Wijzigingen Officiële bron
Bestuursreglement toelatingsprocedure gewasbeschermingsmiddelen en biociden Ctgb 2018, College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biocidenBestuursreglement toelatingsprocedure gewasbeschermingsmiddelen en biociden Ctgb 2018Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden,

Op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, en artikel 10 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Stb.2007, 125);

Gelet op het bepaalde in artikel 4, en artikel 130a van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Stb.2007, 125);

Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 en Verordening (EG) nr. 1107/2009;

Gezien artikel 46 en hoofdstuk IX van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (oud) en artikel 7 van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden en de Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden (oud), zoals deze golden voor de inwerkingtreding van de wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden van 6 november 2013;

Gezien Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

Gezien het Tarievenbesluit van het Ctgb;

besluit de volgende regeling te treffen voor de uitvoering van de aanvraagprocedure voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. Vastgesteld in de vergadering van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden op 24 oktober 2018 (C-318.1.11).

Dit besluit is goedgekeurd bij besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 7 december 2018, met nummer DGAN-PAV/1 8273798.

Ede12 december 2018Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden,Voor deze,De Voorzitter,

Regelingen

Vergunningen

Overig

Indien het Ctgb voornemens is een toelating ambtshalve te wijzigen of in te trekken, als bedoeld in artikel 44 van de Gewasbeschermingsverordening, wordt de zienswijzeprocedure van Afdeling 3.4 van de Awb gevolgd, tenzij naar het gemotiveerde oordeel van het Ctgb de uitkomst van deze procedure niet kan worden afgewacht.

Op de aanvraag tot vrijstelling voor proefdoeleinden als bedoeld in artikel 54 van de Gewasbeschermingsmiddelenverordening zijn artikel 2:1 en artikel 2:2 lid 2 van overeenkomstige toepassing.

Indien het Ctgb voornemens is een toelating ambtshalve te wijzigen of in te trekken, als bedoeld in artikel 48 van de Biocideverordening, wordt de zienswijzeprocedure van Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd, tenzij naar het gemotiveerd oordeel van het Ctgb de uitkomst van deze procedure niet kan worden afgewacht.

Artikel 4:3 is van toepassing.

Indien op een aanvraag tot verlenging van de toelating door het Ctgb geen besluit kan worden genomen voordat de lopende toelating expireert, schort het Ctgb het vervallen van de lopende toelating op als bedoeld in artikel 44 van de Wet (oud), mits de reden van het niet op tijd kunnen beslissen op de aanvraag niet veroorzaakt is door de aanvrager of voor risico behoort te komen van de aanvrager.

Artikel 5:5 en 5:6 zijn niet van toepassing indien het een aanvraag betreft voor een administratieve of mineure wijziging. Na tijdige voldoening van de aanvraagkosten wordt gestart met de toets aan de voorwaarden die zijn gesteld aan honorering van de aanvraag.

Op een ambtshalve wijziging of intrekking ingevolge artikel 68 van de Wet (oud) is artikel 4:1 van overeenkomstige toepassing.

Dit besluit treedt in werking na publicatie in de Staatscourant.

Dit besluit wordt aangehaald als: Bestuursreglement toelatingsprocedure gewasbeschermingsmiddelen en biociden Ctgb 2018.