Ministeriële regeling · BWBR0045685

Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 8 oktober 2021, nr. WJZ/20222966, houdende vaststelling van subsidie-instrumenten in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen op het terrein van de Ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021)Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021De Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op:

  • verordening (EU) 2021/1058 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds (PbEU 2021, L 231);

  • verordening (EU) 2021/1059 van het Europees Parlement en de Raad betreffende specifieke bepalingen voor de doelstelling ‘Europese territoriale samenwerking’ (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en door externe financieringsinstrumenten (PbEU 2021, L 231);

  • verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PbEU 2021, L 231);

  • verordening (EU) 2021/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1004 (PbEU 2021, L 247);

  • artikel 3 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies;

  • artikel 6 van de Uitvoeringswet EFRO;

  • Besluiten:

    Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

    ’s-Gravenhage8 oktober 2021De Minister van Economische Zaken en Klimaat,S.A.BlokDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,C.J.Schouten

    In deze regeling wordt verstaan onder:

    Dit hoofdstuk is niet van toepassing op paragraaf 4.4.

    Onverminderd artikel 63, negende lid, van verordening 2021/1060 en artikel 36 van verordening 2021/2116, wordt, indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag dat volgens de toepasselijke Europese verordeningen is toegestaan.

    De subsidiabele kosten van bijdragen in natura in de vorm van onbetaalde arbeid die in Nederland wordt verricht, bedragen € 157 per dag, of een evenredig deel daarvan bij een inzet minder dan acht uur per dag.

    Onverminderd artikel 64, eerste lid, van verordening 2021/1060 komen de volgende kosten niet als subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 1.3, aanhef en onderdeel d, in aanmerking:

    Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 7 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies of in geval van terugvordering op grond van verordening 2021/1060, verordening 2021/1058, verordening 2021/1139, verordening 2021/1059 of verordening 2021/2116, worden terug te vorderen bedragen vermeerderd met de wettelijke rente, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, die wordt berekend over de periode vanaf de datum van het verstrijken van de termijn waarbinnen terugbetaling door de subsidieontvanger moet plaatsvinden en de datum van terugbetaling door de subsidieontvanger.

    De bevoegde autoriteit stelt beleidsregels vast voor de toepassing van financiële correcties als bedoeld in artikel 103, eerste lid, van verordening 2021/1060 of artikel 57 van verordening 2021/2116 en voor het opleggen van sancties als bedoeld in artikel 59, eerste lid, onderdeel d, van verordening 2021/2116.

    De subsidieontvanger, of in geval van een samenwerkingsverband de penvoerder, doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de beheerautoriteit van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op de subsidieontvanger, of in geval van een samenwerkingsverband op een deelnemer aan het samenwerkingsverband, van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, of tot verlening van surseance van betaling aan de subsidieontvanger, of in geval van een samenwerkingsverband aan een deelnemer in het samenwerkingsverband, of tot faillietverklaring van de subsidieontvanger, of in geval van een samenwerkingsverband van een deelnemer in het samenwerkingsverband.

    Dit hoofdstuk is van toepassing op hoofdstuk 3 en hoofdstuk 5.

    In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

    De minister kan op aanvraag voor activiteiten op de gebieden, genoemd in artikel 2a van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies, voor zover deze passen binnen de activiteiten, bedoeld in verordening 2021/1139, subsidie verstrekken of binnen het Nederlands strategisch GLB plan, bedoeld in artikel 104, eerste lid, van verordening 2021/2115.

    De minister verdeelt het subsidieplafond:

    Indien per categorie van aanvragers of activiteiten een subsidieplafond is vastgesteld, vindt de verdeling, bedoeld in artikel 2.4, plaats per categorie.

    Onverminderd artikel 1.4 komen in geval van een samenwerkingsverband kosten die een deelnemer van het samenwerkingsverband in rekening brengt bij een andere deelnemer van het samenwerkingsverband niet voor subsidie in aanmerking.

    Indien de subsidie wordt verleend aan deelnemers in een samenwerkingsverband, verzendt de minister de beschikkingen tot subsidieverlening aan de penvoerder.

    Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, dient de penvoerder namens hen de aanvraag tot subsidievaststelling in.

    In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

    Bij de berekening van loonkosten en eigen arbeid is artikel 1.3c niet van toepassing.

    Niet voor subsidiëring komen in aanmerking:

    De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie, voor zover:

    Onverminderd artikel 2.9 bevat een aanvraag om subsidie in ieder geval:

    De aanvraag tot deelbetalingverlening bevat, voor zover de subsidieontvanger voor de kosten waarvoor hij een deelbetaling als bedoeld in artikel 2.14 aanvraagt een opdracht heeft verleend als bedoeld in:

    Onverminderd artikel 2.19, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling:

    Indien subsidie is verstrekt die ziet op een vissersvaartuig en het vissersvaartuig wordt binnen vijf jaar na de datum van de laatste betaling naar buiten de Europese Unie overgedragen of omgevlagd, wordt de beschikking tot subsidievaststelling onverminderd artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger gewijzigd.

    De overeenstemming van op algemeen aanvaarde gegevensdragers bewaarde documenten met de originele documenten wordt vastgesteld overeenkomstig de procedure opgenomen in bijlage 1.

