ZBO-regeling · BWBR0044716
Beleidsregels catastrofebijdrage coronapandemie 2020 en 2021
gelet op artikel 33, vijfde lid, in samenhang met artikel 32, vijfde lid, en artikel 34, vierde lid, van de Zorgverzekeringswet;
Besluit:
Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Voorzitter Raad van BestuurS.WijmaDeze beleidsregels verstaan, in aanvulling op de Zorgverzekeringswet, het Besluit zorgverzekering en de Regeling zorgverzekering, onder:
- −
catastrofebijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 33, tweede lid, van de Zvw;
- −
coronapandemie: pandemie ten gevolge van het SARS-CoV-2 virus die een catastrofe is als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de Zvw;
- −
coronakosten: kosten voor de op grond van de zorgverzekeringen verzekerde zorg of andere diensten ten gevolge van de coronapandemie;
- −
prestatie continuïteitsbijdrage: kosten die voldoen aan de voorwaarden, voorschriften en beperkingen voor de continuïteitsbijdragen als gesteld in de Prestatiebeschrijvingbeschikking continuïteitsbijdrage en meerkosten in verband met de uitbraak van het SARS-CoV-2 virus van de NZa (TB/REG-20656-01);
- −
COVID-19: de ziekte die door het virus SARS-CoV-2 veroorzaakt wordt;
- −
COVID-patiënten: verzekerden die COVID-19 hebben of waarvoor de medische verdenking bestaat dat zij COVID-19 hebben;
- −
COVID-zorg: zorg die aan COVID-patiënten geboden wordt voor de behandeling van COVID-19 of voor het herstel van COVID-19;
- −
Handboek informatie Zorgverzekeringswet: het Handboek informatie Zorgverzekeringswet voor de jaren 2020, 2021, 2022, 2023, 2024 en 2025;
- −
NZa: de Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in artikel 3 van de Wet marktordening gezondheidszorg;
- −
prestatie meerkosten: kosten die voldoen aan de voorwaarden, voorschriften en beperkingen voor de meerkosten als gesteld in de Prestatiebeschrijvingbeschikking continuïteitsbijdrage en meerkosten in verband met de uitbraak van het SARS-CoV-2 virus van de NZa (TB/REG-20656-01);
- −
Regeling structurele aanlevering gegevens Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg: de Regeling structurele aanlevering gegevens Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg voor de jaren 2020, 2021, 2022, 2023, 2024 en 2025.
- −
verwachte catastrofeschadelast: de catastrofeschadelast bedoeld in artikel 6.6.2 van de Regeling zorgverzekering;
- −
verwachte grondslag: de grondslag bedoeld in artikel 6.6.2 van de Regeling zorgverzekering;
- −
verzoek: verzoek van een zorgverzekeraar voor een extra bijdrage in verband met de coronapandemie;
- −
werkelijke catastrofeschadelast: de catastrofeschadelast bedoeld in artikel 6.6.5 van de Regeling zorgverzekering;
- −
werkelijke grondslag: de grondslag bedoeld in artikel 6.6.5 van de Regeling Zorgverzekering;
- −
- −
ZN: Zorgverzekeraars Nederland;
- −
Zorginstituut: Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet;
- −
Zvw: Zorgverzekeringswet.
In overeenstemming met artikel 6.6.5, tweede lid, van de Regeling zorgverzekering bestaan de coronakosten uit:
- a.
reguliere directe kosten voor COVID-zorg voor COVID-patiënten, welke kosten bepaald zijn met de declaratiecodes en de rekenregels die zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze beleidsregels;
- b.
de toeslagen op reguliere tarieven in verband met verhoogde kosten als gevolg van de coronapandemie, welke kosten berekend zijn met de declaratiecodes voor de toeslagen die zijn opgenomen in bijlage 2 bij deze beleidsregels;
- c.
de indirecte meerkosten op grond van de prestatie meerkosten indien aan de volgende twee vereisten is voldaan:
- −
de zorgverzekeraar en de zorgaanbieder hebben voor die kosten een schriftelijke afspraak gemaakt, de kosten hebben alleen betrekking op de basisverzekering en de zorgverzekeraar heeft de kosten werkelijk betaald overeenkomstig die schriftelijke afspraak; en
- −
de hoogte van de indirecte meerkosten is plausibel.
