Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2026Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2026

Grondslag

Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen.

In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:

Voor overige begrippen die in deze beleidsregel gebruikt worden, maar niet hierboven vermeld staan, wordt verwezen naar de Beleidsregel definities Wlz.

Het doel van deze beleidsregel is om vast te leggen op welke wijze de NZa gebruik maakt van haar bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen op het gebied van:

Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Wlz die wordt geleverd door zorgaanbieders.

De loon- en materiële kosten van de beleidsregelwaarden bevatten de definitieve percentages 2025 en de voorschotpercentages 2026.

Indien binnen de beleidsregelwaarde een nhc is opgenomen (zie bijlage 2), dan bevat de nhc de jaarlijkse index van 2,5%.

Indien binnen de beleidsregelwaarde een nic is opgenomen (zie bijlage 2), dan bevat de nic de index voor materiële kosten.

1. Tarieven

De NZa stelt de tarieven in een tariefbeschikking vast op de bedragen zoals vermeld in artikel 13, 14 en 15 (beleidsregelwaarden).

De tarieven die de NZa vaststelt op basis van deze beleidsregel zijn maximumtarieven. Een maximumtarief is een tarief dat ten hoogste in rekening mag worden gebracht. Bij het maken van productieafspraken kunnen de Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor en de zorgaanbieder lagere tarieven afspreken.

Een uitzondering betreft de prestaties voor bepaalde postcodegebieden waarin zorglevering duurder is dan in andere gebieden. Die prestaties zijn beschreven in artikel 6, derde lid. Daarvoor geldt een bandbreedtetarief: een bedrag dat ligt tussen of gelijk is aan het bedrag dat ten minste en het bedrag dat ten hoogste als tarief in rekening mag worden gebracht. Het gedeelte van 0 tot en met de laagste bandbreedte, het minimumtarief, is dus niet onderhandelbaar. Het gedeelte van het minimum tot de hoogste bandbreedte, het maximumtarief, is wel onderhandelbaar. De Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor en de zorgaanbieder kunnen in zoverre dus lagere tarieven afspreken.

2. Aanvaardbare kosten

Voor zover de aanvaardbare kosten bestaan uit zzp’s of vpt’s, dan worden die bepaald door de gehonoreerde productieafspraak met betrekking tot de prestaties en beleidsregelwaarden zoals vermeld in deze beleidsregel.

3. Opbouw beleidsregelwaarden

Voor de opbouw van de zzp- en vpt-beleidsregelwaarden voor ggz-wonen exclusief behandeling en ghz wordt verwezen naar het document ‘Verantwoordingsdocument langdurige zorg 2022–2026’. Voor de opbouw van de zzp- en vpt-beleidsregelwaarden voor vv4 t/m 10 wordt verwezen naar het document ‘Tariefberekening zzp en vpt 4 t/m 10 – Beleidsregelwaarden 2020 en indicatieve berekening kwaliteitstoeslagen 2021’ en bijlage 9 ‘Indicatieve tarieven verpleeghuiszorg 2022’ van beleidsregel BR/REG 21118d. Voor de opbouw van de zzp-beleidsregelwaarden voor ggz-wonen en ggz-b inclusief behandeling wordt verwezen naar het document ‘Verantwoordingsdocument kostprijsonderzoek ggz en fz 2024’. Bij het bepalen van beleidsregelwaarden houdt de NZa rekening met de aanwijzing van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) van 7 juli 2025, kenmerk 4148261-1084926-PZO, op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidzorg, inzake tariefmaatregel samenhangend met Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg.

4. Beleidsregelwaarden in- of exclusief behandeling vv en ghz

Het is mogelijk om een vpt, zzp vv of zzp ghz exclusief behandeling af te spreken en in rekening te brengen in combinatie met de behandelprestaties die vermeld zijn in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg. Deze behandelprestaties kunnen worden toegekend voor zover de totale kosten (beleidsregelwaarde zzp exclusief behandeling + uitgaven afzonderlijke behandelprestaties) daarvan niet de maximale beleidsregelwaarde voor zzp inclusief behandeling overschrijdt. Voor de zzp’s en vpt’s 1 en 2 is er geen prestatie inclusief behandeling. Voor deze zzp’s/vpt’s kunnen de behandelprestaties uit de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg worden toegekend tot maximaal het verschil tussen zzp-/vpt-3 inclusief behandeling en zzp-/vpt-3 exclusief behandeling.

