Ministeriële regeling · BWBR0047390
Regeling kiescollege niet-ingezetenen
Gelet op de artikelen 27, eerste lid, 36, eerste lid, in samenhang met artikel D 3, vierde lid, van de Kieswet, 38 in samenhang met G 6, tweede lid, van de Kieswet, 39 in samenhang met artikel G 1a van de Kieswet, en 40, zesde lid, van de Wet kiescollege niet-ingezetenen en de artikelen Pa 1 in samenhang met de artikelen D 3, vierde lid, G 6, tweede lid, H 1, derde lid, H 3, vijfde lid, H 9, vierde lid, H 15, I 18, vierde lid, M 6, vijfde lid, M 6b, zevende lid, en P 22, derde lid, Pa 11, eerste lid, T 2, tweede lid, en Ua 2 in samenhang met de artikelen U 16, eerste lid, in samenhang met artikel P 22, derde lid, V 9, tweede lid, in samenhang met artikel P 22, derde lid, W 1, zesde lid, W 2, derde lid en W 4, tweede lid, en Ua 3, tweede lid, van de Kieswet;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,H.G.J.Bruins SlotIn deze regeling wordt verstaan onder:
CAO Rijk: laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst die is gesloten voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.
De vergoeding per vergadering, bedoeld in artikel 27, eerste lid, onder a, van de Wet kiescollege niet-ingezetenen, bedraagt 1% van het maximum van salarisschaal 18 zoals overeengekomen in de CAO Rijk.
De vergoeding van reiskosten, bedoeld in artikel 27, eerste lid, onder b, van de Wet kiescollege niet-ingezetenen, bedraagt:
- a.
bij een reis per auto per gereden kilometer vanaf de werkelijke woonplaats van een lid van het kiescollege tot aan ’s-Gravenhage het bedrag zoals vastgesteld voor binnenlandse dienstreizen in de CAO Rijk, voor een reis die niet praktisch met het openbaar vervoer te maken is;
- b.
bij een reis per openbaar vervoer de werkelijk gemaakte kosten; en
- c.
bij een reis per vliegtuig de werkelijk gemaakte kosten, indien de reistijd met het openbaar vervoer vanaf de werkelijke woonplaats van het lid van het kiescollege tot aan ’s-Gravenhage meer dan acht uur bedraagt.
In aanvulling op het eerste lid kan een lid van het kiescollege, indien het laatste deel van de reis naar de locatie waar hij logies heeft niet praktisch te maken is met het openbaar vervoer, de griffier van de gemeente ‘s-Gravenhage verzoeken om een vergoeding voor de reiskosten tot aan de locatie met een alternatief vervoersmiddel. Indien de griffier hiermee instemt, bedraagt de vergoeding de werkelijk gemaakte kosten.
De vergoeding van verblijfkosten, bedoeld in artikel 27, eerste lid, onder b, van de Wet kiescollege niet-ingezetenen, bestaat uit een vergoeding van de kosten, gemaakt gedurende de periode bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit kiescollege niet-ingezetenen, voor:
- a.
logies;
- b.
ontbijt;
- c.
lunch;
- d.
avondmaaltijd;
- e.
kleine uitgaven overdag; en
- f.
kleine uitgaven in de avond.
De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden vergoed overeenkomstig de bedragen en onder de voorwaarden zoals gesteld voor binnenlandse dienstreizen in de CAO Rijk.
Wijzigt de Kiesregeling.
Vervallen
Deze regeling, met uitzondering van artikel 5, treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet kiescollege niet-ingezetenen in werking treedt.
Artikel 5 treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 30 van de Wet kiescollege niet-ingezetenen in werking treedt. Op dit tijdstip vervallen artikel 6 en Bijlage III bij deze regeling.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kiescollege niet-ingezetenen.
Wijzigt de Kiesregeling.
Wijzigt de Kiesregeling.
Vervallen