- −
Aan de plausibiliteitstoets is voldaan als ZN voor een sector afspraken heeft gemaakt over de vergoeding van de indirecte meerkosten (zogenaamde landelijke afspraken) en de NZa deze afspraken plausibel heeft gevonden, waarbij de NZa rekening kan houden met alle bijzondere omstandigheden als gevolg van de coronapandemie.
Aan de plausibiliteitstoets is voldaan als ZN voor een sector afspraken heeft gemaakt over (aanvullende) specifieke vergoedingen van de indirecte meerkosten (zogenaamde landelijke afspraken) die achteraf vastgesteld worden, waarbij:
- −
de NZa het door ZN uitgewerkte uniforme proces voor toekenning van deze vergoedingen adequaat vindt, én
- −
de zorgverzekeraar kan aantonen, dat het vooraf door de NZa adequaat bevonden proces, bij de toekenning van de vergoedingen ook daadwerkelijk is gevolgd.
De NZa kan bij de beoordeling of het proces adequaat is, rekening houden met alle bijzondere omstandigheden als gevolg van de coronapandemie. De NZa geeft achteraf een bestuurlijk oordeel over de opgave van de gerealiseerde indirecte meerkosten, waaronder de kosten in verband met de hardheidsclausule. Dat bestuurlijk oordeel kan leiden tot een correctie door de NZa op de opgave van de zorgverzekeraar.
Indien een zorgverzekeraar de landelijke afspraken niet heeft gevolgd dan is de vergoeding alleen plausibel als de zorgverzekeraar aan de NZa kan aantonen dat deze vergoeding gebaseerd is op de werkelijke kosten.
De in het eerste lid, onder a en b genoemde kosten worden op de voor de risicoverevening gebruikelijke manier toegerekend aan het jaar 2020 of 2021.
De in het eerste lid, onder c genoemde kosten worden op basis van de schriftelijke afspraak tussen de zorgverzekeraar en de zorgaanbieder toegerekend aan het jaar 2020 of 2021.
In overeenstemming met artikel 6.6.5, derde lid, van de Regeling zorgverzekering komen de volgende kosten niet in aanmerking voor een catastrofebijdrage:
- a.
Kosten voor de continuïteitsbijdrage;
- b.
Kosten waarvoor de zorgverzekeraar compensatie krijgt ten laste van de rijksbegroting bedoeld in artikel 2.1 van de Comptabiliteitswet 2016, zoals de kosten op grond van artikel 2.29a, vijfde lid, van de Regeling zorgverzekering voor het doorbetalen van de niet-geleverde zorg ten laste van het Zvw-pgb;
- c.
Kosten die voor rekening van verzekerden zijn gekomen op grond van het verplicht eigen risico.
Het Zorginstituut kent een zorgverzekeraar op zijn verzoek een voorlopige catastrofebijdrage toe in verband met de verwachte catastrofeschadelast.
De wijze van berekenen van de hoogte van de voorlopige catastrofebijdrage is bepaald in artikel 6.6.2 van de Regeling zorgverzekering.
Een verzoek wordt bij het Zorginstituut ingediend met gebruikmaking van het daartoe vastgestelde formulier, zoals bekend gemaakt op de website van het Zorginstituut www.zorginstituutnederland.nl.
Het verzoek wordt uiterlijk op 31 december 2021 ingediend.
Indien het verzoek wordt ingediend na 31 december 2021 kent het Zorginstituut een lagere catastrofebijdrage toe, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de zorgverzekeraar in verzuim is geweest.
De korting op de catastrofebijdrage bedraagt:
- −
10% indien het verzoek wordt ingediend op of na 1 januari 2022 maar voor 1 april 2022;
- −
25% indien het verzoek wordt ingediend op of na 1 april 2022 maar voor 1 juli 2022;
- −
50% indien het verzoek wordt ingediend op of na 1 juli 2022 maar voor 1 oktober 2022;
- −
75% indien het verzoek wordt ingediend op of na 1 oktober 2022 maar voor 1 januari 2023.
In overeenstemming met artikel 6.6.2, vijfde lid, van de Regeling zorgverzekering, kent het Zorginstituut een voorlopige catastrofebijdrage van nihil toe indien het verzoek wordt ingediend op of na 1 januari 2023.
