Ministeriële regeling · BWBR0048113
Subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT)
Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3, 2.1 en 3.2 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,A.D.WiersmaIn deze regeling wordt verstaan onder:
afgerond MDT-traject: een MDT-traject geldt als afgerond indien de vereiste uren zijn gemaakt, én de voorgenomen activiteiten van het MDT-traject zijn uitgevoerd;
AVG:verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119);
cofinanciering: financiering voor het MDT-project, die wordt ingebracht door de penvoerder, projectpartners of derden;
DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
gelieerde organisatie: economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
jongeren: deelnemers van 12 tot 30 jaar bij aanvang van een MDT-traject;
Kaderregeling:Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Impact: het effect van het MDT-traject op jongeren en de maatschappij;
MDT-basis-traject: MDT-traject van ten minste 80 uur gedurende een periode van ten hoogste 6 maanden;
MDT-certificaat: document waarin wordt vermeld dat het MDT-traject volledig is afgerond;
MDT-extra-traject: MDT-traject van ten minste 80 uur gedurende een periode van ten hoogste 6 maanden, waarbij het MDT-traject de intensieve begeleiding van een jongere vergt;
MDT-intensief-traject: MDT-traject van ten minste 320 uur gedurende een periode van ten hoogste zes maanden;
MDT-plus-traject: MDT-traject van ten minste 200 uur gedurende een periode van ten minste 3 en ten hoogste 6 maanden;
MDT-netwerk: landelijk netwerk van organisaties betrokken bij de uitvoering van de MDT-projecten;
MDT-programma: geheel van maatregelen en instrumenten waarmee de ambitie van het kabinet om jongeren zich op vrijwillige basis maatschappelijk in te laten zetten om daarmee de sociale cohesie binnen Nederland te verstevigen, wordt vormgegeven;
MDT-project: MDT-basis-trajecten, MDT-plus-trajecten, MDT-extra-trajecten, en MDT-intensief-trajecten waarvoor een penvoerder een subsidieaanvraag indient op grond van deze regeling;
MDT-traject: traject waarbij een jongere zich vrijwillig inzet voor een ander, werkt aan talentontwikkeling en anderen kan ontmoeten;
minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
niet-afgerond MDT-traject: een MDT-traject geldt als niet afgerond indien het minimaal aantal uren per traject niet is behaald, gerekend van het moment van intake;
onderwijsinstelling: onderwijsinstelling zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met uitzondering van bekostigde scholen zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs.
partnerschap: partnerschap dat is gevormd ten behoeve van de uitvoering van een MDT-project en dat bestaat uit ten minste een penvoerder en één of meer andere partijen;
penvoerder: instelling zoals bedoeld in de Kaderregeling, die optreedt als aanvrager en na verlening als ontvanger van de subsidie als bedoeld in artikel 5;
prestatiebewijs: bewijs waaruit blijkt dat een jongere een MDT-traject wel of niet heeft afgerond;
regionaal samenwerkingsverband MDT: samenwerkingsverband van penvoerders in een regio.
solvabiliteit: De verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen waarmee de onderneming kan aantonen dat deze in staat is om op lange termijn aan haar schulden te voldoen, bestaande uit het eigen vermogen gedeeld door het totaal vermogen vermenigvuldigd met honderd procent;
werkkapitaal: financiële middelen die een onderneming beschikbaar heeft op basis van de jaarrekening om op korte termijn aan haar verplichtingen te kunnen voldoen, bestaande uit de vlottende activa minus de vlottende passiva.
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling. Ten aanzien van deze regeling is artikel 4.1, eerste lid, van de Kaderregeling niet van toepassing. Er is sprake van subsidie als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel d, van de Kaderregeling.
Het doel van de regeling is het beschikbaar stellen van middelen ten behoeve van:
- a.
het realiseren van MDT-trajecten voor jongeren, die maatschappelijke impact maken volgens de drie pijlers van MDT, te weten: ‘iets doen voor ander’, ‘talentontwikkeling’ en ‘ontmoeting’;
- b.
het bijdragen aan de doorontwikkeling van het MDT-programma, zodat het voor elke jongere mogelijk is om een passend MDT-traject te volgen.
De minister verstrekt subsidie voor de volgende activiteiten:
- a.
het werven van jongeren voor een MDT-traject;
- b.
intake en matching van jongeren aan een MDT-traject;
- c.
begeleiding van jongeren gedurende het MDT-traject;
- d.
overige activiteiten van jongeren gedurende het MDT-traject;
- e.
coördinerende, uitvoerende en ondersteunende werkzaamheden, waaronder activiteiten in het kader van onderzoeksdeelname en de kosten ten behoeve van de verantwoording;
- f.
activiteiten ten behoeve van samenwerking in de regio, deelname aan regionale samenwerkingsverbanden MDT, en verduurzaming en kennisdeling binnen het MDT-netwerk.
Een MDT-traject voor een jongere die reeds twee keer eerder een MDT-traject heeft afgerond, is niet subsidiabel.
Activiteiten die reeds op andere wijze worden gefinancierd komen niet voor subsidie in aanmerking.
De subsidie wordt verleend aan en verantwoord door de penvoerder.
Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
Een penvoerder dient een aanvraag in namens een partnerschap.
Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 4, naar aanleiding van aanvragen die zijn ingediend in de in artikel 8, tweede lid, bedoelde aanvraagperiode.
De subsidie voor het uitvoeren van MDT-projecten bedraagt:
- a.
ten minste € 240.000 en ten hoogste € 3.000.000 voor een subsidieperiode van twee jaar;
- b.
ten minste € 360.000 en ten hoogste € 4.500.000 voor een subsidieperiode van drie jaar.
De subsidie voor het uitvoeren van een MDT-project bedraagt ten hoogste 75% van de totale kosten van het desbetreffende MDT-project;
De penvoerder realiseert minimaal 25% cofinanciering van de totale kosten van het desbetreffende MDT-project waarbij de cofinanciering in geld is, of wordt gewaardeerd in geld.
Het aangevraagde subsidiebedrag per MDT-traject, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, kan niet hoger zijn dan:
- a.
maximaal € 1.385 per MDT-basis-traject;
- b.
maximaal € 1.980 per MDT-extra-traject;
- c.
maximaal € 2.217 per MDT-plus-traject;
- d.
maximaal € 3.722 per MDT-intensief-traject.
De penvoerder kan bij de aanvraag tot verlening van subsidie voor maximaal 5% van de totale kosten van het desbetreffende MDT-project, garant staan voor de cofinanciering, bedoeld in het derde lid.
Het subsidieplafond bedraagt € 150.000.000.
Indien het subsidieplafond bij subsidieverstrekking aan alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen zou worden overschreden, verdeelt de minister het beschikbare bedrag middels een evenredige korting over de daarvoor in aanmerking komende aanvragen.
Een penvoerder kan in 2024 en 2025 op grond van deze regeling subsidie aanvragen.
De subsidieaanvraag kan worden ingediend van 1 februari 2024 10.00 uur tot en met 1 mei 2024, 15.00 uur.
Aanvragen die niet zijn ingediend binnen de periode, bedoeld in het tweede lid, worden afgewezen.