5. Beleidsregelwaarden ggz wonen in- of exclusief behandeling

Voor ggz wonen is het mogelijk een zzp inclusief of exclusief behandeling af te spreken. Uitgangspunt hierbij is dat een zzp inclusief behandeling wordt afgesproken, tenzij hier om inhoudelijke redenen voor een cliënt van afgeweken moet worden. Een vpt kan enkel exclusief behandeling worden afgesproken. Bij een zzp inclusief behandeling zijn alle onderdelen van zorg opgenomen in de prestaties en daarbij behorende beleidsregelwaarden: woonzorg, specifieke behandeling, ggz-behandeling en algemeen medische zorg. De prestaties met daarbij behorende beleidsregelwaarden van een zzp exclusief behandeling of vpt exclusief behandeling betreffen de woonzorg. Het is mogelijk een zzp of vpt exclusief behandeling af te spreken en in rekening te brengen in combinatie met de behandelprestaties voor specifieke behandeling die vermeld zijn in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg. Behandelprestaties voor ggz-behandeling en algemeen medische zorg gaan bij een zzp exclusief behandeling of vpt exclusief behandeling ten laste van de Zorgverzekeringswet (Zvw).

6. Tarieven in- of exclusief dagbesteding

Bij sommige vpt’s en zzp’s is sprake van een integraal pakket waarbij de dagbesteding niet afzonderlijk kan worden afgesproken. Bij andere vpt’s en zzp’s is het mogelijk om de componenten dagbesteding en woonzorg afzonderlijk af te spreken.

Voor de cliënten die zijn aangewezen op een zzp vv, zzp lvg of zzp sglvg-1 is de component dagbesteding een onlosmakelijk onderdeel van het zzp. De dagbesteding kan voor deze prestaties niet apart afgesproken worden.

Voor cliënten die zijn aangewezen op een zzp ggz-b inclusief dagbesteding geldt dat de component dagbesteding een onlosmakelijk onderdeel is van het zzp. De dagbesteding voor deze cliëntengroep kan niet apart afgesproken worden. Cliënten kunnen ook aangewezen zijn op een zzp ggz-b exclusief dagbesteding indien ze geen dagbesteding behoeven.

Voor cliënten die zijn aangewezen zijn op een zzp ggz-wonen, zzp vg, zzp lg of zzp zg is de component dagbesteding niet een onlosmakelijk onderdeel van de zzp-prestatie. Er is sprake van:

Een toeslag op de dagbesteding van kinderen mag tot een kalenderleeftijd van 18 jaar worden afgesproken.

7. Prestatie vervoer bij dagbesteding/dagbehandeling

Een cliënt heeft op grond van de Wlz aanspraak op vervoer naar en van de dagbesteding/dagbehandeling wanneer deze cliënt hier redelijkerwijs op is aangewezen. In dat geval kan per aanwezigheidsdag waarop vervoer naar dagbesteding (begeleiding in groepsverband)/dagbehandeling plaatsvindt, een vergoeding voor vervoer worden afgesproken. Deze vergoeding per dag is voor het vervoer van en naar de locatie waar de dagbesteding of dagbehandeling wordt aangeboden. Dit onderdeel is van toepassing op de volgende cliëntgroepen:

De beleidsregelwaarden behorend bij vervoer bij dagbesteding/dagbehandeling zijn opgenomen in artikel 13, zesde lid (zzp) en artikel 15, vijfde lid (vpt) van deze beleidsregel. Hierbij wordt ook een onderscheid gemaakt in de verblijfsplaats van de cliënt. Voor het vervoer van cliënten met een zzp die de dagbesteding van dezelfde zorgaanbieder krijgen als het verblijf gelden Z-codes. Voor het vervoer van cliënten die de dagbesteding niet van dezelfde zorgaanbieder krijgen als het verblijf gelden H-codes.

De prestatiebeschrijving vervoer is opgenomen in artikel 6, vierde lid, onder 9.

