Ministeriële regeling · BWBR0043356
Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020–2025
Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies artikelen en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, artikel 118i, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 8.3.3, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 162c, derde lid, van de Wet op de expertisecentra en de artikelen 1 en 4, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van het Besluit regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten;
Besluit:
Deze regeling zal met de bijlagen en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,I.K. vanEngelshovenIn deze regeling wordt verstaan onder:
besluit:Besluit regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten;
contactschool: contactschool als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid;
effectrapportage: effectrapportage als bedoeld in artikel 8.25 van de WVO 2020, artikel 8.3.2, zevende lid, van de WEB en artikel 162b, zevende lid, van de WEC;
entreeopleiding: entreeopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a, van de WEB;
jongere in een kwetsbare positie: jongere die jonger is dan 23 jaar, en
- a.
die instroomt in of doorstroomt naar een entreeopleiding; of
- b.
die doorstroomt naar een basisberoepsopleiding of die uitstroomt uit het onderwijs, en die afkomstig is uit:
- 1°.
het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de WEC;
- 2°.
het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, van de WVO 2020;
- 3°.
de basisberoepsgerichte leerweg van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 2.22, derde lid, van de WVO 2020 of
- 4°.
een leerwerktraject als bedoeld in artikel 2.103 van de WVO 2020;
- 5°.
de entreeopleiding;
- 1°.
minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
nieuwe voortijdig schoolverlater: jongere die jonger is dan 23 jaar en die in enig jaar behoort tot de startpopulatie, bedoeld in bijlage 1, onder I, die het daaropvolgend jaar niet is ingeschreven aan een onderwijsinstelling en die niet behoort tot één van de categorieën, genoemd in bijlage 1, onder II;
onderwijsinstelling: instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de WEB, school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020 of school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de WEC;
plusvoorziening: voorziening ten behoeve van de onderwijsinstellingen in een RMC-regio, die bestaat uit een gecombineerd programma van onderwijs leidend naar het behalen van een startkwalificatie, zorg, hulpverlening en waar nodig arbeidstoeleiding en die wordt aangeboden aan jongeren tot 23 jaar, die zodanig ernstige problemen ondervinden op het gebied van financiën, gezondheid, huisvesting, sociale omgeving of maatschappelijk functioneren dat zij de onderwijsinstelling zonder diploma dreigen te verlaten;
regionaal programma: regionaal programma als bedoeld in artikel 8.3.4, eerste lid, van de WEB, artikel 8.27, eerste lid, van de WVO 2020 en artikel 149, eerste lid, van de WEC;
RMC-contactgemeente: contactgemeente als bedoeld in artikel 8.3.2, derde lid, van de WEB, artikel 147, derde lid, van de WEC en artikel 8.23, eerste en tweede lid, WVO 2020;
RMC-regio: RMC-regio, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling;
ROD: Register Onderwijsdeelnemers als bedoeld in de Wet register onderwijsdeelnemers;
startkwalificatie: startkwalificatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Leerplichtwet 1969;
studiejaar: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daaropvolgende jaar;
WEB:Wet educatie en beroepsonderwijs;
WEC:Wet op de expertisecentra;
WVO 2020:Wet voortgezet onderwijs 2020.
De hoofdstukken 3, 4 en 6 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS zijn niet van toepassing op de subsidieverstrekking op grond van paragraaf 3 van deze regeling.
In elke RMC-regio wordt een regionaal programma uitgevoerd.
Het regionaal programma wordt opgesteld door de contactschool samen met de RMC-contactgemeente. Zij zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatregelen uit het regionaal programma, bedoeld in artikel 3.1.
De RMC-contactgemeente en de contactschool in een RMC-regio stellen streefcijfers op voor de betreffende maatregelen uit het regionaal programma, bedoeld in artikel 3.1, onderdelen a tot en met c.
Het regionaal programma omvat ten minste één plusvoorziening, tenzij de contactschool en de RMC-contactgemeente in een gezamenlijk verzoek aan de minister aantonen dat een plusvoorziening niet noodzakelijk is binnen de betreffende RMC-regio.
Het regionaal programma van de RMC-regio Friesland Noord omvat ten minste één plusvoorziening voor het landelijke expertise behandelcentrum Fier Fryslan.
Het regionaal programma 2020–2024 wordt verlengd tot en met 31 december 2025.
De minister kan aan een contactschool subsidie verstrekken voor de uitvoering van maatregelen uit het regionaal programma in de studiejaren 2020/2021 tot en met 2023/2024, die tot doel hebben:
- a.
het behalen van het voor de RMC-regio opgestelde streefcijfer ter realisatie van een landelijke vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters tot maximaal 20.000 nieuwe voortijdig schoolverlaters in het kalenderjaar 2024, gemeten over het studiejaar 2023/2024;
- b.
het behalen van het voor de RMC-regio opgestelde streefcijfer om het percentage uitgevallen jongeren dat een jaar later terugkeert naar het onderwijs, te verhogen;
- c.
het behalen van het voor de RMC-regio opgestelde streefcijfer om het percentage uitgevallen jongeren dat één jaar later voor minimaal 12 uur per week werkzaam is te verhogen; en
- d.
het in de RMC-regio waar nodig ondersteunen van jongeren in een kwetsbare positie ten aanzien van de aansluiting op het vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt.
De minister kan aan een contactschool subsidie verstrekken voor de uitvoering van maatregelen uit het regionaal programma in de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025, voor dezelfde doelen, genoemd in het eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met d.
De minister kan aan een contactschool subsidie verstrekken voor de uitvoering van maatregelen uit het regionaal programma in de periode van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025, voor dezelfde doelen, genoemd in het eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met d.
De activiteiten voor de subsidies, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, kunnen worden uitgevoerd tot en met 31 december 2025.
De onderwijsinstellingen wijzen uit hun midden een onderwijsinstelling aan die optreedt als contactschool in de betreffende RMC-regio.
Het bevoegd gezag van de contactschool heeft in ieder geval tot taak:
- a.
om in samenwerking met de desbetreffende RMC-contactgemeente en de onderwijsinstellingen in de desbetreffende RMC-regio de maatregelen uit te voeren die voortvloeien uit het regionaal programma van de betreffende regio;
- b.
het optreden als aanvrager en ontvanger van de subsidie die wordt verstrekt op grond van deze paragraaf;
- c.
het namens de in het eerste lid bedoelde onderwijsinstellingen voeren van het regionaal bestuurlijk overleg over het regionaal programma; en
- d.
het uitvoering geven aan de afspraken in het regionaal programma over de besteding van de subsidie die wordt verstrekt op grond van deze paragraaf.
Voor subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf is ten hoogste beschikbaar:
- a.
€ 121.600.000,– voor de subsidie voor de studiejaren 2020/2021 tot en met 2023/2024;
- b.
€ 30.400.000,– voor de subsidie voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025;
- c.
€ 12.730.000,– voor de subsidie voor de periode van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025.
De hoogte van het subsidiebedrag per contactschool is gelijk aan het bedrag dat voor de betreffende RMC-regio is opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling.