    De minister stelt beleidsregels als bedoeld in artikel 1.6 in ieder geval vast voor de toepassing van financiële correcties in verband met de niet-naleving van regels die gelden op grond van:

    In deze paragraaf wordt verstaan onder:

    De subsidie bedraagt 60 procent van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 100.000 per subsidieaanvrager.

    Voor zover zij direct verbonden zijn aan de uitvoering van de subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 3.2.2, eerste lid, komen als subsidiabele kosten in aanmerking:

    De minister verdeelt het subsidieplafond evenredig over de ingediende aanvragen.

    De termijn, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, onderdeel b, is 18 maanden na subsidieverlening.

    Onverminderd de artikelen 2.11 en 3.1.3 beslist de Minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening, indien de aanvrager geen houder is van een vergunning als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling visserij voor het vissen op mosselzaad in de Waddenzee.

    Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4, gaat een aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van de volgende gegevens:

    Onverminderd de artikelen 1.7, 2.15 en 3.1.7, is de subsidieontvanger verplicht:

    Onverminderd de artikelen 2.19 en 3.1.6, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling in ieder geval:

    Onverminderd de artikelen 1.4 en 3.1.2, komen de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

    Deze paragraaf vervalt met ingang van 1 oktober 2026, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In deze paragraaf wordt verstaan onder:

    De subsidie bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 51.000 per vissersvaartuig.

    Voor zover zij direct verbonden zijn aan de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.3.2, eerste lid, komen als subsidiabele kosten in aanmerking:

    De Minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

    De termijn, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, onderdeel b, is 24 maanden na subsidieverlening. De activiteiten, bedoeld in artikel 3.3.2, eerste lid, worden uiterlijk op 31 december 2026 uitgevoerd.

    Onverminderd de artikelen 2.11 en 3.1.3 beslist de Minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening, indien:

    Onverminderd de artikelen 2.9, eerste tot en met vierde lid, zesde en zevende lid, en 3.1.4, gaat een aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van de volgende gegevens:

    Onverminderd de artikelen 1.7, 2.15 en 3.1.7, is de subsidieontvanger verplicht:

    Onverminderd de artikelen 2.19 en 3.1.6, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling in ieder geval:

    Onverminderd de artikelen 1.4 en 3.1.2, komen de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

    Deze paragraaf vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    De subsidie bedraagt 75 procent van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 500.000 per project.

    De Minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

    Onverminderd de artikelen 2.11 en 3.1.3 beslist de Minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening, indien:

    Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4 gaat een aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van de volgende gegevens:

    Indien de aanvraag om subsidievaststelling niet wordt ingediend door een kennisinstelling of een samenwerkingsverband waaraan een kennisinstelling deelneemt, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling onverminderd de artikelen 2.19 en 3.1.6 een verklaring van de kennisinstelling, bedoeld in artikel 3.4.8, onderdeel b, dat zij de in dat onderdeel bedoelde rol heeft vervuld.

    Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    De subsidie bedraagt 75 procent van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 1.000.000 per project.

    De Minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

    Onverminderd de artikelen 2.11 en 3.1.3 beslist de Minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening, indien:

    Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4 gaat een aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van de volgende gegevens:

    Indien de aanvraag om subsidievaststelling niet wordt ingediend door een kennisinstelling of een samenwerkingsverband waaraan een kennisinstelling deelneemt, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling onverminderd de artikelen 2.19 en 3.1.6 in ieder geval een verklaring van de kennisinstelling, bedoeld in artikel 3.5.8, onderdeel b, dat zij de in dat onderdeel bedoelde rol heeft vervuld.

    Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In deze paragraaf wordt verstaan onder:

    De subsidie bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 400.000 per project.

    Onverminderd de artikelen 1.4 en 3.1.2 komen kosten die gemoeid zijn met het opstellen en uitvoeren van een productie- en afzetprogramma als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van verordening 1379/2013 niet in aanmerking voor subsidie.

    De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

    Onverminderd de artikelen 2.11 en 3.1.3 beslist de minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening, indien:

    Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4 gaat een aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van de volgende gegevens:

    Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In deze paragraaf wordt verstaan onder blackbox-systeem: blackbox-systeem voor de garnalenvisserij als bedoeld in NTA 8390:2025.

    De subsidie bedraagt 100 procent van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 10.000 per vissersvaartuig.

    De Minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van aanvragen.

    De termijn, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, onderdeel b, is de periode tot en met 31 december 2026.

    Onverminderd de artikelen 2.11 en 3.1.3 beslist de Minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening, indien:

    Onverminderd de artikelen 2.9, eerste tot en met vierde, zesde en zevende lid, en 3.1.4, gaat een aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van de volgende gegevens:

    Onverminderd de artikelen 1.7, 2.15 en 3.1.7 is de subsidieontvanger verplicht:

    Deze paragraaf vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In deze paragraaf wordt verstaan onder:

    vismachtiging: vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening.

    De Minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

    Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4 gaat een aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van de volgende gegevens:

    In afwijking van de artikelen 2.19 en 3.1.6 houdt de beschikking tot subsidieverlening tevens de beschikking tot subsidievaststelling in.

    In afwijking van artikel 2.12, tweede lid, geeft de Minister een beschikking op de aanvraag om subsidie binnen tachtig dagen na ontvangst van de aanvraag.

    Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op de subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

    Dit hoofdstuk vervalt met ingang van 1 juli 2027.

