Wijzigingen Officiële bron
Beoordelingskader 003. Forensische Psychiatrie, Forensische Psychologie en Forensische Orthopedagogiek – Versie 4.0Beoordelingskader 003. Forensische Psychiatrie, Forensische Psychologie en Forensische Orthopedagogiek – Versie 4.0

Rapporterende forensisch deskundigen spelen een cruciale rol in de rechtspraak. Het NRGD ziet het als zijn taak dat belanghebbenden gerechtvaardigd vertrouwen kunnen hebben in de forensische expertise. Dit vertrouwen moet kunnen worden gebaseerd op de aantoonbaar onafhankelijk gewaarborgde kwaliteit van de forensische onderzoeker en diens rapportages aan de hand van (inter)nationale forensisch-specifieke normen.

Het NRGD wordt bestuurd door het College gerechtelijk deskundigen (hierna: College). De kerntaak van het College is te beslissen op de aanvragen tot inschrijving of herinschrijving in het NRGD. Daartoe omlijnt het College allereerst het deskundigheidsgebied. Dit is van belang om de aanvrager, de toetser en de gebruiker van het register (bijvoorbeeld rechter, lid OM en advocaat) te informeren over de activiteiten waarmee een deskundige zich op het desbetreffende deskundigheidsgebied bezighoudt en over die activiteiten die daarbuiten vallen. De omlijning van het deskundigheidsgebied staat in Deel II van dit Beoordelingskader.

Ook stelt het College de maatstaven vast aan de hand waarvan per deskundigheidsgebied wordt beoordeeld of een aanvraag voldoet aan de kwaliteitseisen. De generieke eisen zijn vastgelegd in het Besluit register gerechtelijk deskundigen. Per deskundigheidsgebied worden deze eisen nader uitgewerkt. Deze uitwerking staat in Deel III van dit Beoordelingskader.

Voorts stelt het College de toetsingsprocedure vast. Deze procedure staat beschreven in Deel IV van dit Beoordelingskader.

Het NRGD kent een systeem van periodieke herregistratie. Gerechtelijk deskundigen moeten iedere vijf jaar aantonen dat zij nog steeds aan de op dat moment geldende eisen voldoen. Het Beoordelingskader is dynamisch en wordt verder ontwikkeld om de kwaliteit van deskundigen te bevorderen. Dit Beoordelingskader bevat de op dit moment geldende stand van zaken op het (deel)deskundigheidsgebied.

Het NRGD onderscheidt twee soorten aanvragers: de initiële aanvrager en de heraanvrager. De initiële aanvrager is een rapporteur die op het moment van het indienen van de aanvraag nog niet staat ingeschreven in het NRGD-register voor het deskundigheidsgebied waar de aanvraag op ziet. De heraanvrager is een deskundige die al wel in het NRGD staat ingeschreven voor het deskundigheidsgebied waar de aanvraag op ziet.

Deze twee soorten aanvragers worden voorts als volgt onderverdeeld:

Initiële aanvrager:

Heraanvrager:

De initiële aanvrager is een aanvrager die op het moment van het indienen van de aanvraag niet beschikt over een NRGD-registratie. Dit kan zijn:

Zo is het bij de initiële aanvrager noodzakelijk een duidelijk onderscheid te maken tussen de zelfstandig rapporteur en de rapporteur ‘geen eigen werk’. Een voorbeeld van een rapporteur ‘geen eigen werk’ is de pasopgeleide deskundige. Deze deskundige heeft wel de forensische opleiding (rapporteursopleiding) afgerond, maar is nog niet in staat geweest om het aantal voor de toetsing vereiste rapporten zelfstandig op te stellen omdat deze gedurende de opleiding worden opgesteld onder supervisie van een opleider. Een ander voorbeeld van rapporteur ‘geen eigen werk’ is de rapporteur van wie een eerdere aanvraag is afgewezen en na de afwijzing (gedeeltelijk) onder supervisie is gaan werken.

