Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid van 10 december 2018, nr. 2410553/18/DP&O, houdende verlening van ondermandaat en het doorgeven van volmacht en machtiging aan de hoofden van de taakorganisaties van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (Mandaatbesluit hoofden taakorganisaties Ministerie van Justitie en Veiligheid)Mandaatbesluit hoofden taakorganisaties Ministerie van Justitie en VeiligheidDe secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 3, eerste lid, onder b, van het Mandaatbesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid;

Besluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid,S.Riedstra

Van het ingevolge artikel 2 van het Mandaatbesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid aan de secretaris-generaal verleende mandaat wordt ondermandaat verleend ten aanzien van de aangelegenheden die hun dienstonderdeel betreffen aan:

De hoofden van de dienstonderdelen, genoemd in artikel 1 worden aangewezen en volmacht verleend om op te treden als leidinggevende in de zin van paragraaf 1.3 van de CAO Rijk ten aanzien van de onder hun ressorterende ambtenaren.

Als bevoegd om besluiten te nemen op het terrein van de vreemdelingenwetgeving, waaronder ook begrepen de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid en van de Rijkswet op het Nederlanderschap, alsmede daaraan gerelateerde besluiten op grond van de Wet open overheid, de Algemene verordening gegevensbescherming en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, verzoeken om schadevergoeding, en de behandeling van klachten, worden aangewezen de functionarissen, genoemd in kolom 1 van de bijlage bij dit besluit, voor zover het betreft de rechtshandelingen, genoemd in de overige kolommen van die bijlage.

De in artikel 1, onderdeel g, genoemde functionaris kan geen ondermandaat verlenen van de bevoegdheid op grond van artikel 40d van de Penitentiaire Beginselenwet.

Ondermandaten, volmachten en machtigingen verleend door of namens de in artikel 1 genoemde functionarissen blijven van kracht.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 19 oktober 2018.

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit hoofden taakorganisaties Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Daar waar in de kolommen 2, 3 en 4 geen X staat, is de ambtenaar voor die taken niet aangewezen.

Kolom 2 werkveld:

De functionarissen genoemd in kolom 1 zijn bevoegd in overeenstemming met de Vreemdelingenwet 2000 en de overige regelingen en overeenkomsten in relatie tot de vreemdelingenwetgeving besluiten te nemen, stukken af te doen, uitgaande brieven te tekenen voortvloeiend uit hun taak alsmede de Minister en Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie in rechte te vertegenwoordigen en rechtsmiddelen in te stellen ten aanzien van alle aangelegenheden voortvloeiend uit hun taak. Daarbij inbegrepen het nemen van besluiten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur.

Kolom 3 werkveld:

De functionarissen genoemd in kolom 1 zijn bevoegd in overeenstemming met de Wet toelating en uitzetting BES en de overige regelingen en overeenkomsten in relatie tot deze wet besluiten te nemen, stukken af te doen, uitgaande brieven te tekenen voortvloeiend uit hun taak alsmede de Minister en Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie in rechte te vertegenwoordigen en rechtsmiddelen in te stellen ten aanzien van alle aangelegenheden voortvloeiend uit hun taak. Daarbij inbegrepen het nemen van besluiten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur.

Kolom 4 werkveld:

De functionarissen genoemd in kolom 1 zijn bevoegd in overeenstemming met de Rijkswet op het Nederlanderschap en de overige regelingen en overeenkomsten in relatie tot deze wet besluiten te nemen, stukken af te doen, uitgaande brieven te tekenen voortvloeiend uit hun taak alsmede de Minister en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in rechte te vertegenwoordigen en rechtsmiddelen in te stellen ten aanzien van alle aangelegenheden voortvloeiend uit hun taak. Daarbij inbegrepen het nemen van besluiten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur.