Regeling · BWBR0044275

Besluit elektronisch procederen

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 15 oktober 2020, houdende regels voor het langs elektronische weg procederen in het civiele recht en in het bestuursrecht (Besluit elektronisch procederen)Besluit elektronisch procederenWij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 10 juli 2020, nr. 2968352; directie Wetgeving en Juridische Zaken,

Gelet op:

  • a.

    de artikelen 33, tweede lid, en 125, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;

  • b.

    de artikelen 30c, derde lid, 30f en 30n, achtste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zoals dat luidt voor de procedures en vorderingen voor de Hoge Raad waarvoor de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288) in werking is getreden;

  • c.

    de artikelen 8:36b, tweede lid, 8:36d, eerste lid, 8:36f, eerste lid, en 8:40a, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht; en

  • d.

    artikel 46, tweede lid, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming;

  • De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 23 september 2020, nr. W16.20.0245/II);

    Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 15 oktober 2020; nr. 3051637, directie Wetgeving en Juridische Zaken;

    Hebben goedgevonden en verstaan:

    Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

    ’s-Gravenhage15 oktober 2020Willem-AlexanderDe Minister voor Rechtsbescherming,S.Dekkerde dertigste oktober 2020De Minister van Justitie en Veiligheid,F.B.J.Grapperhaus

    Dit besluit is van toepassing op het langs elektronische weg procederen in het civiele recht of in het bestuursrecht bij:

    De authenticatie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, vindt plaats met een middel dat in het desbetreffende procesreglement is aangewezen en dat:

    Een onderneming of rechtspersoon die niet op grond van artikel 5 of 6 van de Handelsregisterwet 2007 staat ingeschreven in het handelsregister is niet verplicht elektronisch te procederen tenzij de onderneming of rechtspersoon in de procedure wordt vertegenwoordigd door een derde die in Nederland verplicht is tot elektronisch procederen.

    Als op de laatste dag van een voor de indiener geldende termijn voor indiening van een bericht een niet aan hem toerekenbare verstoring plaatsvindt van de toegang tot het aangewezen digitale systeem voor gegevensverwerking, is een daardoor veroorzaakte overschrijding van de termijn verschoonbaar als het bericht uiterlijk wordt ingediend op de eerstvolgende dag na de dag waarop de indiener ermee bekend had kunnen zijn dat de verstoring is verholpen.

    Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2021.

    Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit elektronisch procederen.