Voor de volledige aanvraag tot verlening worden de volgende door de minister vastgestelde modelformulieren gebruikt:
- a.
het aanvraagformulier, waaronder begroting en activiteitenplan;
- b.
een samenwerkingsovereenkomst die door alle partners die onderdeel zijn van het partnerschap is ondertekend; en
- c.
een cofinancieringsverklaring die is ondertekend door een tekenbevoegde van een organisatie, die een bijdrage levert aan het faciliteren van een MDT-project.
Aanvragen dienen te voldoen aan de beoordelingscriteria die zijn uitgewerkt in bijlage 1 behorende bij deze subsidieregeling.
De subsidie wordt voor een periode van twee of drie jaar verstrekt. De penvoerder geeft in de aanvraag tot verlening de gewenste periode aan.
Een penvoerder draagt er zorg voor dat een MDT-traject niet leidt tot stage- of werkverdringing.
De penvoerder draagt er zorg voor dat deelname aan MDT-trajecten vrijwillig is. Een meer verplichtend karakter is toegestaan wanneer MDT wordt ingezet om vanuit Leerplichtwet en kwalificatieplicht toeleiding naar school te bevorderen of vanuit de Participatiewet verlangd wordt dat er tegenprestatie geleverd wordt.
Deze subsidieregeling is niet van toepassing op het Caribisch deel van het Koninkrijk.
De penvoerder:
- a.
heeft de verplichting om uiterlijk binnen 6 maanden na verlening van de subsidie te starten met de projectactiviteiten;
- b.
realiseert cofinanciering zoals bedoeld in artikel 6, derde lid, van ten minste 25% van de totale kosten;
- c.
levert eenmaal per 12 maanden na start van het MDT-project een tussentijdse rapportage over de algemene voortgang van het project en de realisatie van de MDT-trajecten, inclusief verwerving cofinanciering, conform het door de minister vastgestelde modelformulier;
- d.
voert per variant tenminste 85% van het aantal bij de aanvraag voorgenomen MDT-trajecten volledig uit;
- e.
gebruikt in de benaming van het project de afkorting ‘MDT’, en heeft een inspanningsverplichting om bij te dragen aan de naamsbekendheid van MDT en om het MDT logo te gebruiken in alle communicatieactiviteiten en uitingen van het partnerschap;
- f.
heeft de verplichting om het MDT-proof label aan te vragen binnen 12 maanden na startdatum van het project;
- g.
accepteert alleen aanmeldingen van deelnemers, bij aanvang van het MDT-traject in de leeftijd van 12 tot 30 jaar oud, die op basis van de Basisregistratie Personen (BRP) als ingezetene kunnen worden aangemerkt;
- h.
verstrekt alle deelnemende jongeren het MDT-certificaat na afronding van het MDT-traject;
- i.
dient met elke samenwerkingspartner een data sharing agreement (DSA) af te sluiten om gegevensuitwisseling met de penvoerder mogelijk te maken, en overlegt deze bij de tussentijdse rapportage van het project aan de minister;
- j.
houdt een deelnemersregistratie bij ten behoeve van de verantwoording;
- k.
is verplicht deel te nemen aan meerdere onderdelen van onderzoek ten behoeve van de doorontwikkeling van het MDT-programma, te weten:
- i.
een gegevensuitvraag: penvoerder overlegt per kwartaal een overzicht aan het onafhankelijke onderzoeksbureau, met daarin kenmerken van jongeren en hun MDT-traject;
- ii.
jongeren vragenlijsten: de penvoerder draagt zorg voor een minimum respons van 70% van de deelnemende jongeren op de jongeren vragenlijsten;
- iii.
projectleiders vragenlijsten: het invullen van aanvullende vragenlijsten door de penvoerder éénmaal per kwartaal. De penvoerder is hiervoor onder andere verplicht een geanonimiseerde registratie bij te houden met betrekking tot eigenschappen van de deelnemende jongeren ten behoeve van onderzoek naar MDT;
- iv.
impactonderzoek: deelname aan het centrale onderzoek naar de maatschappelijke impact van MDT;
- v.
beleidsevaluaties: deelname aan door de minister nader te bepalen overige beleidsevaluaties;
- vi.
een vragenlijst na verlening: de penvoerder overlegt binnen twee maanden na verlening een ingevulde vragenlijst ten behoeve van de registratie van het MDT-project en startmeting van onderzoek.
- i.
Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 4, naar aanleiding van aanvragen die zijn ingediend in de in artikel 9b, eerste lid, bedoelde aanvraagperiode.
In 2025 kan een aanvraag voor subsidie worden ingediend van 5 juni 2025, 09.00 uur tot en met 3 juli 2025, 13.00 uur. Aanvragen die buiten de aanvraagperiode worden ingediend, worden afgewezen.
Het vierde tot en met negende lid van artikel 8 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
- a.
in aanvulling op artikel 8, vierde lid, de penvoerder bij zijn aanvraag de laatst opgemaakte jaarrekening voorzien van een controleverklaring als bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek verstrekt;
- b.
indien de penvoerder niet controleplichtig is, bij zijn aanvraag de laatst opgemaakte jaarrekening verstrekt, voorzover de penvoerder daarover redelijkerwijs kan beschikken wordt daarbij een beoordelingsverklaring verstrekt;
- c.
indien op een rechtspersoon het jaarrekeningenrecht niet van toepassing is, de penvoerder bij zijn aanvraag de balans en de staat van baten en lasten met toelichting verstrekt, voorzover de penvoerder daarover redelijkerwijs kan beschikken wordt daarbij een schriftelijke verklaring door een accountant dat van onjuistheden niet is gebleken verstrekt;
- d.
in afwijking van artikel 8, zesde lid, de subsidie wordt verstrekt voor een periode van drie jaar.
De begroting en de cofinancieringsverklaring worden ingediend met gebruikmaking van het standaardformulier dat is bekendgemaakt op de website van DUS-I.
Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de penvoerder op 1 juli 2025 minimaal een jaar ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel.
Het subsidieplafond voor subsidieverstrekking in 2025 bedraagt ten hoogste € 125 miljoen.
Artikel 6 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
- a.
in afwijking van artikel 6, eerste lid, de subsidie alleen wordt verstrekt voor een subsidieperiode van drie jaar.
- b.
in afwijking van artikel 6, vierde lid, het aangevraagde subsidiebedrag niet hoger kan zijn dan:
- i.
maximaal € 1.476,– per MDT-basis-traject;
- ii.
maximaal € 2.110,– per MDT-extra-traject;
- iii.
maximaal € 2.363,– per MDT-plus-traject;
- iv.
maximaal € 3.967,– per MDT-intensief-traject.
- i.
Indien het subsidieplafond, bedoeld in artikel 9d, eerste lid, ontoereikend is om alle voor verlening in aanmerking komende aanvragen die op grond van het beoordelingskader, bedoeld in bijlage 1, als voldoende zijn beoordeeld toe te wijzen, wordt door middel van loting bepaald welke subsidieaanvragen gehonoreerd worden.
Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan subsidieverlening in ieder geval geweigerd worden, indien het werkkapitaal van de penvoerder minder dan 10% bedraagt van het totaal aangevraagde subsidiebedrag, op basis van de jaarrekening of balans, bedoeld in artikel 9b, tweede lid.
Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidieverlening geweigerd indien de penvoerder bij aanvraag een solvabiliteit van 25% of minder heeft, op basis van de jaarrekening of balans, bedoeld in artikel 9b, tweede lid.
Indien de penvoerder een onderwijsinstelling is als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Regeling jaarverslaggeving, is dit artikel niet van toepassing.
De subsidieverplichtingen, bedoeld in artikel 9, zijn van overeenkomstige toepassing voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk, met dien verstande dat:
- a.
in afwijking van artikel 9, eerste lid, onderdeel a, de penvoerder met de uitvoering van de projectactiviteiten start vanaf het moment van subsidieverlening tot uiterlijk 6 maanden na verlening van de subsidie;
- b.
artikel 9, eerste lid, onderdeel f, niet van toepassing is;
- c.
in afwijking van artikel 9, eerste lid, onderdeel k, subonderdeel i, voor 'een gegevensuitvraag: penvoerder overlegt per kwartaal een overzicht aan het onafhankelijke onderzoeksbureau, met daarin kenmerken van jongeren en hun MDT-traject;' wordt gelezen 'gegevensregistratie: het invullen van een geanonimiseerde en doorlopende registratie van deelnemers bij het onafhankelijke onderzoeksbureau ten behoeve van onderzoek naar MDT;'.
- d.
in afwijking van artikel 9, eerste lid, onderdeel k, subonderdeel iii, tweede volzin, niet van toepassing is;
- e.
in aanvulling op artikel 9, eerste lid, de penvoerder en de deelnemende partijen binnen het samenwerkingsverband een gescheiden boekhouding voeren met betrekking tot de financiering van het MDT-project.
Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 4, naar aanleiding van aanvragen die zijn ingediend in de in artikel 9j, eerste lid, bedoelde aanvraagperiode.
Een aanvraag voor subsidie wordt voorafgegaan door indiening van een vooraanmelding binnen de periode, genoemd in het vierde lid. Indien de penvoerder van een aanvraag geen onderdeel is van een beoogd partnerschap waarvoor een vooraanmelding is gedaan, wordt de aanvraag afgewezen.
Voor de vooraanmelding wordt gebruikgemaakt van het formulier dat bekend is gemaakt op de website van DUS-I.
De vooraanmelding bestaat uit:
- a.
een vermelding van de beoogde penvoerder; en
- b.
een vermelding van ten minste één beoogde samenwerkingspartner.
De vooraanmelding wordt ingediend in de periode van 9 april 2026, 9.00 uur tot en met 30 april 2026, 13.00 uur. Indien de vooraanmelding na 30 april 2026, 13.00 uur, is ingediend wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 9j afgewezen.
In 2026 kan een aanvraag voor subsidie worden ingediend in de periode van 7 mei 2026, 9.00 uur tot en met 2 juli 2026, 13.00 uur. Aanvragen die buiten de aanvraagperiode zijn ingediend, worden afgewezen.
De penvoerder verklaart in het aanvraagformulier of zij op 1 januari 2026 aan haar gelieerde organisaties heeft. De penvoerder verklaart tevens of de aan haar gelieerde organisaties MDT-subsidie aanvragen of reeds ontvangen.
Een penvoerder kan namens de aan haar gelieerde organisaties maximaal één subsidieaanvraag indienen in 2026.
Een subsidieaanvraag bevat in ieder geval:
- a.
het aanvraagformulier;
- b.
een activiteitenplan;
- c.
een begroting;
- d.
een samenwerkingsovereenkomst, ondertekend door alle partijen die onderdeel zijn van het partnerschap;
- e.
een cofinancieringsverklaring, ondertekend door de cofinancierder en de penvoerder.
De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van de door de minister vastgestelde formats, bekendgemaakt op de website van DUS-I.
De penvoerder verklaart in het aanvraagformulier dat een MDT-traject niet leidt tot stage- of werkverdringing.
De penvoerder verstrekt bij de subsidieaanvraag de twee meest recente jaarrekeningen:
- a.
Indien de penvoerder controleplichtig is als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dienen de twee meest recente jaarrekeningen voorzien te zijn van een controleverklaring door een accountant;
- b.
Indien de penvoerder niet controleplichtig is als bedoeld in onderdeel a, dient de meest recente jaarrekening voorzien te zijn van een beoordelingsverklaring door een accountant.
Het zevende lid is niet van toepassing indien de penvoerder een onderwijsinstelling is als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.
Een subsidieaanvraag wordt beoordeeld aan de hand van het beoordelingskader, bedoeld in bijlage 2.
De penvoerder sluit met elke samenwerkingspartner een Data Sharing Agreement om gegevensuitwisseling mogelijk te maken. Deze overeenkomst wordt bij de eerste tussentijdse rapportage aan de minister overgelegd.
De penvoerder draagt er zorg voor dat deelname aan een MDT-traject vrijwillig is. De mate van vrijwillige deelname wordt beoordeeld aan de hand van de beschrijving van deelcriterium 1d in het beoordelingskader in bijlage 2. Indien dit deelcriterium als ‘voldoet niet’ wordt beoordeeld, wordt de aanvraag afgewezen.
Voor subsidieverstrekking is in 2026 een bedrag van ten hoogste € 115.000.000 beschikbaar.
De subsidie voor het uitvoeren van MDT-projecten bedraagt ten minste € 360.000 en ten hoogste € 4.500.000 voor een subsidieperiode van drie jaar.
Het aan te vragen subsidiebedrag per MDT-traject, per trajectvariant, is:
- a.
maximaal € 1.378 per MDT-basis-traject;
- b.
maximaal € 1.969 per MDT-extra-traject;
- c.
maximaal € 2.205 per MDT-plus-traject;
- d.
maximaal € 3.702 per MDT-intensief-traject.
De subsidie voor het uitvoeren van een MDT-project bedraagt ten hoogste 70% van de totale kosten van het desbetreffende MDT-project.
Voor de inzet van intern personeel of extern personeel geldt een maximumuurtarief van € 130,– inclusief BTW en overheadkosten. In bijzondere gevallen kan van dit tarief onderbouwd worden afgeweken.
De penvoerder realiseert minimaal 30% cofinanciering van de totale kosten van het desbetreffende MDT-project waarbij de cofinanciering in geld is, of wordt gewaardeerd in geld.
De penvoerder kan bij de aanvraag tot verlening van subsidie voor maximaal 5% van de totale kosten van het desbetreffende MDT-project garant staan voor de cofinanciering, bedoeld in het eerste lid.
Voor de cofinanciering, bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend cofinanciering in aanmerking genomen die afkomstig is van een instelling of van instellingen die op 1 juni 2026 ten minste een jaar stonden ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.
Indien het subsidieplafond, bedoeld in artikel 9l, eerste lid, ontoereikend is om alle aanvragen met een voldoende beoordeling als bedoeld in artikel 10, zevende lid, toe te wijzen, wordt het beschikbare bedrag verdeeld op basis van de rangschikking in gewogen eindscore, bedoeld in artikel 10, achtste lid, totdat het budget is uitgeput.