Er zijn aparte prestaties voor het vervoer van:

De vervoersprestaties voor cliënten in de gehandicaptenzorg zijn gebaseerd op een aantal cliëntkenmerken (het onderscheid tussen individueel vervoer en vervoer in groep, kind en volwassene, rolstoelgebonden en niet-rolstoelgebonden cliënten,) en een aantal vervoerskenmerken (gecontracteerd vervoer, eigen vervoermiddel zorgaanbieder/ouder/vrijwilliger, eigen vervoermiddel cliënt, openbaar vervoer). Daarnaast is in de prestatie-indeling rekening gehouden met de postcode-afstand tussen de verblijfplaats van de cliënt en de plek waar de cliënt de dagbesteding/behandeling ontvangt. De tabel in artikel 6, vierde lid, onder 9 geeft aan in welke prestatiecategorie een cliënt valt.

Het gecontracteerde vervoer betreft het vervoer dat wordt geleverd door een professionele vervoerder (taxi-vervoer) waarmee de zorgaanbieder een contract heeft afgesloten. Het niet-gecontracteerde vervoer betreft alle overige vormen van vervoer, waaronder vervoer met vervoersmiddelen die eigendom zijn van de zorgaanbieder of een aan de zorgaanbieder gelieerde onderneming.

Afwijkingsmogelijkheid

Zorgaanbieders in de gehandicaptenzorg en zorgkantoor hebben de mogelijkheid om in individuele gevallen af te wijken van de van toepassing zijnde categorie. Dit kan om twee redenen:

Een zorgaanbieder moet het wel vastleggen wanneer hij deze werkwijze hanteert.

Voor het vervoer van cliënten in de sector vv wordt aangesloten bij twee prestatiecategorieën uit de tabel in artikel 6, vierde lid, onder i. Er zijn aparte prestatiecodes voor vervoer in de vv. In de vv zijn de categorieën C0 en C1 van toepassing. C0 is voor niet-gecontracteerd vervoer. Hieronder vallen bijvoorbeeld eigen vervoermiddel en openbaar vervoer. C1 is in de vv voor alle gecontracteerd vervoer, zowel voor niet-rolstoelgebonden als rolstoelgebonden cliënten.

De vervoersprestaties voor cliënten ggz wonen sluiten aan bij de vervoersprestaties voor cliënten in de gehandicaptenzorg, zoals hierboven beschreven. Wel zijn er aparte prestatiecodes voor de vervoersprestaties voor cliënten ggz wonen. Op basis van de tabel Prestatiecategoriën vervoer dagbesteding/dagbehandeling ghz/ggz wonen in artikel 6, vierde lid, onder i, kan ook voor de doelgroep ggz wonen bepaald worden in welke prestatiecategorie een cliënt valt.

8. Prestatie logeren

1. Prestatiebeschrijvingen zorgzwaartepakketten

De NZa stelt de prestatiebeschrijvingen van de zzp’s vast op de zorgprofielen zoals vastgesteld in bijlage A en F van de Regeling langdurige zorg. Onderstaande tabel geeft een overzicht van zorgprofielen en ’op basis daarvan vast te stellen zzp-prestaties.

De zorgprofielen op basis waarvan de prestatiebeschrijvingen van bovenstaande zzp’s zijn vastgesteld, zijn te vinden in de Regeling langdurige zorg.

2. Prestatiebeschrijvingen volledig pakket thuis

De NZa stelt de prestatiebeschrijvingen van de vpt’s vast op de zzp’s, verminderd met de component verblijf.

3. Prestatiebeschrijvingen zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis inclusief niet-beïnvloedbare factoren

De NZa stelt de prestaties inclusief niet-beïnvloedbare factoren vast op dezelfde inhoud als de reguliere prestaties:

met deze aanvulling dat het gaat om zorg die wordt verleend aan een cliënt die feitelijk verblijft op een (postcode)locatie als bedoeld in onderstaande tabel.Overzicht postcodes waarvoor de beleidsregelwaarden zzp (artikel 13, eerste lid, onder b), dtv (artikel 14, eerste lid, onder b) en vpt (artikel 15, eerste lid, onder b) van toepassing zijn. Dit zijn de beleidsregelwaarden inclusief de component nbf.

Voor de gevallen waarin een zorgaanbieder zorg verleent aan een cliënt die op een (postcode)locatie verblijft, waarvan de postcode in bovenstaande tabel is vermeld, gelden de hiervoor genoemde prestaties inclusief niet-beïnvloedbare factoren in plaats van de reguliere prestaties. Voor de postcodes die niet in bovenstaande tabel staan vermeld, gelden de reguliere prestaties, dus exclusief niet-beïnvloedbare factoren.