    Behoudens de bijdrage aan een financieringsinstrument als bedoeld in artikel 4.2.2, tweede lid, verdeelt de beheerautoriteit een beschikbaar subsidiebedrag:

    De subsidieontvanger voert het project uit overeenkomstig het projectplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het uiterlijk op het bij de verlening bepaalde tijdstip.

    Een wijziging van een project waarvoor subsidie wordt verstrekt, betreffende

    behoeft de goedkeuring van de beheerautoriteit.

    De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk melding aan de beheerautoriteit zodra aannemelijk is dat:

    De subsidieontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle door hem gemaakte en betaalde kosten kunnen worden afgelezen en gespecificeerd, met dien verstande dat ter zake van de kosten, bedoeld in de artikelen 1.3a, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, 1.3c, eerste lid, onderdeel a, en 1.3e, een door middel van een inzichtelijke tijdschrijving controleerbare urenverantwoording per werknemer aanwezig dient te zijn.

    Een aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de beheerautoriteit beschikbaar wordt gesteld.

    De beheerautoriteit geeft binnen 26 weken een beschikking op een aanvraag tot subsidievaststelling.

    De overeenstemming van op algemeen aanvaarde gegevensdragers bewaarde documenten met de originele documenten wordt vastgesteld overeenkomstig de procedure opgenomen in bijlage 1.

    De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan degene die een project tot stand brengt dat past in een programma en dat bijdraagt aan de realisatie van nationale beleidsdoelen op het gebied van innovatie of de transitie naar een koolstofarme of circulaire economie.

    De Minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening indien het project onvoldoende bijdraagt aan de realisatie van het in artikel 4.3.1 bedoelde Rijksbeleid of de subsidieaanvrager niet in aanmerking komt voor subsidie op grond van paragraaf 4.2.

    De artikelen 4.2.3 tot en met 4.2.17 zijn van overeenkomstige toepassing.

    De Minister verstrekt op aanvraag een programmasubsidie voor de programma’s, bedoeld in artikel 4.4.2, eerste lid.

    In afwijking van artikel 1.3e bedragen de subsidiabele kosten van bijdragen in natura in de vorm van onbetaalde arbeid die in Nederland wordt verricht € 22 per uur.

    Onverminderd artikel 7, vierde lid, van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies worden ingeval een subsidie wordt verstrekt aan een samenwerkingsverband, onverschuldigde betaalde subsidiebedragen overeenkomstig artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht teruggevorderd bij iedere deelnemer aan het samenwerkingsverband voor wat betreft het door de deelnemer ontvangen deel van de onverschuldigd betaalde subsidiebedragen.

    In afwijking van artikel 2.14, eerste lid, bedraagt een deelbetaling ten hoogste 90% van de verleende subsidie minus eventueel verstrekte voorschotten.

    De Belastingdienst maakt voor de uitvoering van deze regeling het BTW-nummer van de subsidieontvanger bekend aan de minister.

    De rechtspersoonlijkheid van een producentenorganisatie als bedoeld in artikel 154, eerste lid, van verordening 1308/2013 blijkt uit:

    Van een producentenorganisatie kunnen lid zijn:

    Een producentenorganisatie kan niet-producerende leden hebben, indien in de statuten van de producentenorganisatie wordt bepaald dat deze leden:

    Een lid van het bestuur of de Raad van Commissarissen van een producentenorganisatie of een functionaris van een producentenorganisatie die betrokken is bij het verkoopbeleid, is geen afnemer of functionaris van een afnemer van producten waarvoor de producentenorganisatie is erkend ingevolge artikel 152, eerste lid, van verordening 1308/2013.

    Producentenorganisaties bepalen op grond van artikel 152, eerste lid, onderdeel c, onder ii, van verordening 1308/2013 op welk moment leden hun product aan de producentenorganisatie ter verkoop aanbieden.

    Producentenorganisaties verplichten in hun statuten hun leden op grond van artikel 152, eerste lid, onderdeel c, onder ii, van verordening 1308/2013 om aan de producentenorganisatie:

    Producentenorganisaties beschikken op grond van artikel 7, onderdeel a, van verordening 2017/891 tenminste over een deugdelijk en accuraat systeem van areaalenquêtes en aanvoerprognoses.

    Producentenorganisaties beschikken op grond van artikel 154, eerste lid, onderdeel c, van verordening 1308/2013 tenminste over een volledige beschrijving van de interne organisatie en van de administratieve en interne beheersing van:

    De producentenorganisatie beschikt op grond van artikel 154, eerste lid, onderdeel c, van verordening 1308/2013 over een redelijk niveau van vermogen en liquiditeit.

    Producentenorganisaties nemen in hun statuten op dat zij alle in artikel 152, eerste lid, onderdeel c, onder i, ii en iii, van verordening 1308/2013 genoemde doelstellingen nastreven en tonen aan dat zij uitvoering geven aan deze doelstellingen.

    Een erkenning als bedoeld in artikel 154, eerste lid, van verordening 1308/2013 wordt verleend indien de aanvrager kan aantonen dat hij voldoet aan de op grond van de artikelen 152, 153, 154, 155 en 160 van verordening 1308/2013 en paragraaf 1 van deze afdeling gestelde eisen.

    Indien de minister op grond van artikel 5.2.24 derde lid, aanvullende bewijsstukken opvraagt wordt de in artikel 154, vierde lid, van verordening 1308/2013 bedoelde termijn opgeschort tot de verzochte aanvullende bewijsstukken door de producentenorganisatie aan de minister zijn overgelegd.

