ZBO-regeling · BWBR0047626

Besluit ‘gemengd afmeren’ Rotterdam 2022

Wijzigingen Officiële bron
Besluit ‘gemengd afmeren’ Rotterdam 2022Besluit ‘gemengd afmeren’ Rotterdam 2022De Havenmeester van Rotterdam, werkzaam bij Havenbedrijf Rotterdam N.V.,

Gelet op:

  • de artikelen 2, eerste lid, onder a, sub 3, van de Scheepvaartverkeerswet;

  • artikel 3, eerste lid, onder a en onder d, van de Scheepvaartverkeerswet;

  • artikel 7.07, derde lid, van het Binnenvaartpolitiereglement;

  • artikel 4.11, vierde lid, van de Havenverordening Rotterdam 2020;

  • artikel 1 van de Aanwijzing bevoegde autoriteit Binnenvaartpolitiereglement Rotterdam 2010;

  • Overwegende dat:

  • de wens bestaat om ligplaats(en) ten behoeve van diverse categorieën binnenschepen flexibel(er) te kunnen gebruiken, mede gelet op de per 1 juli 2017 geëffectueerde wijziging van het ADN en de daarmee gepaard gaande verandering van de seinvoering voor methanol (UN1230) van 1 kegel naar 2 kegels;

  • de per april 2019 geëffectueerde wijziging van het ADN leidend tot een verbod op het varend ontgassen van ladingtanks in dichtbevolkte gebieden, alsmede de op handen zijnde aanpassing van het CDNI, waardoor een verbod op varend ontgassen voor steeds meer kegelvoerendebinnentankschepen gaat gelden;

  • voornoemde wijzigingen ertoe leiden dat er voor schepen die bepaalde categorieën gevaarlijke stoffen vervoeren, meer ligplaatscapaciteit nodig zal zijn, naast de reeds bestaande capaciteitsproblemen van ligplaatsen voor de gehele binnenvaart;

  • in Rotterdam van 5 april 2021 tot en met 31 december 2021 de pilot ‘gemengd afmeren’ heeft gedraaid waarbij een aantal ligplaatsen was aangewezen om gemengd afmeren zonder afmeerafstanden mogelijk te maken;

  • zowel de binnenvaartbranche als de havenmeester van Rotterdam de pilot ‘gemengd afmeren’ als positief heeft ervaren;

  • de binnenvaartsector nog steeds congestie ervaart en meer ligplaatsen wenst voor gemengd afmeren;

  • kleinere afstanden dan in artikel 7.07, eerste lid, Binnenvaartpolitiereglement (hierna: Bpr) zijn vermeld, op grond van artikel 7.07, derde lid, Bpr door de bevoegde autoriteit kunnen worden toegestaan;

  • de bijzondere gevallen genoemd in artikel 7.07, derde lid, Bpr ruimer kunnen worden geformuleerd gezien de verbeterde veiligheid van kegelvoerende binnenschepen ten aanzien van de constructie van deze binnenschepen sinds de totstandkoming van artikel 7.07 Bpr;

  • de ruimere formulering van artikel 7.07, derde lid, Bpr tevens wordt bevestigd door een risico-analyse die in 2020 heeft plaatsgevonden door het Havenbedrijf Rotterdam en waaruit is gebleken dat gemengd afmeren van kegelvoerende binnenschepen (zijnde binnenschepen die een bijkomend teken moeten voeren als bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, Bpr en 3.14 lid 2 Bpr) en niet-kegelvoerende binnenschepen onder specifieke voorwaarden, verantwoord is zonder rekening te houden met de afmeerafstand uit artikel 7.07, eerste lid, Bpr;

  • er aanvullende risico-analyses zijn gedaan door Rijkswaterstaat en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat;

  • er overleg heeft plaatsgevonden als bedoeld in artikel 6 van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer met belanghebbende openbare lichamen en instellingen (de Veiligheidsregio Rotterdam en DCMR);

  • zowel de risico-analyses als het overleg met de Veiligheidsregio Rotterdam en DCMR hebben uitgewezen dat er geen belemmeringen bestaan voor gemengd afmeren mits het gemengd afmeren zich beperkt tot de hierna genoemde bijzondere gevallen van schepen die bepaalde activiteiten niet verrichten;

  • de gemengd afmeren-ligplaatsen bijdragen aan het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer en de veiligheid niet in het geding is;

  • de in dit besluit beschreven bijzondere gevallen waarin gemengd afmeren mag plaatsvinden van belang zijn voor het voorkomen of beperken van externe veiligheidsrisico’s;

  • de hieronder beschreven bijzondere gevallen waarin gemengd afmeren mag plaatsvinden in lijn zijn met het doel van de in artikel 7.07, derde lid, Bpr aan de bevoegde autoriteit gegeven bevoegdheid om af te wijken van de in het eerste lid van dat artikel vastgestelde afmeerafstanden, te weten: het voorkomen van congestie, waarbij de veiligheid is gewaarborgd. Er worden geen ligplaatsen aangewezen in de directe nabijheid van kwetsbare objecten zoals woningen.

  • Besluit vast te stellen:

    Besluit ‘gemengd afmeren’ Rotterdam 2022

    Aldus vastgesteld op 5 december 2022

    DE HAVENMEESTER VAN ROTTERDAM,R.J. deVries

    In dit besluit wordt verstaan onder:

    Op grond van artikel 7.07, derde lid, Bpr wordt gemengd afmeren toegestaan op de in artikel 3 aangewezen ligplaatsen aan binnenschepen geschikt voor gemengd afmeren, mits:

    Voor de veiligheid van de scheepvaart wordt bij het gemengd afmeren op de ligplaatsen als bedoeld in artikel 3, geadviseerd om:

    Dit besluit wordt gepubliceerd in de Staatscourant en treedt in werking op 12 januari 2023 en is op een ligplaats van kracht op het moment dat de verkeerstekens als bedoeld in artikel 3 lid 6 zijn aangebracht.

    Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ‘gemengd afmeren’ Rotterdam 2022.