basis van de gemaakte afspraken en aanvullende inzichten.

Bij de opgave contractinformatie medisch specialistische zorg per instelling geeft de zorgverzekeraar een specificatie per instelling van de opgave contractinformatie medisch specialistische zorg in de kwartaalstaat. Beide opgaven betreffen dezelfde zorgaanbieders. De zorgverzekeraar geeft de AGBcode op van de zorgaanbieder waarmee het contract is gesloten. Als een contract betrekking heeft op meerdere AGBcodes, dan neemt de zorgverzekeraar een apart detailrecord op met dezelfde gegevens per contract en tevens hetzelfde contractnummer.

Specificaties rubriek 01 Huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg

vervolg

Specificatie rubriek 02 Farmaceutische zorg

vervolg

Specificaties rubriek 03 Verpleging en Verzorging

Specificaties rubriek 04 Mondzorg

vervolg

Specificatie rubriek 05 Verloskundige zorg

Specificaties rubriek 06 Medisch specialistische zorg

vervolg

vervolg

vervolg

Specificaties rubriek 07 Paramedische zorg

vervolg

Specificatie rubriek 08 Hulpmiddelen

Specificaties rubriek 09 Ziekenvervoer

Specificaties rubriek 10 Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

vervolg

Specificatie rubriek 11 Geriatrische revalidatiezorg

Specificatie rubriek 12 Kraamzorg

Specificaties rubriek 13 Overige kosten

Vervolg

Specificaties rubriek 15 Grensoverschrijdende zorg

Verzekerde periode en persoonskenmerken 2015

Vervolg Verzekerde periode en persoonskenmerken 2015

Persoonskenmerken 2016

Vervolg Persoonskenmerken 2016

Farmaciegegevens 2015

Vervolg Farmacie gegevens 2015

DBC’s somatisch 2014

Vervolg DBC’s somatisch 2014

DBC’s GGZ 2013

Vervolg DBC’s GGZ 2013

DBC’s GGZ 2014

Vervolg DBC’s GGZ 2014

Kosten per verzekerde 2012

Vervolg Kosten per verzekerde 2012

Kosten per verzekerde 2013

Vervolg Kosten per verzekerde 2013

Kosten per verzekerde 2014

Vervolg Kosten per verzekerde 2014

Hulpmiddelengegevens 2015

Vervolg Hulpmiddelengegevens 2015

Add-on geneesmiddelen 2014

Vervolg Add-ons geneesmiddelen 2014

In de bestanden Farmaciegegevens 2015, DBC-gegevens somatisch geopend in 2014, DBC-gegevens GGZ geopend in 2013 en 2014, Hulpmiddelengegevens 2015, Add-ons geneesmiddelen 2014 en Kosten per verzekerde 2014 betrekt de zorgverzekeraar alle op verzekerdenniveau ontvangen declaraties, die hij gegeven de aanleverdatum van het bestand kan meenemen. De zorgverzekeraar neemt geen raming op van nog te ontvangen declaraties.

In het bestand Kosten per verzekerde 2012 betrekt de zorgverzekeraar de tot en met 31 december 2014 ontvangen declaraties op verzekerdenniveau en in het bestand Kosten per verzekerde 2013 de tot en met 31 december 2015 ontvangen declaraties.

In het definitieve bestand Kosten per verzekerde heeft de zorgverzekeraar de verrekeningen verwerkt tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder als gevolg van overeengekomen lumpsumfinanciering dan wel het overeengekomen plafondbedrag.

In het definitieve bestand Kosten per verzekerde verwerkt de zorgverzekeraar de verrekeningen met long-/astma-instellingen, epilepsiecentra, het Beatrixoord, geneeskundige GGZ-instellingen, regionale ambulancevoorzieningen, huisartsenlaboratoria en trombosediensten bij de kosten van het jaar waar de verrekening betrekking op heeft. Voor de volgende instellingen stelt de NZa verrekentarieven beschikbaar:

Voor de verrekeningen met huisartsenlaboratoria en trombosediensten over 2012 en 2013, geneeskundige GGZ-instellingen over 2013 en regionale ambulancevoorzieningen over 2014 en verder, geldt dat de zorgverzekeraar zelf de kosten per verzekerde per zorgaanbieder corrigeert op basis van de informatie van de NZa over de verrekenbedragen per zorgaanbieder per zorgverzekeraar.

