Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregels toetsing eindtermen praktijkopleidingBeleidsregels toetsing eindtermen praktijkopleiding

Voor inschrijving in het accountantsregister van de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) dienen kandidaten op grond van artikel 38 van de Wet op het accountantsberoep (Wab) een opleiding gevolgd te hebben die voldoet aan de in artikel 49, tweede lid, onder a Wab bedoelde eindtermen.

Aan de Commissie Eindtermen Accountantsopleiding (CEA) komt op grond van artikel 49, tweede lid, onder c Wab de bevoegdheid toe om te toetsen of de praktijkopleiding voldoet aan de in artikel 49, eerste lid, onder a Wab bedoelde eindtermen. Hiervoor houdt CEA toezicht op de praktijkopleiding.

De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de verschillende bij de praktijkopleiding betrokken partijen volgen uit de Wab. De NBA heeft de wettelijk taak om zorg te dragen voor de praktijkopleiding (artikel 3, aanhef en lid d Wab). Hiervoor heeft zij middels de ‘Verordening op de praktijkopleidingen’ (hierna Verordening) de Raad voor de Praktijkopleidingen (hierna RPO) ingesteld en deze gemandateerd om zorg te dragen voor de uitvoering en examinering van de praktijkopleiding. Per besluit verleent het bestuur van de NBA de RPO mandaat en volmacht voor het verzorgen van de praktijkopleiding, waaronder ook de bevoegdheid om ondermandaat en substituut volmacht te verlenen.

De RPO verleent ondermandaat en substituut volmacht aan door haar aangewezen stagebureaus, onderwijsinstellingen en andere serviceorganisaties om besluiten te nemen en handelingen te verrichten ter uitvoering van bepaalde bevoegdheden en taken zoals vastgelegd in de Verordening en Nadere Voorschriften op de praktijkopleidingen. Al deze besluiten zijn gepubliceerd in de Staatscourant.

Voor toetsing van de eindtermen van de praktijkopleiding houdt CEA toezicht op de NBA die verantwoordelijk is voor het aanbieden van de praktijkopleiding. Naast de NBA zijn de RPO, stagebureaus, onderwijsinstellingen en andere serviceorganisaties (hierna te noemen aanbieders) middels (onder)mandaat en machtiging van de NBA verantwoordelijk voor het (ten dele) uitvoeren van de praktijkopleiding en daarmee het realiseren van de eindtermen. Binnen de aanbieders zijn er verschillende functionarissen betrokken bij de begeleiding, toetsing en examinering van de trainees of de kwaliteitscontrole en -borging van de praktijkopleiding (hierna te noemen actoren). Indien nodig kan CEA rechtstreeks bij de aanbieders en actoren inlichtingen inwinnen voor het toezicht op de eindtermen van de praktijkopleiding.

Deze beleidsregels zien toe op de wijze waarop CEA invulling geeft aan het toezicht op de eindtermen van de praktijkopleiding. Indien uit de toetsing door CEA blijkt dat de praktijkopleiding niet voldoet aan de eindtermen die gelden voor de praktijkopleiding (artikel 50, vierde lid Wab) kan CEA een aanwijzing geven. Een aanwijzing is erop gericht de geconstateerde tekortkoming te (laten) herstellen. Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat betrokkenen gehouden zijn deze aanwijzing in acht te nemen. Deze wettelijke aanwijzingsbevoegdheid heeft tot doel te waarborgen dat de praktijkopleiding aan de eindtermen voldoet. Voordat CEA overgaat tot het geven van een aanwijzing wordt de NBA tijdig geïnformeerd over het voornemen hiervan.

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

Deze beleidsregels zijn vastgesteld op 15 februari 2017 en zijn van kracht met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant.

Deze beleidsregels liggen ter inzage bij het secretariaat van CEA en zijn beschikbaar via de website van de CEA: www.ceaweb.nl.

Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als Beleidsregels toetsing eindtermen praktijkopleiding.

CEA heeft als wettelijke taak om te toetsen of de praktijkopleiding voldoet aan de eindtermen (artikel 49, tweede lid, onder c Wab). Dit document beschrijft op welke wijze CEA toezicht houdt en toetst of de praktijkopleiding aan de eindtermen voldoet. Hiermee beoogt CEA heldere richtlijnen te geven aan de NBA en om tijdig in te kunnen grijpen indien de borging van de eindtermen in het geding is.

Wanneer uit haar toezicht blijkt dat de praktijkopleiding niet aan de eindtermen voldoet, kan CEA een aanwijzing1 geven ten aanzien van de uitvoering van de praktijkopleiding (artikel 50, vierde lid Wab). Hoe CEA invulling geeft aan deze bevoegdheid staat beschreven in de beleidsregels voor de toetsing van de realisatie van de eindtermen van de praktijkopleiding en het geven van een aanwijzing. In onderstaand document worden dezelfde definities aangehouden als in de beleidsregels. Dit toezichtkader moet dan ook in samenhang worden gelezen met de beleidsregels.

Gefundeerd vertrouwen vormt de basis van het toezicht door CEA. Uitgangspunten voor gefundeerd vertrouwen zijn:

Toezicht op basis van gefundeerd vertrouwen betekent dat de risico’s en bevindingen (uit het verleden) de aard, omvang, inhoud en frequentie van CEA’s toezichtactiviteiten bepalen. De mate waarin de NBA aantoont dat zij ‘in control’ is, op basis van het stelsel van kwaliteitsbeheersing van de praktijkopleiding, en daarmee de kwaliteit en de borging van de eindtermen in de opleiding garandeert, bepaalt de mate van gefundeerd vertrouwen en de intensiteit van het toezicht dat CEA zal uitoefenen. Wanneer CEA op basis van haar bevindingen reden heeft tot zorg kan de intensiteit (mate en frequentie) van haar toezicht worden verhoogd. Indien nodig kan CEA rechtstreeks bij de aanbieders en actoren inlichtingen inwinnen voor het toezicht op de eindtermen van de praktijkopleiding (artikel 50, eerste lid van de Wab).

De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de verschillende bij de praktijkopleiding betrokken partijen volgen uit de wet op het Accountantsberoep (Wab). De Koninklijke Nederlands Beroepsorganisatie van Accountants (hierna NBA) heeft de wettelijke taak om zorg te dragen voor de praktijkopleiding (artikel 3, lid d van de Wab). Ter vervulling van deze taak heeft zij verordeningen en nadere voorschriften vastgesteld voor het zorgdragen voor de praktijkopleiding en het daarbij behorende examen, bedoeld in artikel 47, eerste lid van de Wab. Het bestuur van de NBA heeft in de ‘Verordening op de praktijkopleidingen’ de Raad voor de Praktijkopleidingen (hierna RPO) ingesteld en gemandateerd voor de uitvoering daarvan. De NBA verleent de RPO ook de bevoegdheid om ondermandaat en substituut te verlenen. De RPO heeft van deze bevoegdheid gebruik gemaakt door aan aangewezen stagebureaus, onderwijsinstellingen en andere serviceorganisaties ondermandaat respectievelijk substituut volmacht te verlenen om besluiten te nemen en handelingen te verrichten ter uitvoering van bepaalde bevoegdheden en taken zoals vastgelegd in de Verordening en Nadere Voorschriften op de praktijkopleidingen. Al deze besluiten zijn gepubliceerd in de Staatscourant en op de website van de NBA terug te vinden. CEA ziet de RPO en het geheel van de gemandateerde stagebureaus, onderwijsinstellingen en serviceorganisaties als de aanbieders van de praktijkopleiding. Een overzicht van de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van CEA, de NBA en de aanbieders van de praktijkopleiding is opgenomen in appendix I bij dit toezichtkader. Daarnaast ziet CEA de functionarissen betrokken bij de begeleiding, toetsing en examinering van de trainees of de kwaliteitscontrole en -borging als de actoren.

Het toezichtkader van CEA vormt de leidraad bij de uitvoering van het toezicht op de realisatie van de eindtermen van de praktijkopleiding. In de beleidsregels voor de toetsing van de realisatie van de eindtermen van de praktijkopleiding en het geven van een aanwijzing wordt invulling gegeven aan deze bevoegdheid van CEA. De beleidsregels vormen samen met dit toezichtkader één geheel. Waar nodig werkt CEA bepaalde beleidsregels of criteria in het toezichtkader uit in beleidsrichtlijnen. Beleidsregels, toezichtkader en beleidsrichtlijnen staan gepubliceerd op de website van CEA en zijn ook op te vragen bij CEA.