Het verzoek bevat een schatting van de verwachte catastrofeschadelast van de zorgverzekeraar in verband met de coronapandemie.
Bij het verzoek wordt een onderscheid gemaakt tussen:
- a.
reguliere directe kosten voor COVID-zorg voor COVID-patiënten;
- b.
toeslagen op reguliere tarieven in verband met verhoogde kosten als gevolg van de coronapandemie;
- c.
indirecte meerkosten op grond van de prestatie meerkosten.
Bij het verzoek wordt tevens een onderscheid gemaakt tussen kosten voor het jaar 2020 en 2021.
Het verzoek bevat een betaalschema dat is afgestemd op de verwachte betalingen van de zorgverzekeraar aan de zorgaanbieders.
Het Zorginstituut beslist binnen acht weken nadat het volledig ingevulde formulier is ontvangen op het verzoek om een voorlopige catastrofebijdrage.
Indien het Zorginstituut niet binnen acht weken op het verzoek kan beslissen, deelt het Zorginstituut dit binnen die termijn mee aan de zorgverzekeraar, onder vermelding van de termijn waarbinnen wel op het verzoek wordt beslist.
In spoedeisende gevallen kent het Zorginstituut op verzoek van een zorgverzekeraar een voorschot toe.
Bij het besluit tot toekenning van een voorlopige catastrofebijdrage neemt het Zorginstituut een betaalschema op, rekening houdend met het betaalschema van de zorgverzekeraar.
In aanvulling op artikel 33, derde lid, van de Zvw en de artikelen 6.6.4 en 7.2, onder d, van de Regeling zorgverzekering, regelt het Zorginstituut in de Regeling structurele aanlevering gegevens Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg welke gegevens zorgverzekeraars op welk moment dienen aan te leveren over de gerealiseerde coronakosten ten behoeve van de definitieve vaststelling van de catastrofebijdrage.
Het Zorginstituut specificeert deze gegevens nader in het Handboek informatie Zorgverzekeringswet.
Het Zorginstituut stelt de catastrofebijdrage definitief vast aan de hand van de werkelijke catastrofeschadelast.
Het Zorginstituut houdt bij de vaststelling van de werkelijke catastrofeschadelast rekening met het deel van de reguliere directe kosten dat voor rekening van de verzekerden komt op grond van het verplicht eigen risico van verzekerden. Indien dit deel niet rechtstreeks uit de administratie van de zorgverzekeraar is te bepalen accepteert het Zorginstituut daarbij een bepaling van het verplicht eigen risico voor COVID-zorg zoals gespecificeerd in het derde lid.
Een zorgverzekeraar kan het verplicht eigen risico voor COVID-zorg per verzekerde bepalen door eerst op het jaarlijks verplichte eigen risico van maximaal € 385 het verplichte eigen risico op basis van de kosten van de reguliere zorg van die verzekerde in mindering te brengen. Bij de kosten van de reguliere zorg blijven de kosten van de prestaties waarvoor geen verplicht eigen risico geldt buiten beschouwing. Als het maximum dan nog niet is bereikt, is het restant het verplicht eigen risico op de kosten voor COVID-zorg.
Het Zorginstituut stelt de werkelijke catastrofeschadelast vast aan de hand van de gegevens over de gerealiseerde coronakosten zoals zorgverzekeraars die hebben aangeleverd op grond van de Regeling structurele aanlevering gegevens Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg en het Handboek informatie Zorgverzekeringswet.
Bij de vaststelling van de werkelijke catastrofeschadelast wordt gecontroleerd of er een assurance-rapport is van de accountant van de zorgverzekeraar over deze kosten conform het accountantsprotocol van de NZa daarover.
Het Zorginstituut verwerkt bij de definitieve vaststelling de correcties van de NZa op de opgaven van zorgverzekeraars over de gerealiseerde coronakosten.
Indien de NZa een deel van de in artikel 2, eerste lid, onder c bedoelde kosten niet geaccordeerd heeft, laat het Zorginstituut die kosten bij de definitieve vaststelling buiten beschouwing.
Het Zorginstituut stelt uiterlijk op 1 april 2025 de catastrofebijdrage definitief vast aan de hand van de werkelijke catastrofeschadelast.
