Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2 april 2020, nr. MBO/16722156, houdende voorschriften inzake het terugdringen van het aantal voortijdig schoolverlaters in de jaren 2020 tot en met 2024, alsmede inzake de regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020–2024)Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020–2025De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies artikelen en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, artikel 118i, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 8.3.3, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 162c, derde lid, van de Wet op de expertisecentra en de artikelen 1 en 4, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van het Besluit regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten;

Besluit:

Deze regeling zal met de bijlagen en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,I.K. vanEngelshoven

In deze regeling wordt verstaan onder:

besluit:Besluit regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten;

contactschool: contactschool als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid;

effectrapportage: effectrapportage als bedoeld in artikel 8.25 van de WVO 2020, artikel 8.3.2, zevende lid, van de WEB en artikel 162b, zevende lid, van de WEC;

entreeopleiding: entreeopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a, van de WEB;

jongere in een kwetsbare positie: jongere die jonger is dan 23 jaar, en

minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

nieuwe voortijdig schoolverlater: jongere die jonger is dan 23 jaar en die in enig jaar behoort tot de startpopulatie, bedoeld in bijlage 1, onder I, die het daaropvolgend jaar niet is ingeschreven aan een onderwijsinstelling en die niet behoort tot één van de categorieën, genoemd in bijlage 1, onder II;

onderwijsinstelling: instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de WEB, school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020 of school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de WEC;

plusvoorziening: voorziening ten behoeve van de onderwijsinstellingen in een RMC-regio, die bestaat uit een gecombineerd programma van onderwijs leidend naar het behalen van een startkwalificatie, zorg, hulpverlening en waar nodig arbeidstoeleiding en die wordt aangeboden aan jongeren tot 23 jaar, die zodanig ernstige problemen ondervinden op het gebied van financiën, gezondheid, huisvesting, sociale omgeving of maatschappelijk functioneren dat zij de onderwijsinstelling zonder diploma dreigen te verlaten;

regionaal programma: regionaal programma als bedoeld in artikel 8.3.4, eerste lid, van de WEB, artikel 8.27, eerste lid, van de WVO 2020 en artikel 149, eerste lid, van de WEC;

RMC-contactgemeente: contactgemeente als bedoeld in artikel 8.3.2, derde lid, van de WEB, artikel 147, derde lid, van de WEC en artikel 8.23, eerste en tweede lid, WVO 2020;

RMC-regio: RMC-regio, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling;

ROD: Register Onderwijsdeelnemers als bedoeld in de Wet register onderwijsdeelnemers;

startkwalificatie: startkwalificatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Leerplichtwet 1969;

studiejaar: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daaropvolgende jaar;

WEB:Wet educatie en beroepsonderwijs;

WEC:Wet op de expertisecentra;

WVO 2020:Wet voortgezet onderwijs 2020.

De hoofdstukken 3, 4 en 6 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS zijn niet van toepassing op de subsidieverstrekking op grond van paragraaf 3 van deze regeling.

Het regionaal programma 2020–2024 wordt verlengd tot en met 31 december 2025.

Voor subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf is ten hoogste beschikbaar:

De financiële verantwoording geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 2, zoals bedoeld in richtlijn RJ660 van de Raad van de Jaarverslaggeving.

De minister verstrekt jaarlijks op grond van deze paragraaf een specifieke uitkering aan de RMC-contactgemeenten voor het in de RMC-regio’s uitvoeren van de taken, bedoeld in de artikelen 8.24, eerste tot en met derde lid, van de WVO 2020, 8.3.2, vijfde lid, van de WEB en 147, vijfde lid, van de WEC, en het uitvoeren van het regionaal programma, bedoeld in de artikelen 8.27, vierde lid, WVO 2020, 8.3.4, vierde lid, van de WEB en 149, vierde lid, van de WEC.

De RMC-contactgemeente draagt er zorg voor dat de gemeenten in de RMC-regio meewerken aan het onderzoek naar de effecten van het regionaal programma, bedoeld in artikel 3.10.

