Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregels van de Autoriteit Persoonsgegevens van 19 februari 2019 met betrekking tot het bepalen van de hoogte van bestuurlijke boetes (Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2019)Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2019

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft, gelet op de artikelen 4:81 en 5:46, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 83 van de Algemene verordening gegevensbescherming, artikelen 14, derde lid, 17 en 18 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, artikel Z 11a van de Kieswet, artikel 4.1, eerste lid, van de Wet basisregistratie personen, artikel 35c van de Wet politiegegevens, artikelen 27, 39r, 51, 51d en 51h van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en artikel 15.4, vierde en vijfde lid, van de Telecommunicatiewet, besloten om de volgende beleidsregels met betrekking tot het bepalen van de hoogte van bestuurlijke boetes vast te stellen:

Den Haag19 februari 2019Autoriteit Persoonsgegevens,A.WolfsenVoorzitter

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

De Autoriteit Persoonsgegevens bepaalt de hoogte van de boete door het bedrag van de basisboete naar boven (tot ten hoogste het maximum van de bandbreedte van de aan een overtreding gekoppelde boetecategorie) of naar beneden (tot ten laagste het minimum van die bandbreedte) bij te stellen. De basisboete wordt verhoogd of verlaagd afhankelijk van de mate waarin de factoren die zijn genoemd in artikel 7 daartoe aanleiding geven.

Onverminderd de artikelen 3:4 en 5:46 van de Algemene wet bestuursrecht houdt de Autoriteit Persoonsgegevens rekening met de factoren genoemd onder a tot en met k, voor zover in het concrete geval van toepassing:

Bij het vaststellen van de boete houdt de Autoriteit Persoonsgegevens zo nodig rekening met de financiële omstandigheden waarin de overtreder verkeert.

In geval van verminderde of onvoldoende draagkracht van de overtreder kan de Autoriteit

Persoonsgegevens de op te leggen boete verdergaand matigen, indien, na toepassing van artikel 8.1 van de beleidsregels, vaststelling van een boete binnen de boetebandbreedte van de naast lagere categorie naar haar oordeel desalniettemin zou leiden tot een onevenredig hoge boete.

Ingeval van meerdere overtredingen met betrekking tot dezelfde of daarmee verband houdende verwerkingsactiviteiten is de totale boete niet hoger dan het wettelijk boetemaximum van de zwaarste overtreding.

Op overtredingen ten aanzien waarvan de Autoriteit Persoonsgegevens vaststelt dat ze zijn begaan voorafgaand aan het van toepassing worden van de Algemene verordening gegevensbescherming en de inwerkingtreding van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming op 25 mei 2018, wordt ten aanzien van de periode voor dat tijdstip rekening gehouden met de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2016, zoals deze golden voorafgaand aan dat tijdstip.

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin ze worden geplaatst.

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2019.

Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van € 10.000.000 of, voor een onderneming, tot 2% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar, indien dit cijfer hoger is

Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van € 20.000.000 of, voor een onderneming, tot 4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar, indien dit cijfer hoger is

Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van € 900.000

Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van € 830.000

Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van € 83.000