Wet · BWBR0039429

Comptabiliteitswet 2016

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 22 maart 2017, houdende regels inzake het beheer, de informatievoorziening, de controle en de verantwoording van de financiën van het Rijk, inzake het beheer van publieke liquide middelen buiten het Rijk en inzake het toezicht op het beheer van publieke liquide middelen en publieke financiële middelen buiten het Rijk (Comptabiliteitswet 2016)Comptabiliteitswet 2016Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is de Comptabiliteitswet 2001 te vervangen door nieuwe wettelijke bepalingen over het beheer, de informatievoorziening, de controle en de verantwoording inzake de financiën van het Rijk, mede ter uitvoering van de artikelen 78 en 105 van de Grondwet, en dat het wenselijk is daarin bepalingen op te nemen over het beheer van publieke liquide middelen buiten het Rijk en over het toezicht op het beheer van publieke liquide middelen en publieke financiële middelen buiten het Rijk;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Wassenaar22 maart 2017Willem-AlexanderDe Minister van Financiën,J.R.V.A.Dijsselbloemde zevende april 2017De Minister van Veiligheid en Justitie,S.A.Blok

Een begroting bestaat uit een begrotingsstaat en een daarbij behorende toelichting.

Het begrotingsjaar is het kalenderjaar.

De begrotingsstaat bestaat uit begrotingsartikelen en bevat per begrotingsartikel de volgende gegevens:

Een begrotingsartikel met de omschrijving Geheim kan in een begrotingsstaat worden opgenomen ten behoeve van uitgaven en ontvangsten waarvoor geldt dat openbaarmaking via de toedeling aan een ander begrotingsartikel niet in het belang van de Staat is.

De begroting van de Koning bevat:

In afwijking van artikel 2.16 kunnen Onze Ministers of de colleges uitgaven en ontvangsten salderen ingeval van:

In afwijking van artikel 2.13, eerste lid, worden het begrotingsbeheer en het financieel beheer van de begroting van Nationale Schuld gevoerd met toepassing van het kasstelsel, met uitzondering van de rente-uitgaven en de rente-ontvangsten die gebaseerd worden op het transactiestelsel.

Onze Minister van Financiën en Onze Minister die het mede aangaat bieden het stabiliteitsprogramma, onderscheidenlijk het nationaal hervormingsprogramma, jaarlijks aan de Kamers der Staten-Generaal aan.

De voorstellen van wet tot vaststelling van de begrotingsstaten voorzien in een bepaling die de inwerkingtreding regelt. Deze bepaling bepaalt de inwerkingtreding op 1 januari van het jaar waarop de begrotingsstaten betrekking hebben.

Onze Ministers, ieder met betrekking tot het beleid waarvoor hij verantwoordelijk is, zenden jaarlijks in december, uiterlijk drie dagen voor aanvang van het reces van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan beide Kamers der Staten-Generaal, een overzicht van majeure wijzigingen in de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten van het begrotingsjaar, die niet zijn opgenomen in de op grond van artikel 2.26 uiterlijk op 1 december in te dienen voorstellen van wet.

Onze Ministers, ieder met betrekking tot de begroting waarvoor hij verantwoordelijk is, stellen na afloop van een begrotingsjaar de slotverschillen op.

Een jaarverslag bestaat in elk geval uit:

De slotverschillen worden per begrotingsstaat bij wet vastgesteld.

Voorstellen, voornemens en toezeggingen bevatten een toelichting waarin wordt ingegaan op:

Onze Ministers en de colleges zijn verantwoordelijk voor de ordelijkheid en controleerbaarheid van het begrotingsbeheer.

Onze Ministers en de colleges zijn verantwoordelijk voor de doelmatigheid, rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid van het financieel beheer.

Onze Ministers en de colleges zijn verantwoordelijk voor de doelmatigheid, rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid van het verwerven, het beheren en het afstoten van materieel.

Financiële begrotingsinformatie voldoet aan:

Voor niet-financiële begrotingsinformatie geldt dat deze:

Voor niet-financiële verantwoordingsinformatie geldt dat deze:

Onze Minister van Financiën stelt regels met betrekking tot de normen die gelden voor het rapporteren van fouten en onzekerheden in de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen, bedoeld in artikel 2.31.

De geldigheid van privaatrechtelijke rechtshandelingen door de Staat wordt niet aangetast, indien de bij of krachtens deze wet gestelde regels niet worden nageleefd, tenzij het betreft het niet naleven van de regels over de bevoegdheid van de handelende personen, gesteld bij of krachtens de artikelen 4.6 en 4.18, aanhef en onderdeel b.

Onze Minister van Financiën deelt Onze Ministers de bedenkingen en bezwaren mee, waartoe de informatie, bedoeld in de artikelen 4.14 en 4.15, hem aanleiding geeft.

Onze Minister van Financiën is belast met:

Indien een subsidie ten laste van de rijksbegroting door middel van voorschotbetalingen wordt verleend, kan Onze Minister die het aangaat in overeenstemming met Onze Minister van Financiën bepalen dat de subsidieontvanger, niet zijnde een natuurlijke persoon, met betrekking tot de voorschotbetalingen gehouden is om te schatkistbankieren.

Onze Minister van Financiën kan nadere regels stellen over het bepaalde in de artikelen 5.1 tot en met 5.8.