Voor de contactschool van RMC-regio Friesland Noord wordt het subsidiebedrag per contactschool, genoemd in bijlage 3, verhoogd met een extra bedrag ten behoeve van de plusvoorziening, bedoeld in artikel 2.1, vijfde lid. Dit extra bedrag is eveneens opgenomen in bijlage 3.
Een aanvraag voor subsidie op grond van deze paragraaf wordt via de beveiligde omgeving van duo.nl/zakelijk ingediend bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. De aanvraag voor subsidie omvat het regionaal programma en een volledig ingevuld aanvraagformulier, opgesteld met gebruikmaking van het model dat als bijlage 4 bij deze regeling is opgenomen.
Het aanvraagformulier wordt door zowel de contactschool als de RMC-contactgemeente van de desbetreffende RMC-regio ondertekend.
De aanvraag voor subsidie op grond van deze paragraaf wordt uiterlijk ingediend op:
- a.
30 september 2020 voor subsidies voor de studiejaren 2020/2021 tot en met 2023/2024;
- b.
30 september 2024 voor subsidies voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025;
- c.
31 maart 2025 voor subsidies voor de periode van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025.
Indien dit voor een goede uitvoering van de regeling noodzakelijk is, kan de minister aanvragen die na de in het derde lid genoemde data zijn ingediend, afwijzen.
De minister beslist uiterlijk op de aanvraag op:
- a.
30 november 2020 voor subsidies voor de studiejaren 2020/2021 tot en met 2023/2024;
- b.
30 november 2024 voor subsidies voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025;
- c.
30 april 2025 voor subsidies voor de periode van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025.
De verleende subsidie voor de studiejaren 2020/2021 tot en met 2023/2024 wordt in vier gelijke delen als voorschot uitbetaald. In het studiejaar 2020-2021 vindt de betaling uiterlijk plaats in december. Voor de overige studiejaren vindt de betaling steeds plaats in november van het betreffende studiejaar.
De verleende subsidie voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025 wordt in een keer als voorschot uitbetaald. De betaling vindt uiterlijk plaats in december 2024.
De subsidie voor de periode van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025 kan worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat het voorstel van wet tot Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025 (Kamerstukken 36 600-VIII) tot wet wordt verheven en in werking treedt. Indien De miinister geen gebruik maakt van deze voorwaarde, wordt de subsidie in één keer als voorschot uitbetaald en vindt de betaling uiterlijk plaats in mei 2025. Indien de minister wel gebruik maakt van deze voorwaarde, wordt de subsidie in één keer als voorschot uitbetaald nadat aan die voorwaarde is voldaan en vindt de betaling zo snel mogelijk daarna plaats.
De Minister stelt de subsidie vast binnen 52 weken na ontvangst van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding.
De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor zij is verstrekt.
De subsidie wordt uiterlijk in 2025 besteed.
Niet-bestede middelen die een bedrag van € 1.000,– te boven gaan, worden teruggevorderd.
De financiële verantwoording geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 2, zoals bedoeld in richtlijn RJ660 van de Raad van de Jaarverslaggeving.
Een contactschool meldt onverwijld schriftelijk een wijziging in de samenstelling van het samenwerkingsverband in een RMC-regio aan de minister.
De contactschool en de RMC-contactgemeente melden onverwijld schriftelijk een wijziging van het regionaal programma aan de minister.
De minister evalueert de effecten van de regionale programma’s uiterlijk in 2026.
De contactschool draagt er zorg voor dat de onderwijsinstellingen in de RMC-regio meewerken aan het onderzoek naar de effecten van het regionaal programma.
De minister verstrekt jaarlijks op grond van deze paragraaf een specifieke uitkering aan de RMC-contactgemeenten voor het in de RMC-regio’s uitvoeren van de taken, bedoeld in de artikelen 8.24, eerste tot en met derde lid, van de WVO 2020, 8.3.2, vijfde lid, van de WEB en 147, vijfde lid, van de WEC, en het uitvoeren van het regionaal programma, bedoeld in de artikelen 8.27, vierde lid, WVO 2020, 8.3.4, vierde lid, van de WEB en 149, vierde lid, van de WEC.
De minister verstrekt voor de kalenderjaren 2021 tot en met 2025 jaarlijks ten hoogste € 56.151.032,– voor het uitvoeren van de taken, bedoeld in artikel 4.1.
De verdeling van de specifieke uitkering over de RMC-contactgemeenten voor de kalenderjaren 2021 tot en met 2025 is per jaar als volgt:
- a.
het vaste bedrag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, bedraagt jaarlijks € 10.322.169,–;
- b.
het budget, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, dat over de RMC-regio’s wordt verdeeld, bedraagt jaarlijks € 4.232.365,–;
- c.
het budget, bedoeld in artikel 4 eerste lid, onderdeel c, van het besluit, dat over de RMC-regio’s wordt verdeeld, bedraagt jaarlijks € 6.638.308,–;
- d.
het budget, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, van het besluit, dat over de RMC-regio’s wordt verdeeld, bedraagt jaarlijks € 15.758.190,–;
- e.
het budget, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, van het besluit, dat over de RMC-regio’s wordt verdeeld, bedraagt jaarlijks € 19.200.000,–.
De bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen jaarlijks worden aangepast in verband met loon- en prijsbijstelling.
De verdeling van het budget, bedoeld in het tweede lid, onder e, over de RMC-regio’s, is opgenomen in bijlage 6 bij deze regeling.
Indien de uitkering niet of niet geheel is besteed in het betreffende kalenderjaar aan het doel waarvoor deze is bestemd, mag het resterende bedrag uiterlijk in 2026 aan dat doel worden besteed.
De minister vordert bedragen die blijkens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, alsdan niet zijn besteed aan het doel waarvoor zij waren bestemd, terug.
In aanvulling op het bedrag, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, verstrekt de minister voor kalenderjaar 2022 een bedrag van € 4.500.000,–.
De verdeling van het in het eerste lid genoemde bedrag over de RMC-contactgemeenten is als volgt:
- a.
het vaste bedrag, bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, onder a, wordt vermeerderd met € 1.255.500,–;
- b.
het budget, bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, onder b, wordt vermeerderd met € 517.500,–;
- c.
het budget, bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, onder c, wordt vermeerderd met € 810.000,–;
- d.
het budget, bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, onder d, wordt vermeerderd met € 1.917.000,–.
In aanvulling op het bedrag, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, verstrekt de minister voor kalenderjaar 2025 een extra bedrag van € 35.900.000,–. Laatstgenoemd bedrag behoort tot het budget, bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, onderdeel e.
De verdeling van het extra bedrag, genoemd in het eerste lid, over de RMC-contactgemeenten, is opgenomen in bijlage 6 bij deze regeling.
De effectrapportage wordt telkens opgesteld per studiejaar gedurende de studiejaren 2020/2021 tot en met 2023/2024 en vervolgens nog eenmalig opgesteld voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025. Het format is voor de effectrapportage is vastgelegd in bijlage 5 bij deze regeling.
