Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 6 oktober 2023, houdende de toekenning van een eenmalig bedrag aan ouderen van Surinaamse herkomst (Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst)Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomstWij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen van 7 juli 2023, nr. 2023-0000513605,

Gelet op de artikelen 3 en 9 van de Kaderwet SZW-subsidies en artikel 54, elfde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 6 september 2023 nr. W12.23.00174/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen van 4 oktober 2023, nr. 2023-0000526908,

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage6 oktober 2023Willem-AlexanderDe Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen,C.J.Schoutende derde november 2023De Minister van Justitie en Veiligheid,D.Yeşilgöz-Zegerius

In dit besluit wordt verstaan onder:

Met dit besluit wordt als gebaar van erkenning een eenmalig bedrag toegekend aan ouderen van Surinaamse herkomst, dat ziet op de unieke samenloop van omstandigheden van deze groep, gevormd door de verwachtingen die zijn ontstaan rondom het onafhankelijkheidsproces van Suriname, in verband met de komst van deze groep naar Nederland met het oog op de inwerkingtreding van de Toescheidingsovereenkomst, het onrecht dat deze groep ervaart, omdat zij veronderstelden door de komst naar Nederland ook recht op een volledige ouderdomsuitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet te krijgen, terwijl soms over een lange periode geen recht op grond van de Algemene Ouderdomswet is opgebouwd, en de politiek-bestuurlijke wens om de pijn van deze groep vanwege deze samenloop van omstandigheden te erkennen.

Een persoon heeft recht op een eenmalig bedrag, indien deze:

Het bedrag waarop de persoon, bedoeld in artikel 3, recht heeft bedraagt € 5.000.

Het recht op het eenmalige bedrag wordt ambtshalve of op aanvraag toegekend.

Onze Minister betaalt het eenmalige bedrag binnen zes weken na de toekenning daarvan uit.

De persoon die een aanvraag heeft gedaan, of aan wie het recht op het eenmalige bedrag is toegekend, verstrekt op verzoek of uit eigen beweging de inlichtingen en bewijsstukken die nodig zijn voor de uitvoering van dit besluit en verleent ook de medewerking die redelijkerwijs nodig is.

Onze Minister kan de voorzitter van de raad van bestuur van de SVB mandaat verlenen betreffende de in dit besluit toegekende bevoegdheden.

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst.