Wijzigingen Officiële bron
Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum LimburgGemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum LimburgDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht,

Gelet op hoofdstuk I en IX van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

Besluiten:

tot het treffen van de navolgende gemeenschappelijke regeling tot de instelling van een openbaar lichaam dat de archiefbescheiden en collecties beheert die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Limburg en de archiefbewaarplaats van de gemeente Maastricht

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,.......................Burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht d.d. 31 januari 2017.De burgemeester,.......................De secretaris,.......................

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

Aan het bestuur van het Regionaal Historisch Centrum Limburg zijn de navolgende werkzaamheden, taken en bevoegdheden van het college en de Minister overgedragen:

Het algemeen bestuur stelt de regels omtrent de kosten, bedoeld in artikel 19 Archiefwet 1995, vast bij unanimiteit en volgt daarbij zoveel mogelijk de regels die de Minister op grond van artikel 19 Archiefwet 1995 heeft vastgesteld voor het Nationaal Archief.

Het algemeen bestuur verstrekt zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de Minister, de raad van de gemeente en het college de door hen gevraagde inlichtingen.

De Minister en het college kunnen een door hen aangewezen lid van het algemeen bestuur, dat hun vertrouwen niet meer geniet, ontslag verlenen.

Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als één of meer leden van het dagelijks bestuur dit nodig oordelen.

Het dagelijks bestuur stelt regels voor zijn vergaderingen vast.

Het dagelijks bestuur is in ieder geval belast met:

Bij het jaarverslag stelt het algemeen bestuur de definitieve bijdragen van de Minister en de gemeente vast.

De Minister en de gemeente kunnen gezamenlijk nadere regels stellen over het financieel en materieel beheer, over de inrichting van de begroting, het financieel verslag, jaarverslag en aandachtspunten voor de accountantscontrole.

Het overige personeel wordt in dienst genomen, geschorst of ontslagen door het dagelijks bestuur.

Toetreding tot de regeling kan geschieden bij daartoe strekkende besluiten van de Minister en het college, na verkregen toestemming van de raad van de gemeente, alsmede de toe te treden bestuursorganen of rechtspersonen.

Deze regeling kan worden opgeheven bij besluit van de Minister en het college. Het algemeen bestuur stelt een liquidatieplan op dat voorziet in de verplichting van de Minister en van de gemeente om alle rechten en plichten van het openbaar lichaam over de Minister en de gemeente te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.

Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum Limburg.

In deze bijlage zijn de afspraken rond de structurele en incidentele bijdragen van partners aan het Regionaal Historisch Centrum Limburg nader gespecificeerd (art. 16, lid 1).

Er is afgesproken dat de beschikbare exploitatiebudgetten van de afzonderlijke instellingen waaruit het Regionaal Historisch Centrum Limburg ontstaat, zullen worden samengevoegd. Uit deze exploitatiebudgetten zullen de exploitatiekosten van de instelling worden gefinancierd, waarbij de behaalde efficiencyvoordelen zullen worden aangewend voor nieuw beleid ten behoeve van de publieksfunctie.

De jaarlijkse structurele bijdragen van de partners zijn, inclusief huurlasten, als volgt:

De bijdragen van het Rijk en de gemeente Maastricht kunnen met ingang van 2005 jaarlijks worden verhoogd met een nog nader vast te stellen percentage voor loon- en prijscompensatie. De bijdrage vangt aan op het moment dat de Regeling Regionaal Historisch Centrum Limburg in werking treedt. Indien dit niet samenvalt met het begin van een kalenderjaar, wordt de bijdrage naar evenredigheid toegekend met ingang van de eerste dag van de maand, waarin de regeling in werking treedt.

Het Rijk en de gemeenten zullen er voor zorgdragen dat de bovengenoemde bijdragen in hun respectievelijke begrotingen worden opgenomen.

Het Rijk bepaalt met betrekking tot de bovengenoemde bijdrage het volgende:

De gemeente Maastricht bepaalt met betrekking tot de bovengenoemde bijdragen het volgende:

Voor 2004 wordt de structurele bijdrage van € 815.000,– (21,5% van het totaal) verstrekt op basis van het in de gemeentebegroting 2004 opgenomen en geïndexeerde budget. Het budget is opgebouwd uit drie elementen: een algemeen budget van € 746.000,–; een budgetverhoging van € 20.000,–, (dit betreft een aanpassing van het budget van het Centre Ceramique inzake schoonmaak/energie/huur, welke in verhouding wordt doorgegeven aan het GAM); een bedrag van € 49.000,– zijnde een korting inzake het BTW compensatiefonds. Door het Regionaal Historisch Centrum Limburg kan dit budget jaarlijks bij de gemeente Maastricht worden geclaimd.

Naast de structurele bijdragen verstrekken de partners de volgende incidentele bijdragen (alle bedragen op prijspeil 2004):

Behoudsgelden tot en met 2004, ad € 40.000,–, en een vergoeding voor afschrijfkosten tot en met 2007, samenhangend met de eerste inrichting van de Sint Pietersraat in 1994/1995, ad € 118.000,– (in 2008 vallen de afschrijvingskosten weg).

Een eenmalige bijdrage van € 80.000,– voor de verhuizing van archieven en medewerkers van het GAM naar de Sint Pieterstraat (dit bedrag wordt aangepast op de werkelijke kosten)

Het Rijksarchief Limburg heeft een taakstelling opgelegd gekregen van het Rijk om minimaal € 73.000 eigen baten te realiseren. Deze taakstelling houdt verband met de overcapaciteit die in het gebouw aan de Pieterstraat zit. Het budget van het rijk is in het verleden aangepast op de mogelijkheid om deze overcapaciteit te vermarkten. Het is aan het bestuur/directie om in 2004 invulling te geven aan de taakstelling. Dit kan geschieden door verhuur van de depots (de bezettingscijfers geven aan dat er minimaal 5 km depotruimte langdurig verhuurd kan worden), of via het afstoten cq onderverhuren van een deel van het gebouw. Mede in het licht van een toekomstige samenwerking met andere regionale erfgoedpartners zou er een huisvestingsplan opgesteld kunnen worden dat voorziet in het reduceren van de overcapaciteit.

Door de partners worden de volgende vermogensbestanddelen ingebracht:

Een bedrag van € 16.000,– voor voorzieningen en onderhoud met betrekking tot het pand aan de Sint Pieterstraat. Dit met in achtneming van de toelichting op artikel 16 lid 4 van de regeling.

Een bedrag van € 25.000,–, (productiemiddelenfonds van het GAM) en een bedrag van € 14.000,– (het collectiebeheer fonds van het GAM).