Burgemeester en wethouders van de desbetreffende RMC-contactgemeente dienen de effectrapportage uiterlijk op 1 april van het jaar volgend op het studiejaar waarop deze betrekking heeft, in bij de minister. Voor de effectrapportage over de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025 is de uiterlijke indieningsdatum 1 april 2026.
Burgemeester en wethouders van de desbetreffende RMC-contactgemeente dragen er zorg voor dat de onderwijsinstellingen in de RMC-regio meewerken aan het opstellen van de effectrapportage.
De vastgestelde RMC-regio’s staan in bijlage 2 bij deze regeling.
De RMC-contactgemeente verzoekt de minister schriftelijk een wijziging in de samenstelling van de RMC-regio aan te brengen.
De RMC-contactgemeente draagt er zorg voor dat de gemeenten in de RMC-regio meewerken aan het onderzoek naar de effecten van het regionaal programma, bedoeld in artikel 3.10.
Voor de studiejaren 2021/2022 tot en met 2023/2024 en voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025 beantwoordt het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende RMC-contactgemeente in de effectrapportage twee aanvullende vragen, opgenomen in bijlage 5, over de resultaten van de besteding van de extra financiële middelen, bedoeld in artikel 4.4.
Deze regeling is mede gebaseerd op de artikelen 8.25, derde lid, 8.26, tweede lid, en 8.27, eerste lid, van de WVO 2020, artikel 8.3.4, eerste lid, van de WEB en artikel 149, eerste lid, van de WEC.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling vervalt met ingang van 1 mei 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidies en specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020–2025.
- I.
In de startpopulatie worden meegeteld alle inschrijvingen op 1 oktober van enig jaar (t) in het vo, vavo en mbo, uitgezonderd:
- –
Jongeren die zijn ingeschreven aan een niet-bekostigde instelling;
- –
Jongeren die zijn ingeschreven in het praktijkonderwijs;
- –
Jongere aan Engelse stroom of Internationaal Baccalaureaat;
- –
Jongeren die eerstejaars nieuwkomer zijn;
- –
Jongeren ouder dan 22 jaar op het moment van uitval;
- –
Jongeren zonder vaste woonplaats, of wonend in het buitenland;
- –
Jongeren die zijn ingeschreven in het voortgezet speciaal onderwijs.
- –
- II.
In de telling op 1 oktober t+1 worden de volgende jongeren uit de startpopulatie niet als nieuwe vsv’er meegeteld:
- –
Jongeren die onderwijs volgen in bekostigd of niet-bekostigd onderwijs of aan politie/defensie-opleidingen;
- –
Jongeren met een diploma van de entree opleiding (mbo niveau 1) en een baan van minimaal 12 uur per week;
- –
Jongeren met een verlate startkwalificatie mbo (tot 1 januari);
- –
Jongeren die in het bezit zijn van een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs of een diploma beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de wet;
- –
Jongeren die zijn toegelaten tot een instelling voor hoger onderwijs;
- –
Jongeren die in de loop van het schooljaar (tussen 1 oktober jaar t en 1 oktober jaar t+1) zijn geëmigreerd, overleden, geen vaste woonplaats meer hebben of een vrijstelling hebben.
- –
Door het aantal nieuwe vsv’ers af te zetten tegen het aantal jongeren in de startpopulatie wordt het vsv-percentage bepaald van een instelling. Voor deze definitie is gekozen om meetbaar op instellingsniveau, landelijk uniform, zonder administratieve lasten voor de instellingen en controleerbaar het aantal (nieuwe) jaarlijkse voortijdig schoolverlaters te kunnen meten.
Regio 1. Oost-Groningen
Stadskanaal, Veendam, Westerwolde, Pekela, Oldambt.
Regio 2. Noord-Groningen-Eemsmond
Het Hogeland, Eemsdelta.
Regio 3. Centraal en Westelijk Groningen
Groningen, Midden-Groningen, Westerkwartier.
Regio 4. Friesland Noord
Ameland, Dantumadiel, Harlingen, Leeuwarden, Noardeast-Fryslân, Schiermonnikoog, Terschelling, Vlieland, Waadhoeke.
Regio 5. Zuid-West Friesland
De Fryske Marren, Súdwest-Fryslân.
Regio 6. Friesland-Oost (‘de Friese Wouden’)
Achtkarspelen, Heerenveen, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytsjerksteradiel, Weststellingwerf.
Regio 7. Noord-en Midden Drenthe
Aa en Hunze, Assen, Midden-Drenthe, Noordenveld, Tynaarlo.
Regio 8. Zuid-Oost Drenthe
Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen.
Regio 9. Zuid-West Drenthe
Hoogeveen, Meppel, Westerveld, De Wolden.
Regio 10. IJssel-vecht
Dalfsen, Hardenberg, Hattem, Heerde, Kampen, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland, Zwolle.
Regio 11. Stedendriehoek
Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Lochem, Olst-Wijhe, Voorst, Zutphen.
Regio 12. Twente
Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand, Wierden.
Regio 13. Achterhoek
Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doesburg, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk.
Regio 14.
Vervallen.
Regio 15. Rivierenland
Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Zaltbommel.
Regio 16. Eem en Vallei
Amersfoort, Baarn, Barneveld, Bunschoten, Ede, Leusden, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Soest, Veenendaal, Wageningen, Woudenberg.
Regio 17. Noordwest-Veluwe
Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Zeewolde.
Regio 18. Flevoland
Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk.
Regio 19. Utrecht
Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden, Zeist.
Regio 20. Gooi en Vechtstreek
Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Wijdemeren.
Regio 21. Agglomeratie Amsterdam
Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad.
Regio 22. West-Friesland
Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Medemblik, Koggenland, Opmeer, Stede Broec.
Regio 23. Kop van Noord-Holland
Den Helder, Hollands Kroon, Schagen, Texel.
Regio 24. Noord-Kennemerland
Alkmaar, Bergen (NH), Castricum, Dijk en Waard, Heiloo, Uitgeest.
Regio 25. Zuid-Kennemerland en IJmond
Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen, Zandvoort.
Regio 26. Zuid-Holland-Noord
Hillegom, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Kaag en Braassem, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude.
Regio 27. Zuid-Holland-Oost
Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Nieuwkoop, Waddinxveen, Zuidplas.
Regio 28. Haaglanden/Westland
Delft, ’s-Gravenhage, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland, Zoetermeer.
Regio 29. Rijnmond
Albrandswaard, Barendrecht, Capelle, aan, den, IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee.
Regio 30. Zuid-Holland-Zuid
Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht Hoeksche Waard, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht.
Regio 31. Oosterschelde Regio
Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Tholen.
Regio 32. Walcheren
Middelburg, Veere, Vlissingen.
Regio 33. Zeeuws-Vlaanderen
Hulst, Sluis, Terneuzen.
Regio 34. West-Brabant
Altena, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Geertruidenberg, Drimmelen, Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Steenbergen, Rucphen, Woensdrecht, Zundert.
