Regeling · BWBR0046350

Inrichtingsbesluit WPO

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 18 februari 2022, houdende onder meer nadere regels over de inrichting van het onderwijs aan scholen in het primair onderwijs (Inrichtingsbesluit WPO)Inrichtingsbesluit WPOWij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, van 2 december 2021, nr. WJZ/30567133 (12549) directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 4c, derde lid, 9, lid 13a, 10a, vijfde lid, 15, derde lid, 18a, elfde lid, 40a, zesde lid, en 43, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 12 januari 2022, nr. W05.21.0361/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 15 februari 2022, nr. WJZ/31276810 (12549), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage18 februari 2022Willem-AlexanderDe Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,A.D.Wiersmade achtentwintigste februari 2022De Minister van Justitie en Veiligheid,D.Yeşilgöz-Zegerius

In dit besluit wordt verstaan onder:

Bij de beoordeling van de leerresultaten, bedoeld in artikel 10a, derde lid, van de wet, hanteert de inspectie objectieve, relatieve normen. De grenzen die de inspectie als norm voor het oordeel voldoende dan wel onvoldoende resultaat hanteert, zijn gecorrigeerd voor schoolkenmerken en individuele kenmerken van leerlingen.

Bij ministeriële regeling worden geregeld:

Indien er geen of onvoldoende gegevens zijn voor een betrouwbaar oordeel over de meting van de leerresultaten, verricht de inspectie een aanvullend onderzoek, volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften. Het aanvullend onderzoek kan onder meer omvatten:

Het instrument ter monitoring van de veiligheid van leerlingen, bedoeld in artikel 4c, eerste lid, onderdeel b, van de wet:

De deskundigen, bedoeld in artikel 18a, elfde lid, van de wet, zijn:

Het percentage, bedoeld in artikel 9, lid 13a, van de wet, waarin een deel van het onderwijs kan worden gegeven in de Engelse, Duitse of Franse taal, is ten hoogste 15% per schooljaar.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Indien een vacature voor het geven van onderwijs in een tijdelijke nieuwkomersvoorziening niet kan worden vervuld door een bevoegde leraar of door onderwijspersoneel als bedoeld in artikel 193j van de wet, dan kan het bevoegd gezag in afwijking van de artikelen 8, zevende lid, en 9, eerste, tweede en vierde lid, van de wet het aantal uren onderwijs in de tijdelijke nieuwkomersvoorziening tijdelijk beperken, met dien verstande dat:

Bij vaststelling van het schoolplan en de schoolgids, bedoeld in de artikelen 12 tot en met 13a van de wet, wordt de tijdelijke nieuwkomersvoorziening niet betrokken.

Hoofdstuk 5 vervalt op het tijdstip waarop hoofdstuk 2, afdeling 2 van de wet vervalt.

Wijzigt dit Besluit.

Dit besluit wordt aangehaald als: Inrichtingsbesluit WPO.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 2022.