Beleidsregel · BWBR0042854

Compensatieregeling CAF 11

Wijzigingen Officiële bron
Compensatieregeling CAF 11Compensatieregeling CAF 11

Directoraat-generaal Belastingdienst/Corporate dienst Vaktechniek

Besluit van 6 december 2019, nr. 2019-200258, Staatscourant 2019,66172

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit bevat regels voor de verstrekking van een compensatie in het kader van CAF 11.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag6 december 2019De Staatssecretaris van Financiën,namens deze,J. deBlieckhoofddirecteur Fiscale en Juridische Zaken

De Adviescommissie uitvoering toeslagen (hierna: de Adviescommissie) heeft op 14 november 2019 het interimadvies “Omzien in Verwondering” uitgebracht. De aanbevelingen uit dit advies zijn overgenomen. De Adviescommissie stelt een compensatieregeling voor. Voor het toekennen van compensatie aan de ouder die onderdeel uitmaakt van het CAF 11-onderzoek zal in een wettelijke grondslag worden voorzien. Vooruitlopend op deze wettelijke grondslag is goedgekeurd dat de Belastingdienst/Toeslagen de door de Adviescommissie voorgestelde compensatie al uitvoert.

De Adviescommissie onderscheidt zes elementen van compensatie:

Voorts wordt een aanvullende compensatie aangeboden voor schade door gedwongen verkoop van bezittingen en de gevolgschade die de compensatie heeft voor toeslagen.

Bovenstaande elementen uit het interimadvies zijn overgenomen in dit besluit. De elementen a t/m e komen terug in onderdeel 3 van dit besluit. De aanvullende compensatie is opgenomen in onderdeel 4 van dit besluit. Ten slotte komt het element f terug in onderdeel 5 van dit besluit.

Gebruikte begrippen en afkortingen:

Dit besluit voorziet in een compensatie voor de ouder die onderdeel uitmaakt van het CAF 11-onderzoek bij de vaststelling (van het voorschot) van de kinderopvangtoeslag. Het gaat dan om de ouder ten aanzien waarvan de Belastingdienst/Toeslagen correctiebesluiten over de berekeningsjaren 2012, 2013 en/of 2014 heeft genomen en (het voorschot van) de kinderopvangtoeslag is stopgezet of is teruggevorderd. Voor de toepassing van dit compensatiebesluit wordt ervan uitgegaan dat de ouder die een vooraankondiging ontvangt van de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag voor compensatie heeft ingediend.

De compensatieregeling geldt niet voor situaties waarin sprake is van een ernstige onregelmatigheid. Hiervan is sprake:

Een ouder die van mening is dat hij of zij door de Belastingdienst/Toeslagen ten onrechte niet tot de doelgroep wordt gerekend, kan een aanvraag tot compensatie indienen. De Belastingdienst/Toeslagen beslist hierop bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Er wordt een commissie van drie onafhankelijke deskundigen ingesteld die wordt geraadpleegd als de Belastingdienst/Toeslagen voornemens is geen compensatie te verstrekken. Het oordeel van deze commissie wordt door de Belastingdienst/Toeslagen gevolgd. Als de commissie besluit dat de ouder geen recht heeft op de compensatieregeling, dan stelt de Belastingdienst/Toeslagen dit bij voor bezwaar vatbare beschikking vast.

Een ouder als bedoeld in onderdeel 2 heeft recht op een compensatie.

De compensatie bestaat uit een geldbedrag dat de Belastingdienst/Toeslagen uitbetaalt aan de ouder. De compensatie bevat zes elementen, waarvan het zesde element in onderdeel 5 wordt behandeld:

De hoogte van de compensatie is de optelsom van de bedragen uit de verschillende elementen. Het bedrag van de compensatie kan in bepaalde situaties worden verminderd (zie onderdeel 5).

Ad 1. Compensatie voor correctiebesluiten

De compensatie is het totaalbedrag waarmee de aanspraak van de ouder op kinderopvangtoeslag voor de berekeningsjaren 2012, 2013 en/of 2014 is stopgezet of neerwaarts is gecorrigeerd na onderzoek in het kader van CAF 11.

Het gaat bij dit element niet om het alsnog uitkeren van de kinderopvangtoeslag voor deze jaren, maar om compensatie voor correctiebesluiten.