    Een erkenning als bedoeld in artikel 156 van verordening 1308/2013 wordt slechts verleend indien wordt voldaan aan artikel 156, eerste lid, van verordening 1308/2013 en titel II, hoofdstuk I, afdeling 3, van verordening 2017/891 alsmede aan artikel 5.2.29 en de in artikel 5.2.30 genoemde artikelen.

    De erkenning van een producentenorganisatie wordt met ingang van het tijdstip van verstrijken van de termijn zoals vastgelegd in het aanmaningsbesluit, bedoeld in artikel 59, eerste lid, van verordening 2017/891, van rechtswege opgeschort, tenzij de minister voor het verstrijken van deze termijn schriftelijk aan de producentenorganisatie heeft medegedeeld dat de niet-naleving van de erkenningscriteria tijdig is gecorrigeerd.

    Voor iedere producentenorganisatie is de referentieperiode voor het bepalen van de waarde van de afgezette productie, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van verordening 2022/126, het kalenderjaar twee jaar voorafgaande aan het uitvoeringsjaar van het operationeel programma.

    De waarde van de afgezette productie die is gerealiseerd door verkoop van producten van aangesloten producenten die op 1 januari van het uitvoeringsjaar waarvoor de waarde van de afgezette productie wordt berekend niet meer bij de producentenorganisatie zijn aangesloten, wordt aantoonbaar uit de waarde van de afgezette productie verwijderd.

    De producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties informeert jaarlijks na afloop van het uitvoeringsjaar haar leden in een algemene vergadering over de realisatie van het operationeel programma gedurende het voorgaande uitvoeringsjaar, in het bijzonder voor wat betreft:

    De uitgaven, bedoeld in deze paragraaf, zijn subsidiabel indien zij op grond van afdeling 5.3.2 subsidiabel worden gesteld.

    Onder personeelskosten als bedoeld in artikel 23, eerste lid, en punt 5 van bijlage III van verordening 2022/126 worden verstaan:

    Uitgaven voor investeringen in uitgangsmateriaal van rassen van meerjarige gewassen en licenties voor het gebruik van zaden en plantgoed van nieuwe rassen van meerjarige gewassen die zijn opgenomen in het operationeel programma van een producentenorganisatie zijn subsidiabel, indien de bedoelde rassen:

    Producentenorganisaties houden voor alle investeringen in duurzame productiemiddelen die zijn opgenomen in een lopend operationeel programma, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel, een actueel register bij.

    Uitgaven voor licenties voor het gebruik van zaden en plantgoed van nieuwe rassen die zijn opgenomen in het operationeel programma van een producentenorganisatie zijn subsidiabel, indien de bedoelde rassen:

    De hoogte van de subsidie wordt per producentenorganisatie bepaald overeenkomstig artikel 52 van verordening 2021/2115.

    Voor subsidie komen in aanmerking kosten die op grond van afdeling 5.3.2 subsidiabel worden gesteld.

    De termijn, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, onderdeel b, is overeenkomstig artikel 50, tweede lid, van verordening 2021/2115 ten minste drie en ten hoogste zeven jaar.

    De activiteiten die zijn opgenomen in paragraaf 2 tot en met paragraaf 12 van afdeling 5.3.2 kunnen worden ingezet in het kader van projecten ter realisatie van de sectorale doelstellingen.

    Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ter realisatie van een sectorale doelstelling zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan afdeling 5.2.3, paragraaf 3 en deze afdeling.

    De activiteiten die zijn opgenomen in deze paragraaf kunnen worden ingezet in het kader van projecten ter realisatie van de sectorale doelstelling productieplanning en -organisatie, bedoeld in artikel 46, aanhef en onderdeel a, van verordening 2021/2115.

    Investeringen van de producentenorganisatie voor de aanschaf van systemen voor aanvoerprognoses, aanvoerregistratie en areaalenquêtes zijn subsidiabel onder de volgende voorwaarden:

    Investeringen van de producentenorganisatie voor het opzetten of ontwikkelen van ICT-systemen ten behoeve van innovatieve bezorgsystemen binnen de producentenorganisatie zijn subsidiabel indien het gaat om uitgaven voor:

    Subsidiabel zijn uitgaven voor investeringen ter preventie van voedselverspilling door uitval in de keten of de aantasting van de productkwaliteit verderop in de keten, zoals het ver-of bewerken van groenten en fruit ten behoeve van menselijke consumptie om verspilling te voorkomen

    Indien dit noodzakelijk is voor het functioneren van de LED-belichtingsinstallatie, bedoeld in artikel 5.3.11, eerste lid, zijn uitgaven van de producentenorganisatie voor de aansluiting van een extern trafostation van het energiebedrijf of de verzwaring van de netkoppeling op de warmte-krachtkoppelingsinstallatie, inclusief personeelskosten, subsidiabel.

    Subsidiabel zijn uitgaven ter preventie van voedselverspilling door uitval in de keten of de aantasting van de productkwaliteit verderop in de keten, zoals:

    Uitgaven van de producentenorganisatie voor de aanschaf van systemen voor aanvoerprognoses, aanvoerregistratie en areaalenquêtes, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel onder de volgende voorwaarden.

    Uitgaven van producentenorganisaties voor ICT systemen voor markt en afzet, bedoeld in artikel 5.3.19, eerste lid, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel indien het gaat om de kosten van de benodigde aanpassingen van het systeem en de interface, inclusief de benodigde aanpassingen ten behoeve van de werking van de interface, met:

    Uitgaven van de producentenorganisatie ten behoeve van het ontwerpen, bouwen en implementeren van ICT systemen voor customer relationship management systemen inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel.

    Uitgaven van de producentenorganisatie voor het opzetten of ontwikkelen van ICT-systemen ten behoeve van innovatieve bezorgsystemen binnen de producentenorganisatie, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel indien het gaat om uitgaven voor:

    Uitgaven van de producentenorganisatie voor specifieke advies en begeleiding ten behoeve van de biologische teelt, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel indien:

    In het kader van uitgaven voor educatieve bijeenkomsten zijn uitsluitend subsidiabel:

    De activiteiten die zijn opgenomen in deze paragraaf kunnen worden ingezet in het kader van projecten ter realisatie van de sectorale doelstelling concentratie van het aanbod en in de handel brengen van de producten, bedoeld in artikel 46, aanhef en onderdeel b, van verordening 2021/2115.

    Investeringen van de producentenorganisatie voor het opzetten of ontwikkelen van ICT-systemen ten behoeve van innovatieve bezorgsystemen binnen de producentenorganisatie zijn subsidiabel indien het gaat om uitgaven voor:

    Uitgaven van de producentenorganisatie ten behoeve van de bundeling van productstromen zijn subsidiabel, indien het gaat om investeringen in:

    Uitgaven van de producentenorganisatie voor het opzetten of ontwikkelen van ICT-systemen ten behoeve van innovatieve bezorgsystemen binnen de producentenorganisatie, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel indien het gaat om uitgaven voor:

    Uitgaven van de producentenorganisatie ten behoeve van het ontwerpen, bouwen en implementeren van ICT systemen voor customer relationship management systemen, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel.

    Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ten behoeve van fusies en overnames of ten behoeve van de oprichting van unies van producentenorganisaties zijn subsidiabel, indien het gaat om:

    In het kader van uitgaven voor educatieve bijeenkomsten zijn uitsluitend subsidiabel:

    De activiteiten die zijn opgenomen in deze paragraaf kunnen worden ingezet in het kader van projecten ter realisatie van de sectorale doelstelling verbetering van het concurrentievermogen, bedoeld in artikel 46, aanhef en onderdeel c, van verordening 2021/2115.

    In het kader van uitgaven voor educatieve bijeenkomsten zijn uitsluitend subsidiabel:

    De activiteiten die zijn opgenomen in deze paragraaf kunnen, indien ze voldoen aan de algemene voorwaarden uit deze paragraaf, worden ingezet in het kader van projecten ter realisatie van de sectorale doelstelling onderzoek naar en ontwikkeling van duurzame productiemethoden, bedoeld in artikel 46, aanhef en onderdeel d, van verordening 2021/2115.

    Uitgaven van de producentenorganisatie voor onderzoek en ontwikkeling zijn subsidiabel, indien het gaat om onderzoeken op gebieden zoals:

    Uitgaven van de producentenorganisatie voor soorten onderzoek en ontwikkeling zijn subsidiabel indien het gaat om:

    Uitgaven voor onderzoek door de producentenorganisatie zijn niet subsidiabel indien het gaat om kosten voor:

    De activiteiten die zijn opgenomen in deze paragraaf kunnen worden ingezet in het kader van projecten ter realisatie van de sectorale doelstelling afzetbevordering, ontwikkeling en uitvoering, als bedoeld in artikel 46, aanhef en onderdeel e, van verordening 2021/2115.

    Uitgaven voor investeringen ter bestrijding van ziekten en plagen zijn subsidiabel. In het geval van biologische of geïntegreerde gewasbescherming en bijbehorende apparatuur zijn de volgende kosten subsidiabel:

    Uitgaven voor investeringen van apparatuur behorende bij biostimulanten in het kader van geïntegreerde gewasbescherming zijn subsidiabel indien de biostimulanten voldoen aan de voorwaarden uit verordening 2019/1009 en voorzien zijn van CE-markering.

    Uitgaven voor investeringen in innovatieve installaties ten behoeve van waterbesparing zijn subsidiabel.

    Vervallen

    Uitgaven voor investeringen in bioreactoren ten behoeve van duurzame meststoffen en compost zijn subsidiabel, mits de meststoffen door de producentenorganisatie zelf gebruikt worden.

    Uitgaven ten behoeve van investeringen in duurzaam bodembeheer zijn subsidiabel indien het gaat om uitgaven voor:

    Indien dit noodzakelijk is voor het functioneren van de LED-belichtingsinstallatie, bedoeld in artikel 5.3.75, eerste lid, zijn uitgaven van de producentenorganisatie voor de aansluiting van een extern trafostation van het energiebedrijf of de verzwaring van de netkoppeling op de warmte-krachtkoppelingsinstallatie, inclusief personeelskosten, subsidiabel.

    De specifieke kosten voor de aanschaf van biostimulanten in het kader van geïntegreerde gewasbescherming zijn subsidiabel indien de biostimulanten voldoen aan de voorwaarden uit verordening 2019/1009 en voorzien zijn van CE-markering.

