Ministeriële regeling · BWBR0051774

Energieregeling

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 9 november 2025, nr. WJZ/102130805, houdende regels ter uitvoering van de Energiewet en het Energiebesluit (Energieregeling)EnergieregelingDe Minister van Klimaat en Groene Groei,

Gelet op de artikelen 1.3, tweede lid, 2.7, tweede lid, 2.8, tweede lid, 2.13, 2.14, tweede lid, 2.15, tweede lid, 2.17, tweede lid, 2.18, tweede lid, 2.26, tweede en derde lid, 2.27, vijfde lid, 2.28, tweede lid, 2.35, derde lid, 2.36, tweede lid, onderdeel a, 2.38, 2.39, tweede lid, 2.40, tweede lid, 2.45, tweede lid, 2.50, zesde lid, 2.52, tweede lid, 3.23, zesde lid, 3.41, derde lid, 3.42, vijfde lid, 3.48, eerste lid, 3.49, derde lid, 3.50, derde lid, 3.66, eerste en derde lid, 3.78, vijfde lid, 3.110, zesde lid, 3.115, vijfde lid, 3.120, vierde lid, 3.121, zesde lid, 3.123, vijfde lid, 3.126, 3.130, negende lid, 5.2, vierde lid, 5.7, tweede lid, 5.13, derde en vierde lid, 5.17, eerste lid, onderdeel b, 5.18, eerste lid, onderdeel c, en 6.3 van de Energiewet en de artikelen 2.1, tweede lid, 2.10, derde lid, 3.3, 3.19, derde lid, 3.20, derde lid, 3.24, vierde lid, 3.25, derde lid, 3.26, eerste en derde lid, 3.27, tweede lid, 3.31, vierde lid, 3.32, derde lid, 3.33, zesde lid, 3.36, zesde lid, 3.37, tweede lid, 3.41, derde lid en zesde lid, onderdeel b, 3.42, eerste en tweede lid, 3.47, derde lid, 3.51, negende lid, en 5.6, derde lid, van het Energiebesluit;

Besluit:

's-Gravenhage9 november 2025De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M.Hermans

In deze regeling wordt verstaan onder:

Als activiteiten als bedoeld in artikel 1.3, tweede lid, van de wet worden aangewezen:

De hoogte van de waarborgsom, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, van het besluit, is redelijk en passend en bedraagt ten hoogste een derde deel van het totaalbedrag van de verwachte jaarafrekening.

Een leverancier of een marktdeelnemer die aggregeert, verstrekt op verzoek van een eindafnemer nadere uitleg over de totstandkoming van de factuur.

Een leverancier vermeldt op het verbruikskostenoverzicht van een eindafnemer die beschikt over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is ingeschakeld, de hoeveelheid elektriciteit of gas die is afgenomen volgens ieder verbruikskostenoverzicht in de afgelopen 36 maanden of in de periode van de leveringsovereenkomst.

Indien een leverancier op het verbruikskostenoverzicht aan de eindafnemer een advies verstrekt over de energiebesparende maatregelen die de desbetreffende eindafnemer kan nemen om zijn energieverbruik te verminderen, is het advies gebaseerd op de verbruiksgegevens van de desbetreffende eindafnemer, waar de leverancier toegang tot heeft ter voldoening van zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 2.3 tot en met 2.11 en, indien nuttig, openbare gegevens.

Een leverancier stelt gegevens over het verbruik per dag, week, maand en jaar digitaal beschikbaar en vermeldt tevens het verbruik per periode waarin de prijs vaststaat aan een eindafnemer die beschikt over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is ingeschakeld, over een periode van ten minste de voorgaande vierentwintig maanden, of over de periode sinds de aanvang van de leveringsovereenkomst, indien dit korter is.

De termijn voor het versturen van een eindafrekening als bedoeld in de artikelen 2.13 en 2.38 van de wet bedraagt zes weken.

Een marktdeelnemer brengt geen opzegvergoeding als bedoeld in de artikelen 2.15 en 2.39 van de wet in rekening indien de huishoudelijk eindafnemer, micro-onderneming of actieve afnemer die tevens huishoudelijk eindafnemer of een micro-onderneming is, de overeenkomst opzegt binnen de termijn, bedoeld in artikel 230o, eerste of tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, of, indien deze termijn niet van toepassing is, een bedenktermijn krachtens de leveringsovereenkomst.

Een marktdeelnemer draagt er zorg voor dat een voorwaarde over de opzegvergoeding, bedoeld in de artikelen 2.15 en 2.39 van de wet, voorziet in het mogelijk lager vaststellen van de opzegvergoeding indien er sprake is van zodanige bijzondere omstandigheden dat het in rekening brengen van de vastgestelde opzegvergoeding onevenredige nadelige gevolgen zou hebben.

Een marktdeelnemer kan uitsluitend een krachtens een bij het sluiten van een leveringsovereenkomst, leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel of aggregatieovereenkomst te verstrekken voordeel aan een huishoudelijk eindafnemer, micro-onderneming of actieve afnemer die tevens een huishoudelijk eindafnemer of micro-onderneming is terugvorderen indien:

Het maximaal aantal leden van een energiegemeenschap of het maximaal aantal afzonderlijke aandeelhouders van een energiegemeenschap, bedoeld in artikel 2.17, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 3°, van de wet, bedraagt 500 leden of afzonderlijke aandeelhouders.

