Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 22 juni 2021, nr. PO/FenV/28233822, houdende aanpassing van de bedragen personele bekostiging primair onderwijs voor het schooljaar 2021–2022 en het vaststellen van de bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs schooljaar 2021–2022 (Tweede Regeling bekostiging personeel PO 2021–2022 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2021–2022)Tweede Regeling bekostiging personeel PO 2021–2022 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2021–2022De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op de artikelen 116, tweede lid, 120, vijfde lid, 123, eerste lid, 124, eerste en tweede lid, 125, eerste lid, 125b, eerste lid, 129, eerste lid, 132, eerste en derde lid, 137, vijfde lid, en 180a, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 113, 117, vierde, vijfde en achtste lid, 120, eerste en vierde lid, 124, eerste lid, 131, vierde lid, en 166a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra, de artikelen 85b, tweede lid, en 85d, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, de artikelen 11a, tweede lid, 19, eerste lid, 22, 26, 28, eerste lid, 29a en 36a, tweede en derde lid, van het Besluit bekostiging WPO, de artikelen 10b, tweede lid, 30, eerste lid, 31 en 35 van het Besluit bekostiging WEC, de artikelen B 16b, B 16g, B 16l, B 21, C 11, eerste en tweede lid, en C 16.1 van het Besluit trekkende bevolking WPO, en artikel 3, derde lid, van de Regeling bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,A.Slob

In deze regeling wordt verstaan onder:

Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in de in de eerste kolom genoemde artikelen van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is het bedrag, genoemd in de tweede respectievelijk de derde kolom bij het desbetreffende artikel:

Het basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in de in de eerste kolom genoemde artikelen van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is het bedrag, genoemd in de tweede kolom bij het desbetreffende artikel:

Het bedrag, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is voor scholen met een aantal leerlingen dat op de teldatum niet hoger is dan 97 leerlingen € 19.419,07 en voor scholen met een aantal leerlingen dat op de teldatum hoger is dan 97 leerlingen € 35.741,14.

Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van die school, bedoeld in artikel 120, vierde lid, van de WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022 is:

Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 28, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is:

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 117, vierde lid, WEC, artikel 132, vierde lid, WPO en artikel 84, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, zoals dat luidde op 31 maart 2022, zoals die luidden op 31 maart 2022, is per categorie onderverdeeld naar onderwijstype en leeftijd van de leerlingen, weergegeven in onderstaande tabel.

Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 41, eerste lid, van het Besluit bekostiging WEC, zoals dat luidde op 31 maart 2022 is:

Het bedrag per leerling verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren vermenigvuldigde bedrag, bedoeld in de in de eerste kolom genoemde artikelen van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is het bedrag, genoemd in de tweede kolom bij het desbetreffende artikel.

Aan het samenwerkingsverband PO, waarvan de som der achterstandsscores van de vestigingen binnen het samenwerkingsverband 1 of meer is, wordt een bedrag van € 13,75 per achterstandsscore toegekend.

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 132, derde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, is € 394,16.

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 84, tweede lid, van de WVO, zoals die luidde op 31 maart 2022, is € 648,68.

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 125b, eerste lid, onderdeel b, WPO en artikel 88, eerste lid, onderdeel b, WVO, zoals die luidden op 31 maart 2022, wordt weergegeven in onderstaande tabel.

De basisbedragen respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 117, eerste lid, WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022, is het bedrag, genoemd in de tweede respectievelijk de derde kolom in onderstaande tabel.

De bedragen, bedoeld in artikel 117, vijfde lid, WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022, worden in onderstaande tabel per instelling weergegeven.

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders is voor het schooljaar 2021–2022 € 94,20.

De bijzondere en de aanvullende bekostiging, verstrekt op grond van deze regeling, kunnen worden besteed aan alle activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt aan de basisschool, speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, een instelling, een samenwerkingsverband PO, een samenwerkingsverband VO of een school als bedoeld in de WVO 2020.

Deze regeling wordt aangehaald als: Tweede Regeling bekostiging personeel PO 2021–2022 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2021–2022.