Het Zorginstituut specificeert daarbij welk deel van de catastrofebijdrage is bestemd voor 2020 en 2021 aan de hand van de werkelijke catastrofeschadelast voor die jaren.
De wijze van berekenen van de hoogte van de definitief vast te stellen catastrofebijdrage is bepaald in artikel 6.6.5, vierde lid van de Regeling zorgverzekering.
De op grond van artikel 4 toegekende voorlopige catastrofebijdrage wordt verrekend met de definitieve catastrofebijdrage.
Indien het verzoek, bedoeld in artikel 6 van deze beleidsregels, is ingediend op of na 1 januari 2022 stelt het Zorginstituut de definitieve catastrofebijdrage lager vast, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de zorgverzekeraar in verzuim is geweest.
Artikel 6, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
In overeenstemming met artikel 6.6.5, vijfde lid, van de Regeling zorgverzekering stelt het Zorginstituut de definitieve catastrofebijdrage vast op nihil indien het verzoek is ingediend op of na 1 januari 2023.
De zorgverzekeraar en het Zorginstituut zijn over en weer rente verschuldigd over het verschil tussen de toegekende voorlopige catastrofebijdrage en de definitieve catastrofebijdrage aan de hand van het betaalschema dat in de toekenningsbeschikking is opgenomen.
De periode waarover rente berekend wordt, vangt aan op 1 januari 2022 en eindigt op de datum dat het Zorginstituut de catastrofebijdrage definitief vaststelt.
Voor het rentepercentage gaat het Zorginstituut uit van het gemiddelde van de maandrentes van het Euro Interbank Offered Rate (Euribortarief) voor driemaands termijngelden zonder onderpand. Voor de laatste kalendermaand vóór de vaststelling gaat het Zorginstituut uit van de rente over de voorafgaande kalendermaand.
Indien de situatie zich voordoet dat het in deze paragraaf bedoelde Euribortarief niet meer kan worden toegepast, zal een zoveel als mogelijk overeenkomstig tarief worden gehanteerd.
De rente betreft een samengestelde rente en wordt op maandbasis berekend.
Bij de berekening wordt een maand op 30 en een jaar op 360 dagen gesteld.
De rente wordt bij de definitieve vaststelling van de catastrofebijdrage berekend en verrekend met de definitieve catastrofebijdrage.
Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst, en werken terug tot en met 1 januari 2020. De beleidsregels vervallen met ingang van 1 januari 2026.
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels catastrofebijdrage coronapandemie 2020 en 2021.
Onderstaande tabel bevat de declaratiecodes voor kosten die in 2020 en 2021 kunnen worden ingebracht aan de hand van voorwaarden en rekenregels.
kostenrubriek | code | declaratiecode | type declaratiecode | voorwaarden | rekenregel |
Voor gehele bijlage 1 geldt dat alleen basisverzekering zorg mag worden opgenomen en dat declaraties betrekking moeten hebben op de jaren 2020 of 2021 | |||||
01 HUISARTSENZORG en MDZ | |||||
Bijzondere betalingen | 503 | – | |||
Avond-, nacht- en weekenddiensten | 504 | 12201, 12202, 12203, 12300, 12301, 12302, 12207, 12208, 12304 | verrichtingcode | Binnen een periode van 7 dagen voor opname tot en met 7 dagen na ontslag uit ziekenhuis waarbij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2 geregistreerd is, óf binnen een periode van 7 dagen voor opname tot en met 7 dagen na ontslag uit instelling waarbij coronacohortverpleging A0012 geregistreerd is. | Selecteren als ‘declaratiecode’ aan ’voorwaarden’ voldoet. |
Inschrijftarieven | 505 | – | |||
Consulttarieven | 506 | 12001, 12002, 12003, 12010, 12011 | verrichtingcode | Binnen een periode van 7 dagen voor opname tot en met 7 dagen na ontslag uit ziekenhuis waarbij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2 geregistreerd is, óf binnen een periode van 7 dagen voor opname tot en met 7 dagen na ontslag uit instelling waarbij coronacohortverpleging A0012 geregistreerd is. | Selecteren als ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ voldoet. |