Voor de studiejaren 2021/2022 tot en met 2023/2024 en voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025 beantwoordt het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende RMC-contactgemeente in de effectrapportage twee aanvullende vragen, opgenomen in bijlage 5, over de resultaten van de besteding van de extra financiële middelen, bedoeld in artikel 4.4.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020–2025.

Door het aantal nieuwe vsv’ers af te zetten tegen het aantal jongeren in de startpopulatie wordt het vsv-percentage bepaald van een instelling. Voor deze definitie is gekozen om meetbaar op instellingsniveau, landelijk uniform, zonder administratieve lasten voor de instellingen en controleerbaar het aantal (nieuwe) jaarlijkse voortijdig schoolverlaters te kunnen meten.

Regio 1. Oost-Groningen

Stadskanaal, Veendam, Westerwolde, Pekela, Oldambt.

Regio 2. Noord-Groningen-Eemsmond

Het Hogeland, Eemsdelta.

Regio 3. Centraal en Westelijk Groningen

Groningen, Midden-Groningen, Westerkwartier.

Regio 4. Friesland Noord

Ameland, Dantumadiel, Harlingen, Leeuwarden, Noardeast-Fryslân, Schiermonnikoog, Terschelling, Vlieland, Waadhoeke.

Regio 5. Zuid-West Friesland

De Fryske Marren, Súdwest-Fryslân.

Regio 6. Friesland-Oost (‘de Friese Wouden’)

Achtkarspelen, Heerenveen, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytsjerksteradiel, Weststellingwerf.

Regio 7. Noord-en Midden Drenthe

Aa en Hunze, Assen, Midden-Drenthe, Noordenveld, Tynaarlo.

Regio 8. Zuid-Oost Drenthe

Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen.

Regio 9. Zuid-West Drenthe

Hoogeveen, Meppel, Westerveld, De Wolden.

Regio 10. IJssel-vecht

Dalfsen, Hardenberg, Hattem, Heerde, Kampen, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland, Zwolle.

Regio 11. Stedendriehoek

Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Lochem, Olst-Wijhe, Voorst, Zutphen.

Regio 12. Twente

Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand, Wierden.

Regio 13. Achterhoek

Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doesburg, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk.

Regio 14.

Vervallen.

Regio 15. Rivierenland

Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Zaltbommel.

Regio 16. Eem en Vallei

Amersfoort, Baarn, Barneveld, Bunschoten, Ede, Leusden, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Soest, Veenendaal, Wageningen, Woudenberg.

Regio 17. Noordwest-Veluwe

Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Zeewolde.

Regio 18. Flevoland

Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk.

Regio 19. Utrecht

Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden, Zeist.

Regio 20. Gooi en Vechtstreek

Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Wijdemeren.

Regio 21. Agglomeratie Amsterdam

Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad.

Regio 22. West-Friesland

Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Medemblik, Koggenland, Opmeer, Stede Broec.

Regio 23. Kop van Noord-Holland

Den Helder, Hollands Kroon, Schagen, Texel.

Regio 24. Noord-Kennemerland

Alkmaar, Bergen (NH), Castricum, Dijk en Waard, Heiloo, Uitgeest.

Regio 25. Zuid-Kennemerland en IJmond

Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen, Zandvoort.

Regio 26. Zuid-Holland-Noord

Hillegom, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Kaag en Braassem, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude.

Regio 27. Zuid-Holland-Oost

Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Nieuwkoop, Waddinxveen, Zuidplas.

Regio 28. Haaglanden/Westland

Delft, ’s-Gravenhage, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland, Zoetermeer.

Regio 29. Rijnmond

Albrandswaard, Barendrecht, Capelle, aan, den, IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee.

Regio 30. Zuid-Holland-Zuid

Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht Hoeksche Waard, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht.

Regio 31. Oosterschelde Regio

Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Tholen.