Doorslaggevend voor de vraag of een prestatie inclusief niet-beïnvloedbare factoren van toepassing is, is de door de zorgaanbieder geregistreerde verblijfplaats van de individuele cliënt. Op die locatie wordt immers de zorg verleend of wordt geacht daar te zijn verleend omdat de cliënt daar verblijft.

Bij het ontbreken van een dergelijke administratie van een zorgaanbieder over de locatie van verblijf van de individuele cliënt en van zorglevering, zijn de prestatiebeschrijvingen en tarieven exclusief niet-beïnvloedbare factoren van toepassing. Hetzelfde geldt voor het geval dat in de administratie van de zorgaanbieder geen verband wordt gelegd tussen de locatie van verblijf en de declaratie van zorg.

4. Prestatiebeschrijvingen overige basisprestaties en afzonderlijke dagbestedings- en vervoersprestaties

De NZa stelt de navolgende prestatiebeschrijvingen vast. Deze prestaties zijn alleen van toepassing indien is voldaan aan de voorwaarden als weergegeven in de onderstaande overzichten.

a. Mutatiedag vv

b. Crisiszorg vv & lvg

c. Crisiszorg ghz

d. Verblijfscomponent niet-geïndiceerde partner

e. Klinisch intensieve behandeling (kib)

f. Dagbesteding

g. Logeren vg, lg, lvg, zg, vv en ggz wonen

h. Logeren zevmb

i. Vervoer bij dagbesteding/dagbehandeling

1 Het gaat om de daadwerkelijke postcode-afstand. Er wordt niet gewerkt met afronding. Een postcodeafstand van 4,99 km valt dus onder 0 tot 5 km. Een postcodeafstand van 5,0 km valt onder 5 tot 10 km

2 Overige vervoermiddelen die als vervoermiddel zijn bedoeld (bijv. fiets, OV, elektrokar).

Hoe het declareren van vervoer in zijn werk gaat in geval van deeltijdverblijf staat beschreven in artikel 12.

j. Beveiligde zorg LZ niveau 2

1 Voor de inhoud van het beveiligingsniveau verwijzen wij naar hoofdstuk 3, artikel 3.2. van de Beleidsregel prestaties en tarieven geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg.

k. Beveiligde zorg LZ niveau 3

1 Voor de inhoud van het beveiligingsniveau verwijzen wij naar hoofdstuk 3, artikel 3.2. van de Beleidsregel prestaties en tarieven geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg.

l. Werkzaamheden medische verklaring in het kader van de Wet zorg en dwang (Wzd)

1https://www.dwangindezorg.nl/documenten/publicaties/implementatie/wzd/diversen/besluit-gelijkgestelde-aandoeningen

m. Coördinatiekosten levensloopaanpak

n. Prestatie ZZP 7vg-plus inclusief behandeling en inclusief dagbesteding

De NZa stelt de volgende prestatiebeschrijvingen voor toeslagen vast die aanvullend op een basisprestatie kunnen worden geleverd. Deze toeslagen zijn alleen van toepassing indien is voldaan aan de voorwaarden die voor alle toeslagen gelden en aan de specifieke voorwaarden per afzonderlijke toeslag zoals genoemd in dit hoofdstuk.

Om voor extra bekostiging bovenop de zzp in aanmerking te komen gelden de volgende voorwaarden voor alle in dit hoofdstuk vermelde toeslagen:

1. Toeslag Huntington

2. Toeslag cerebrovasculair accident (cva)

3. Toeslag chronische ademhalingsondersteuning

4. Toeslag multifunctioneel centrum (mfc)

5. Toeslag Observatie

6. Toeslag gespecialiseerde epilepsiezorg (gez) laag

7. Toeslag gespecialiseerde epilepsiezorg (gez) midden

8. Toeslag gespecialiseerde epilepsiezorg (gez) hoog

9. Toeslag niet strafrechtelijke forensische psychiatrie (nsfp)

10. Toeslag woonzorg gehandicaptenzorg kind

11. Toeslag woonzorg gehandicaptenzorg jeugd

12. Toeslag woonzorg gehandicaptenzorg jong volwassenen

13. Toeslag Dagbesteding gehandicaptenzorg kind

14. Toeslag Dagbesteding gehandicaptenzorg kind vg-5/vg-8 midden emg

15. Toeslag Gespecialiseerde behandelzorg

16. Toeslag woonzorg jong volwassenen ggz

17. Toeslag kdc

(O513, O523, O533, O543, O553 en O573)

1. Aanwezigheid zzp

Voor de bekostiging van de prestaties zzp, verblijfscomponent-niet geïndiceerde partner, crisiszorg vv en lvg, crisiszorg ghz, logeren, logeren zevmb, kib en alle toeslagen als bedoeld in artikel 7, vallende onder deze beleidsregel geldt als voorwaarde dat de cliënt aanwezig is in de instelling.