Regio 35. Midden-Brabant
Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg, Waalwijk.
Regio 36. Noord-Oost-Brabant
Bernheze, Boekel, Boxtel, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Land van Cuijk, Maashorst, Meierijstad, Oss, Sint-Michielsgestel, Vught.
Regio 37. Zuidoost-Brabant
Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen Gerwen en Nederwetten, Oirschot, Reusel-De, Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre.
Regio 38. Gewest Limburg-Noord
Beesel, Bergen (L), Echt-Susteren, Gennep, Horst aan de Maas, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Peel, en, Maas, Roerdalen, Roermond, Venlo, Venray, Weert.
Regio 39. Gewest Zuid-Limburg
Beek, Beekdaelen, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Voerendaal.
Regio 40. Rijk van Nijmegen
Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen, Wijchen.
Regio 41. Arnhem
Arnhem, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Zevenaar.
Op grond van deze regeling kunnen contactscholen drie keer subsidie aanvragen:
- −
Voor de studiejaren 2020/2021 tot en met 2023/2024 (1);
- −
Voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025 (2); en
- −
Voor de periode van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025 (3).
Voor deze subsidies wordt het totaal beschikbare bedrag als volgt over de contactscholen verdeeld:
RMC-regio | Naam regio | Contactschool | Bedrag per contactschool subsidie (1)1 en (2) | Bedrag per contactschool subsidie (3) |
1 | Oost-Groningen | Noorderpoortcollege | 162.878 | 67.537 |
2 | Noord-Groningen-Eemsmond | Noorderpoortcollege | 162.878 | 67.537 |
3 | Centraal en Westelijk Groningen | Noorderpoortcollege | 969.211 | 401.882 |
4 | Friesland Noord | Friesland College | 359.013 + 150.000 voor Fyr Frieslan | 148.561 + 62.500 voor Fyr Fryslan |
5 | Zuid-West Friesland | Friesland College | 119.293 | 49.465 |
6 | De Friese Wouden | Friesland College | 271.842 | 112.719 |
7 | Noord- en Midden Drenthe | DC Terra | 119.293 | 49.465 |
8 | Zuid-Oost Drenthe | DC Terra | 271.842 | 112.719 |
9 | Zuid-West Drenthe | DC Terra | 162.878 | 67.537 |
10 | IJssel-Vecht | Deltion College | 271.842 | 112.719 |
11 | Stedendriehoek | ROC Aventus | 489.770 | 203.082 |
12 | Twente | ROC Twente | 1.317.895 | 546.463 |
13 | Achterhoek | Graafschap College | 162.878 | 67.537 |
14 | Vervallen | |||
15 | Rivierenland | ROC Rivor | 162.878 | 67.537 |
16 | Eem en Vallei | ROC Midden Nederland | 707.697 | 293.445 |
17 | Noordwest-Veluwe | ROC Landstede | 271.842 | 112.719 |
18 | Flevoland | ROC Flevoland | 969.211 | 401.882 |
19 | Utrecht | Globe College (1) en (2)/ROC Midden Nederland (3) | 969.211 | 401.882 |
20 | Gooi en Vechtstreek | ROC van Amsterdam | 162.878 | 67.537 |
21 | Agglomeratie Amsterdam | ROC van Amsterdam | 4.891.908 | 2.028.421 |
22 | West-Friesland | Talland College | 271.842 | 112.719 |
23 | Kop van Noord-Holland | ROC Kop van Noord-Holland | 271.842 | 112.719 |
24 | Noord-Kennemerland | Talland College | 271.842 | 112.719 |
25 | Zuid-Kennemerland en IJmond | Nova College | 707.697 | 293.445 |
26 | Zuid-Holland-Noord | MBO Rijnland | 359.013 | 148.864 |
27 | Zuid-Holland-Oost | MBO Rijnland | 359.013 | 148.864 |
28 | Haaglanden | ROC Mondriaan | 2.538.289 | 1.052.497 |
29 | Rijnmond | ROC Albeda College | 4.891.908 | 2.028.421 |
30 | Zuid-Holland-Zuid | ROC Da Vinci College | 707.697 | 293.445 |
31 | Oosterschelde regio | Scalda | 271.842 | 112.719 |
32 | Walcheren | Scalda | 271.842 | 112.719 |
33 | Zeeuwsch-Vlaanderen | Scalda | 271.842 | 112.719 |
34 | West-Brabant | Curio | 707.697 | 293.445 |
35 | Midden-Brabant | YOnder | 969.211 | 401.882 |
36 | Noord-Oost-Brabant | Koning Willem I College | 489.770 | 203.082 |
37 | Zuidoost-Brabant | Summa College | 969.211 | 401.882 |
38 | Gewest Limburg-Noord | ROC Gilde opleidingen | 969.211 | 401.882 |
39 | Gewest Zuid-Limburg | Vista College | 707.697 | 293.445 |
40 | Rijk van Nijmegen | ROC van Nijmegen | 707.697 | 293.445 |
41 | Arnhem | ROC Rijn IJssel | 707.697 | 146.723 |
1 Voor subsidie (1) geldt dat het in deze kolom genoemde bedrag moet worden vermenigvuldigd met vier.
Algemeen
Via het aanvraagformulier kunt u als contactschool subsidie aanvragen voor de uitvoering van het regionaal programma. U kunt drie keer subsidie aanvragen: voor de studiejaren 2020/2021 tot en met 2023/2024 (1), voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025 (2) en voor de periode van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025 (3). Alle drie de subsidiebedragen dienen uiterlijk eind 2025 besteed te zijn. De contactgemeente krijgt via een specifieke uitkering tevens middelen voor de uitvoering van het regionaal programma (artikel 8.3.4, vierde lid, WEB).
- −
Uw subsidieaanvraag voor subsidie (1) moet bestaan uit een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier en een gezamenlijk ontwikkeld en ondertekend regionaal programma.
- −
Uw subsidieaanvraag voor subsidie (2) moet bestaan uit een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier. Het regionaal programma kunt u ongewijzigd laten, tenzij u voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025 nog een wijziging wenst.1 Indien u het regionaal programma niet wijzigt, hoeft u het niet opnieuw bij de aanvraag te voegen en kunt u bij het invullen van het aanvraagformulier veelal verwijzen naar de eerdere subsidieaanvraag. Indien u het regionale programma wel wijzigt, dient het gewijzigde regionaal programma (of alleen het gewijzigde deel) wel bij de aanvraag te worden gevoegd en wordt in het aanvraagformulier om een aantal nieuwe gegevens gevraagd.
- −
Uw subsidieaanvraag voor subsidie (3) moet bestaan uit een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier. Aangezien de contactgemeenten er voor deze periode extra middelen bij krijgen, gaat OCW ervan uit dat de meeste RMC-regio’s ervoor zullen kiezen het regionaal programma te wijzigen waar het gaat om de inzet van de gemeenten.2 Indien u het regionale programma inderdaad wijzigt3, dient het gewijzigde regionaal programma (of alleen het gewijzigde deel) bij de aanvraag te worden gevoegd en wordt in het aanvraagformulier om een aantal nieuwe gegevens gevraagd. Indien u het regionaal programma desondanks niet wijzigt, hoeft u het niet opnieuw bij de aanvraag te voegen en kunt u bij het invullen van het aanvraagformulier veelal verwijzen naar de eerdere subsidieaanvragen.