12111, 12112, 12113, 12117, 12118 | verrichtingcode | Binnen een periode van 7 dagen voor opname tot en met 7 dagen na ontslag uit ziekenhuis waarbij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2 geregistreerd is, óf binnen een periode van 7 dagen voor opname tot en met 7 dagen na ontslag uit instelling waarbij coronacohortverpleging A0012 geregistreerd is. De verrichtingcode mag niet worden ingebracht als deze in de 90 dagen voorafgaand aan de COVID-periode bij dezelfde patiënt is gedeclareerd. | Selecteren als ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ voldoet. | ||
13034, 13036 | verrichtingcode | Binnen een periode van 7 dagen voor opname tot en met 7 dagen na ontslag uit ziekenhuis waarbij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2 geregistreerd is, óf binnen een periode van 7 dagen voor opname tot en met 7 dagen na ontslag uit instelling waarbij coronacohortverpleging A0012 geregistreerd is, óf indien de verzekerde jonger dan 60 jaar is ten tijde van de verrichting, óf binnen een periode van 8 maanden voorafgaand aan een verrichting paramedische herstelzorg zoals opgenomen onder rubriek 07 van deze tabel. | Selecteren als ‘declaratiecode’ aan’voorwaarden’ voldoet. | ||
Overige tarieven | 507 | 12401, 12402, 12403, 12410, 12411 | verrichtingcode | Binnen een periode van 7 dagen voor opname tot en met 7 dagen na ontslag uit ziekenhuis waarbij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2 geregistreerd is, óf binnen een periode van 7 dagen voor opname tot en met 7 dagen na ontslag uit instelling waarbij coronacohortverpleging A0012 geregistreerd is. | Selecteren als ‘declaratiecode’ aan’voorwaarden’ voldoet. |
Multidisciplinaire zorg | 510 | – | |||
Resultaatbeloning en zorgvernieuwing huisartsen | 515 | 31280, 31281, 31282 | verrichtingcode | Binnen een periode van 7 dagen voor opname tot en met 7 dagen na ontslag uit ziekenhuis waarbij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2 geregistreerd is, óf binnen een periode van 7 dagen voor opname tot en met 7 dagen na ontslag uit instelling waarbij coronacohortverpleging A0012 geregistreerd is. De verrichtingcode mag niet worden ingebracht als deze in de 90 dagen voorafgaand aan de COVID-periode bij dezelfde patiënt is gedeclareerd. | Selecteren als ‘declaratiecode’ aan’voorwaarden’ voldoet. |
Resultaatbeloning en zorgvernieuwing MDZ | 516 | – | |||
03 VERPLEGING en VERZORGING | |||||
Kosten van verpleging en verzorging | 530 | 1000, 1002, 1004, 1027, 1028, 1031, 1032, 1033, 1034, 1042, 1043, 1044, 1050, 1051, 1052, 1055, 1056, 1057, 1058 | verrichtingcode | Binnen een periode van opname tot en met 7 dagen na ontslag uit ziekenhuis waarbij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2 geregistreerd is, óf binnen een periode van opname tot en met 7 dagen na ontslag uit een instelling waarbij coronacohortverpleging A0012 geregistreerd is. In bovenstaande gevallen moeten de verrichtingcodes worden ingebracht in de periode van opname tot en met 28 dagen na ontslag. De verrichtingcode mag niet worden ingebracht als voor deze patiënt minimaal één verrichting wijkverpleging in de 90 dagen voorafgaand aan bovenstaande periodes is gedeclareerd. | Selecteren als ‘declaratiecode’ aan’voorwaarden’ voldoet. |
06 MEDISCH SPECIALISTISCHE ZORG | |||||
Kosten specialisten mondziekten en kaakchirurgie | 545 | – | |||
Overige kosten ziekenhuiszorg en curatieve zorg | 610 | – | |||
Overige zorgproducten | 611 | – | |||
Kosten addons – Dure geneesmiddelen | 612.1 | – | |||
Kosten add-ons – IC | 612.2 | 190129, 190130, 190131, 190132, 190133, 190150, 190151, 190156, 190157, 190158 | verrichtingcode | Geopend binnen een periode van 1 dag voor opname tot en met ontslag uit ziekenhuis waarbij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2 geregistreerd is. | Selecteren als opening van de ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ voldoet. |