Regio 32. Walcheren

Middelburg, Veere, Vlissingen.

Regio 33. Zeeuws-Vlaanderen

Hulst, Sluis, Terneuzen.

Regio 34. West-Brabant

Altena, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Geertruidenberg, Drimmelen, Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Steenbergen, Rucphen, Woensdrecht, Zundert.

Regio 35. Midden-Brabant

Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg, Waalwijk.

Regio 36. Noord-Oost-Brabant

Bernheze, Boekel, Boxtel, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Land van Cuijk, Maashorst, Meierijstad, Oss, Sint-Michielsgestel, Vught.

Regio 37. Zuidoost-Brabant

Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen Gerwen en Nederwetten, Oirschot, Reusel-De, Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre.

Regio 38. Gewest Limburg-Noord

Beesel, Bergen (L), Echt-Susteren, Gennep, Horst aan de Maas, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Peel, en, Maas, Roerdalen, Roermond, Venlo, Venray, Weert.

Regio 39. Gewest Zuid-Limburg

Beek, Beekdaelen, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Voerendaal.

Regio 40. Rijk van Nijmegen

Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen, Wijchen.

Regio 41. Arnhem

Arnhem, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Zevenaar.

Op grond van deze regeling kunnen contactscholen drie keer subsidie aanvragen:

Voor deze subsidies wordt het totaal beschikbare bedrag als volgt over de contactscholen verdeeld:

1 Voor subsidie (1) geldt dat het in deze kolom genoemde bedrag moet worden vermenigvuldigd met vier.

Algemeen

Via het aanvraagformulier kunt u als contactschool subsidie aanvragen voor de uitvoering van het regionaal programma. U kunt drie keer subsidie aanvragen: voor de studiejaren 2020/2021 tot en met 2023/2024 (1), voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025 (2) en voor de periode van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025 (3). Alle drie de subsidiebedragen dienen uiterlijk eind 2025 besteed te zijn. De contactgemeente krijgt via een specifieke uitkering tevens middelen voor de uitvoering van het regionaal programma (artikel 8.3.4, vierde lid, WEB).

Het aanvraagformulier vindt u op de beveiligde omgeving van Mijn DUO (www.duo.nl/zakelijk). U dient het volledig ingevulde en ondertekende aanvraagformulier met bijlagen hier in te dienen. Het verplichte format van het in te vullen aanvraagformulier wordt door DUO beschikbaar gesteld.

Regionaal programma aan maatregelen

De volgende items dienen minimaal in het regionaal programma terug te komen om in aanmerking te komen voor subsidie:

Het regionaal programma hoeft niet in een bepaald format te worden aangeleverd, maar in het aanvraagformulier wordt wel een overzicht van de begrootte maatregelen gevraagd. Alhoewel niet verplicht, verzoeken we de regio’s tevens in het regionaal programma een analyse te maken van de stijgende vsv-cijfers wanneer dat in uw regio van toepassing is, waarbij gebruik wordt gemaakt van de meest recente kwantitatieve en kwalitatieve landelijke en regionale gegevens van uw regio. Hierbij vragen we extra aandacht voor ongediplomeerde uitstroom naar werk (‘groenpluk’) als oorzaak van vsv en maatregelen die worden genomen om dit tegen te gaan. Ook raden we aan de kwaliteitsagenda’s van de mbo-scholen in uw regio bij het opstellen van de streefcijfers en de maatregelen te betrekken. In de kwaliteitsagenda’s staan reeds doelstellingen en maatregelen om vanuit de mbo-school uitval tegen te gaan en jongeren in kwetsbare positie te ondersteunen. Tot slot vragen we u ook om uw OCW-accountmanager bij het opstellen en vaststellen van het regionaal programma te betrekken.5

Mocht u gedurende de looptijd van het regionaal programma aanleiding zien om de streefcijfers en/of maatregelen aan te passen, dan verzoeken we u dit te melden aan uw accountmanager en aan DUO. Het betreft in dat geval namelijk een aanpassing van het regionaal programma en daarmee subsidieaanvraag. Dit geldt zowel voor subsidie (1), (2) als (3).