Het aanvraagformulier vindt u op de beveiligde omgeving van Mijn DUO (www.duo.nl/zakelijk). U dient het volledig ingevulde en ondertekende aanvraagformulier met bijlagen hier in te dienen. Het verplichte format van het in te vullen aanvraagformulier wordt door DUO beschikbaar gesteld.
Regionaal programma aan maatregelen
De volgende items dienen minimaal in het regionaal programma terug te komen om in aanmerking te komen voor subsidie:
- −
Maatregelen die inzetten op een of meerdere van onderstaande doelstellingen:
- ○
Het verlagen van het regionaal aantal jaarlijks nieuwe voortijdig schoolverlaters tussen de 12-23 jaar waarmee wordt bijgedragen aan de landelijke doelstelling van maximaal 20.000 nieuwe schooluitvallers in 2024;
- ○
Het vergroten van het percentage voortijdige uitvallers dat een jaar later terug naar school gaat;
- ○
Het vergroten van het percentage voortijdige uitvallers dat een jaar later aan het werk is;
- ○
Het monitoren en ondersteunen van jongeren in een kwetsbare positie.
- ○
Een plusvoorziening, bestemd voor de begeleiding van overbelaste jongeren, tenzij onderbouwd wordt aangegeven waarom een plusvoorziening voor uw regio niet relevant is.
- ○
Jaarlijkse streefcijfers voor wat betreft het percentage nieuwe vsv’ers en het percentage vsv’ers dat één jaar later terug naar school is of aan het werk is.
- ○
- −
Een begroting waarin staat wat de maatregelen kosten en hoe de financiering gedekt is.4
Het regionaal programma hoeft niet in een bepaald format te worden aangeleverd, maar in het aanvraagformulier wordt wel een overzicht van de begrootte maatregelen gevraagd. Alhoewel niet verplicht, verzoeken we de regio’s tevens in het regionaal programma een analyse te maken van de stijgende vsv-cijfers wanneer dat in uw regio van toepassing is, waarbij gebruik wordt gemaakt van de meest recente kwantitatieve en kwalitatieve landelijke en regionale gegevens van uw regio. Hierbij vragen we extra aandacht voor ongediplomeerde uitstroom naar werk (‘groenpluk’) als oorzaak van vsv en maatregelen die worden genomen om dit tegen te gaan. Ook raden we aan de kwaliteitsagenda’s van de mbo-scholen in uw regio bij het opstellen van de streefcijfers en de maatregelen te betrekken. In de kwaliteitsagenda’s staan reeds doelstellingen en maatregelen om vanuit de mbo-school uitval tegen te gaan en jongeren in kwetsbare positie te ondersteunen. Tot slot vragen we u ook om uw OCW-accountmanager bij het opstellen en vaststellen van het regionaal programma te betrekken.5
Mocht u gedurende de looptijd van het regionaal programma aanleiding zien om de streefcijfers en/of maatregelen aan te passen, dan verzoeken we u dit te melden aan uw accountmanager en aan DUO. Het betreft in dat geval namelijk een aanpassing van het regionaal programma en daarmee subsidieaanvraag. Dit geldt zowel voor subsidie (1), (2) als (3).
Toelichting aanvraagformulier
1. Contactgegevens
Bij dit onderdeel vult u de gevraagde contactgegevens in.
2. Streefcijfers
Bij dit onderdeel vult u de tabel in.
Voor de subsidieaanvraag voor subsidie (1) geeft u aan naar hoeveel procent nieuwe jaarlijkse vsv’ers u streeft op peildatum 1 oktober 2024 en welke resultaten – uitgedrukt in percentages – u in de tussenliggende jaren wilt behalen. Ditzelfde geldt voor het percentage uitgevallen jongeren dat een jaar later opnieuw naar school gaat en het percentage uitgevallen jongeren dat een jaar later aan het werk is. Het gaat ook hierbij om de periode tot en met peildatum 1 oktober 2024, maar in dit geval gaat het om het terugkeermoment, namelijk de vsv’ers die een jaar na uitval onderwijs volgen of een baan hebben. Bij de streefcijfers van de nieuwe vsv’ers gaat het over het uitvalmoment van de jongeren. Ten behoeve van het opstellen van deze streefcijfers staan op het zakelijk portaal van DUO de resultaten voor uw regio op peildatum 1 oktober van de jaren 2017, 2018 en 2019. Optioneel kunt u als regio ook streefcijfers per onderwijssector (vo/mbo) en per onderwijsniveau (mbo niveau 1, 2, 3 en 4) opstellen.
Voor de subsidieaanvraag voor subsidie (2) vult u de streefcijfers tot en met peildatum 1 oktober 2025 in. U hoeft alleen de nieuwe gegevens in de laatste kolom (Teldatum 1 oktober 2025 m.b.t studiejaar 2024/2025) in te vullen. Indien het regionaal programma ongewijzigd blijft, is het vijfde streefpercentage hetzelfde als het vierde streefpercentage. Indien u ervoor kiest om het regionaal programma te wijzigen door de streefcijfers aan te passen, is het vijfde streefpercentage logischerwijs anders dan het vierde streefpercentage.
Voor de subsidieaanvraag voor subsidie (3) hoeft u alleen de streefcijfers op peildatum 1 oktober 2025 in de laatste kolom (Teldatum 1 oktober 2025 m.b.t studiejaar 2024/2025) in te vullen indien u het regionaal programma wijzigt door daarin aangepaste streefcijfers op te nemen.6 Indien de streefcijfers van het regionaal programma ongewijzigd blijven, hoeft u niets in te vullen.
Hulp bij opstellen streefcijfers jaarlijkse nieuwe vsv’ers
In tabel 1 staat een overzicht van de gegevens, die u van DUO kunt verwachten met betrekking tot deze jaarlijkse nieuwe vsv’ers:
- −
Vanaf maart 2020 staan op het zakelijk portaal van DUO gegevens, bedoeld ter ondersteuning bij het bepalen van de streefdata.
- −
Vervolgens staan in februari 2021 op het zakelijk portaal het aantal en het percentage jaarlijkse nieuwe vsv’ers voor uw regio op 1 oktober 2020. Dit betreft de jongeren, die op 1 oktober 2020 zonder startkwalificatie zijn uitgevallen uit onderwijs en het jaar ervoor, op 1 oktober 2019, waren geregistreerd in bekostigd vo, mbo en vavo in ROD. Deze gegevens gebruikt OCW als zogenoemde nulmeting.