Indien bij een verdeling als bedoeld in het eerste lid twee of meer gelijk gewaardeerde aanvragen in concurrentie met elkaar komen voor het laatste voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag, bepaalt de minister op basis van loting de voorrang tussen deze aanvragen op de resterende middelen.
Indien het subsidieplafond niet volledig is uitgeput, maar het resterende voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag onvoldoende is om een aanvraag volledig te kunnen honoreren, kan aan de desbetreffende subsidieaanvrager gevraagd worden om projectaanpassingen door te voeren. Indien deze aanvrager hiermee niet akkoord gaat, wordt zijn aanvraag afgewezen.
Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidieverlening in ieder geval geweigerd, indien het resultaat van de som werkkapitaal minus bestemmingsfondsen van de penvoerder minder dan 10% bedraagt van het totaal aangevraagde subsidiebedrag, op basis van de meest recente jaarrekening, bedoeld in artikel 9j, zevende lid.
In afwijking van het eerste lid kan een partij binnen het partnerschap garant staan voor het werkkapitaal van ten minste 10% van het totaal aangevraagde subsidiebedrag, indien:
- a.
de garantstellingsverklaring wordt aangeleverd in het door DUS-I daarvoor beschikbaar gestelde format;
- b.
uit de meest recente jaarrekening van de garantsteller blijkt dat de garantsteller beschikt over voldoende middelen om al zijn garantstellingsverplichtingen in voorkomend geval te kunnen nakomen;
- c.
de meest recente jaarrekening van de garantsteller is voorzien van een controleverklaring als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Indien de garantsteller niet controleplichtig is dient een beoordelingsverklaring van de accountant verstrekt te worden;
- d.
de garantsteller bij maximaal twee andere penvoerders garant staat;
- e.
de garantsteller op 1 juni 2026 minimaal een jaar ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel.
Een aanvraag komt uitsluitend voor toekenning in aanmerking, indien de penvoerder op 1 juni 2026 minimaal twee jaar ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel.
Indien de penvoerder een onderwijsinstelling is als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, is dit artikel niet van toepassing.
Aan de subsidie zijn de volgende verplichtingen verbonden:
- a.
De penvoerder heeft de verplichting om ervoor te zorgen dat in de periode na de datum van het besluit tot subsidieverlening tot uiterlijk 31 maart 2027 met de projectactiviteiten wordt gestart;
- b.
De penvoerder levert eenmaal per 12 maanden na de startdatum van het MDT-project een tussentijdse rapportage aan over de algemene voortgang van het project en de realisatie van de MDT-trajecten, inclusief verwerving van cofinanciering, conform het door de minister vastgestelde formulier;
- c.
De penvoerder en de deelnemende partijen binnen het samenwerkingsverband voeren een gescheiden boekhouding met betrekking tot de financiering van het MDT-project;
- d.
De penvoerder heeft de verplichting om ervoor te zorgen dat per trajectvariant ten minste 85% van het aantal bij de aanvraag voorgenomen MDT-trajecten volledig uit wordt uitgevoerd;
- e.
De penvoerder gebruikt in de benaming van het project de afkorting ‘MDT’, en heeft een inspanningsverplichting om bij te dragen aan de naamsbekendheid van MDT en om het MDT-logo te gebruiken in alle uitingen van het partnerschap;
- f.
De penvoerder zorgt ervoor dat voor de uit te voeren MDT-trajecten alleen aanmeldingen worden geaccepteerd van jongeren die, bij aanvang van het MDT-traject in de leeftijd van 12 tot 30 jaar oud, woonachtig zijn in Nederland;
- g.
De penvoerder zorg ervoor dat aan alle deelnemende jongeren een MDT-certificaat na afronding van het MDT-traject wordt verstrekt;
- h.
De penvoerder houdt een deelnemersregistratie bij ten behoeve van de verantwoording van de verstrekte subsidie;
- i.
De penvoerder is verplicht deel te nemen aan onderzoek ten behoeve van de doorontwikkeling van het MDT-programma. Het onderzoek omvat:
- 1°
een gegevensregistratie: het invullen van een geanonimiseerde en doorlopende registratie van deelnemers bij het onafhankelijke onderzoeksbureau ten behoeve van onderzoek naar MDT;
- 2°
jongerenvragenlijsten: de penvoerder draagt zorg voor een minimum respons van 70% van de deelnemende jongeren op de jongerenvragenlijsten;
- 3°
projectleidersvragenlijsten: het invullen van aanvullende vragenlijsten door de penvoerder eenmaal per kwartaal;
- 4°
impactonderzoek: deelname aan het centrale onderzoek naar de maatschappelijke impact van MDT;
- 5°
beleidsevaluaties: deelname aan door de minister nader te bepalen overige beleidsevaluaties; en
- 6°
een vragenlijst na verlening: de penvoerder overlegt binnen twee maanden na de datum van het besluit tot subsidieverlening een ingevulde vragenlijst ten behoeve van de registratie van het MDT-project en startmeting van onderzoek.
- 1°
- j.
De penvoerder draagt er zorg voor dat medewerkers en vrijwilligers binnen het partnerschap die met jongeren werkzaam zijn, in het bezit zijn van een geldige Verklaring Omtrent Gedrag;
- k.
De penvoerder draagt er zorg voor dat samenwerkingspartners die € 125.000 of meer van de subsidie hebben besteed een controleverklaring van een bevoegde accountant verstrekken bij de eindverantwoording.
Een door de minister ingestelde beoordelingscommissie adviseert de minister op basis van de beoordelingscriteria, bedoeld in bijlage 1, over de volledige subsidieaanvragen, met uitzondering van subsidieaanvragen die worden geweigerd op grond van artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht of omdat de penvoerder niet voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, in samenhang met artikel 9f.
De beoordelingscommissie kan waar nodig externe deskundigen vragen haar te ondersteunen.
In afwijking van het eerste lid adviseert de beoordelingscommissie de minister over de volledige subsidieaanvragen, bedoeld in hoofdstuk 3a, op basis van het beoordelingskader in bijlage 2, met uitzondering van aanvragen die worden geweigerd op grond van artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 9m of artikel 9o.
Bij de toepassing van het beoordelingskader in bijlage 2 wordt aan elke volledige subsidieaanvraag per deelcriterium, met uitzondering van de deelcriteria die als ‘voldoet wel/voldoet niet’ worden beoordeeld, een score toegekend op een schaal van 4 tot en met 8, waarbij geldt:
4 = ruim onvoldoende
5 = onvoldoende
6 = voldoende
7 = ruim voldoende
8 = goed
De score, bedoeld in het vierde lid, wordt bepaald op basis van de kwaliteit van het ingevulde aanvraagformulier, het activiteitenplan, de begroting. Naarmate de deelcriteria deugdelijker onderbouwd zijn, wordt een hogere score toegekend. De scores per deelcriterium worden, met inachtneming van de vastgestelde weging per deelcriterium, samengevoegd tot een gewogen score per hoofdcriterium.
De beoordelingscommissie beoordeelt ontvankelijke subsidieaanvragen, bedoeld in het derde lid, eerst op de deelcriteria 7a, 7b en 7c, bedoeld in bijlage 2. Aanvragen die op:
- a.
een of meer van de deelcriteria 7a, 7b en 7c niet voldoen, worden afgewezen zonder verdere beoordeling;
- b.
alle deelcriteria 7a, 7b en 7c voldoen, worden verder beoordeeld op de overige criteria in bijlage 2.