    Uitgaven voor de specifieke kosten van geconcentreerde, vloeibare stikstofmeststoffen afkomstig uit dierlijke mest zijn subsidiabel indien deze worden toegepast in de kas.

    Uitgaven ten behoeve van duurzaam bodembeheer zijn subsidiabel indien het gaat om uitgaven voor de aanschaf van groenbemesters.

    Uitgaven ten behoeve van bemonstering van grond na de teelt in het najaar ter vaststelling van rest residu stikstof in de bodem zijn subsidiabel. Op verzoek van de minister overlegt de producentenorganisatie de resultaten van de bemonstering.

    De specifieke kosten voor biologisch afbreekbare bevestigingsmaterialen, zoals biologisch afbreekbare clips en biologisch afbreekbaar touw, zijn subsidiabel.

    Vervallen

    Uitgaven van de producentenorganisatie voor specifieke advies en begeleiding ten behoeve van de biologische teelt en bijdragen aan de agromilieuklimaatdoelstellingen, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel indien:

    In het kader van uitgaven voor educatieve bijeenkomsten zijn uitsluitend subsidiabel:

    Vervallen

    De activiteiten die zijn opgenomen in deze paragraaf kunnen worden ingezet in het kader van projecten ter realisatie van de sectorale doelstelling bijdragen tot matiging van en aanpassing aan klimaatverandering, bedoeld in artikel 46, aanhef en onderdeel f, van verordening 2021/2115.

    Vervallen

    Uitgaven ten behoeve van investeringen in duurzaam bodembeheer zijn subsidiabel indien het gaat om uitgaven voor:

    Uitgaven voor investeringen in het kader van klimaatadaptatie zijn subsidiabel indien het gaat om uitgaven voor hagelnetten en regenkappen.

    Indien dit noodzakelijk is voor het functioneren van de LED-belichtingsinstallatie, bedoeld in artikel 5.3.123 eerste lid, zijn uitgaven van de producentenorganisatie voor de aansluiting van een extern trafostation van het energiebedrijf of de verzwaring van de netkoppeling op de warmte-krachtkoppelingsinstallatie, inclusief personeelskosten, subsidiabel.

    Uitgaven ten behoeve van duurzaam bodembeheer zijn subsidiabel indien het gaat om uitgaven voor anti-verstuivingsmethoden zoals:

    In het kader van uitgaven voor educatieve bijeenkomsten zijn uitsluitend subsidiabel:

    De activiteiten die zijn opgenomen in deze paragraaf kunnen worden ingezet in het kader van projecten ter realisatie van de sectorale doelstelling verhoging van de handelswaarde en de kwaliteit van de producten, bedoeld in artikel 46, aanhef en onderdeel g, van verordening 2021/2115.

    Uitgaven voor investeringen ten behoeve van de verwerking van uitsluitend restproducten van groenten en fruit door de producentenorganisatie zijn subsidiabel, indien het gaat om uitgaven voor verwerking tot:

    Uitgaven van voedingsclaims, zoals het vermelden van gezondheidswaarden van groenten en fruit producten om de afzet te bevorderen, zijn subsidiabel indien het gaat om:

    Uitgaven voor activiteiten ten behoeve van professionalisering van de producentenorganisatie richting de markt zijn subsidiabel, indien het gaat om de kosten van inhuur van externe deskundigen voor activiteiten van de producentenorganisatie op het gebied van:

    In het kader van uitgaven voor educatieve bijeenkomsten zijn uitsluitend subsidiabel:

    Uitgaven voor de verwerking van uitsluitend restproducten van groenten en fruit door de producentenorganisatie zijn subsidiabel, inclusief personeelskosten, indien het gaat om uitgaven voor verwerking tot:

    Uitgaven voor de specifieke kosten van organische substraatmatten zijn subsidiabel indien deze bestaan uit hernieuwbare grondstoffen.

    De activiteiten die zijn opgenomen in deze paragraaf kunnen worden ingezet in het kader van projecten ter realisatie van de sectorale doelstelling afzetbevordering en marketing van producten, bedoeld in artikel 46, aanhef en onderdeel h, van verordening 2021/2115.

    Uitgaven van voedingsclaims, zoals het vermelden van gezondheidswaarden van groenten en fruit producten om de afzet te bevorderen, zijn subsidiabel indien het gaat om:

    Uitgaven voor activiteiten ten behoeve van professionalisering van de producentenorganisatie richting de markt zijn subsidiabel, indien het gaat om de kosten van inhuur van externe deskundigen voor activiteiten van de producentenorganisatie op het gebied van afzet.

    In het kader van uitgaven voor educatieve bijeenkomsten zijn uitsluitend subsidiabel:

    De activiteiten die zijn opgenomen in deze paragraaf kunnen worden ingezet in het kader van projecten ter realisatie van de sectorale doelstelling verhoging van de consumptie van producten van de sector groenten en fruit, bedoeld in artikel 46, aanhef en onderdeel i, van verordening 2021/2115.

    In het kader van uitgaven voor educatieve bijeenkomsten zijn uitsluitend subsidiabel:

    De activiteiten die zijn opgenomen in deze paragraaf kunnen worden ingezet in het kader van projecten ter realisatie van de sectorale doelstelling crisispreventie en risicobeheer, bedoeld in artikel 46, aanhef en onderdeel j, van verordening 2021/2115.