Het College hanteert het volgende uitgangspunt. Elke aanvrager moet een lijst van zaaksinformatie opstellen. Op deze lijst moet een bepaald aantal zaken staan in een door het College bepaalde periode direct voorafgaand aan de aanvraag. Als op de Lijst van zaaksinformatie één of meer zaken staan vermeld die onder supervisie zijn opgesteld, wordt de aanvrager als een rapporteur ‘geen eigen werk’ gekwalificeerd. Voor wat betreft de eerder afgewezen aanvrager geldt nog een aanvullende eis: de zaaksrapporten die op de Lijst van Zaaksinformatie staan vermeld, moeten zijn opgesteld na de datum van het afwijzend Collegebesluit van de eerdere aanvraag (Beleidskader Aanvraag na Afwijzing).1

Het onderscheid tussen de verschillende soorten heraanvragers is van belang in het kader van de toetsingsprocedure: de stukken die een heraanvrager moet overleggen, de samenstelling van de toetsingsadviescommissie en de toetsingswijze.

Voorliggend beoordelingskader is door het College vastgesteld in overeenstemming met het Besluit register deskundige in strafzaken en de Wet deskundige in strafzaken. Afstemming is gezocht met representatieve vertegenwoordigers uit de verschillende domeinen; de gebruikers (rechters, officieren van justitie en advocatuur) en vakinhoudelijke deskundigen (beroepsorganisaties, belangenverenigingen, deskundigen uit binnen- en buitenland). Ook is het concept van het Beoordelingskader ter openbare consultatie op de website van het NRGD gepubliceerd.

Dit Beoordelingskader is geldig vanaf de datum die op het voorblad staat vermeld. De geldigheid loopt tot het moment van publicatie van een nieuwe versie. In principe vindt jaarlijks een controle op actualiteit plaats. Deze controle kan leiden tot een nieuwe versie. Het streven is om maximaal eenmaal per jaar een nieuwe versie te publiceren.

Alle wijzigingen die in het Beoordelingskader worden aangebracht leiden tot een nieuwe versie. Nieuwere versies van (onderdelen van) het Beoordelingskader worden aangeduid met een hoger versienummer.

Bij redactionele wijzigingen wordt het oude versienummer opgehoogd met 0.1. Redactionele wijzigingen hebben geen inhoudelijke impact. Bij inhoudelijke wijzigingen wordt het versienummer opgehoogd met 1.

De revisiehistorie start met versie 1.0 als eerste formeel goedgekeurde versie. Doorgevoerde inhoudelijke wijzigingen worden in de revisiehistorie kort beschreven (Bijlage C). Hierdoor is altijd te traceren welk Beoordelingskader op enig moment geldig was.

Het NRGD deskundigheidsgebied Forensische Psychiatrie, Forensische Psychologie en Forensische Orthopedagogiek (hierna: FPPO) betreft in hoofdzaak het gedragsdeskundig onderzoek van de persoon van de verdachte.

De onderzoeksvragen binnen dit deskundigheidsgebied worden gesteld in het kader van het strafrecht, waarbij het gaat om kennis van processen van beoordeling, psychopathologie, (mate van) toerekeningsvatbaarheid en risicoanalyse.

Kernvragen die door de geregistreerde psychiater, psycholoog of orthopedagoog beantwoord worden, zijn vragen die betrekking hebben op (verstoringen in) het functioneren van de te onderzoeken persoon (verdachte) ten gevolge van persoonsgebonden kenmerken of als gevolg van interferentie van persoonsgebonden kenmerken en contextuele factoren.

De vraagstelling heeft betrekking op diagnostisch onderzoek van persoonskenmerken van de verdachte en richt zich op de volgende aspecten:

Het NRGD onderscheidt binnen de Forensische Psychiatrie, Forensische Psychologie en Forensische Orthopedagogiek de volgende deelgebieden voor registratie:

003.1 Strafrecht volwassenen – psychiatrie

003.2 Strafrecht volwassenen – psychologie

003.3 Strafrecht jeugdigen – psychiatrie

003.4 Strafrecht jeugdigen – psychologie/orthopedagogiek

Indien zijn expertise zich daartoe uitstrekt, kan een deskundige voor meer dan één deelgebied worden geregistreerd. Het register zal de naam van de desbetreffende deskundige vermelden als een deskundige op één of meer van bovenstaande deelgebieden.