Integrale kosten van DBC-zorgproduct gereguleerde segment | 613.1 | 14E006, 14E074, 14E083, 14E084, 14E094, 14E248, 14E256 | declaratiecode | Geopend binnen een periode van 1 dag voor opname tot en met ontslag uit ziekenhuis waarbij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2 geregistreerd is. | Selecteren als opening van de ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ voldoet. |
14D729, 14D730, 14D731, 14D761, 14D762, 14D763, 14D764, 14D765, 14D766, 14D767, 14D768, 14D769, 14D770, 14D771, 14D772, 14D773, | declaratiecode | Geopend binnen een periode van opname tot en met 7 dagen na ontslag uit ziekenhuis waarbij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2 geregistreerd is. | Selecteren als opening van de ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ voldoet. | ||
14D774, 14D821, 14D822, 14D823, 14D824, 14D825, 14D827, 14D828, 14D829, 14E489, 14E490 | declaratiecode | Geopend binnen een periode van opname tot en met 7 dagen na ontslag uit ziekenhuis waarbij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2 geregistreerd is. Daarnaast moeten ook de vervolgproducten met een maximum van 3 vervolgproducten per patiënt ingebracht worden. Het vervolgproduct moet starten binnen maximaal 7 dagen na sluiting van het voorgaande product. | Selecteren als opening van de ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ voldoet. | ||
Integrale kosten DBC-zorgproduct vrije segment | 615.1 | 15C493, 15C496, 15C497, 15D238, 15D241, 15D242, 15E758, 15E759, 15E760, 15E762, 15E761, 15E764, 15E765, 15E867, 15E868, 15E869, 15E871, 15E873, 15E875 | declaratiecode | Geopend binnen een periode van 1 dag voor opname tot en met ontslag uit ziekenhuis waarbij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2 geregistreerd is. Alleen bij declaratiecodes 15E758, 15E759, 15E760 voor het leveren van COVID-19-zorg in (long)revalidatiecentra geldt: geopend binnen een periode van opname tot en met 7 dagen na ontslag uit ziekenhuis waarbij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2 geregistreerd is. | Selecteren als opening van de ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ voldoet. |
Integrale kosten extramuraal werkende specialisten | 619 | – | |||
07 PARAMEDISCHE ZORG | |||||
Kosten fysiotherapie | 620 | 9363 | DCSPH-code | Geen aanvullende voorwaarden. | ‘Declaratiecode’ opnemen. |
Kosten oefentherapie Mensendieck/Cesar | 621 | 9363 | DCSPH-code | Geen aanvullende voorwaarden. | ‘Declaratiecode’ opnemen. |
Kosten logopedie | 623 | 9500 | ICIDH-code | Geen aanvullende voorwaarden. | ‘Declaratiecode’ opnemen. |
Kosten ergotherapie | 624 | 5020, 5021, 5022, 5023, 5024, 5025, 5026, 5027, 5028, 5029, 5030, 5031, 5032, 5033, 5034, 5035, 5036, 5037, 5038, 5039, 5040, 5041, 5042, 5043, 5044, 5045, 5046, 5047 65079, 65080, 65081, 65082, 65083, 65084, 65085, 65086, 65087, 65088, 65089, 65090, 65091, 65092, 65101, 65102, 65103, 65104, 65105, 65106, 65107, 65108, 65109, 65110, 65111, 65112, 65113, 65114 | verrichtingcode | Geen aanvullende voorwaarden. | ‘Declaratiecode’ opnemen. |
Kosten dieetadvisering | 625 | 6107, 6108, 6109, 6110, 6111, 6112, 6113, 6114, 6115, 6116, 6117, 6118, 6119, 6120, 6121, 6122, 6123, 6124, 6125, 6126, 6127, 6128 65093, 65094, 65095, 65096, 65097, 65098, 65099, 65100, 65115, 65116, 65117, 65118, 65119, 65120, 65121, 65122 | verrichtingcode | Geen aanvullende voorwaarden. | ‘Declaratiecode’ opnemen. |
Gecombineerde Leefstijl Interventie (GLI) | 626 | – | |||
09 ZIEKENVERVOER | |||||