In het bestand Kosten per verzekerde 2012 neemt de zorgverzekeraar de volgende kosten niet mee: vaste kosten ziekenhuisverpleging en kosten van ondersteuning eerstelijnszorg zoals verantwoord bij rubriek 16 in de jaarstaat.

De zorgverzekeraar neemt in het bestand Kosten per verzekerde 2012 voor het eerst kosten buitenland via Zorginstituut Nederland op. Het betreft de door de zorgverzekeraar goedgekeurde declaraties van kosten met transactiejaar 2012 die de zorgverzekeraar vanaf 1 januari 2013 van het Zorginstituut ter goedkeuring heeft ontvangen. Declaraties 2012 ontvangen voor 1 januari 2013 neemt de zorgverzekeraar niet mee.

In het bestand Kosten per verzekerde 2013 neemt de zorgverzekeraar de volgende kosten niet mee: vaste zorgkosten en kosten van kwaliteitsgelden zoals verantwoord bij rubriek 16 in de jaarstaat.

Als kosten buitenland via Zorginstituut Nederland neemt de zorgverzekeraar mee de door hem goedgekeurde declaraties van kosten met transactiejaar 2013.

Format Opgave verzekerden zonder BSN en verzekerden zonder geverifieerd BSN 2015

De zorgverzekeraar ontvangt in beginsel uitsluitend een vereveningsbijdrage voor verzekerden met een geverifieerd BSN, die zijn opgenomen in het bestand Verzekerde periode en persoonskenmerken mét BSN over het vereveningsjaar T, aanleverdatum 1 juni T+1. De zorgverzekeraar moet zich inspannen om het BSN van een verzekerde tijdig te verkrijgen en te verifiëren zodat verzekerden volledig in de risicoverevening kunnen worden betrokken.

In theorie kunnen zich twee ‘problemen’ voordoen waardoor de zorgverzekeraar geen bijdrage ontvangt voor een verzekerde, namelijk als er bij aanlevering van het bestand Verzekerd periode en persoonskenmerken voor de betreffende verzekerde, die in jaar T verzekerd was

Nadat de zorgverzekeraar de verzekeringsplicht heeft vastgesteld, is de zorgverzekeraar verplicht om een verzekerde zonder (geverifieerd) BSN wél te accepteren. Als er sprake is van een uitzonderingssituatie en is voldaan aan de voorwaarden, dan neemt de zorgverzekeraar de betreffende verzekerde op in het deelbestand ‘Verzekerde periode en persoonskenmerken, verzekerden zonder BSN en verzekerden zonder geverifieerd BSN’ over het vereveningsjaar T, aanleverdatum 1 juni T+1. Die verzekerden betrekt het Zorginstituut alsnog bij de risicoverevening, zij het met een bijdrage die uitsluitend gebaseerd is op de kenmerken leeftijd, geslacht en regio (indien woonachtig in Nederland).

Opname in het bestand is uitsluitend mogelijk nadat de verzekeringsplicht voor de betreffende verzekerde is vastgesteld. Aangezien er geen (geverifieerd) BSN is, vraagt dit extra inspanning van de zorgverzekeraar. Ook de actualiteit van de verzekeringsplicht is van belang. Bijvoorbeeld: een verzekerde die in Nederland werkt en/of woont en gedurende een jaar ingeschreven staat, maar nog steeds geen (geverifieerd) BSN heeft; is er nog wel recht op inschrijving en zo ja, waarom is er nog steeds geen geverifieerd BSN?

