Op voordracht van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, gedaan mede namens Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 23 oktober 2020, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 3069312;
Gelet op de artikelen 2, vijfde lid, en 35 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, artikel 2, tweede lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en de artikelen 257b en 257ba van het Wetboek van Strafvordering;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 11 november 2020, nr. W16.20.0384/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, uitgebracht mede namens Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 10 december 2020, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 3095235;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage15 december 2020Willem-AlexanderDe Minister van Justitie en Veiligheid,F.B.J.GrapperhausDe Minister van Infrastructuur en Waterstaat,C. vanNieuwenhuizen Wijbengade tweeëntwintigste december 2020De Minister van Justitie en Veiligheid,F.B.J.GrapperhausWijzigt de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.
Wijzigt het Besluit OM-afdoening.
Wijzigt het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens.
Artikel I heeft geen gevolgen voor gedragingen die hebben plaatsgevonden voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.