- −
Hierna komen andere schooljaren aan bod, waarover uw regio de streefcijfers heeft ingevuld op het invulblad, namelijk de meetmomenten 1 oktober 2021 tot en met 1 oktober 2025. Het betreft de jongeren die op deze meetmomenten zonder startkwalificatie zijn uitgevallen en het schooljaar ervoor -op peildatum 1 oktober- een inschrijving hadden in bekostigd vo, vavo of mbo. U ontvangt deze gegevens via DUO in februari in respectievelijk de jaren 2022, 2023, 2024, 2025 en 2026.
Levermoment van gegevens | Meetmoment | |||||||||
1-10-17 | 1-10-18 | 1-10-19 | 1-10-20 | 1-10-21 | 1-10-22 | 1-10-23 | 1-10-24 | 1-10-25 | ||
hulp bij bepalen van streefpercentages | feb-2020 | Start-populatie | Uitval-moment | |||||||
nulmeting | feb-2021 | Start-populatie | Uitval-moment | |||||||
eerste streefpercentage | feb-2022 | Start-populatie | Uitval-moment | |||||||
tweede streefpercentage | feb-2023 | Start-populatie | Uitval-moment | |||||||
derde streefpercentage | feb-2024 | Start-populatie | Uitval-moment | |||||||
vierde streefpercentage | feb-2025 | Start-populatie | Uitval-moment | |||||||
vijfde streefpercentage | feb-2026 | Start-populatie | Uitval-moment |
Hulp bij opstellen streefcijfers vsv’ers één jaar later
Daarnaast staan op het zakelijk portaal van DUO de gegevens over de vsv’ers die een jaar na uitval een baan hebben of opnieuw naar school gaan. Dit is te zien in tabel 2.
- −
In maart 2020 staat op het zakelijk portaal van DUO het percentage vsv’ers, dat opnieuw naar school gaat of een jaar later een baan heeft. Het gaat om de jongeren, die op 1 oktober 2018 zonder startkwalificatie zijn uitgevallen uit onderwijs terwijl ze het jaar ervoor, op 1 oktober 2017, waren geregistreerd in bekostigd vo, mbo en vavo in ROD (de zogenoemde startpopulatie). Aangegeven wordt welk deel van hen een jaar later, op 1 oktober 2019 welk deel opnieuw naar school en welk deel een baan heeft.
- −
In februari 2021 staat op het zakelijk portaal van DUO het percentage jongeren dat op 1 oktober 2020 is teruggekeerd in het onderwijs of een baan heeft nadat zij op 1 oktober 2019 zijn uitgevallen zonder startkwalificatie en op 1 oktober 2018 stonden ingeschreven in bekostigd vo, mbo of vavo volgens ROD. Deze gegevens gebruikt OCW als zogenoemde nulmeting.
- −
Vanaf februari 2022 ontvangt uw regio de gegevens voor de meetmomenten, waarover uw regio de streefcijfers heeft ingevuld op het invulblad, namelijk de meetmomenten 1 oktober 2021 tot en met 1 oktober 2025. Het betreft dus het aandeel uitgevallen jongeren, die op het meetmoment terugkeren in een baan of in het onderwijs. Met behulp van de streefcijfers geeft u aan naar hoeveel procent uitgevallen jongeren dat een jaar later opnieuw naar school gaat en het percentage uitgevallen jongeren dat een jaar later aan het werk is, u streeft op 1 oktober 2024 (voor de subsidieaanvraag voor subsidie (1)) of 1 oktober 2025 (voor de subsidieaanvraag voor subsidies (2) en (3)). Ook geeft u aan welke resultaten – uitgedrukt in percentages – u in de tussenliggende jaren wilt behalen.
Levermoment van gegevens | Meetmoment | |||||||||
1-10-17 | 1-10-18 | 1-10-19 | 1-10-20 | 1-10-21 | 1-10-22 | 1-10-23 | 1-10-24 | 1-10-25 | ||
hulp bij bepalen van streefpercentages | feb-20 | Start- populatie | Uitval- moment | % school en werk | ||||||
nulmeting | feb-21 | Start- populatie | Uitval- moment | % school en werk | ||||||
eerste streefpercentage | feb-22 | Start- populatie | Uitval- moment | % school en werk | ||||||
tweede streefpercentage | feb-23 | Start- populatie | Uitval- moment | % school en werk | ||||||
derde streefpercentage | feb-24 | Start- populatie | Uitval- moment | % school en werk | ||||||
vierde streefpercentage | feb-25 | Start- populatie | Uitval- moment | % school en werk | ||||||
vijfde streefpercentage | feb-26 | Start- populatie | Uitval- moment | % school en werk |
3. Maatregelen en begroting
Voor de subsidieaanvraag voor subsidie (1) gaat u bij dit onderdeel in op de maatregelen die in uw RMC-regio worden genomen. U geeft aan wat de maatregel inhoudt, aan welke doelstelling(en) van de regeling de maatregel bijdraagt en wat het totaalbedrag per maatregel is. Dit kunnen personele of materiële kosten zijn. Ook geeft u kosten aan die u begroot voor de beheers- en coördinatiekosten. Dit betreft zowel de overkoepelende beheers- en coördinatiekosten als de beheers- en coördinatiekosten van specifieke maatregelen. U kunt ook een dergelijke tabel in uw regionaal programma opnemen en hiernaar verwijzen.
Voor de subsidieaanvraag voor de subsidies (2) en (3) vult u ook de tabel in indien u het regionaal programma wijzigt door daarin nieuwe of gewijzigde maatregelen op te nemen. U hoeft in dat geval alleen de nieuwe of gewijzigde maatregelen op te nemen. Indien het regionaal programma ongewijzigd blijft, volstaat het om dit aan geven.
4. Overzicht bedrag subsidie
Bij dit onderdeel geeft u het totale bedrag aan waarvoor u subsidie aanvraagt.
5. Ondertekening
Bij dit onderdeel ondertekent u de aanvraag.
Controle door DUO
DUO controleert of:
- −
de benodigde stukken meegestuurd zijn en volledig zijn ingevuld en ondertekend;
- −
het programma maatregelen bevat die inzetten op de doelen van de regeling én een plusvoorziening bevat, tenzij onderbouwd aangegeven waarom niet (alleen voor de subsidieaanvragen voor subsidie (1));
- −
een begroting voor het regionaal programma is meegestuurd;
- −
het aangevraagde bedrag niet uitkomt boven het beschikbare budget per contactschool.