Aanvragen als bedoeld in het zesde lid, onderdeel b, komen uitsluitend voor subsidieverlening in aanmerking, indien deze:
De volledige subsidieaanvragen die resteren na toepassing van het derde, zesde en zevende lid, worden gerangschikt op basis van een gewogen eindscore, die wordt gevormd door de som van de scores op alle zeven gewogen hoofdcriteria, telkens met inachtneming van de weging per hoofdcriterium, waarbij een hogere gewogen eindscore leidt tot een hogere rangschikking.
Indien na toepassing van het zesde lid het aantal resterende subsidieaanvragen groter is dan 150, kan de minister bepalen dat het totaalaantal aanvragen dat in aanmerking komt voor verdere beoordeling op hoofdcriteria 1 tot en met 6, bedoeld in bijlage 2, wordt gemaximeerd op 150, waarbij aanvragen met een hoger cofinancieringspercentage voorrang krijgen boven aanvragen met een lager cofinancieringspercentage.
Voor zover bij toepassing van het negende lid meerdere aanvragen een gelijk cofinancieringspercentage hebben, wordt indien nodig door middel van loting bepaald welke van die aanvragen voorrang krijgt.
Aanvragen die ingevolge het negende en het tiende lid niet in aanmerking komen voor verdere beoordeling op de criteria 1 tot en met 6 als bedoeld in bijlage 2, worden afgewezen.
De minister besluit op volledige aanvragen binnen 22 weken na afloop van de periode, bedoeld in artikel 8, tweede lid, artikel 9b, eerste lid, of artikel 9j, eerste lid, op de aanvragen tot verlening.
De minister betaalt een voorschot van 90% van de verleende subsidie.
Het voorschot wordt als als volgt uitbetaald:
- a.
60% bij het besluit tot subsidieverlening en;
- b.
30% na de goedkeuring van de eerste tussentijdse rapportage, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, in samenhang met artikel 9g of artikel 9p, onderdeel b.
Met het besluit tot vaststelling van de subsidie wordt eventueel de resterende 10% van de verleende subsidie uitgekeerd.
Onverminderd het tweede lid, onderdeel b, wordt het daar bedoelde voorschot niet eerder uitbetaald dan in 2028, voor zover het subsidies betreft die zijn verleend naar aanleiding van aanvragen die zijn ingediend in de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 9j, eerste lid.
De minister kan op verzoek van de penvoerder eenmalig de looptijd van het MDT-project met ten hoogste drie maanden verlengen. Verlenging kan worden verleend indien dit noodzakelijk is voor de afronding van MDT-trajecten.
Indien een aanvraag tot budgetneutrale verlenging is ingediend in de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 9j, eerste lid, dient subsidievaststelling in 2030 plaats te vinden.
Indien de penvoerder een onderwijsinstelling is als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs:
- a.
levert de penvoerder een activiteitenverslag, inclusief het aantal afgeronde en niet-afgeronde MDT-trajecten, en inclusief de verwerving van cofinanciering;
- b.
geschiedt de verantwoording in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 2, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving;
- c.
kan de subsidie uitsluitend worden besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend, en wordt niet bestede subsidie teruggevorderd, en;
- d.
vermeldt de penvoerder in het bestuursverslag het aantal afgeronde en niet-afgeronde MDT-trajecten, en inclusief de verwerving van cofinanciering.
Indien het eerste lid niet van toepassing is op de penvoerder:
- a.
legt de penvoerder in zijn aanvraag om vaststelling rekening en verantwoording af aan de hand van een activiteitenverslag en een financieel verslag, vergezeld van een controleverklaring;
- b.
verstrekt de penvoerder, in aanvulling op artikel 7.8 van de Kaderregeling, tevens een prestatiebewijs met betrekking tot het aantal afgeronde en niet-afgeronde MDT-trajecten, voorzien van een assurance rapport en een rapport van feitelijke bevindingen ten aanzien van de in de regeling en beschikking opgenomen voorwaarden en verplichtingen, met betrekking tot het aantal afgeronde en niet-afgeronde MDT-trajecten;
- c.
de controleverklaring, het assurance rapport en het rapport van feitelijke bevindingen, bedoeld in de onderdelen b en c, worden opgesteld door een accountant overeenkomstig het door de minister vastgestelde accountantsprotocol.
- d.
dient de penvoerder een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in binnen 22 weken na de datum waarop de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, uiterlijk moeten zijn verricht.
De subsidie wordt lager vastgesteld indien het aantal afgeronde trajecten per MDT-variant lager is dan 85% van het gesubsidieerde aantal trajecten of het subsidiebedrag niet geheel is besteed. De lagere vaststelling wordt bepaald door het aantal trajecten dat niet is afgerond tot 85%, te vermenigvuldigen met het verleende subsidiebedrag per MDT-variant, met een maximum van het totaal bestede bedrag op basis van de financiële verantwoording.
De penvoerder toont op verzoek van de minister op de in de beschikking aangegeven wijze aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de verleende subsidie zijn verbonden.
In afwijking van artikel 7.2 van de Kaderregeling OCW, SZW en VWS wordt een aanvraag tot subsidievaststelling ingediend binnen 17 weken nadat de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, zijn verricht.
De minister kan één of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en regeling vervalt met ingang van 1 april 2028.
Ten aanzien van de subsidies die in 2023 op grond van deze regeling zijn verstrekt, blijft de regeling van toepassing zoals zij luidde op 2 mei 2023.
Deze regeling is niet van toepassing in Caribisch Nederland.
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT).
