Ministeriële regeling · BWBR0038549

Mandaatbesluit BZK 2016

Wijzigingen Officiële bron
Mandaatbesluit BZK 2016Mandaatbesluit BZK 2016De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister voor Wonen en Rijksdienst;

Gelet op de artikelen 10:3, 10:9 en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 22, vierde lid, en 32, vierde lid, van de Comptabiliteitswet 2011;

besluiten

vast te stellen het navolgende Mandaatbesluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,R.H.A.PlasterkDe Minister voor Wonen en RijksdienstS.A.Blok

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

Mandaat wordt niet verleend met betrekking tot:

Mandaat wordt evenmin verleend met betrekking tot stukken bestemd voor:

tenzij het een stuk betreft van louter informatieve of administratieve aard, dan wel het een aangelegenheid betreft van ondergeschikt beleidsmatig of politiek belang.

Aan de secretaris-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die, gelet op het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal, behoren tot het werkterrein van de secretaris-generaal.

Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de secretaris-generaal in ieder geval betrekking op:

De secretaris-generaal verleent ondermandaat bij schriftelijk besluit, met uitzondering van de in artikel 3.4, derde lid, beschreven situatie, na advies van de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving, de directeur Financieel-economische Zaken en de directeur Concernondersteuning.

Aan het diensthoofd wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van het diensthoofd en de onder het diensthoofd ressorterende functionarissen en dienstonderdelen.

Het mandaat van de directeur-generaal Overheidsorganisatie omvat tevens:

Het mandaat van het diensthoofd is niet van toepassing op:

Het diensthoofd verleent ondermandaat bij schriftelijk besluit, met uitzondering van de in artikel 4.7, vierde lid, beschreven situatie, in overeenstemming met de secretaris-generaal en na advies van de directeur Financieel-economische Zaken en de directeur Concernondersteuning.

Aan de directeur wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de directeur en de onder de directeur ressorterende functionarissen en dienstonderdelen.

Het mandaat van de directeur Financieel-economische Zaken omvat tevens:

Het mandaat van de directeur Concernondersteuning omvat tevens:

Het mandaat van de directeur Democratie en Burgerschap omvat tevens de uitvoering van de Wet raadgevend referendum.

De rechtstreeks onder de directeur ressorterende leidinggevenden zijn, voor zover door de directeur met toepassing van artikel 5.8, eerste lid, niet anders is bepaald, ten aanzien van de onder hen ressorterende functionarissen bevoegd tot:

Het mandaat van de directeur Ambtenaar en Organisatie omvat tevens:

Het mandaat van de directeur Inkoop-, Facilitair- en Huisvestingbeleid Rijk omvat tevens:

De uitoefening van een mandaat geschiedt met inachtneming van:

In gevallen waarin dit besluit niet voorziet, beslist de Minister, de secretaris-generaal of het diensthoofd over de doorverlening van zijn mandaat.

Wijziging van dit besluit geschiedt op initiatief van de directeur Concernondersteuning na advies van de directeur Financieel-economische Zaken en de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving.

Het Mandaatbesluit BZK 2012 wordt ingetrokken.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2016.

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit BZK 2016.

Maximumbedragen voor het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven, als bedoeld in de artikelen 4.6, eerste lid, 4.7, zesde lid, 5.7, eerste lid, en 5.8, vijfde lid, van het Mandaatbesluit BZK 2016.

Bedragen zijn per (meerjarige) verplichting, in euro’s en inclusief BTW.

Deze bijlage is niet van toepassing op het Rijksvastgoedbedrijf.