Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 24 februari 2023, nr. DGED/DE/22544466, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, inzake de keuze voor het instrument veiling voor de uitgifte van de landelijke commerciële FM-vergunningen en de landelijke DAB-vergunningen in frequentieblok 11C (Besluit bekendmaking veiling vergunningen landelijke commerciële radio-omroep 2023)Besluit bekendmaking veiling vergunningen landelijke commerciële radio-omroep 2023De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

Gelet op artikel 3.10, vierde lid, van de Telecommunicatiewet, en artikel 17 van het Frequentiebesluit 2013;

Besluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage24 februari 2023De Minister van Economische Zaken en Klimaat,M.A.M.Adriaansens

De vergunningen voor landelijke commerciële radio-omroep in de FM-band en de DAB-vergunningen in frequentieblok 11C, genoemd in tabel 1, worden, met de daaraan te verbinden voorschriften en beperkingen, verleend met toepassing van een veiling als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onderdeel f, van de Telecommunicatiewet.

De aanvraag- en veilingprocedure vangt aan op 7 maart 2023.

De voorschriften en beperkingen inclusief de (technische) bijlagen behorende bij de vergunningen voor landelijke commerciële radio-omroep in de FM-band en de DAB-vergunningen in frequentieblok 11C, bedoeld in artikel 1, worden voor zover dat reeds mogelijk is, vastgesteld in bijlagen 1 tot en met 21.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bekendmaking veiling vergunningen landelijke commerciële radio-omroep 2023.

In deze vergunning wordt verstaan onder:

De vergunninghouder zorgt ervoor dat in totaal ten hoogste 2000 inwoners in een of meer gebieden woonachtig zijn waar de veldsterkte veroorzaakt door de frequentie 101,7 MHz te Breda onderscheidenlijk 101,9 MHz te Tilburg hoger is dan 95 dBuV/m. De veldsterkte wordt bepaald op anderhalve meter hoogte.

De vergunninghouder is verplicht de aan hem vergunde frequentieruimte te gebruiken voor het uitzenden van een radioprogramma voor landelijke commerciële radio-omroep waarin tussen 07.00 en 23.00 uur, voor zover in deze uren wordt uitgezonden, ten minste eenmaal per uur op het hele uur een programmaonderdeel is opgenomen dat geheel bestaat uit nieuws.

Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur te Groningen, tenzij door of vanwege de minister anders wordt aangegeven.

De vergunninghouder is tevens houder van de vergunning voor DAB+ die deel uitmaakt van pakket LCO1.

Deze vergunning is geldig van 1 september 2023 tot en met 31 augustus 2035, dan wel tot en met de dag waarop de vergunninghouder niet langer houder is van de bijbehorende vergunning voor DAB+, zoals bedoeld in artikel 10.

In deze vergunning wordt verstaan onder:

De vergunninghouder zorgt ervoor dat het gebruik van de frequentie 103,0 MHz te Hilversum zodanig is, dat per frequentie in totaal ten hoogste 2000 inwoners te maken hebben met een veldsterkte hoger dan 95 dBuV/m. De veldsterkte wordt bepaald op anderhalve meter hoogte.

De vergunninghouder is verplicht de aan hem vergunde frequentieruimte te gebruiken voor het uitzenden van een radioprogramma voor landelijke commerciële radio-omroep waarin tussen 07.00 en 23.00 uur, voor zover in deze uren wordt uitgezonden, ten minste eenmaal per uur op het hele uur een programmaonderdeel is opgenomen dat geheel bestaat uit nieuws.

Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur te Groningen, tenzij door of vanwege de minister anders wordt aangegeven.

De vergunninghouder is tevens houder van de vergunning voor DAB+ die deel uitmaakt van pakket LCO2.

Deze vergunning is geldig van 1 september 2023 tot en met 31 augustus 2035, dan wel tot en met de dag waarop de vergunninghouder niet langer houder is van de bijbehorende vergunning voor DAB+, zoals bedoeld in artikel 10.

In deze vergunning wordt verstaan onder:

De vergunninghouder is verplicht de aan hem vergunde frequentieruimte te gebruiken voor het uitzenden van een radioprogramma voor landelijke commerciële radio-omroep waarin tussen 07.00 en 23.00 uur, voor zover in deze uren wordt uitgezonden, ten minste eenmaal per uur op het hele uur een programmaonderdeel is opgenomen dat geheel bestaat uit nieuws.

Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur te Groningen, tenzij door of vanwege de minister anders wordt aangegeven.

De vergunninghouder is tevens houder van de vergunning voor DAB+ die deel uitmaakt van pakket LCO3.