De criteria aan de hand waarvan een subsidieaanvraag beoordeeld wordt, zijn:
Criterium | Onderdeel | Toelichting |
1. Reflectie (bestaande penvoerder) De penvoerder reflecteert op de realisatie van de voorgaande en/of nog lopende MDT-projecten uit subsidierondes 4a, 4b, 4c van ZonMw en 5a van DUS-I. Daarbij wordt toegelicht welke lessen men heeft geleerd en wat men daarvan gaat meenemen naar het nieuwe MDT-project. | A. Realisatie | De penvoerder beschrijft en reflecteert op de realisatie van het aantal uitgevoerde (afgeronde en niet-afgeronde) MDT-trajecten, ten opzichte van het beoogde aantal volgens planning. |
B. Verbeteringen | De penvoeder licht toe wat de succesfactoren en verbeteringen zijn (geweest), waar ruimte (geweest) is voor verbetering en tot welke verbeteringen dat concreet heeft geleid in de huidige subsidieaanvraag. | |
2. Visie op MDT, beoogde realisatie en impact De penvoerder beschrijft de visie op MDT, de doelgroep, de beoogde realisatie en met welke activiteiten impact wordt nagestreeft | A. Visie op MDT | De penvoerder licht toe hoe het partnerschap tot stand is gekomen en waarom het partnerschap (opnieuw) MDT-trajecten wil gaan aanbieden, welke visie het partnerschap heeft op MDT, op de drie pijlers van MDT (iets doen voor een ander, talentontwikkeling en ontmoeting), en wat dat betekent voor de opzet en de uitvoering van het MDT-project. |
B. Doelgroep | De penvoerder licht toe op welke doelgroep of doelgroepen jongeren het project zich gaat richten en geeft een doelgroepomschrijving per trajectvariant. | |
C. Beoogde realisatie | De penvoerder levert een planning van de te realiseren trajecten per trajectvariant aan en geeft per fase (werving, intake, uitvoering, afgerond) een toelichting waarbij rekening wordt gehouden met eventuele uitval. | |
D. Impact | De penvoerder licht per trajectvariant toe met welke activiteiten impact op jongeren en de samenleving wordt nagestreefd, aan de hand van de drie pijlers van MDT en hoe hiervan wordt geleerd en naar aanleiding hiervan wordt bijgestuurd. | |
3. Activiteiten De penvoerder beschrijft hoe het partnerschap de MDT-trajecten per variant gaat uitvoeren. | A. Werving van jongeren voor een MDT-traject | De penvoerder geeft een toelichting op de wervingsstrategie en beschijft daarbij de werkwijze, waarom deze werkwijze passend is en welke partij(en) in welke rol dit uitvoeren. |
B. Intake en matching van jongeren aan een MDT-traject | De penvoerder licht toe hoe de intake plaatsvindt (bijvoorbeeld gesprek, training, kennismakingsactiviteit) en hoe jongeren worden gekoppeld aan een voor hen passend MDT-traject. | |
C. Begeleiding van jongeren | De penvoerder beschrijft: – De begeleiding (o.a. individuele begeleiding, groepsbegeleiding, begeleiding op de activiteiten bij partnerorganisaties). – De gemiddelde totale inzet in uren aan begeleiding voor een volledig MDT-traject (waarbij o.a. de verhouding tussen individuele- en groepsbegeleiding en de verhouding tussen begeleiding en activiteiten in uren inzichtelijk wordt gemaakt). – De verdeling van de inzet voor begeleiding tussen de penvoerder en de overige partners. | |
D. Uitvoering activiteiten van het MDT-traject | De penvoerder licht toe hoe de MDT-trajecten worden uitgevoerd en beschrijft daarbij in ieder geval welke activiteiten in het MDT-traject plaatsvinden (incl. trainingen, groepsgrootte). | |
E. Coördinatie en ondersteuning van het MDT-project | De penvoerder licht toe welke coördinerende en ondersteunende activiteiten er uitgevoerd gaan worden en hoe deze zijn belegd binnen het partnerschap. Hierbij worden aspecten toegelicht zoals projectleiding, monitoring en tussentijdse (proces)evaluatie, projectadministratie, overleg met de partners (overlegstructuur), deelname aan centraal onderzoek, communicatie, verduurzaming, (door)ontwikkeling van MDT-trajecten en producten. | |
4. Jongerenparticipatie en jongerenreis De penvoerder licht toe hoe de jongerenparticipatie en inspraak georganiseerd gaat worden op project- en traectniveau, en wat daarin de belangrijkste accenten zullen zijn. Daarnaast beschrijft de penvoerder per MDT-variant de jongerenreis. | A. Jongerenparticipatie op projectniveau | De penvoerder licht toe in welke mate en vorm jongeren betrokken zijn en inspraak hebben op: – de activiteiten (3.A t/m E) – de invulling van jongerenparticipatie Daarbij geeft de penvoerder een toelichting op de gekozen vorm van participatie, denk aan: meedenken, meepraten, (mee-) beslissen of jongeren in de lead. |
B. Jongerenparticipatie op trajectniveau | De penvoerder licht toe in welke mate en vorm de jongere betrokken is en inspraak heeft bij het opstellen van eigen leerdoelen en het eigen traject, inclusief de activiteiten en de begeleiding. Daarbij geeft de penvoerder een toelichting op de gekozen vorm van participatie, denk aan: meedenken, meepraten, (mee-)beslissen of jongeren in de lead. | |
C. Jongerenreis | De penvoerder beschrijft per MDT-variant, vanuit het perspectief van de jongere, de reis die de jongere aflegt. Vanaf het moment dat de jongere wordt geënthousiasmeerd voor MDT tot en met de afronding van het MDT-traject. Hierbij worden aspecten toegelicht zoals de werving, intake, begeleiding, activiteiten en de waardering. | |
5. Partnerschap en samenwerking De penvoerder beschrijft hoe het partnerschap is samengesteld en georganiseerd, waarom de organisatie geschikt is om te fungeren als penvoerder, hoe de samenwerking georganiseerd gaat worden en hoe het partnerschap duurzaam wordt ingericht. | A. Samenstelling en organisatie partnerschap | De penvoerder licht toe hoe het partnerschap is samengesteld, welke bijdragen de partners gaan leveren (m.n. rolverdeling) en op welke wijze dit bijdraagt aan het gezamenlijke doel van het partnerschap. De penvoerder licht toe waarom dit adequaat is voor het bereiken van de kwalitatieve- en kwantitatieve projectdoelstellingen. Daarnaast licht de penvoerder toe hoe het partnerschap is georganiseerd. Hierbij wordt ingegaan op aspecten zoals organisatiestructuur, taakverdeling tussen de partners, kennisdeling en professionalisering. |
B. Aanwezige kennis en expertise bij penvoerder en/of partnerschap | De penvoerder licht toe in welke mate de projectleider(s), medewerkers en begeleiders bij zowel de penvoerder als bij de partners beschikken over passende kennis en ervaring om een MDT-project en in het bijzonder MDT-trajecten voor jongeren te gaan uitvoeren. Daarnaast licht de penvoerder toe in welke mate de eigen organisatie toegerust is om een (groot) gesubsidieerd project te initiëren, aansturen, te begeleiden en te verantwoorden. | |
C. Risico’s en beheersmaatregelen | De penvoerder licht toe welke risico’s het partnerschap voorziet voor het MDT-project en voor de uitvoering van de MDT-trajecten. Daarbij beschrijft de penvoerder welke maatregelen het partnerschap zal nemen als deze risico’s zich verwezenlijken gedurende de subsidieduur. | |
D. Samenwerking en kennisdeling binnen het MDT-netwerk en in de regio | De penvoerder licht toe hoe hij gaat samenwerken met andere MDT-projecten, landelijk of met regionale samenwerkingsverbanden van MDT. Hierbij wordt toegelicht wat men wil bereiken in de samenwerking met andere MDT-projecten of organisaties. | |
E. Verduurzaming | De penvoerder licht toe aan de hand van concrete activiteiten hoe MDT duurzaam wordt ingebed en geborgd bij partners in het partnerschap. Denk aan hoe deze activiteiten aansluiten op bestaande initiatieven en infrastructuur van organisaties (bijv. zorg, welzijn, onderwijs, sociaal domein, maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven), en aan financiele betrokkenheid van (nieuwe) partners t.b.v. de financiële duurzaamheid van het initiatief. | |
6. Begroting De penvoerder verstrekt een onderbouwde en sluitende meerjarenbegroting. | De penvoerder verstrekt een begroting voor de activiteiten, genoemd in artikel 4, eerste lid, van de subsidieregeling. De begroting zal worden beoordeeld op proportionaliteit, waaronder de verdeling van de kosten per activiteit. Daarnaast wordt beoordeeld of er sprake is van een onderbouwde en sluitende meerjarenbegroting. | |
A. Het plan bevat een uitgewerkte begroting van de kosten en baten. | Er is een inzichtelijke en evenwichtige begroting voor de subsidieperiode die voldoet aan artikel 3.5 van de Kaderregeling. De begroting geeft inzicht in de loonkosten, materiële kosten en overige kosten. De begroting maakt daarnaast inzichtelijk hoe de middelen binnen het partnerschap zijn verdeeld. | |
B. Doelstellingen worden op zo efficiënt mogelijke manier bereikt. | 1. Uit de aanvraag blijkt dat de middelen (geld, tijd en menskracht) doelmatig worden ingezet om maximale resultaten te bereiken. 2. Voor de berekening van de personeelskosten wordt onderscheid gemaakt tussen interne en externe personeelskosten. Voor intern en extern personeel wordt een integraal tarief gehanteerd van maximaal € 130,– per uur inclusief BTW. De inzet van vrijwilligers wordt gewaardeerd op de vrijwilligersvergoeding die de belastingdienst hanteert op grond van de Wet op de loonbelasting 1964. | |
C. Het plan toont aan hoe de 25% cofinanciering bereikt wordt aan het einde van de subsidieperiode. | 1. De cofinanciering van minimaal 25% is weergegeven en volgens de eisen van de regeling geregeld. 2. De aanvraag bevat een beschrijving van de beoogde inbreng van de partners en organisaties gekoppeld aan de activiteiten van MDT-projecten die overeenkomt met de beschrijving van de cofinanciering. |
Weging
De beoordelingscommissie beoordeelt de kwaliteit van de aanvragen voor nieuwe penvoerders aan de hand van de criteria 2 tot en met 6 en voor bestaande penvoerders aan de hand van de criteria 1 tot en met 6. Een penvoerder moet op al deze criteria voldoende scoren om in aanmerking te komen voor subsidie.
