Wet · BWBR0038927
Fiscale vereenvoudigingswet 2017
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om fiscale vereenvoudigingen door te voeren ter vermindering van de administratieve lasten van burgers en bedrijven en de uitvoeringskosten van de Belastingdienst alsmede ter vermindering van de regeldruk;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te Wassenaar21 december 2016Willem-AlexanderDe Staatssecretaris van Financiën , E.D.Wiebesde negenentwintigste december 2016De Minister van Veiligheid en Justitie , G.A. van derSteurWijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
Wijzigt de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.
Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Wijzigt de Wet op de dividendbelasting 1965.
Wijzigt de Wet op de omzetbelasting 1968.
Met betrekking tot vergoedingen die opeisbaar zijn geworden vóór 1 januari 2017 maar die op dat tijdstip niet of gedeeltelijk niet zijn ontvangen en ter zake waarvan vóór die datum nog geen recht op teruggaaf vanwege oninbaarheid van de vordering bestond ingevolge de vóór 1 januari 2017 geldende wetgeving, wordt de termijn van één jaar, bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, geacht te zijn aangevangen met ingang van 1 januari 2017. Voorts wordt voor vergoedingen die opeisbaar zijn geworden in het jaar 2015 voor de toepassing van artikel 29, zevende lid, tweede volzin, van laatstgenoemde wet het tijdstip van opeisbaarheid geacht gelegen te zijn op 1 januari 2016.
Wijzigt de Wet op de accijns.
Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.
Met betrekking tot bedragen die opeisbaar zijn geworden vóór 1 januari 2017 maar die op dat tijdstip niet of gedeeltelijk niet zijn ontvangen en ter zake waarvan vóór die datum nog geen recht op teruggaaf vanwege oninbaarheid van de vordering bestond ingevolge de vóór 1 januari 2017 geldende wetgeving, wordt de termijn van één jaar, bedoeld in artikel 92, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag, geacht te zijn aangevangen met ingang van 1 januari 2017.
Treedt op een later tijdstip in werking.
Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Treedt op een later tijdstip in werking.
Wijzigt de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Treedt op een later tijdstip in werking.
Wijzigt de Invorderingswet 1990.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Treedt op een later tijdstip in werking.
Wijzigt de Wet op de huurtoeslag.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Treedt op een later tijdstip in werking.
Wijzigt de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Treedt op een later tijdstip in werking.
Wijzigt de Wet op de zorgtoeslag.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Treedt op een later tijdstip in werking.
Wijzigt de Wet op het kindgebonden budget.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Treedt op een later tijdstip in werking.
Wijzigt de Zorgverzekeringswet.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Treedt op een later tijdstip in werking.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Onder toepassing van artikel 12 van de Wet raadgevend referendum treedt deze wet in werking met ingang van 1 januari 2017.
In afwijking van het eerste lid treedt artikel VIII, onderdelen E en F, in werking met ingang van 1 juli 2017.
In afwijking van het eerste lid treden de artikelen V, XI, XII, XIII, XIV, XV, XVI, XVII, XVIII en XIX in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 12 van de Wet raadgevend referendum.
Deze wet wordt aangehaald als: Fiscale vereenvoudigingswet 2017.