Deze vergunning is geldig van 1 september 2023 tot en met 31 augustus 2035, dan wel tot en met de dag waarop de vergunninghouder niet langer houder is van de bijbehorende vergunning voor DAB+, zoals bedoeld in artikel 9.

In deze vergunning wordt verstaan onder:

De vergunninghouder is verplicht de aan hem vergunde frequentieruimte voor analoge landelijke commerciële radio-omroep met clausulering nieuws te gebruiken in overeenstemming met de programmatische voorschriften zoals opgenomen in artikel <artikel> van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003.

Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur te Groningen, tenzij door of vanwege de minister anders wordt aangegeven.

De vergunninghouder is tevens houder van de vergunning voor DAB+ die deel uitmaakt van pakket LCO4.

Deze vergunning is geldig van 1 september 2023 tot en met 31 augustus 2035, dan wel tot en met de dag waarop de vergunninghouder niet langer houder is van de bijbehorende vergunning voor DAB+, zoals bedoeld in artikel 9.

In deze vergunning wordt verstaan onder:

De vergunninghouder is verplicht de aan hem vergunde frequentieruimte te gebruiken voor het uitzenden van een radioprogramma voor landelijke commerciële radio-omroep waarin tussen 07.00 en 23.00 uur, voor zover in deze uren wordt uitgezonden, ten minste eenmaal per uur op het hele uur een programmaonderdeel is opgenomen dat geheel bestaat uit nieuws.

Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur te Groningen, tenzij door of vanwege de minister anders wordt aangegeven.

De vergunninghouder is tevens houder van de vergunning voor DAB+ die deel uitmaakt van pakket LCO5.

Deze vergunning is geldig van 1 september 2023 tot en met 31 augustus 2035, dan wel tot en met de dag waarop de vergunninghouder niet langer houder is van de bijbehorende vergunning voor DAB+, zoals bedoeld in artikel 9.

In deze vergunning wordt verstaan onder:

De vergunninghouder zorgt ervoor dat in totaal ten hoogste 2000 inwoners in een of meer gebieden woonachtig zijn waar de veldsterkte veroorzaakt door de frequentie 102,6 MHz te Hengelo onderscheidenlijk 102,3 MHz te Roermond hoger is dan 95 dBuV/m. De veldsterkte wordt bepaald op anderhalve meter hoogte.

De vergunninghouder is verplicht de aan hem vergunde frequentieruimte te gebruiken voor het uitzenden van een radioprogramma voor landelijke commerciële radio-omroep waarin tussen 07.00 en 23.00 uur, voor zover in deze uren wordt uitgezonden, ten minste eenmaal per uur op het hele uur een programmaonderdeel is opgenomen dat geheel bestaat uit nieuws.

Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur te Groningen, tenzij door of vanwege de minister anders wordt aangegeven.

De vergunninghouder is tevens houder van de vergunning voor DAB+ die deel uitmaakt van pakket LCO6.

Deze vergunning is geldig van 1 september 2023 tot en met 31 augustus 2035, dan wel tot en met de dag waarop de vergunninghouder niet langer houder is van de bijbehorende vergunning voor DAB+, zoals bedoeld in artikel 10.

In deze vergunning wordt verstaan onder:

De vergunninghouder zorgt ervoor dat het gebruik van de frequenties 87,8 MHz te Utrecht onderscheidenlijk 103,8 MHz te Rotterdam onderscheidenlijk 91,1 MHz te Maastricht zodanig is, dat per frequentie in totaal ten hoogste 2000 inwoners te maken hebben met een veldsterkte hoger dan 95 dBuV/m. De veldsterkte wordt bepaald op anderhalve meter hoogte.

De vergunninghouder is verplicht de aan hem vergunde frequentieruimte te gebruiken voor het uitzenden van een radioprogramma voor landelijke commerciële radio-omroep waarin tussen 07.00 en 23.00 uur, voor zover in deze uren wordt uitgezonden, ten minste eenmaal per uur op het hele uur een programmaonderdeel is opgenomen dat geheel bestaat uit nieuws.

Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur te Groningen, tenzij door of vanwege de minister anders wordt aangegeven.

De vergunninghouder is tevens houder van de vergunning voor DAB+ die deel uitmaakt van pakket LCO7.

Deze vergunning is geldig van 1 september 2023 tot en met 31 augustus 2035, dan wel tot en met de dag waarop de vergunninghouder niet langer houder is van de bijbehorende vergunning voor DAB+, zoals bedoeld in artikel 10.