Toelichting:

Het College wijst erop dat de kennis en ervaring die benodigd is voor de categorieën ‘Strafrecht volwassenen’ en ‘Strafrecht jeugdigen’ zodanig uiteen lopen dat het tot de mogelijkheden behoort dat een aanvrager na toetsing voor de ene categorie wel, maar voor de andere categorie niet wordt geregistreerd. Deze categorieën zijn immers aangemerkt als aparte deskundigheidsgebieden. Gedacht wordt hierbij aan verschillen in onderzoeksmethoden, gebruikte testen, diagnostiek, kennis van ontwikkeling(stadia), de betreffende rechtscontext, behandelmogelijkheden en in betrokken ketenpartners. De aanvrager die zich voor beide categorieën wil inschrijven, wordt voor elke categorie apart getoetst. Bij de samenstelling van de toetsingsadviescommissies wordt uiteraard zoveel mogelijk rekening gehouden met het specialisme van de vakinhoudelijke toetsers.

De algemene (her)registratie-eisen zijn hierna in cursief opgenomen met een verwijzing naar het artikel in het Besluit register deskundige in strafzaken (Brdis).

Een deskundige wordt op zijn aanvraag slechts als deskundige in strafzaken in het register ingeschreven wanneer hij naar het oordeel van het College:

(...) beschikt over voldoende kennis van en ervaring binnen het eigen deskundigheidsgebied waarop de aanvraag betrekking heeft.

Toelichting:

Diagnostische vaardigheden in forensische context

Binnen de verschillende beroepsopleidingen worden diagnostische vaardigheden geleerd. Uitgangspunt is dat de rapporteur op dit gebied bekwaam wordt geacht te zijn. Voor de toetsing door het NRGD gaat het nadrukkelijk niet om een herwaardering van de basisvaardigheden van de psychiater, psycholoog of orthopedagoog, maar om de toepassing van die vaardigheden in de forensische context c.q. een toetsing van de forensische deskundigheid van de rapporteur. De onderbouwing van de diagnose in het rapport en de (eventuele) doorwerking van de diagnose in de ten laste gelegde feiten zijn aspecten die de toetsingsadviescommissie bij haar oordeel zal betrekken.

(...) beschikt over voldoende kennis van en ervaring in het desbetreffende rechtsgebied en voldoende bekend is met de positie en de rol van de deskundige daarin.

(...) in staat is de opdrachtgever inzicht te bieden in de vraag of en zo ja, in hoeverre de vraagstelling van de opdrachtgever voldoende helder en onderzoekbaar is om deze vanuit zijn specifieke deskundigheid te kunnen beantwoorden.

(...)

Een aanvrager dient:

Toelichting bij artikelen 12 (2) d, e en f:

Ten aanzien van de bekendheid van de rapporteur met de richtlijnen en best practices merkt het College het volgende op. Gelet op de praktijk is het op dit moment voor de toetsing van de aanvrager door het NRGD geen harde eis dat een rapporteur de te onderzoeken persoon zelf minimaal twee keer gezien moet hebben. De ingezette instrumenten, waaronder de onderzoeksgesprekken met deze persoon, dienen in verhouding te staan tot de te beantwoorden vraagstelling(en).

(...) in staat is zowel schriftelijk als mondeling over de opdracht en elk ander relevant aspect van zijn deskundigheid gemotiveerd, controleerbaar en in voor de opdrachtgever begrijpelijke bewoordingen te rapporteren.

Een aanvrager dient:

Toelichting:

Getoetst wordt of een rapporteur adequate rapporten schrijft, niet of in de rapportage wel of geen gebruik is gemaakt van een format. Formats zijn hulpmiddelen en kunnen daarmee van nut zijn voor de totstandkoming van het rapport.

(...) in staat is een opdracht te voltooien binnen de daarvoor gestelde of afgesproken termijn.

(...) in staat is zijn werkzaamheden als deskundige onafhankelijk, onpartijdig, zorgvuldig, vakbekwaam en integer te verrichten.

Zie de op de website van het NRGD gepubliceerde Gedragscode NRGD die door het College gerechtelijk deskundigen is vastgesteld.

Het College kan een registratie-eis buiten toepassing laten of daarvan afwijken als toepassing tot een zeer onredelijk resultaat zou leiden. De hardheidsclausule kan alleen in bepaalde uitzonderlijke situaties uitkomst bieden. Het ligt op de weg van de aanvrager om zelf feiten en omstandigheden aan te voeren dat in zijn specifieke geval een bepaalde registratie-eis onredelijk is.