Hoofdcriterium | Deelcriterium | Toelichting |
1. Visie, doelgroep en impact Weging: 10% | a. Visie en onderbouwing Weging: 30% | Uit de aanvraag blijkt in ieder geval: – een heldere en inspirerende visie op wat het project voor jongeren en de samenleving betekent; – een onderbouwde motivatie waarom MDT en de bijbehorende drie pijlers aansluiten bij de visie van de penvoerderorganisatie. |
b. Doelgroep Weging: 25% | Uit de aanvraag blijkt in ieder geval: – per trajectvariant een beschrijving van de doelgroep(en) waarop de trajecten zich richten; – waarom de voorgestelde activiteiten per trajectvariant passen bij de doelgroep. | |
c. Impactdoelen Weging: 45% | Uit de aanvraag blijkt in ieder geval: – een heldere visie op de impact die het project op jongeren en de samenleving heeft. Impact verwijst naar het extra effect dat het MDT-project teweegbrengt – een verandering (bij persoon, groep of zelfs de samenleving) die zonder het project niet of in mindere mate zou optreden; – welke veranderingen/effecten op korte en lange termijn de penvoerder verwacht bij de doelgroep(en) en hoe deze samen leiden tot de beoogde impact; – waarom deze aanpak werkt (onderbouwd met ervaringen uit eerdere projecten of bewezen werkwijzen); – waarom de gestelde impactdoelen realistisch en haalbaar zijn. | |
d. Vrijwilligheid Weging: voldoet/voldoet niet | Uit de aanvraag blijkt welke variant van vrijwillige deelname van toepassing is per trajectvariant. De varianten zijn: 1.) MDT op eigen initiatief van de jongere. Bij deze variant kiest een jongere zelf om een MDT te volgen. Deze MDT vindt plaats in vrije tijd. Bij deze variant gaan we er vanuit dat jongeren zich vanuit intrinsieke motivatie hebben aangemeld. Er is geen extra onderbouwing nodig waarom voor deze variant is gekozen. 2.) MDT aangeboden als één van de opties. Bij deze variant wordt MDT als één van de (keuze)opties aangeboden (bijvoorbeeld als keuzevak), waarbij jongeren ook kunnen kiezen voor andere opties dan MDT. In de aanvraag is voldoende onderbouwd: – dat jongeren keuzevrijheid hebben, waarbij MDT één van meerdere gelijkwaardige opties is, en waar jongeren zelf bewust kiezen voor MDT. 3.) MDT aangeboden als standaard optie en/of vast onderdeel. Bij deze variant worden jongeren gestimuleerd om een MDT te doen en wordt MDT als standaard optie of als vast onderdeel aangeboden. In de aanvraag is voldoende onderbouwd: – waarom deze variant passend/gewenst is voor de betreffende doelgroep; – dat er een reëel alternatief geboden wordt als jongeren niet (meer) willen deelnemen; – dat er voldoende keuzemogelijkheden zijn tussen MDT-projecten of binnen het MDT-traject. | |
2. Drie MDT-pijlers Weging: 25% | a. Talentontwikkeling Weging: 30% | Uit de aanvraag blijkt in ieder geval: – hoe het partnerschap ervoor zorgt dat jongeren werken aan persoonlijke ontwikkeldoelen; – hoe de MDT-trajecten een brede ontwikkeling stimuleren, waarbij zowel persoonlijke als professionele vaardigheden aan bod komen; – hoe er aandacht is voor reflectie, zodat jongeren bewust zijn van de ontwikkeling die ze doormaken; – hoe jongeren erkenning krijgen en gewaardeerd worden voor hun ontwikkeling. Uit het activiteitenplan blijkt dat concrete invulling zal worden gegeven aan deze elementen. |
b. Betekenisvolle ontmoetingen Weging: 30% | Uit de aanvraag blijkt in ieder geval: – hoe jongeren tijdens het traject in contact komen met mensen buiten hun eigen leefwereld, of mensen binnen hun eigen leefwereld op een nieuwe manier en beter leren kennen; – dat de ontmoetingen een (maatschappelijk) doel dienen; – dat de ontmoetingen betekenisvol zijn, doordat ze zowel bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling van jongeren als waardevol zijn voor de ander; – hoe de ontmoetingen goed voorbereid worden, zodat ze een positieve ervaring vormen voor jongeren en voor de ander; – hoe er aandacht is voor reflectie, zodat jongeren beseffen wat deze ervaringen voor henzelf en voor de ander betekenen. Uit het activiteitenplan blijkt dat concrete invulling zal worden gegeven aan deze elementen. | |
c. Iets doen voor een ander en/of de samenleving Weging: 40% | Uit de aanvraag blijkt in ieder geval: – dat jongeren activiteiten uitvoeren die iets betekenen voor anderen en/of de samenleving; – hoe jongeren worden begeleid om het effect van hun inzet te zien; – dat de activiteiten aansluiten bij hun talenten en/of interesses, of nieuwe ontdekkingen stimuleren; – hoe jongeren worden gestimuleerd om na afloop maatschappelijk betrokken te blijven. Uit het activiteitenplan blijkt dat concrete invulling zal worden gegeven aan deze elementen. | |
3. Begeleiding van jongeren Weging: 20% | a. Inrichting van de begeleiding Weging: 35% | Uit de aanvraag blijkt in ieder geval: – hoe de begeleiding zodanig is ingericht en georganiseerd, dat jongeren gedurende het traject passende begeleiding ontvangen, waarbij er minimaal sprake is van een intake- en eindgesprek; – hoe de begeleiding aansluit bij de gekozen trajectvariant(en); – een goede onderbouwing voor de verhouding tussen individuele begeleiding, groepsbegeleiding en begeleiding bij de activiteiten bij partnerorganisaties. Uit het activiteitenplan blijkt dat concrete invulling zal worden gegeven aan deze elementen. |
b. Afstemming op behoeften en maatwerk Weging: 40% | Uit de aanvraag blijkt in ieder geval: – hoe de begeleiding wordt afgestemd op de behoeften van jongeren; – hoe er maatwerk wordt geleverd in de begeleiding. | |
