Wijzigingen Officiële bron
Regeling Monitoring experiment persoonsvolgende inkoop 2017Regeling Monitoring experiment persoonsvolgende inkoop 2017

Gelet op artikel 61, 62 en 68 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg),

stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de volgende regeling vast:

De Raad van bestuur van de Nederlandse Zorgautoriteit,M.J.Kaljouwvoorzitter Raad van Bestuur

Deze regeling is van toepassing op deelnemende Wlz-uitvoerders als bedoeld in artikel 3.2 van deze regeling en op deelnemende zorgaanbieders die deelnemen als bedoeld in artikel 3.3 van deze regeling.

Deze regeling heeft tot doel het stellen van regels over de informatie die deelnemende Wlz-uitvoerders en deelnemende zorgaanbieders als genoemd moeten aanleveren ten behoeve van het monitoren en evalueren van het experiment persoonsvolgende inkoop. Deze regels hebben betrekking op de inhoud van de informatie, de manier waarop deze moet worden aangeleverd en de termijnen waarbinnen dat moet.

Deze gegevens worden gebruikt om te bepalen of de beschikbare ruimte voor het experiment toereikend is om de zorg aan de cliënten te bekostigen, om te bepalen of het experiment correct wordt uitgevoerd en voor overige monitoring en evaluatie.

Voor overige begrippen die in deze beleidsregel voorkomen en die niet hierboven worden vermeld, wordt verwezen naar de Beleidsregel definities Wlz.

4.1

De deelnemende Wlz-uitvoerders leveren bij de NZa een overzicht aan van deelnemende zorgaanbieders. Zorgaanbieders die gedurende het jaar toetreden tot het experiment persoonsvolgende inkoop worden eveneens door de deelnemende Wlz-uitvoerder aan de NZa gemeld.

4.2

De deelnemende Wlz-uitvoerders zijn voor het budgetjaar 2017 verplicht maandelijks een opgave te verstrekken van de gedeclareerde zorg in het kader van het experiment persoonsvolgende inkoop. De gedeclareerde declaraties worden per deelnemende zorgaanbieder op prestatieniveau aangeleverd.

4.3

De deelnemende Wlz-uitvoerders zijn verplicht een totaalopgave over het budgetjaar 2017 te verstrekken van de gedeclareerde zorg in het kader van het experiment persoonsvolgende inkoop

4.4

Het staat de NZa vrij om aanvullende of andere informatie uit te vragen in het kader van het experiment.

5.1

Het overzicht van deelnemende zorgaanbieders zoals bedoeld in artikel 4.1 dient vóór 1 november 2016 bij de NZa te worden aangeleverd. Daarna ontvangt de NZa maandelijks op de 15e dag van de maand van de deelnemende Wlz-uitvoerders een aangepaste lijst indien er in de voorafgaande maand nieuwe zorgaanbieders tot het experiment zijn toegetreden.

De opgave is compleet indien deze de volgende onderdelen bevat:

5.2

De opgave zoals bedoeld in artikel 4.2 moet ingediend worden bij de NZa voor de 15e van de opvolgende maand en heeft als peildatum de laatste dag van de maand. De eerste aanlevering geschiedt vóór 15 maart 2017.

De opgave is compleet indien deze de volgende gegevens bevat:

5.3

De opgave als bedoeld in artikel 4.3 dient vóór 15 maart 2018 bij de NZa te worden ingediend. Deze aanlevering heeft als peildatum de laatste dag van de maand februari. De opgave is compleet indien deze de volgende gegevens bevat:

Voor het indienen van de in de artikelen 4 en 5 bedoelde informatie dient gebruik te worden gemaakt van het door de NZa voorgeschreven format.

7.1

Van een gebrekkige aanlevering is sprake indien de in de artikelen 4 en 5 bedoelde informatie onjuist, onvolledig, niet of niet tijdig wordt aangeleverd.

7.2

Van een onjuiste of onvolledige aanlevering is sprake, indien de in artikel 4 en 5 bedoelde informatie weliswaar binnen de geldende indieningstermijnen is verstrekt, maar niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig de eisen die hieraan in deze regeling zijn gesteld. Bij een onjuiste of onvolledige aanlevering stelt de NZa de Wlz-uitvoerder ten minste eenmaal in de gelegenheid – kosteloos en zonder verdere gevolgen – alsnog binnen een nader te stellen termijn over te gaan tot aanlevering van de juiste en volledige informatie.

Indien de in artikel 4 en 5 bedoelde informatie na herhaaldelijk verzoek onjuist of onvolledig is aangeleverd, kan de NZa gebruik maken van de haar toekomende handhavende bevoegdheden zoals genoemd in hoofdstuk 6 van de Wmg. Voor deze gevallen wordt dan een separaat en nader in te vullen handhavingstraject vastgesteld. Daarbij wordt ook bepaald in welk geval welk handhavingsinstrument (zoals aanwijzing, boete, last onder dwangsom) wordt ingezet.

7.3

Van een niet tijdige aanlevering is sprake wanneer na het verstrijken van de geldende indieningstermijnen alsnog een aanlevering van de in artikel 4 en 5 genoemde informatie is ontvangen. Bij de beoordeling of sprake is van een niet tijdige aanlevering, is niet relevant of de informatie onjuist, onvolledig of compleet is.

Indien de in artikel 4 en 5 bedoelde informatie niet of niet tijdig is ontvangen, kan de NZa gebruik maken van de haar toekomende handhavende bevoegdheden zoals genoemd in hoofdstuk 6 van de Wmg.

8.1

De staatssecretaris van VWS stelt in de definitieve kaderbrief de deelkaders voor het experiment vast.

8.2

Indien het deelkader voor het experiment persoonsvolgende inkoop in een experimentregio op basis van de declaraties en de prognoses ontoereikend lijkt te zijn, dan meldt de desbetreffende Wlz-uitvoerder dit direct bij de NZa. Hierbij mag niet worden gewacht tot de maandelijkse informatieverstrekking zoals beschreven in de artikelen 4.2 en 5.2 van deze regeling.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017 en vervalt met ingang van 1 januari 2018. Ingevolge artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) zal deze regeling in de Staatscourant worden geplaatst.

Deze regeling kan worden aangehaald als: ‘Regeling Monitoring experiment persoonsvolgende inkoop 2017.’