Voor alle deskundigheidsgebieden geldt dat de beoordeling plaatsvindt op basis van schriftelijke stukken, waaronder in ieder geval zaaksrapporten en bewijsstukken, in beginsel aangevuld met een mondelinge toetsing. Van deze mondelinge toetsing wordt afgezien indien de deskundigheid van de aanvrager reeds duidelijk is gebleken uit de schriftelijke stukken.

De toetsing geschiedt in beginsel op basis van informatie die de aanvrager heeft verstrekt:

Indien dit in het kader van de toetsing noodzakelijk wordt gevonden, kan een extra zaaksrapport en/of informatie worden opgevraagd.

¹ Bij inschrijving in een register zoals het BIG-register als psychiater dan wel GZ-psycholoog, het NIP-register als KJ Psycholoog NIP of het NVO-register als NVO Orthopedagoog-Generalist volstaat een kopie bewijs van inschrijving waaruit blijkt dat u op het moment van uw aanvraag ingeschreven staat.

² Het wordt aan de aanvrager overgelaten in welke vorm dit bewijs wordt geleverd, bijvoorbeeld in de vorm van een logboek of door middel van certificaten.

Toelichting:

Indien de TAC een aanvraag na eerdere afwijzing moet beoordelen wordt, voor zover mogelijk, een nieuwe TAC samengesteld. Deze TAC krijgt geen inzage in het advies van de eerdere TAC.

¹ Bij inschrijving in een register zoals het BIG-register als psychiater dan wel GZ-psycholoog, het NIP-register als KJ Psycholoog NIP of het NVO-register als NVO Orthopedagoog-Generalist volstaat een kopie bewijs van inschrijving waaruit blijkt dat u op het moment van uw aanvraag ingeschreven staat.

Toelichting:

Indien de TAC een aanvraag na eerdere afwijzing moet beoordelen wordt, voor zover mogelijk, een nieuwe TAC samengesteld. Deze TAC krijgt geen inzage in het advies van de eerdere TAC.

¹ Bij inschrijving in een register zoals het BIG-register als psychiater dan wel GZ-psycholoog, het NIP-register als KJ Psycholoog NIP of het NVO-register als NVO Orthopedagoog-Generalist volstaat een kopie bewijs van inschrijving waaruit blijkt dat u op het moment van uw aanvraag ingeschreven staat.

² Het wordt aan de aanvrager overgelaten in welke vorm dit bewijs wordt geleverd, bijvoorbeeld in de vorm van een logboek of door middel van certificaten.

Toelichting:

Indien de TAC een aanvraag na eerdere afwijzing moet beoordelen wordt, voor zover mogelijk, een nieuwe TAC samengesteld. Deze TAC krijgt geen inzage in het advies van de eerdere TAC.

¹ Bij inschrijving in een register zoals het BIG-register als psychiater dan wel GZ-psycholoog, het NIP-register als KJ Psycholoog NIP of het NVO-register als NVO Orthopedagoog-Generalist volstaat een kopie bewijs van inschrijving waaruit blijkt dat u op het moment van uw aanvraag ingeschreven staat.

² Het wordt aan de aanvrager overgelaten in welke vorm dit bewijs wordt geleverd, bijvoorbeeld in de vorm van een logboek of door middel van certificaten.

Toelichting:

Er wordt, voor zover mogelijk, een nieuwe TAC samengesteld. Deze TAC krijgt geen inzage in het advies van de eerdere TAC.

¹ Bij inschrijving in een register zoals het BIG-register als psychiater dan wel GZ-psycholoog, het NIP-register als KJ Psycholoog NIP of het NVO-register als NVO Orthopedagoog-Generalist volstaat een kopie bewijs van inschrijving waaruit blijkt dat u op het moment van uw aanvraag ingeschreven staat.

² Het wordt aan de aanvrager overgelaten in welke vorm dit bewijs wordt geleverd, bijvoorbeeld in de vorm van een logboek of door middel van certificaten.

Toelichting:

Er wordt, voor zover mogelijk, een nieuwe TAC samengesteld. Deze TAC krijgt inzage in het advies van de eerdere TAC.