c. Ondersteuning en ontwikkeling begeleiders Weging: 25% | Uit de aanvraag blijkt in ieder geval: – hoe begeleiders worden ondersteund en gecoacht om hun vaardigheden te versterken, zodat zij jongeren optimaal kunnen begeleiden. Uit het activiteitenplan blijkt dat concrete invulling zal worden gegeven aan dit elementen. | |
4. Jongerenparticipatie Weging:20% | a. Jongerenparticipatie op projectniveau Weging: 60% | Uit de aanvraag blijkt in ieder geval: – hoe het partnerschap jongerenparticipatie op project- en/of organisatieniveau actief stimuleert en faciliteert; – dat het partnerschap streeft naar een zo hoog mogelijke mate van jongerenparticipatie, passend bij de doelgroep; – op welke manier en met welke frequentie jongeren participeren. Hierbij wordt een onderbouwing gegeven over de mate van participatie, denk aan: meedenken, meepraten, (mee-)beslissen en/of jongeren in de lead. |
b. Jongerenparticipatie op trajectniveau Weging: 40% | Uit de aanvraag blijkt in ieder geval: – dat jongeren inspraak en invloed hebben op trajectniveau; – op welke manier en met welke frequentie jongeren participeren. Hierbij wordt een onderbouwing gegeven over de mate van participatie, denk aan: meedenken, meepraten, (mee-)beslissen en/of jongeren in de lead; – dat het partnerschap streeft naar een zo hoog mogelijke mate van jongerenparticipatie, passend bij de doelgroep; Uit het activiteitenplan blijkt dat concrete invulling zal worden gegeven aan deze elementen. | |
5. Expertise en monitoring Weging: 15% | a. Passende expertise en ervaring partnerschap Weging: 40% | Uit de aanvraag blijkt in ieder geval: – dat er voldoende kennis, ervaring en expertise aanwezig is bij de penvoerder en de samenwerkingspartners binnen het partnerschap om de voorgestelde activiteiten succesvol uit te voeren. Dit is onderbouwd met voorbeelden waaruit relevante ervaring blijkt; – dat de beoogde realisatie passend, haalbaar en realistisch is; – dat de penvoerder beschikt over de ervaring en vaardigheden om een (groot) gesubsidieerd project te leiden en te verantwoorden; – in welke mate en op welke manier partners, zoals de gemeente, betrokken zijn bij doelgroepen waarin partners een regietaak hebben, zoals bij de intensieve variant. |
b. Monitoring en bijsturing Weging: 30% | Uit de aanvraag blijkt in ieder geval: – hoe resultaten/effecten tussentijds worden gemonitord om de voortgang te waarborgen; – hoe deze resultaten/effecten worden gebruikt om van te leren en de kwaliteit van het project te verbeteren. | |
c. Risico’s en beheersmaatregelen Weging: 30% | Uit de aanvraag blijkt in ieder geval: – welke risico's het partnerschap voorziet voor het MDT-project en voor de uitvoering van de MDT-trajecten; – welke maatregelen het partnerschap zal nemen als deze risico's zich voordoen gedurende de subsidieduur. | |
6. Samenwerking en toekomstgericht werken Weging: 10% | a. Rolverdeling en samenwerking binnen het partnerschap Weging: 30% | Uit de aanvraag blijkt in ieder geval: – dat rollen, verantwoordelijkheden en taken binnen het partnerschap helder zijn vastgelegd; – dat er een gestructureerde aanpak is voor de organisatie van samenwerking tussen penvoerder en partners binnen het partnerschap. |
b. Wervingsstrategie Weging: 30% | Uit de aanvraag blijkt in ieder geval: – een passende wervingsstrategie, inclusief een concrete beschrijving van de werkwijze en een onderbouwing waaruit blijkt dat deze aansluit bij de beoogde doelgroep; – duidelijkheid over de betrokken partij(en) bij de werving en de rolverdeling binnen de uitvoering. | |
c. Samenwerking en kennisdeling buiten het partnerschap Weging: 20% | Uit de aanvraag blijkt in ieder geval: – hoe het partnerschap kennis deelt en samenwerking opzoekt met andere MDT-partnerschappen, bijvoorbeeld binnen een regionaal samenwerkingsverband; – welke activiteiten opgezet worden in het kader van kennisdeling en samenwerking, en welk doel of welke meerwaarde deze activiteiten hebben. | |
d. Verduurzaming Weging: 20% | Uit de aanvraag blijkt in ieder geval: – welke stappen al zijn gezet en/of welke plannen er zijn om de voorgestelde MDT-activiteiten toekomstbestendig en duurzaam te maken. Denk aan aansluiting op bestaande initiatieven en infrastructuur van onderwijs, gemeenten en andere lokale overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven en fondsen; – welke stappen al zijn gezet en/of welke plannen er zijn om het financiële eigenaarschap (cofinanciering) uit te breiden en het inhoudelijk eigenaarschap te verbreden via relevante samenwerkingen die bijdragen aan projectdoelen en toekomstbestendigheid van activiteiten. | |
7. Begroting en activiteitenplan Weging: voldoet/voldoet niet | a. Cofinanciering Weging: voldoet/voldoet niet (+ 0,1 of +0,2 op eindscore) | Uit de begroting en cofinancieringsverklaringen blijkt: – dat de minimale cofinanciering van 30% is begroot en voldoet aan de eisen van de regeling. – Indien de totale cofinanciering meer dan 35% betreft, wordt 0,1 punt extra toegekend aan de gewogen totaalscore. – Indien meer dan 5% van de totale projectkosten wordt gedekt door cofinanciering in geld wordt 0,1 punt extra toegekend aan de gewogen totaalscore. |
b. Sluitende meerjarenbegroting Weging: voldoet/voldoet niet | – De aangeleverde begroting voldoet aan de voorwaarden van artikel 3.5 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS. – De aangeleverde begroting is meerjarig, sluitend en geeft inzicht in de loonkosten, materiële kosten en overige kosten. Daarnaast maakt de begroting inzichtelijk hoe de middelen binnen het partnerschap worden verdeeld. | |
c. Activiteitenplan Weging: voldoet/voldoet niet | Uit het activiteitenplan blijkt dat de voorgestelde activiteiten subsidiabel zijn op basis van artikel 4 van deze subsidieregeling. |