Toelichting aanvraagformulier

1. Contactgegevens

Bij dit onderdeel vult u de gevraagde contactgegevens in.

2. Streefcijfers

Bij dit onderdeel vult u de tabel in.

Voor de subsidieaanvraag voor subsidie (1) geeft u aan naar hoeveel procent nieuwe jaarlijkse vsv’ers u streeft op peildatum 1 oktober 2024 en welke resultaten – uitgedrukt in percentages – u in de tussenliggende jaren wilt behalen. Ditzelfde geldt voor het percentage uitgevallen jongeren dat een jaar later opnieuw naar school gaat en het percentage uitgevallen jongeren dat een jaar later aan het werk is. Het gaat ook hierbij om de periode tot en met peildatum 1 oktober 2024, maar in dit geval gaat het om het terugkeermoment, namelijk de vsv’ers die een jaar na uitval onderwijs volgen of een baan hebben. Bij de streefcijfers van de nieuwe vsv’ers gaat het over het uitvalmoment van de jongeren. Ten behoeve van het opstellen van deze streefcijfers staan op het zakelijk portaal van DUO de resultaten voor uw regio op peildatum 1 oktober van de jaren 2017, 2018 en 2019. Optioneel kunt u als regio ook streefcijfers per onderwijssector (vo/mbo) en per onderwijsniveau (mbo niveau 1, 2, 3 en 4) opstellen.

Voor de subsidieaanvraag voor subsidie (2) vult u de streefcijfers tot en met peildatum 1 oktober 2025 in. U hoeft alleen de nieuwe gegevens in de laatste kolom (Teldatum 1 oktober 2025 m.b.t studiejaar 2024/2025) in te vullen. Indien het regionaal programma ongewijzigd blijft, is het vijfde streefpercentage hetzelfde als het vierde streefpercentage. Indien u ervoor kiest om het regionaal programma te wijzigen door de streefcijfers aan te passen, is het vijfde streefpercentage logischerwijs anders dan het vierde streefpercentage.

Voor de subsidieaanvraag voor subsidie (3) hoeft u alleen de streefcijfers op peildatum 1 oktober 2025 in de laatste kolom (Teldatum 1 oktober 2025 m.b.t studiejaar 2024/2025) in te vullen indien u het regionaal programma wijzigt door daarin aangepaste streefcijfers op te nemen.6 Indien de streefcijfers van het regionaal programma ongewijzigd blijven, hoeft u niets in te vullen.

Hulp bij opstellen streefcijfers jaarlijkse nieuwe vsv’ers

In tabel 1 staat een overzicht van de gegevens, die u van DUO kunt verwachten met betrekking tot deze jaarlijkse nieuwe vsv’ers:

Hulp bij opstellen streefcijfers vsv’ers één jaar later

Daarnaast staan op het zakelijk portaal van DUO de gegevens over de vsv’ers die een jaar na uitval een baan hebben of opnieuw naar school gaan. Dit is te zien in tabel 2.

3. Maatregelen en begroting

Voor de subsidieaanvraag voor subsidie (1) gaat u bij dit onderdeel in op de maatregelen die in uw RMC-regio worden genomen. U geeft aan wat de maatregel inhoudt, aan welke doelstelling(en) van de regeling de maatregel bijdraagt en wat het totaalbedrag per maatregel is. Dit kunnen personele of materiële kosten zijn. Ook geeft u kosten aan die u begroot voor de beheers- en coördinatiekosten. Dit betreft zowel de overkoepelende beheers- en coördinatiekosten als de beheers- en coördinatiekosten van specifieke maatregelen. U kunt ook een dergelijke tabel in uw regionaal programma opnemen en hiernaar verwijzen.