    Uit de bewijsstukken, bedoeld in artikel 25, tweede lid, van verordening 2022/126 blijkt:

    Uitgaven van de producentenorganisatie, inclusief personeelskosten, voor communicatieacties gericht op bewustmaking en het informeren van consumenten, als bedoeld in artikel 47, tweede lid, onderdeel l van verordening 2021/2115 zijn subsidiabel.

    De activiteiten die zijn opgenomen in deze paragraaf kunnen worden ingezet in het kader van projecten ter realisatie van de sectorale doelstelling verbetering van de arbeidsvoorwaarden en handhaving van de werkgeversverplichtingen en van de vereisten voor gezondheid en veiligheid op het werk, bedoeld in artikel 46, aanhef en onderdeel k, van verordening 2021/2115.

    Indien een uitgave afwijkt van de in het operationele programma opgenomen begroting voor een uitgavenpost, wordt deze afwijking bij de aanvraag tot subsidievaststelling over het voorafgaande jaar voldoende gemotiveerd.

    De producentenorganisatie dient tussen 1 maart en 1 april om 12:00 uur een aanvraag tot subsidievaststelling over het voorafgaande jaar in, vergezeld van een overzicht van de per project en activiteit gevraagde subsidie en de detailstaat declaratie in, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

    Het jaarverslag over de uitvoering van operationele programma’s dat samen met de aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend bevat ten aanzien van de tijdens het voorgaande uitvoeringsjaar uitgevoerde operationele programma:

    Deze titel vervalt met ingang van 17 oktober 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    De Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2018 wordt ingetrokken, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op operationele programma’s die voldoen aan artikel 5, zesde lid, onderdeel c, van verordening 2021/2117. Voor deze operationele programma’s zijn de artikelen met betrekking tot erkenningen in deel 2 van de Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2018 niet langer van toepassing en gelden de artikelen met betrekking tot erkenningen in afdeling 5.2.1.

    De subsidie bedraagt ten minste € 125.000 en ten hoogste € 160.000 per project.

    De minister verdeelt het subsidieplafond per openstelling op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

    De termijn, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, onderdeel b, is twee jaar na subsidieverlening.

    Onverminderd artikel 2.11, beslist de minister afwijzend op een aanvraag voor subsidieverlening indien een aanvraag minder dan 30 punten behaalt op basis van de rangschikking, bedoeld in artikel 5.4.10.

    Deze titel vervalt met ingang van 1 augustus 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn verleend.

    In deze titel wordt verstaan onder:

    De minister verdeelt het subsidieplafond evenredig over de ingediende aanvragen.

    De minister beslist op een aanvraag als bedoeld in artikel 5.5.2., eerste lid, uiterlijk op 15 mei volgend op het jaar van de aanvraag.

    De landbouwer verstrekt de volgende gegevens aan de minister:

    Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In deze titel wordt verstaan onder:

    De minister verdeelt het subsidieplafond voor elke categorie, bedoeld in artikel 5.6.2., zesde lid, op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

    De adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027, bedoeld in artikel 5.1.12a, heeft in het kader van deze titel tot taak de minister te adviseren omtrent de rangschikkingscriteria, bedoeld in artikel 5.6.8.

    Deze titel vervalt met ingang van 1 april 2028, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In deze titel wordt verstaan onder:

    Onverminderd artikel 2.11, beslist de minister afwijzend op een aanvraag voor subsidieverlening indien:

    De minister bepaalt op volgorde van binnenkomst aan welke landbouwers, binnen het subsidieplafond voor adviesvouchers of binnen het subsidieplafond voor cursusvouchers, vouchers worden verstrekt, uitgaande van de (maximum)waarde per voucher.

    De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

    Subsidie wordt verstrekt aan een erkende bedrijfsadviseur die een advies heeft verstrekt of een aangewezen kennisinstelling die een cursus heeft uitgevoerd ten behoeve van een landbouwer en in verband daarmee een geldige voucher overlegt.

    Onverminderd artikel 2.11 beslist de minister afwijzend op een aanvraag voor subsidie voor het geven van advies indien:

    De minister bepaalt op volgorde van binnenkomst aan welke bedrijfsadviseurs binnen het subsidieplafond opleidingsvouchers worden verstrekt, uitgaande van de maximumwaarde per voucher.

    De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien aan de aanvrager al eerder een voucher als bedoeld in artikel 5.7.19 of titel 2.4 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies is toegekend in hetzelfde kalenderjaar.

    De bedrijfsadviseur draagt de voucher over aan de in de aanvraag opgenomen kennisinstelling.

    Subsidie wordt verstrekt aan een kennisinstelling die een opleiding heeft verstrekt aan een bedrijfsadviseur en in verband daarmee een geldige voucher overlegt.

    De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten en niet meer dan € 1.250,– per voucher.

    Voor subsidie komen in aanmerking:

    De subsidies, bedoeld in de artikelen 5.7.19 en 5.7.23, bevatten staatssteun en worden gerechtvaardigd door artikel 31 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

    De minister bepaalt op volgorde van binnenkomst aan welke landbouwers, binnen het subsidieplafond voor bedrijfsplanvouchers, vouchers worden verstrekt, uitgaande van de waarde per voucher.

    De landbouwer draagt de door de minister verstrekte voucher over aan de in de aanvraag opgenomen erkende bedrijfsadviseur.

