Ministeriële regeling · BWBR0047853
Regeling vaststelling gelijkwaardige inspanning decentrale overheden inzake het EMU-saldo
Handelende in overenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
Gelet op artikel 3 van de Wet houdbare overheidsfinancien;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en BelastingdienstM.L.A. vanRijDe definities van artikel 1 van de Wet houdbare overheidsfinancien zijn van overeenkomstige toepassing op deze regeling.
Het collectieve aandeel van de decentrale overheden gezamenlijk in het EMU-saldo, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, wordt voor het jaar 2023 vastgesteld op -0,4 procent van het bruto binnenlands product.
Het collectieve aandeel van de decentrale overheden in het EMU-saldo, bedoeld in artikel 2, wordt uitgesplitst naar:
- a.
een aandeel voor de provincies gezamenlijk dat voor 2023 wordt vastgesteld -0,08 procent van het bruto binnenlands product;
- b.
een aandeel voor de gemeenten gezamenlijk dat voor 2023 wordt vastgesteld -0,27 procent van het bruto binnenlands product;
- c.
een aandeel voor de waterschappen gezamenlijk dat dat voor 2023 wordt vastgesteld -0,05 procent van het bruto binnenlands product.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.