Voor de subsidieaanvraag voor de subsidies (2) en (3) vult u ook de tabel in indien u het regionaal programma wijzigt door daarin nieuwe of gewijzigde maatregelen op te nemen. U hoeft in dat geval alleen de nieuwe of gewijzigde maatregelen op te nemen. Indien het regionaal programma ongewijzigd blijft, volstaat het om dit aan geven.

4. Overzicht bedrag subsidie

Bij dit onderdeel geeft u het totale bedrag aan waarvoor u subsidie aanvraagt.

5. Ondertekening

Bij dit onderdeel ondertekent u de aanvraag.

Controle door DUO

DUO controleert of:

Planning

Subsidie (1):

Subsidie (2):

Subsidie (3):

Weergave aanvraagformulier

1. Contactgegevens

2. Streefcijfers

3. Maatregelen en begroting

4. Overzicht bedrag subsidieaanvraag

5. Ondertekening

De contactgemeente van de RMC-regio is wettelijk verplicht jaarlijks een effectrapportage op te stellen waarin de streefcijfers en bereikte resultaten om voortijdig schoolverlaten te voorkomen en te bestrijden, worden toegelicht (artikel 8.3.2 lid 7 WEB). Ook dient in deze effectrapportage aangegeven te worden hoe de domeinen arbeid en zorg bij het regionale bestuurlijk overleg zijn betrokken in het kader van het regionaal programma vsv (artikel 8.3.4 lid 5 WEB).

Via de ministeriële regeling worden scholen en gemeenten gevraagd het regionaal programma vsv op te stellen. Via deze regeling worden gemeenten ook gevraagd de effectrapportage via een vast format jaarlijks aan te leveren aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). De onderwijsinstellingen worden gevraagd mee te werken aan het opstellen van deze regeling (artikel 3.4, lid 4 van de Regeling). Gezien de hoge administratieve lasten van de vorige effectrapportage uit de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017 is besloten het format aan te passen en in te korten.

De rapportage beoogt een instrument te zijn voor de gesprekken tussen OCW en de RMC-regio over behaalde resultaten en genomen maatregelen. De effectrapportage geeft tegelijk invulling aan de wettelijke verplichting van de contactgemeente om jaarlijks een effectrapportage vast te stellen waarin de bereikte resultaten in het licht van de eerder opgestelde streefcijfers worden toegelicht. Het opstellen van streefcijfers is onderdeel van het regionaal programma vsv conform de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020–2025.

DUO zal jaarlijks via het zakelijk portaal per RMC-regio het volgende in beeld brengen:

De regio wordt gevraagd via de vragen die hieronder zijn opgesteld de resultaten jaarlijks toe te lichten. Hiervoor wordt u jaarlijks, via de gebruikelijke weg, per mail benaderd. Vervolgens vindt er ook elk jaar een gesprek tussen OCW en de regio plaats. Dit gesprek kan onderdeel zijn van de reguliere gesprekken die accountmanagers van OCW reeds jaarlijks met de regio over de vsv-cijfers voeren. Door deze werkwijze kan regelmatig – en met oog voor regionale verschillen – door de regio bijgestuurd worden.

U heeft van DUO de resultaten van uw regio gekregen. Hierin wordt aangegeven wat het opgegeven streefcijfer uit het regionaal programma is én het behaalde resultaat van het betreffende jaar.

Wij vragen u deze cijfers toe te lichten aan de hand van onderstaande vragen.

Als de antwoorden op deze vragen terugkomen in eigen verslaglegging (bijvoorbeeld een jaarverslag, of eigen cijfermateriaal) is het voldoende om dit naar DUO toe te sturen.

Het gaat hier niet om een financiële verantwoording, maar om een beleidsinhoudelijke verantwoording van de maatregelen die via het regionaal programma vsv uitgevoerd worden.

De financiële verantwoording loopt via de reguliere weg, middels de Sisa-verantwoording door gemeenten en de jaarverslaglegging door onderwijsinstellingen.

Vragen:

1 Als bedoeld in artikel 4.5.