2. Afwezigheid in geval van een zzp

In afwijking van artikel 9, eerste lid, geldt voor afwezigheid het volgende:

Voor cliënten waarvoor een zzp-prestatie wordt afgenomen, komen de volgende dagen in aanmerking voor bekostiging ter hoogte van het afgesproken tarief met ingang van de eerste volledige dag van afwezigheid van de cliënt:

De in artikel 9, tweede lid, genoemde uitzonderingen hebben geen betrekking op de toeslagen die zijn vermeld in artikel 7, met uitzondering van de toeslagen woonzorg ghz (Z978, Z979 en Z980) en de toeslag gespecialiseerde epilepsiezorg laag (Z975).

De in artikel 9, tweede lid, genoemde uitzonderingen hebben ook geen betrekking op:

3. Aanwezigheid vpt

Voor de bekostiging van de prestaties vpt, dagbesteding, behandeling en alle toeslagen als genoemd in deze beleidsregel geldt als voorwaarde dat de prestatie daadwerkelijk geleverd is. Dit houdt in dat afwezigheid niet wordt bekostigd. Onder afwezigheid wordt verstaan dat de cliënt niet verblijft op zijn/haar woonadres.

4. Afwezigheid in geval van een vpt

In afwijking van artikel 9, derde lid, geldt voor afwezigheid het volgende:

Voor cliënten waarvoor een vpt wordt afgenomen of die als leveringsvorm hebben gekozen voor een vpt-prestatie komen de volgende dagen in aanmerking voor bekostiging ter hoogte van het afgesproken vpt-tarief met ingang van de eerste volledige dag van afwezigheid van de cliënt:

Per kalenderjaar kunnen niet meer dan 42 afwezigheidsdagen als gevolg van bovengenoemde worden bekostigd, met uitzondering van verblijf bij familie in de weekenden.

De in artikel 9, vierde lid, genoemde uitzonderingen hebben geen betrekking op de toeslagen die zijn vermeld in artikel 7, met uitzondering van de toeslagen woonzorg ghz (V978, V979 en V980) en de toeslag gespecialiseerde epilepsiezorg laag (V975).

De in artikel 9, vierde lid, genoemde uitzonderingen hebben ook geen betrekking op:

5. Aanwezigheid dtv

Voor de bekostiging van zorg via dtv vallende onder deze beleidsregel geldt als voorwaarde dat de cliënt aanwezig is in de instelling.

6. Afwezigheid in geval van dtv

In afwijking van artikel 9, vijfde lid, geldt voor afwezigheid het volgende:

Voor cliënten die in deeltijd verblijven, komen de volgende dagen in aanmerking voor bekostiging ter hoogte van het afgesproken tarief met ingang van de eerste volledige dag van afwezigheid van de cliënt:

De in artikel 9, zesde lid, genoemde uitzonderingen hebben geen betrekking op de toeslagen die zijn vermeld in artikel 7, met uitzondering van de toeslagen woonzorg ghz (Z978, Z979 en Z980) en de toeslag gespecialiseerde epilepsiezorg laag (Z975).

De in artikel 9, zesde lid, genoemde uitzonderingen hebben ook geen betrekking op:

Indien een cliënt geïndiceerd wordt voor een sglvg- of lvg-indicatie, maar er nog geen plaats is in een instelling die de bij dat profiel benodigde zorg kan leveren, kan volgens artikel 2.5, tweede lid, van de Regeling langdurige zorg (Rlz), tijdelijk zorg geleverd worden middels een vpt, mpt, of via een intramurale zorgaanbieder. Deze vorm van overbruggingszorg geldt gedurende een periode van maximaal dertien weken. Op grond van artikel 3.3.6, derde lid, van de Wlz, kan die termijn van dertien weken worden verlengd indien er zicht op is dat binnen afzienbare tijd na het aflopen van die termijn zorg geboden kan worden in een instelling voor sglvg- of lvg-cliënten.