Daarnaast moeten de zorgverzekeraars zich extra inspannen om ervoor te zorgen dat de juiste en bij die persoon horende gegevens worden verzameld en geregistreerd en actueel zijn. Dit is ook van belang bij de verificatie, als er wel een BSN is. Uit informatie van de Belastingdienst is gebleken dat de verificatie veelvuldig mislukt, omdat de door de zorgverzekeraar aangeleverde gegevens niet volledig en/of niet juist zijn. Als de verificatie mislukt, dient de zorgverzekeraar tijdig na te gaan of de aangeleverde gegevens juist en volledig waren.

Van de verzekerden die de zorgverzekeraar in het bestand opneemt moeten alle gevraagde gegevens zijn vermeld en moet de motivatie voldoende zijn.

Het is niet toegestaan om in dit bestand pasgeborenen in Nederland op te nemen. De periode na afloop van het verzekeringsjaar tot de aanleverdatum van het bestand over dat jaar is ruim genoeg.

Bij verzekerden zonder BSN zal er in vrijwel alle gevallen sprake zijn van ‘buitenlandsituaties’ of van een bijzondere omstandigheid bij Nederlands ingezetenen. Grofweg (niet limitatief) zijn er de volgende categorieën te onderscheiden waarin er sprake is van verzekeringsplicht en mogelijk geen BSN:

Tijdelijk werknemer in Nederland, woonachtig in het buitenland, is verzekeringsplichtig en verplicht om een BSN aan te vragen. Bij kortdurende dienstverbanden kan het zijn dat een BSN niet tijdig is verkregen of geverifieerd en dat de zorgverzekeraar wel de verzekeringsplicht heeft vastgesteld. Bij een langere inschrijfduur moet de zorgverzekeraar nagaan of de verzekerde nog wel verzekeringsplichtig is: of hij nog in Nederland werkt en/of inmiddels in Nederland woont en zo ja waarom er dan nog steeds geen (geverifieerd) BSN is. Gezinsleden zijn niet verzekeringsplichtig.

In de opgave Hogekostencompensatie neemt de zorgverzekeraar alle kosten geneeskundige GGZ op van verzekerden van 18 jaar en ouder van wie de som van de GGZ-kosten de HKC drempel overschrijdt. De peildatum voor de leeftijd is 30 juni. De zorgverzekeraar neemt geen kosten buitenland via Zorginstituut Nederland mee in de opgave.

De verrekeningen tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder als gevolg van overeengekomen lumpsumfinanciering dan wel het overeengekomen plafondbedrag zijn door de zorgverzekeraar verwerkt in de opgave.

Voor de instructie over de verantwoording van de opbrengstverrekeningen met geneeskundige GGZ-instellingen 2012 en 2013, wordt verwezen naar de instructie hierover in bijlage 5, Kosten per verzekerde.

In de opgave Hogekostencompensatie 2012 betrekt de zorgverzekeraar de tot en met 31 december 2014 ontvangen declaraties op verzekerdenniveau.

In de opgave Hogekostencompensatie 2013 betrekt de zorgverzekeraar de tot en met 31 december 2015 ontvangen declaraties op verzekerdenniveau.

Format Opbrengstverrekening 2013 GGZ

Format Opbrengstverrekening 2014 Regionale ambulancevoorzieningen

In de opgave opbrengstverrekening betrekt de zorgverzekeraar alle op verzekerdenniveau ontvangen declaraties over het betreffende jaar, op basis van de feitelijk gedeclareerde tarieven, die hij gegeven de aanleverdatum van het bestand kan meenemen. De zorgverzekeraar neemt geen raming op van nog te ontvangen declaraties. De kosten GGZ 2013 betreffen alle kosten Zvw per genoemde GGZ-instelling, zoals ook verantwoord bij rubriek 10 in de kwartaal- en jaarstaten. De kosten Ambulancevervoer 2014 betreffen alle kosten Zvw per genoemde regionale ambulancevoorziening, zoals ook verantwoord bij rubriek 09, code 650 in de kwartaal- en jaarstaten.