Onverminderd het elders bij wet of EU-verordening bepaalde, houdt Onze Minister die het aangaat, toezicht op:

Het toezicht, bedoeld in artikel 6.1, is gericht op:

Indien een administratie of de daarmee samenhangende taken aan een derde worden uitbesteed, dan is Onze Minister die het aangaat bevoegd aan de hand van de administratie bij die derde of degene die de administratie of de taken in opdracht van die derde uitvoert een onderzoek als bedoeld in artikel 6.3, derde lid, te verrichten.

De accountant die op grond van de artikelen 6.3, vijfde lid, inzage in de controledossiers verleent en kopieën hieruit verstrekt, is niet aansprakelijk voor de schade die een derde dientengevolge lijdt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat de accountant gelet op alle feiten en omstandigheden hiertoe in redelijkheid niet had mogen overgaan.

Onverminderd het elders bij wet bepaalde, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over:

Onze Minister van Financiën kan nadere regels stellen over het toezicht, bedoeld in artikel 6.7.

De Algemene Rekenkamer stelt voor haar werkzaamheden een reglement van orde vast. Het reglement wordt in de Staatscourant geplaatst.

De Algemene Rekenkamer onderzoekt de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het gevoerde beleid van het Rijk.

Indien een administratie of de daarmee samenhangende taken aan een derde worden uitbesteed, dan is de Algemene Rekenkamer bevoegd aan de hand van de administratie bij die derde of degene die de administratie of de taken in opdracht van die derde uitvoert een onderzoek als bedoeld in de artikelen 7.12 en 7.16, te verrichten.

De Algemene Rekenkamer kan op verzoek van elk van de Kamers der Staten-Generaal of ieder van Onze Ministers een onderzoek instellen.

Onverminderd het elders bij wet bepaalde, kan de Algemene Rekenkamer een onderzoek verrichten ten aanzien van:

Een onderzoek ten aanzien van openbare lichamen en gemeenschappelijke organen, bedoeld in artikel 7.24, aanhef en onderdeel d, is gericht op:

Een onderzoek ten aanzien van naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen, bedoeld in artikel 7.24, aanhef en onderdelen e en f, is gericht op:

Onverminderd het elders bij wet of EU-verordening bepaalde, kan de Algemene Rekenkamer, voor zover aan de lidstaat van de Europese Unie de verplichting tot het toezicht op en de controle van een subsidie, lening of garantie en het beheer daarvan is opgelegd, onderzoek verrichten bij rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen die direct, indirect of voorwaardelijk een subsidie, lening of garantie ten laste van de EU-begroting hebben ontvangen.

Een onderzoek ten aanzien van rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen, bedoeld in artikel 7.28, is gericht op oordeelsvorming over het toezicht dat door Onze Ministers die het aangaan is gevoerd ter nakoming van de bij of krachtens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de lidstaat opgelegde verplichtingen inzake het financieel beheer van de ontvangen subsidie, lening of garantie, de controle daarvan of het toezicht daarop.

De Algemene Rekenkamer onderzoekt de verklaring, bedoeld in artikel 6.9, inzake de besteding van de Europese middelen in gedeeld beheer door Nederland.

De Algemene Rekenkamer biedt de Staten-Generaal en Ons jaarlijks uiterlijk op 1 april een verslag aan van haar werkzaamheden in het daaraan voorafgaande jaar.

Ten aanzien van een onderzoek naar bijdragen ten laste van de EU-begroting als bedoeld in artikel 7.28, is artikel 7.34, eerste tot en met negende lid, van overeenkomstige toepassing.

De Algemene Rekenkamer verstrekt aan Onze Minister van Financiën, Onze Minister die het aangaat en de Staten-Generaal de mededelingen die zij in het algemeen belang nodig oordeelt.

In afwijking van artikel 7.41, eerste lid, kan de Algemene Rekenkamer door onderzoek verkregen informatie in het rapport verwerken als zij dat nodig oordeelt en de uitzonderingen van de artikelen 5.1 of 5.2 van de Wet open overheid naar haar oordeel niet aan de orde zijn.

Wijzigt de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden.

Wijzigt de Financiële-verhoudingswet.

Wijzigt de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

Wijzigt de Handelsregisterwet 2007.

Wijzigt de Kaderwet adviescolleges.

Wijzigt de Prijzennoodwet.

Wijzigt de Spoorwegwet.

Wijzigt de Tijdelijke wet ambulancezorg.

Wijzigt de Uitvoeringswet EGTS-verordening.

Wijzigt de Waterwet.

Wijzigt de Woningwet.

Wijzigt de Wet BDU verkeer en vervoer.

Wijzigt de Wet dieren.

Wijzigt de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Wijzigt de Wet Fonds economische structuurversterking.

Wijzigt de Wet houdbare overheidsfinanciën.

Wijzigt de Wet Infrastructuurfonds.

Wijzigt de Wet langdurige zorg.

Wijzigt de Wet marktordening gezondheidszorg.

Wijzigt de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector.

Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.

Wijzigt de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.

Wijzigt de Wet op de kansspelen.

Wijzigt de Wet op het LSOP en het politieonderwijs.

Wijzigt de Wet op de parlementaire enquête 2008.

Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie.

Wijzigt de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen.

Wijzigt de Wet stichting administratiekantoor beheer financiële instellingen.

Wijzigt de Wet toezicht accountantsorganisaties.

Wijzigt de Zorgverzekeringswet.

Onze Minister van Financiën zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de effecten van deze wet in de praktijk.

Met de inwerkingtreding van deze wet berusten:

Wijzigt deze wet.

De bevoegdheden waarin deze wet voorziet, kunnen mede worden uitgeoefend in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

De Comptabiliteitswet 2001 wordt ingetrokken.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Deze wet wordt aangehaald als: Comptabiliteitswet 2016.