Planning
Subsidie (1):
- −
1 april 2020 tot en met 30 september 2020: aanvraagperiode voor subsidie door contactschool
- −
Uiterlijk 30 november 2020: beschikking subsidie door DUO
- −
1 september 2020: start regionaal programma
- −
1 april jaarlijks vanaf 2021: deadline aanleveren effectrapportage (toelichting op resultaten)
Subsidie (2):
- −
1 juli 2024 tot en met 30 september 2024: aanvraagperiode voor subsidie door contactschool
- −
Uiterlijk 30 november 2024: beschikking subsidie door DUO
- −
1 augustus 2024: voortzetting regionaal programma
- −
1 april 2026: deadline aanleveren effectrapportage (toelichten resultaten)
Subsidie (3):
- −
14 februari 2025 tot en met 31 maart 2025: aanvraagperiode voor subsidie door contactschool
- −
Uiterlijk 30 april 2025: beschikking subsidie door DUO
- −
1 augustus 2025: voortzetting regionaal programma
- −
1 april 2026: deadline aanleveren effectrapportage (toelichten resultaten)
Weergave aanvraagformulier
1. Contactgegevens
Nummer RMC-regio | |
Naam RMC-regio | |
Contactgemeente van de RMC-regio | |
Contactgemeente | |
Naam verantwoordelijk wethouder | |
Postadres wethouder | |
Naam contactpersoon | |
Functie contactpersoon | |
Postadres contactpersoon | |
Telefoonnummer contactpersoon | |
E-mailadres contactpersoon | |
Contactschool van de RMC-regio | |
Naam contactschool | |
BRIN-nummer | |
Voorzitter College van Bestuur | |
Postadres CvB | |
Naam contactpersoon | |
Functie contactpersoon | |
Postadres contactpersoon | |
Telefoonnummer contactpersoon | |
E-mailadres contactpersoon |
2. Streefcijfers
Regio | Teldatum 1 oktober 2021 m.b.t studiejaar 2020/2021 | Teldatum 1 oktober 2022 m.b.t studiejaar 2021/2022 | Teldatum 1 oktober 2023 m.b.t studiejaar 2022/2023 | Teldatum 1 oktober 2024 m.b.t studiejaar 2023/2024 | Teldatum 1 oktober 2025 m.b.t. studiejaar 2024/2025 |
% nieuwe jaarlijkse vsv in RMC regio | Vul hier het streefcijfer in voor de groep nieuwe vsv’ers op 1 oktober 2021 | Vul hier het streefcijfer in voor de groep nieuwe vsv’ers op 1 oktober 2022 | Vul hier het streefcijfer in voor de groep nieuwe vsv’ers op 1 oktober 2023 | Vul hier het streefcijfer in voor de groep nieuwe vsv’ers op 1 oktober 2024 | Vul hier het streefcijfer in voor de groep nieuwe vsv’ers op 1 oktober 2025 |
% vsv dat jaar later opleiding volgt | Vul hier het streefcijfer in voor de groep nieuwe vsv’ers van 1 oktober 2020; welk % daarvan volgt op 1 oktober 2021 een opleiding? | Vul hier het streefcijfer in voor de groep nieuwe vsv’ers van 1 oktober 2021; welk % daarvan volgt op 1 oktober 2022 een opleiding? | Vul hier het streefcijfer in voor de groep nieuwe vsv’ers van 1 oktober 2022; welk % daarvan volgt op 1 oktober 2023 een opleiding? | Vul hier het streefcijfer in voor de groep nieuwe vsv’ers van 1 oktober 2023; welk % daarvan volgt op 1 oktober 2024 een opleiding? | Vul hier het streefcijfer in voor de groep nieuwe vsv’ers van 1 oktober 2024; welk % daarvan volgt op 1 oktober 2025 een opleiding? |
% vsv dat jaar later werk heeft | Vul hier het streefcijfer in voor de groep nieuwe vsv’ers van 1 oktober 2020; welk % daarvan is op 1 oktober 2021 aan het werk? | Vul hier het streefcijfer in voor de groep nieuwe vsv’ers van 1 oktober 2021; welk % daarvan is op 1 oktober 2022 aan het werk? | Vul hier het streefcijfer in voor de groep nieuwe vsv’ers van 1 oktober 2022; welk % daarvan is op 1 oktober 2023 aan het werk? | Vul hier het streefcijfer in voor de groep nieuwe vsv’ers van 1 oktober 2023; welk % daarvan volgt op 1 oktober 2024 een opleiding? | Vul hier het streefcijfer in voor de groep nieuwe vsv’ers van 1 oktober 2024; welk % daarvan volgt op 1 oktober 2025 een opleiding? |
3. Maatregelen en begroting
Maatregel 1: ‘titel maatregel’ | |
Inhoud van de maatregel | |
Draagt bij aan welke doelstelling(en): 1. aantal jaarlijkse nieuwe vsv verlagen 2.% vergroten uitgevallen jongeren terug naar school 3.% vergroten uitgevallen jongeren naar werk 4. jongeren in kwetsbare positie monitoren en ondersteunen | |
Totaalbedrag voor de gehele looptijd van de maatregel | € |
Maatregel 2: ‘titel maatregel’ | |
Inhoud van de maatregel | |
Draagt bij aan welke doelstelling(en): 1. aantal jaarlijkse nieuwe vsv verlagen 2.% vergroten uitgevallen jongeren terug naar school 3.% vergroten uitgevallen jongeren naar werk 4. jongeren in kwetsbare positie monitoren en ondersteunen | |
Totaalbedrag voor de gehele looptijd van de maatregel | € |
Maatregel Plusvoorziening ‘titel maatregel’ | |
Doel | |
Looptijd | |
Totaalbedrag voor de gehele looptijd van de maatregel | € |
OF: waarom niet relevant | |
Voeg vanaf hier eventuele overige maatregelen en/of plusvoorzieningen toe | |
Beheers- en coördinatiekosten voor de gehele looptijd van de regeling | € |
4. Overzicht bedrag subsidieaanvraag
Totaalbedrag waarvoor de contactschool subsidie aanvraagt voor uitvoering van het regionaal programma gedurende vier jaar | € |
5. Ondertekening
Namens de scholen en instellingen in de regio: | |
Naam bevoegd gezag van de contactschool | |
Plaats | |
Datum | |
Handtekening | |
Namens de gemeenten in de regio: | |
Naam verantwoordelijke wethouder van de RMC-contactgemeente van de RMC-regio | |
Plaats | |
Datum | |
Handtekening |
De contactgemeente van de RMC-regio is wettelijk verplicht jaarlijks een effectrapportage op te stellen waarin de streefcijfers en bereikte resultaten om voortijdig schoolverlaten te voorkomen en te bestrijden, worden toegelicht (artikel 8.3.2 lid 7 WEB). Ook dient in deze effectrapportage aangegeven te worden hoe de domeinen arbeid en zorg bij het regionale bestuurlijk overleg zijn betrokken in het kader van het regionaal programma vsv (artikel 8.3.4 lid 5 WEB).
Via de ministeriële regeling worden scholen en gemeenten gevraagd het regionaal programma vsv op te stellen. Via deze regeling worden gemeenten ook gevraagd de effectrapportage via een vast format jaarlijks aan te leveren aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). De onderwijsinstellingen worden gevraagd mee te werken aan het opstellen van deze regeling (artikel 3.4, lid 4 van de Regeling). Gezien de hoge administratieve lasten van de vorige effectrapportage uit de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017 is besloten het format aan te passen en in te korten.
De rapportage beoogt een instrument te zijn voor de gesprekken tussen OCW en de RMC-regio over behaalde resultaten en genomen maatregelen. De effectrapportage geeft tegelijk invulling aan de wettelijke verplichting van de contactgemeente om jaarlijks een effectrapportage vast te stellen waarin de bereikte resultaten in het licht van de eerder opgestelde streefcijfers worden toegelicht. Het opstellen van streefcijfers is onderdeel van het regionaal programma vsv conform de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020–2025.