Gezien de wijze waarop de NBA de praktijkopleiding heeft georganiseerd is de RPO het eerste aanspreekpunt voor CEA. De RPO is primair verantwoordelijk voor de uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding. CEA vertrouwt erop dat de RPO – namens de NBA – alle inlichtingen kan geven die CEA nodig heeft met betrekking tot het realiseren van de eindtermen en met betrekking tot de uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding.

Mochten de inlichtingen van de RPO voor CEA niet toereikend zijn om te toetsen of de praktijkopleiding aan de eindtermen voldoet dan kan CEA (aanvullende) inlichtingen inwinnen bij de aanbieders en/of actoren van de praktijkopleiding.

Op basis van onderstaande criteria vormt CEA een oordeel over de (risico’s bij de) praktijkopleiding en bepaalt zij de aard, omvang, inhoud en intensiteit van haar toezichtactiviteiten. CEA kijkt hierbij primair naar de risicogebieden waarbij het realiseren van de eindtermen mogelijk in het geding kan komen. Per criterium worden uitkomsten geformuleerd die richtinggevend zijn voor hetgeen CEA van de NBA verwacht. Onderstaande uitkomsten zijn niet limitatief.

¹ Onder leiding wordt zowel de leiding van de NBA als ook de leiding van de aanbieders verstaan.

² Een besluit van de NBA dat een opleidingsplaats, stagebureau of andere aanbieder van (delen van) de praktijkopleiding aan de eindtermen voldoet en de kwaliteit, deskundigheid en bekwaamheid heeft om de (oriëntaties van de) praktijkopleiding (deels) uit te voeren.

³ Eindtermen zoals vastgesteld door CEA en gepubliceerd in de Staatscourant.

De basis van CEA’s toezicht is gefundeerd vertrouwen. Goede informatie over de uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding is van belang om de kwaliteit van CEA’s toezicht te waarborgen. Proactieve rapportering van incidenten en de wijze waarop hiermee is omgegaan, is eveneens een randvoorwaarde.

In haar instrumenten voor het inwinnen van inlichtingen maakt CEA onderscheid tussen:

Op basis van haar wettelijke taak om de praktijkopleiding uit te voeren wordt in de beleidsregels en dit toezichtkader primair de NBA als verantwoordelijke voor de praktijkopleiding aangeduid. Aangezien de RPO op grond van mandatering het orgaan is dat namens de NBA de praktijkopleiding verzorgt, vormt de RPO het aanspreekpunt voor het toezicht door CEA. CEA vertrouwt erop dat de RPO alle inlichtingen kan geven die CEA nodig heeft om te toetsen of de praktijkopleiding voldoet aan de eindtermen.

Wanneer de reguliere (periodieke) instrumenten en toezichtactiviteiten niet toereikend zijn om te bepalen of de praktijkopleiding aan de eindtermen voldoet zal CEA de aard, inhoud, omvang en intensiteit van haar toezichtactiviteiten daar op aanpassen. Indien nodig kan CEA ook bij de overige aanbieders en/of de actoren van de praktijkopleiding inlichtingen inwinnen. CEA zal de intensivering van haar toezicht en aanleiding, doel en uitvoering van haar aanvullende toezichtactiviteiten in beginsel vooraf bespreken met de betreffende aanbieders respectievelijk actoren.

CEA sluit haar toezichtcyclus voor de praktijkopleiding aan op de Planning & Control cyclus van de RPO. Deze cyclus noemt CEA de PDCA-cyclus en staat voor Plan Do Check Act en refereert naar de cyclus van de RPO waarin zij de doelstellingen en processen voor de uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding plant, uitvoert, checkt, evalueert en richting de NBA en CEA verantwoordt.

Op basis van ontvangen informatie over de praktijkopleiding stelt CEA jaarlijks een toezichtplan op voor de uitvoering van haar toezicht (ook wel het jaarplan genoemd). De intensiteit (mate en frequentie) van CEA’s toezicht wordt bepaald op basis van de risico’s en bevindingen. Wanneer CEA meer reden heeft tot zorg zal de intensiteit van haar toezicht dus worden verhoogd.

CEA stelt jaarlijks een jaarbericht op waarin zij belanghebbenden informeert over de prioriteiten van haar toezicht en de voor dat jaar geplande toezichtactiviteiten. Ook zal zij jaarlijks op geaggregeerd niveau communiceren over de bevindingen en uitkomsten van haar toezicht in het voorgaand jaar.