Ad 2. Compensatie voor veronderstelde immateriële schade

Deze compensatie betreft een vergoeding voor veronderstelde stress, ongemak en onzekerheid waarmee de ouder is geconfronteerd in de (lange) tijd die is verstreken tussen het eerste neerwaartse correctiebesluit in het kader van het CAF 11-onderzoek en het moment waarop de aanspraak op de kinderopvangtoeslag alsnog volledig is toegekend.

De compensatie bedraagt per aanvrager € 500 voor ieder half jaar dat is verstreken sinds het eerste neerwaartse correctiebesluit en het laatste van de hierna genoemde tijdstippen:

De bovengenoemde periode wordt naar boven afgerond op halve jaren.

De compensatie voor veronderstelde immateriële schade kan niet meer bedragen dan het bedrag aan compensatie voor correctiebesluiten.

De vergoeding geldt per aanvrager en niet per gecorrigeerd berekeningsjaar.

Ad 3. Compensatie voor veronderstelde materiële schade

Deze compensatie betreft een vergoeding voor veronderstelde materiële schade die is ontstaan door de werkwijze van de Belastingdienst/Toeslagen in het kader van CAF 11.

De compensatie bedraagt 25% van het bedrag van de compensatie voor correctiebesluiten.

Ad 4. Compensatie voor invorderingskosten

Deze compensatie betreft een vergoeding van de kosten met betrekking tot invorderingsactiviteiten van de na het CAF-onderzoek teruggevorderde kinderopvangtoeslag over de berekeningsjaren 2012, 2013 en/of 2014, die de Belastingdienst/Toeslagen aan de ouder in rekening heeft gebracht.

Hierbij gaat het bijvoorbeeld om kosten die zijn gemaakt voor aanmaningen en dwangbevelen en de invorderingsrente die is gerekend.

Als dwanginvordering aantoonbaar heeft geleid tot gedwongen verkoop van bezittingen van de ouder, kan de ouder een aanvraag tot aanvullende compensatie indienen bij de Belastingdienst/Toeslagen (zie onderdeel 4).

Ad 5. Compensatie voor proceskosten

Deze compensatie betreft een vergoeding van de kosten van juridische bijstand conform de reguliere forfaitaire bedragen, voor zover deze kosten niet eerder werden vergoed. Deze forfaitaire proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.1 Hierbij zal een wegingsfactor van 2 (gewicht van de zaak: zeer zwaar) worden toegepast. Daarbij wordt aangenomen dat er geen sprake is van samenhangende zaken.

Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

De Belastingdienst/Toeslagen berekent de hoogte van de compensatie en informeert de ouder hierover schriftelijk door middel van een vooraankondiging. De ouder heeft de mogelijkheid om binnen zes weken na dagtekening van de vooraankondiging hierop te reageren. Vervolgens zal de Belastingdienst/Toeslagen een besluit met betrekking tot de compensatie nemen. Dit besluit betreft een beschikking in de zin van de Awb. De ouder kan bezwaar maken bij de Belastingdienst/Toeslagen tegen deze beschikking. Een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 Awb brengt advies uit over dit bezwaar.

Het in de vooraankondiging genoemde bedrag aan compensatie wordt door de Belastingdienst/Toeslagen, vooruitlopend op de beschikking, zo spoedig mogelijk uitbetaald. Tegen de vooraankondiging staat geen bezwaar open. De ouder kan zijn bezwaren tegen de hoogte van de compensatie meenemen bij een eventueel bezwaar tegen de beschikking die volgt op de vooraankondiging.

In de beschikking met betrekking tot de compensatie wijst de Belastingdienst/Toeslagen de ouder ook op de mogelijkheid van aanvullende compensatie (zie onderdeel 4).

Een ouder, als bedoeld in onderdeel 3, heeft mogelijk recht op aanvullende compensatie.

De aanvullende compensatie valt onder te verdelen in twee elementen:

Ad 1. Compensatie voor schade door gedwongen verkoop van bezittingen

Als dwanginvordering door de Belastingdienst/Toeslagen aantoonbaar heeft geleid tot gedwongen verkoop van bezittingen van de ouder, kan de ouder op aanvraag voor deze schade een compensatie krijgen.

Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

Ad 2. Compensatie voor gevolgschade voor toeslagen

Als de compensatie, bedoeld in onderdeel 3, ertoe leidt dat de ouder over het kalenderjaar na het verkrijgen van het recht op de compensatie door overschrijding van de vermogensgrens aantoonbaar geen aanspraak kan maken op zorgtoeslag (op grond van de Wet op de zorgtoeslag), huurtoeslag (op grond van de Wet op de huurtoeslag) of kindgebonden budget (op grond van de Wet op het kindgebonden budget), kan de ouder aanvullende compensatie krijgen.