    Subsidie wordt verstrekt aan een erkende bedrijfsadviseur die ten behoeve van een landbouwer een bedrijfsplan heeft opgesteld met daarin minimaal vijf onderwerpen, bedoeld in 5.7.44, onderdeel b, waarop het bedrijfsplan gericht zal zijn en in verband daarmee een geldige voucher overlegt.

    De subsidie bedraagt ten hoogste 80% van de subsidiabele kosten en niet meer dan € 6.000,– per voucher.

    Voor subsidie voor het opstellen van een bedrijfsplan komen niet in aanmerking kosten die de erkende bedrijfsadviseur maakt voor de inhuur van personen die organisatorisch of financieel niet onafhankelijk zijn van de landbouwer waaraan het advies is verstrekt.

    De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor subsidie voor het opstellen van een bedrijfsplan indien:

    Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027 met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In deze titel wordt verstaan onder:

    De Minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

    Onverminderd artikel 2.11 beslist de Minister afwijzend op een aanvraag voor subsidieverlening indien:

    Er wordt ambtshalve een voorschot verstrekt.

    De Minister kan voor een beoordeling van de juistheid van de informatie die is verstrekt bij de indiening van aanvragen, wijzigingsverzoeken en betalingsverzoeken op grond van deze paragraaf gebruik maken van de daarvoor noodzakelijke gegevens die zijn opgenomen in voor de Minister beschikbare registraties op grond van de Meststoffenwet, de Wet dieren, de Landbouwwet, Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (‘diergezondheidswetgeving’) (Pb EU 2016, L84) en Gedelegeerde verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (Pb EU 2019, L 314).

    De Minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

    In afwijking van artikel 2.19, eerste lid, wordt de aanvraag tot subsidievaststelling ingediend uiterlijk binnen twee maanden na het tijdstip waarop de activiteiten moeten zijn voltooid.

    De Minister kan voor een beoordeling van de juistheid van de informatie die is verstrekt bij de indiening van aanvragen, wijzigingsverzoeken en betalingsverzoeken op grond van deze paragraaf gebruik maken van de daarvoor noodzakelijke gegevens die zijn opgenomen in voor de Minister beschikbare registraties op grond van de Meststoffenwet, de Wet dieren, de Landbouwwet, Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (‘diergezondheidswetgeving’) (Pb EU 2016, L84) en Gedelegeerde verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (Pb EU 2019, L 314).

    De Minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

    In afwijking van artikel 2.19, eerste lid, wordt de aanvraag tot subsidievaststelling ingediend uiterlijk binnen twee maanden na het tijdstip waarop de activiteiten moeten zijn voltooid.

    De Minister kan voor een beoordeling van de juistheid van de informatie die is verstrekt bij de indiening van aanvragen, wijzigingsverzoeken en betalingsverzoeken op grond van deze paragraaf gebruik maken van de daarvoor noodzakelijke gegevens die zijn opgenomen in voor de Minister beschikbare registraties op grond van de Meststoffenwet, de Wet dieren, de Landbouwwet, Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (‘diergezondheidswetgeving’) (Pb EU 2016, L84) en Gedelegeerde verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (Pb EU 2019, L 314).

    De Minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

    Onverminderd artikel 2.11 beslist de Minister afwijzend op een aanvraag voor subsidieverlening, indien:

    In afwijking van artikel 2.19, eerste lid, wordt de aanvraag tot subsidievaststelling ingediend uiterlijk binnen twee maanden na het tijdstip waarop de activiteiten moeten zijn voltooid.

    De Minister kan voor een beoordeling van de juistheid van de informatie die is verstrekt bij de indiening van aanvragen, wijzigingsverzoeken en betalingsverzoeken op grond van deze paragraaf gebruik maken van de daarvoor noodzakelijke gegevens die zijn opgenomen in voor de Minister beschikbare registraties op grond van de Meststoffenwet en de Landbouwwet.

    Deze titel en de bijlagen 2 en 3 vervallen met ingang van 1 oktober 2028, met dien verstande dat deze van toepassing blijven op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In deze titel wordt verstaan onder:

    De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een jonge landbouwer vanwege de vestiging van een bedrijf, ter bevordering van generatievernieuwing in de landbouw.

    De hoogte van de subsidie bedraagt € 80.000.

    De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

    Op de subsidie, bedoeld in artikel 5.9.2, eerste lid, zijn de regels inzake een subsidie lager dan 25.000 euro, bedoeld in artikel 5.1.9, eerste lid, onderdeel a, en tweede en derde lid, van toepassing.

    Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn verleend.

    Wijzigt de Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2021.

    Wijzigt de Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2022.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

    Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021.

    Kopieën of volledig digitale documenten kunnen worden geaccepteerd als bewijsstuk. In deze bijlage worden de procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021 en verantwoording op grond van Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PbEU 2021, L 231) en op grond van Verordening (EU) 2021/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1004 (PbEU 2021, L 247) kunnen worden gebruikt.

    De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

    De in 1, onderdelen a, b en c, bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

    Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

    Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

    Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen.

    Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

    stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden als bedoeld in artikel 5.8.1 (begripsomschrijving overgangsgebieden N2000) en de score urgentie als bedoeld in de artikelen 5.8.2.7, vijfde lid en 5.8.4.7, vijfde lid.

    1 De nummering tussen haakjes betreft de 162 aangewezen N2000 gebieden als vermeld op de website www.natura2000.nl.