ZBO-regeling · BWBR0049768

Beleidsregel verantwoord spelen 2024

Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregel van de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit van 23 mei 2024 over verantwoord spelen (Beleidsregel verantwoord spelen 2024)Beleidsregel verantwoord spelen 2024De raad van bestuur van de Kansspelautoriteit,

Gelet op artikelen 3, 4a, 8, 14a, 15, 23, 27a, 7b, 7c, 7d, 27ja, 30v en 31m van de Wet op de kansspelen, artikelen 1.1 en 4.1 van het Besluit kansspelen op afstand, artikelen 1, 2, 2ab, 3a, 6, 7, 8, 13 en 18 van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, artikelen 4, 10, 12, 14, 16, 17, 19 en 20 van de Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,

Besluit de volgende beleidsregel vast te stellen:

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag23 mei 2024De raad van bestuur van de Kansspelautoriteit,R.J.P.JansenVoorzitter

In deze beleidsregel worden de begripsbepalingen uit het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen gebruikt. Voor het overige wordt verstaan onder:

Deze paragraaf heeft betrekking op de wervings- en reclameactiviteiten van vergunninghouders, tenzij anders is bepaald.

Onder het op zorgvuldige en evenwichtige wijze vorm geven aan wervings- en reclameactiviteiten als bedoeld in artikel 4a van de wet verstaat de raad van bestuur in ieder geval dat de wervings- en reclameactiviteiten van een vergunninghouder:

Onder het aanzetten tot onmatige deelneming aan kansspelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen verstaat de raad van bestuur in ieder geval dat de wervings- en reclameactiviteiten van een vergunninghouder:

Onder misleidende wervings- en reclameactiviteiten als bedoeld in artikel 4a, derde lid, van de wet verstaat de raad van bestuur in ieder geval dat in of aan de wervings- en reclameactiviteiten van een vergunninghouder:

Onder onverantwoorde wervings- en reclameactiviteiten naar aanleiding van de uitkomsten van de risicoanalyse als bedoeld in artikel 3a van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen door een speelcasino, speelautomatenhal of online aanbieder, verstaat de raad van bestuur in ieder geval:

Bij de beoordeling of wervings- en reclameactiviteiten van een houder van een andere vergunning op grond van de wet dan tot het organiseren van kansspelen op afstand, door vorm, context of doel sterke gelijkenis vertonen met wervings- en reclameactiviteiten voor kansspelen op afstand, bij het publiek redelijkerwijs de indruk geven dat zij kansspelen op afstand aanprijzen of mede aanprijzen, of op enigerlei andere wijze direct of indirect verwijzen naar kansspelen op afstand, als bedoeld in artikel 2ab, derde lid, van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, kan de raad van bestuur in ieder geval en in onderlinge samenhang betrekken:

Onder het voor wervings- en reclamedoeleinden gebruik maken van individuele beroepssporters, een team bestaande uit beroepssporters en andere rolmodellen, als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, verstaat de raad van bestuur in ieder geval:

Onder sponsoring als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van de Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, verstaat de raad van bestuur in ieder geval een neutrale vermelding van het logo van een vergunninghouder op de sportkleding van individuele beroepssporters of teams bestaande uit beroepssporters.

Deze paragraaf heeft betrekking op het verslavingspreventiebeleid en de uitvoering daarvan door speelcasino’s, speelautomatenhallen en online aanbieders, tenzij anders is bepaald.

Onder personen die werkzaam zijn bij een vergunninghouder en die zijn belast met het toelaten van personen, met het toezicht op spelers en met de uitvoering van het verslavingspreventiebeleid, als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, verstaat de raad van bestuur in ieder geval personen die spelers aanmelden of inschrijven, personen die speelgedrag registreren of analyseren, personen die probleemgedrag van spelers onderzoeken, personen die werkzaam zijn bij de klantendienst, personen die klachten behandelen of personen die anderszins ten behoeve van hun werkzaamheden personen toelaten, toezicht houden op spelers of het verslavingspreventiebeleid uitvoeren.

De aansluiting op het Nederlandse stelsel van verslavingszorg, als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, is onvoldoende geborgd indien het verslavingspreventiebeleid van de vergunninghouder of de uitvoering daarvan niet of onvoldoende aansluit bij de in Nederland aangeboden hulp of de behoeften van spelers in Nederland. Daarvan is in ieder geval sprake als de vergunninghouder:

Onverminderd het bepaalde in artikel 14 van de Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, bevat de rapportage van het door de vergunninghouder gevoerde verslavingspreventiebeleid als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, in ieder geval:

Deze paragraaf heeft betrekking op online aanbieders.

Deze paragraaf heeft betrekking op speelcasino’s en speelautomatenhallen.

Deze paragraaf heeft betrekking op houders van een vergunning die door de raad van bestuur is verleend op grond van artikel 3, eerste lid, van de wet, de houder van een vergunning tot het organiseren van de staatsloterij als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet, de houder van een vergunning tot het organiseren van de instantloterij als bedoeld in artikel 14a, eerste lid, van de wet, de houder van een vergunning tot het organiseren van sportweddenschappen als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet, de houder van een vergunning tot het organiseren van de totalisator als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet, en de houder van een vergunning tot het organiseren van de lotto als bedoeld in artikel 27a, van de wet. Deze paragraaf heeft geen betrekking op personen, werkzaam binnen de onderneming van de houder van een vergunning die door burgemeester en wethouders is verleend op grond van artikel 3, eerste lid, van de wet, personen, werkzaam binnen de onderneming van de houder van een vergunning die is verleend op grond van artikel 3, eerste lid, van de wet met een geldigheidsduur van maximaal zes maanden per jaar, en personen, werkzaam binnen de onderneming van de houder van een vergunning die is verleend op grond van Titel Ia van de wet.

Onder een rapportage van de vergunninghouder als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, over de wijze waarop de kennisvereisten als bedoeld in artikel 6, derde lid, van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, zijn geborgd in zijn organisatie, verstaat de raad van bestuur in ieder geval een overzicht van welke functionarissen aan de kennisvereisten moeten voldoen en een beschrijving van hoe de vergunninghouder ervoor zorgt dat daaraan is voldaan.

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 3 juni 2024, met uitzondering van de artikelen 3.1.12, vierde, vijfde, zesde, zevende, negende en tiende lid, en 3.1.13, tweede en derde lid, die in werking treden op 1 oktober 2024.

De Beleidsregels verantwoord spelen (Staatscourant 2021, 13410) worden ingetrokken, met uitzondering van artikel 3.1.13, tweede, derde en vierde lid, die worden ingetrokken op 1 oktober 2024.

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel verantwoord spelen 2024.