Kosten vervoer per ambulance/helikopter | 650 | 196001, 196002, 196006, 196010 | verrichtingcode | Binnen een periode van 1 dag voor opname tot en met 1 dag na ontslag uit ziekenhuis waarbij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2 geregistreerd is, óf binnen een periode van 1 dag voor opname tot en met 1 dag na ontslag uit instelling waarbij coronacohortverpleging A0012 geregistreerd is. | Selecteren als ‘declaratiecode’ aan’voorwaarden’ voldoet. |
Opbrengstenverrekeningen regionale ambulance- voorzieningen | 650.1 | – | |||
Kosten vervoer per openbaar vervoer, taxi en eigen auto | 651 | – | |||
11 GRZ, ELV EN GZSP | |||||
Geriatrische Revalidatiezorg (GRZ) | 670 | 14E390, 14E394, 14E397, 14E479, 14E480, 14E481, 14E482, 14E483, 14E484, 14E485, 14E486, 14E487, 14E488, 14E520, 14E521, 14E525, 14E526, 14E527 | declaratiecode | Geopend binnen een periode van opname tot en met 7 dagen na ontslag uit ziekenhuis waarbij hoofddiagnose ICD-10 U07.1 of U07.2 geregistreerd is, óf binnen een periode van opname tot en met 7 dagen na ontslag uit instelling waarbij coronacohortverpleging A0012 geregistreerd is. Daarnaast moeten ook de vervolgproducten met een maximum van 3 vervolgproducten per patiënt ingebracht worden. Het vervolgproduct moet starten binnen maximaal 7 dagen na sluiting van het voorgaande product. | Selecteren als ‘declaratiecode’ aan’voorwaarden’ voldoet. |
Eerstelijnsverblijf (ELV) | 671 | A0012 | verrichtingcode | Alleen coronacohortverpleging ten laste van de Zvw. | ‘Declaratiecode’ opnemen. |
A0001, A0002, A0003 | verrichtingcode | Binnen een periode van ontslag tot en met 2 dagen na ontslag uit instelling waarbij coronacohortverpleging A0012 geregistreerd is. Alleen als het ELV-verblijf is gestart op de dag van ontslag of de daaropvolgende 2 dagen, dan moeten alle aaneensluitende ELV-verblijfsdagen worden ingebracht. De verrichtingcode mag niet worden ingebracht als deze in de 90 dagen voorafgaand aan de coronacohortverpleging bij dezelfde patiënt is gedeclareerd. | Selecteren als ‘declaratiecode’ aan’voorwaarden’ voldoet. | ||
Geneeskundige Zorg Specifieke Patiëntgroepen (GZSP) | 672 | – |
Kostenrubriek: rubrieken zoals beschreven in kostenverzamelstaat en handboek
Code: code bijbehorend bij kostenrubriek
Declaratiecode: op te nemen codes
Type declaratiecode: geeft aan om welk type code het gaat (bijv.: DCSPH code / verrichtingcode / ICIDH-code)
Voorwaarden: voorwaarden die zijn gesteld bij de inbreng van de declaratiecode
COVID-19-periode: periode waarbinnen declaratiecode mag worden toegepast
Rekenregel: toepassen van declaratiecode in combinatie met eventuele voorwaarden
Gebruikte afkortingen:
ICD-10 = Internationale statistische classificatie van ziekten en met gezondheid verbandhoudende problemen – Tiende Revisie
U07.1 = COVID-19, virus geïdentificeerd
U07.2 = COVID-19, virus niet geïdentificeerd
Leesvoorbeeld |
Een patiënt is in het ziekenhuis opgenomen geweest van 21 december tot en met 4 januari met hoofddiagnose ICD-10 U07.2. Deze patiënt krijgt op 8 januari een POH-GGZ consult van langer dan 20 minuten bij de huisarts. Dit is de eerste keer dat de patiënt een POH-GGZ consult ontvangt. |
Bij declaratiegegevens van deze patiënt behoren de volgende details: Verrichtingcode: 12111 Hoofddiagnose: ICD-10 U07.2 Periode opname t/m ontslag: 21 december t/m 4 januari COVID-19-periode: 14 december t/m 11 januari Is de verrichtingcode in de afgelopen 90 dagen voorafgaand aan de COVID-19-periode bij dezelfde patiënt is gedeclareerd?: nee |
Verrichtingcode 12111 betreft COVID-19-zorg en moet worden geselecteerd, aangezien de patiënt als hoofddiagnose ICD-10 U07.2 had, het consult heeft plaatsgevonden binnen de gestelde COVID-19-periode, de verrichtingcode in de bijlage 1 is opgenomen én in de afgelopen 90 dagen voorafgaand aan de COVID-19-periode niet eerder is gedeclareerd. |
Onderstaande tabel bevat de declaratiecodes voor kosten die in 2020 en 2021 kunnen worden ingebracht aan de hand van voorwaarden en rekenregels.