In deze vergunning wordt verstaan onder:

De vergunninghouder is verplicht de aan hem vergunde frequentieruimte te gebruiken voor het uitzenden van een radioprogramma voor landelijke commerciële radio-omroep waarin tussen 07.00 en 23.00 uur, voor zover in deze uren wordt uitgezonden, ten minste eenmaal per uur op het hele uur een programmaonderdeel is opgenomen dat geheel bestaat uit nieuws.

Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur te Groningen, tenzij door of vanwege de minister anders wordt aangegeven.

De vergunninghouder is tevens houder van de vergunning voor DAB+ die deel uitmaakt van pakket LCO8.

Deze vergunning is geldig van 1 september 2023 tot en met 31 augustus 2035, dan wel tot en met de dag waarop de vergunninghouder niet langer houder is van de bijbehorende vergunning voor DAB+, zoals bedoeld in artikel 9.

In deze vergunning wordt verstaan onder:

De vergunninghouder is verplicht de aan hem vergunde frequentieruimte te gebruiken voor het uitzenden van een radioprogramma voor landelijke commerciële radio-omroep met clausulering Nederlandstalige muziek:

Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur te Groningen, tenzij door of vanwege de minister anders wordt aangegeven.

De vergunninghouder is tevens houder van de vergunning voor DAB+ die deel uitmaakt van pakket LCO9.

Deze vergunning is geldig van 1 september 2023 tot en met 31 augustus 2035, dan wel tot en met de dag waarop de vergunninghouder niet langer houder is van de bijbehorende vergunning voor DAB+, zoals bedoeld in artikel 9.

Spectrummasker

De vergunninghouder zendt uit binnen het in figuur 1 bedoelde masker (gemeten volgens de procedure zoals vermeld in Annex 1 van ITU-R SM 1268-5).

In tabel 1 is dit masker in tabelvorm weergegeven.

Figuur 1: Spectrummasker voor FM-uitzendingen.

Bron: ITU-R SM 1268-5

Bron: ITU-R SM 1268-5

Zerobase norm

De frequentieplanning en de berekening van het theoretische verzorgingsgebied (het zogenaamde groene gebied) van FM-omroepfrequenties van 87,6 MHz tot en met 104,8 MHz geschiedt op basis van onderstaande zerobase norm die is gebruikt bij de uitgifte van deze vergunningen in 2003 en nadien.

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur te Groningen, tenzij door of vanwege de minister anders wordt aangegeven.

De vergunninghouder is tevens houder van de FM-vergunning die deel uitmaakt van pakket <pakket>, tenzij overeenkomstig artikel 2, vierde lid, van de FM-vergunning, een besluit wordt genomen waarmee de FM-vergunning wordt ingetrokken.

Deze vergunning is geldig van 1 september 2023 tot en met 31 augustus 2035, dan wel de dag waarop de vergunninghouder niet langer houder is van de bijbehorende FM-vergunning, zoals bedoeld in artikel 11, tenzij overeenkomstig artikel 2, vierde lid, van de FM-vergunning, een besluit wordt genomen waarmee de FM-vergunning wordt ingetrokken.

Allotment HOL2201H, HOL2202H en HOL2203H met frequentieblok 11C wordt samengevat weergegeven als “allotment 11C”.

Het spectrummasker, bedoeld in artikel 4, tweede lid, is spectrummasker 1 voor T-DAB zenders werkend in niet-kritieke omstandigheden, volgens onderstaande afbeelding (figuur 1).

Bron: GE06 pagina 198

De tabel voor protectieverhoudingen zoals bedoeld in artikel 4, derde lid, is als volgt:

De technische beschrijving, bedoeld in artikel 4, eerste lid, luidt als volgt:

Overzicht allotment 11C (219,584–221,120 MHz)

De landelijke DAB-laag 2 heeft de omtrek zoals weergegeven in onderstaande afbeelding (figuur 2). Deze laag is opgebouwd uit de GE06 T-DAB allotments HOL2201H, HOL2202H, HOL2203H.

HOL2201H Noord-Nederland

HOL2202H Brabant en Zeeland

HOL2203H Limburg

Gedurende GE06 is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergegeven in de onderstaande tabellen. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken en de punten waaruit de omtrek van elk allotment is opgebouwd, kunt u indien gewenst per e-mail opvragen bij Agentschap Telecom.

De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabel.

Indien in de tabel geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.

Ten gevolge van internationale onderhandelingen kunnen wijzigingen optreden. Als gevolg hiervan kan de vergunning ambtshalve worden gewijzigd conform internationale afspraken, zonder dat hierdoor een recht op compensatie ontstaat.

Afspraken gemaakt tijdens conferentie

Tabel 2 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 in samenhang met Section II van Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ van de GE06 overeenkomst.