1. Aanvullende voorwaarden voor prestatie zzp en vpt vv-10 (palliatief terminale zorg)

Voor zorg aan cliënten met een Wlz-indicatie die lijden aan een ziekte/aandoening en zich in de terminale levensfase bevinden – dat wil zeggen een levensverwachting van niet langer dan drie maanden en die intensieve palliatieve terminale zorg nodig hebben – is een aparte bekostiging. De zorgvraag dient dan aan alle onderstaande voorwaarden te voldoen:

De onderbouwing van de extra zorginzet, de inschatting van de levensverwachting, de geldige Wlz-indicatie en in het geval van zzp vv-10 aanvullend daarop de vaststelling dat tevens aan alle onderdelen van voorwaarde C is voldaan, dienen door de zorgaanbieder te worden opgenomen in het cliëntdossier. Dit ter toetsing bij de materiële controle.

2. Geen indicatiebesluit voor zorgprofiel ‘Beschermd verblijf met intensieve palliatief-terminale zorg’

Het CIZ indiceert met ingang van 1-1-2018 niet meer voor bovengenoemd zorgprofiel. Wanneer in een beleidsregel of nadere regel gesproken wordt over ‘geïndiceerd voor’, ‘aangewezen op’ of ‘indicatiebesluit’ wordt hiermee tevens bedoeld de cliënt waarvoor vpt of zzp vv-10 in rekening wordt gebracht en voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden in artikel 11, eerste lid.

3. Palliatief terminale zorg voor Wlz-cliënten met een zorgprofiel gehandicaptenzorg (ghz) of geestelijke gezondheidszorg (ggz)

Wlz-cliënten met een zorgprofiel gehandicaptenzorg (ghz) of geestelijke gezondheidszorg (ggz) die terminale zorg behoeven, hebben toegang tot de prestatie vpt of zzp vv-10 wanneer de dominante grondslag een somatische en/of psychogeriatrische ziekte/aandoening wordt en wanneer zij voldoen aan de gestelde voorwaarden in artikel 11, eerste lid.

Het doel van dtv is dat cliënten, middels een gemiddeld vast patroon, van verblijfplaats kunnen wisselen: ze wonen deels thuis en deels in een instelling. Hierdoor kunnen cliënten wennen aan het verblijf in een instelling en/of worden mantelzorgers ontzien.

Voor dtv geldt het volgende:

Het bekostigen van dagbesteding en vervoer in geval van dtv gaat via de volgende prestaties:

1 Het betreft hier de dagbestedings- en vervoersprestaties voor de gehandicaptenzorg uit de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg.

2 Het betreft hier de dagbestedings- en vervoersprestaties vv uit de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg.

De in artikel 5 beschreven beleidsregelwaarden voor tariefvaststelling zijn:

1. Verpleging en verzorging (vv)

a. Zorgzwaartepakketten exclusief component niet-beïnvloedbare factoren

b. Zorgzwaartepakketten inclusief component niet-beïnvloedbare factoren

2. Geestelijke gezondheidszorg (ggz)

a. Voortgezet verblijf (ggz-b)

b. Ggz wonen inclusief behandeling

c. Ggz wonen exclusief behandeling

3. Gehandicaptenzorg (ghz)

a. Verstandelijk gehandicapt (vg)

b. Licht verstandelijk gehandicapt (lvg)

c. Sterk gedragsgestoord licht verstandelijk gehandicapt (sglvg)

d. Lichamelijk gehandicapt (lg)

e. Zintuiglijk gehandicapt auditief en communicatief (zg-aud)

f. Zintuiglijk gehandicapt visueel (zg-vis)

4. Overige basisprestaties

5. Basisprestaties dagbesteding

Vervoer bij dagbesteding/dagbehandeling

a. Vervoer voor cliënten die de dagbesteding/dagbehandeling bij dezelfde zorgaanbieder ontvangen als het verblijf

b. Vervoer voor cliënten die verblijven bij een andere zorgaanbieder dan waar ze de dagbesteding/dagbehandeling ontvangen.