DUO zal jaarlijks via het zakelijk portaal per RMC-regio het volgende in beeld brengen:
- –
Het percentage nieuwe vsv’ers;
- –
Het percentage vsv’ers dat één jaar later een opleiding volgt;
- –
Het percentage vsv’ers dat één jaar later aan het werk is.
De regio wordt gevraagd via de vragen die hieronder zijn opgesteld de resultaten jaarlijks toe te lichten. Hiervoor wordt u jaarlijks, via de gebruikelijke weg, per mail benaderd. Vervolgens vindt er ook elk jaar een gesprek tussen OCW en de regio plaats. Dit gesprek kan onderdeel zijn van de reguliere gesprekken die accountmanagers van OCW reeds jaarlijks met de regio over de vsv-cijfers voeren. Door deze werkwijze kan regelmatig – en met oog voor regionale verschillen – door de regio bijgestuurd worden.
- –
Vanaf 1 oktober: telling nieuwe vsv’ers + vsv 1 jaar later. Gegevens betreffen het studiejaar daarvoor.
- –
Februari: DUO levert per RMC-regio resultaten aan de RMC-regio via het zakelijk portaal.
- –
1 april: RMC-regio levert toelichting op de cijfers aan DUO.
- –
April/mei/juni: OCW en de regio gaan in gesprek over behaalde resultaten en maatregelen.
U heeft van DUO de resultaten van uw regio gekregen. Hierin wordt aangegeven wat het opgegeven streefcijfer uit het regionaal programma is én het behaalde resultaat van het betreffende jaar.
Wij vragen u deze cijfers toe te lichten aan de hand van onderstaande vragen.
Als de antwoorden op deze vragen terugkomen in eigen verslaglegging (bijvoorbeeld een jaarverslag, of eigen cijfermateriaal) is het voldoende om dit naar DUO toe te sturen.
Het gaat hier niet om een financiële verantwoording, maar om een beleidsinhoudelijke verantwoording van de maatregelen die via het regionaal programma vsv uitgevoerd worden.
De financiële verantwoording loopt via de reguliere weg, middels de Sisa-verantwoording door gemeenten en de jaarverslaglegging door onderwijsinstellingen.
Vragen:
- –
Zijn de beoogde streefcijfers dit jaar behaald?
- –
Zo ja, wat waren de succesfactoren?
- –
Zo nee, wat is hiervan de oorzaak?
- –
In hoeverre is er sprake van ongediplomeerde uitstroom naar werk (‘groenpluk’) onder vsv’ers?
- –
Welke aanpassingen of aanvullingen gaat de regio inzetten om alsnog de streefcijfers te behalen?
- –
Welke maatregelen uit het regionaal programma vsv werken goed en welke minder goed?
- –
Wat zijn hiervan de oorzaken?
- –
Hoe zijn de domeinen arbeid en zorg betrokken bij het regionale bestuurlijke overleg en
- –
Welke resultaten zijn hiermee bereikt?3
- –
Is dit studiejaar gebruik gemaakt van de extra financiële middelen als bedoeld in artikel 4.4? (Vanaf studiejaar 2021–2022)
- –
Zo ja, welke extra activiteiten heeft de regio hiervan ondernomen en welke resultaten zijn hiermee bereikt? (Vanaf studiejaar 2021–2022)
RMC-regio | Naam regio | RMC-contactgemeente | Bedrag per regio | Extra bedrag 20251 |
1 | Oost-Groningen | Veendam | 129.981 | 342.965 |
2 | Noord-Groningen-Eemsmond | Delfzijl | 129.981 | 215.086 |
3 | Centraal en Westelijk Groningen | Groningen | 297.099 | 745.771 |
4 | Friesland Noord | Leeuwarden | 297.099 | 679.434 |
5 | Zuid-West Friesland | Sneek | 129.981 | 315.554 |
6 | De Friese Wouden | Smallingerland | 297.099 | 547.479 |
7 | Noord- en Midden Drenthe | Assen | 222.824 | 410.237 |
8 | Zuid-Oost Drenthe | Emmen | 222.824 | 387.240 |
9 | Zuid-West Drenthe | Hoogeveen | 129.981 | 295.571 |
10 | IJssel-Vecht | Zwolle | 594.197 | 943.010 |
11 | Stedendriehoek | Apeldoorn | 519.923 | 1.014.988 |
12 | Twente | Enschede | 742.747 | 1.408.709 |
13 | Achterhoek | Doetinchem | 371.373 | 618.142 |
14 | Vervallen | |||
15 | Rivierenland | Tiel | 297.099 | 446.514 |
16 | Eem en Vallei | Amersfoort | 742.747 | 1.330.364 |
17 | Noordwest-Veluwe | Harderwijk | 222.824 | 402.797 |
18 | Flevoland | Almere | 519.923 | 1.116.629 |
19 | Utrecht | Utrecht | 965.571 | 1.626.519 |
20 | Gooi en Vechtstreek | Hilversum | 297.099 | 390.177 |
21 | Agglomeratie Amsterdam | Amsterdam | 1.336.944 | 3.204.885 |
22 | West-Friesland | Hoorn | 222.824 | 438.777 |
23 | Kop van Noord-Holland | Den Helder | 222.824 | 373.993 |
24 | Noord-Kennemerland | Alkmaar | 297.099 | 603.700 |
25 | Zuid-Kennemerland en IJmond | Haarlem | 371.373 | 705.083 |
26 | Zuid-Holland-Noord | Leiden | 519.923 | 703.663 |
27 | Zuid-Holland-Oost | Gouda | 519.923 | 743.068 |
28 | Haaglanden | Den Haag | 965.571 | 2.506.933 |
29 | Rijnmond | Rotterdam | 1.708.317 | 3.347.522 |
30 | Zuid-Holland-Zuid | Dordrecht | 594.197 | 999.025 |
31 | Oosterschelde regio | Goes | 222.824 | 307.012 |
32 | Walcheren | Middelburg | 129.981 | 245.734 |
33 | Zeeuwsch-Vlaanderen | Terneuzen | 129.981 | 200.121 |
34 | West-Brabant | Breda | 742.747 | 1.386.348 |
35 | Midden-Brabant | Tilburg | 519.923 | 918.564 |
36 | Noord-Oost-Brabant | Den Bosch | 742.747 | 1.182.183 |
37 | Zuidoost-Brabant | Eindhoven | 742.747 | 1.377.254 |
38 | Gewest Limburg-Noord | Venlo | 594.197 | 913.147 |
39 | Gewest Zuid-Limburg | Heerlen | 742.747 | 1.077.224 |
40 | Rijk van Nijmegen | Nijmegen | 371.373 | 553.584 |
41 | Arnhem | Arnhem | 371.373 | 874.996 |
1 Als bedoeld in artikel 4.5.