In het kalenderjaar na het kalenderjaar waarin de vooraankondiging is ontvangen, wordt het bedrag van de aanvullende compensatie vastgesteld op het bedrag aan toeslagen dat zou zijn verkregen als de ouder de compensatie niet zou ontvangen.

Voor de toekenning van aanvullende compensatie heeft de Belastingdienst/Toeslagen informatie nodig van de betreffende ouder. De Belastingdienst/Toeslagen kan deze aanvullende compensatie dus niet ambtshalve vaststellen en daarom ook niet tegelijk uitbetalen met de compensatie, bedoeld in onderdeel 3.

De ouder moet een aanvraag indienen bij de Belastingdienst/Toeslagen voor de van toepassing zijnde elementen van de aanvullende compensatie. Hierbij zal de ouder aannemelijk moeten maken dat hij recht heeft op de aanvullende compensatie. Vervolgens zal de Belastingdienst/Toeslagen een besluit met betrekking tot de aanvullende compensatie nemen. Dit besluit betreft een beschikking in de zin van de Awb. De ouder kan bezwaar maken bij de Belastingdienst/Toeslagen tegen deze beschikking. Een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 Awb brengt advies uit over dit bezwaar.

Van de compensatie die aan de hand van de hiervoor gestelde elementen is berekend, moet in sommige gevallen nog een bedrag worden afgetrokken. Dit is om te voorkomen dat een ouder materieel meer kinderopvangtoeslag en compensatie ontvangt dan waar hij recht op heeft. De Belastingdienst/Toeslagen vermindert de compensatie (zie onderdeel 3) en aanvullende compensatie (zie onderdeel 4) op de hierna beschreven wijze.

De Belastingdienst/Toeslagen vermindert de compensatie als volgt:

De Belastingdienst/Toeslagen vermindert de compensatie voor gevolgschade voor toeslagen met het openstaande bedrag van de terugvordering van de toeslagen waarop de aanvullende compensatie betrekking heeft. Het bedrag van de terugvordering wordt afgeboekt met het bedrag van de vermindering.

De Belastingdienst/Toeslagen verrekent de compensatie en de aanvullende compensatie niet met andere openstaande terugvorderingen of met belastingschulden.

De compensatie en de aanvullende compensatie vormen geen inkomen uit werk en woning in de zin van de Wet IB 2001. De compensatie en de aanvullende compensatie vinden namelijk niet hun grond in een bron van inkomen.

Nadat de ouder de vooraankondiging met betrekking tot het bedrag aan compensatie heeft ontvangen, maakt dit bedrag voor de vermogensrendementsheffing (box 3) deel uit van de bezittingen van de ouder. Het voordeel uit sparen en beleggen ter zake van het vermogen wordt volgens de wettelijke kaders in de vermogensrendementsheffing betrokken. Hetzelfde geldt voor de aanvullende compensatie.

De compensatie en de aanvullende compensatie kunnen als gevolg van de mogelijk hogere rendementsgrondslag ook gevolgen hebben voor de zorgtoeslag, de huurtoeslag en het kindgebonden budget. Bij overschrijding van een vermogensgrens in het kalenderjaar na het kalenderjaar waarin de vooraankondiging met betrekking tot de compensatie is ontvangen, wordt een eenmalige aanvullende compensatie toegekend (onderdeel 4.2).

Ter compensatie voor de mogelijk hogere vermogensrendementsheffing en een eventueel daaruit voortvloeiende afbouw van inkomensafhankelijke toeslagen, wordt een extra forfaitaire compensatie toegekend. De ouder krijgt 1% over het bedrag van de compensatie (onderdeel 3) minus de verminderingen (onderdeel 5). Toekenning van dit bedrag maakt deel uit van de beschikking met betrekking tot compensatie.

Hetzelfde geldt voor de aanvullende compensatie voor schade door gedwongen verkoop van bezittingen. De ouder krijgt 1% over het bedrag van de compensatie voor deze schade (onderdeel 4.1). Toekenning van dit bedrag maakt deel uit van de beschikking met betrekking tot aanvullende compensatie.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit wordt aangehaald als: Compensatieregeling CAF 11.