7. Toeslagen

a. Toeslagen bovenop zzp

b. Toeslag dagbesteding kind bovenop dagbestedingscomponent van het zzp voor cliënten die de dagbesteding bij dezelfde zorgaanbieder ontvangen als het verblijf.

c. Toeslag dagbesteding kind bovenop dagbestedingscomponent van het zzp voor cliënten die de dagbesteding bij een andere zorgaanbieder ontvangen als het verblijf

d. Toeslag kdc

8. Overbruggingszorg sglvg en lvg

1. Verpleging en verzorging (vv)

a. Dtv-beleidsregelwaarden exclusief component niet-beïnvloedbare factoren

b. Dtv-beleidsregelwaarden inclusief component niet-beïnvloedbare factoren

2. Geestelijke gezondheidszorg (ggz)

3. Gehandicaptenzorg (ghz)

a. Verstandelijk gehandicapt (vg)

b. Lichamelijk gehandicapt (lg)

c. Zintuiglijk gehandicapt auditief en communicatief (zg-aud)

d. Zintuiglijk gehandicapt visueel (zg-vis)

De in artikel 5 beschreven beleidsregelwaarden voor tariefvaststelling zijn:

1. Verpleging en verzorging (vv)

a. Vpt-beleidsregelwaarden exclusief component niet-beïnvloedbare factoren

b. Vpt-beleidsregelwaarden inclusief component niet-beïnvloedbare factoren

2. Geestelijke gezondheidszorg (ggz)

Ggz wonen exclusief behandeling

3. Gehandicaptenzorg (ghz)

a. Verstandelijk gehandicapt (vg)

Niet toegelaten voor bh

Toegelaten voor bh

b. Licht verstandelijk gehandicapt (lvg)

c Lichamelijk gehandicapt (lg)

Niet toegelaten voor bh

Toegelaten voor bh

d. Zintuiglijk gehandicapt auditief en communicatief (zg-aud)

Niet toegelaten voor bh

Toegelaten voor bh

e. Zintuiglijk gehandicapt visueel (zg-vis)

Niet toegelaten voor bh

Toegelaten voor bh

4. Basisprestaties dagbesteding

5. Vervoer bij dagbesteding/dagbehandeling

6. Toeslagen

a. Toeslagen bovenop zzp

b. Toeslagen dagbesteding kind bovenop de dagbestedingscomponent van het vpt voor cliënten die de dagbesteding van dezelfde zorgaanbieder ontvangen als het vpt.

c. Toeslagen dagbesteding kind bovenop de basis dagbestedingscomponent van het vpt voor cliënten die de dagbesteding bij een andere zorgaanbieder ontvangen dan waar zij het vpt ontvangen

7. Overige basisprestaties

1. Coördinatie levensloopaanpak

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2025, met kenmerk BR/REG-25131a, ingetrokken.

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de al wel gepubliceerde maar nog niet in werking getreden Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2026, met kenmerk BR/REG-26125, ingetrokken.

Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel

De Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2025, met kenmerk BR/REG-25131a, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold.

Inwerkingtreding/bekendmaking

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Bijlagen 1,2 en 3 maken deel uit van deze beleidsregel.

Ingevolge artikel 5, aanhef en onder e, van de Bekendmakingswet, zal deze beleidsregel in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen Prestatiebeschrijving zzp-vv10, Tabel combinaties toeslagen en Onderbouwing beleidsregelwaarde per prestatie, die uitsluitend ter inzage worden gelegd bij de NZa en te raadplegen zijn op www.nza.nl.

De beleidsregel en alle bijlagen liggen ter inzage bij de NZa en zijn te raadplegen op www.nza.nl.

Voorbehoud

Deze beleidsregel wordt door de NZa vastgesteld onder voorbehoud van een toekomstige wijziging van de Rlz, waarbij coördinatiekosten levensloopaanpak wordt toegevoegd aan artikel 2.2, eerste lid, van de Rlz, met ingang van 1 januari 2026.

Indien er naar aanleiding van voornoemde besluitvorming nog aanpassingen dienen plaats te vinden in de beleidsregel, zal de NZa een gewijzigde beleidsregel vaststellen. Dit betekent dat indien de NZa geen beleidsregel heeft vastgesteld die de voorliggende vervangt, de voorliggende beleidsregel onverkort van toepassing is.

Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2026.

Ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op www.nza.nl

Ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op www.nza.nl

Ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op www.nza.nl