kostenrubriek | code | Declaratiecode (=verrichtingcode) | type declaratiecode | TB Nza | voorwaarden | rekenregel |
Voor gehele bijlage 2 geldt dat alleen basisverzekering zorg mag worden opgenomen en dat declaraties betrekking moeten hebben op de jaren 2020 of 2021 | ||||||
01 HUISARTSENZORG en MDZ | ||||||
801.2 | 11701 | Moduletarief Incidentele compensatie meerkosten en omzetderving als gevolg van de uitbraak van het SARS-CoV-2 virus | TB/REG-20622-04 | eenmalig tarief per ingeschreven verzekerde in de periode van 1-4-2020 t/m 30-06-2020, waarvan een fractie van 0,225 ten laste van de catastrofeschadelast komt. | selecteren als ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ van TB NZa voldoet, vermenigvuldigd met 0,225. | |
801.2 | 31180 | Meerkosten coronalocatie overdag | TB/REG-20622-04 TB/REG-21627-02 | eenmalig tarief per ingeschreven verzekerde. | selecteren als ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ van TB NZa voldoet. | |
04 MONDZORG | ||||||
804.2 | C88 | Toeslag extra kosten SARS-CoV-2 | TB/REG-20600-03 | uitsluitend declaraties ten laste van de basisverzekering in de periode van 1-8-2020 t/m 31-10-2020. | selecteren als ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ van TB NZa voldoet. | |
804.2 | F902A | Toeslag extra kosten SARS-CoV-2, voor patiënten, niet vallend onder F902B en/of F902C | TB/REG-20601-02 | uitsluitend declaraties ten laste van de basisverzekering in de periode van 1-8-2020 t/m 31-10-2020. | selecteren als ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ van TB NZa voldoet. | |
804.2 | F902B | Toeslag extra kosten SARS-CoV-2, voor patiënten met een in ernst met schisis vergelijkbare afwijking(en) | TB/REG-20601-02 | uitsluitend declaraties ten laste van de basisverzekering in de periode van 1-8-2020 t/m 31-10-2020. | selecteren als ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ van TB NZa voldoet. | |
804.2 | F902C | Toeslag extra kosten SARS-CoV-2, voor patiënten met een cheilo-/gnatho-/palatoschisis | TB/REG-20601-02 | uitsluitend declaraties ten laste van de basisverzekering in de periode van 1-8-2020 t/m 31-10-2020. | selecteren als ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ van TB NZa voldoet. | |
06 MEDISCH SPECIALISTISCHE ZORG | ||||||
806.2 | 198511 | Toeslag IC-dag voor de behandeling van COVID-19 verdachte en positieve patiënten | TB/REG-21680-01 | uitsluitend declaraties ten laste van de basisverzekering in de periode van 1-1-2021 t/m 31-12-2021. | selecteren als ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ van TB NZa voldoet. | |
806.2 | 198512 | Toeslag verpleegdag voor de behandeling van COVID-19 verdachte en positieve patiënten | TB/REG-21680-01 | uitsluitend declaraties ten laste van de basisverzekering in de periode van 1-1-2021 t/m 31-12-2021. | selecteren als ‘declaratiecode’ aan ‘voorwaarden’ van TB NZa voldoet. |
Kostenrubriek: rubrieken zoals beschreven in kostenverzamelstaat en handboek van Zorginstituut Nederland
Code: code voor meerkosten COVID-19 van een toeslag behorend bij kostenrubriek
Declaratiecode: op te nemen verrichtingcodes
Type declaratie: toelichting op declaratiecode
Voorwaarden: voorwaarden die zijn gesteld bij de inbreng van de declaratiecode
TB Nza: Prestatie- en tariefbeschikking van de NZa
COVID-19-Periode: periode waarbinnen declaratiecode mag worden toegepast
Rekenregel: toepassen van declaratiecode in combinatie met eventuele voorwaarden
Gebruikte afkortingen:
NZa = Nederlandse Zorgautoriteit