Een leverancier die krachtens artikel 2.17 van de wet vergunningplichtig is, beschikt over een gedegen inkoopstrategie als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, indien hij zijn afgesloten leveringsovereenkomsten afdekt wat betreft de verwachte verplichtingen voor de levering van elektriciteit of gas in de leveringsperiode waarin de prijs vaststaat.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Een distributiesysteembeheerder stelt een aansluit- en transportovereenkomst met een aangeslotene met een kleine aansluiting op schrift en zorgt ervoor dat de overeenkomst in ieder geval de volgende gegevens bevat:

De distributiesysteembeheerder informeert een aangeslotene met een kleine aansluiting over wijzigingen in de aansluit- en transportovereenkomst, de algemene voorwaarden die op de overeenkomst van toepassing zijn en de tarieven, bedoeld in artikel 2.35.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Een vergunninghouder beëindigt een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel met een eindafnemer met een kleine aansluiting niet, tenzij:

Een vergunninghouder neemt, indien een eindafnemer met een kleine aansluiting een factuur niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldoet, de volgende maatregelen:

Een vergunninghouder beëindigt een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel met een eindafnemer met een kleine aansluiting niet wegens een betalingsachterstand indien:

Een vergunninghouder biedt, indien hij een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel met een eindafnemer met een kleine aansluiting die een natuurlijk persoon is wegens betalingsachterstanden heeft beëindigd, aan de eindafnemer een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel onder dezelfde of vergelijkbare voorwaarden aan indien de eindafnemer binnen een redelijke termijn een bewijs overlegt dat:

Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.50, vierde lid, van de wet bevat ten minste:

Een rapportage als bedoeld in artikel 2.52, eerste lid, van de wet wordt jaarlijks gedaan en bevat ten minste:

De aanduiding van en verklaring voor de wijzigingen ten opzichte van het voorgaande investeringsplan, bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, onderdeel c, van het besluit, omvat op het voor die investeringen gehanteerde aggregatieniveau:

De beschrijving en onderbouwing van de in het investeringsplan opgenomen uitbreidings- of vervangingsinvesteringen die voor de eerstkomende vijf jaren zijn gepland en in uitvoering zijn of worden gerealiseerd, bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, omvat ten minste:

De beschrijving en onderbouwing van de in het investeringsplan opgenomen congestie- of systeembeheersdiensten die voor de eerstkomende vijf jaren worden ingekocht ter voorkoming of ter overbrugging van de periode tot gereedheid van uitbreidingsinvesteringen omvat ten minste per in te kopen congestie- of systeembeheersdienst:

Een transmissie- of distributiesysteembeheerder kent bij het bepalen van de volgorde van de uitvoering van noodzakelijke uitbreidingsinvesteringen en rekening houdend met het maatschappelijk belang van de investering conform artikel 3.25, eerste lid, van het besluit een hogere prioriteit toe aan achtereenvolgens:

Een transmissie- of distributiesysteembeheerder informeert een aangeslotene zo spoedig mogelijk na ontvangst van een melding op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 4.8 van de wet van een situatie als bedoeld in artikel 3.29, eerste lid, van het besluit met betrekking tot diens aansluiting, met uitzondering van de situatie, bedoeld in artikel 3.12, en vermeldt daarbij:

De datum, bedoeld in artikel 3.66, eerste lid, van de wet is 15 september.

De voorwaardenscheppende, ondersteunende, controlerende en evaluerende processen, bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, onderdeel a, zijn ten minste:

Een ontwerpkwaliteitsplan als bedoeld in artikel 3.33, eerste lid, van het besluit wordt voorgelegd uiterlijk op de eerste dag na 1 januari van een oneven kalenderjaar die niet een zaterdag of een zondag is.

Bij een melding als bedoeld in artikel 3.36, tweede lid, van het besluit vermeldt de transmissie- of distributiesysteembeheerder:

Indien de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 3.120, derde lid, onderdeel b, van de wet een ontwerp voor wijziging van de methoden en voorwaarden opstelt, stelt zij de transmissie- of distributiesysteembeheerders voor elektriciteit of gas, indien relevant de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee, en de relevante representatieve organisaties van aangeslotenen, netgebruikers, marktdeelnemers en balanceringsverantwoordelijken in de gelegenheid hun zienswijze kenbaar te maken binnen twaalf weken na de dag waarop dat ontwerp aan hen is toegezonden.

Indien de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 3.121, derde lid, van de wet eist dat de aan haar voorgelegde methoden of voorwaarden worden gewijzigd, is artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, onverminderd de toepassing van beslistermijnen bij of krachtens verordening 2024/1789, verordening 2019/943 of andere bindende Europese rechtshandelingen.

De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit stelt het verslag op over de geraamde flexibiliteitsbehoeften, bedoeld in artikel 19 sexies, eerste lid, van verordening 2019/943 en verzendt dit aan de Autoriteit Consument en Markt.

Het productieprofiel van een windpark, bedoeld in artikel 3.51, tweede en vierde lid, van het besluit, wordt bepaald door het geleverde vermogen van het windpark per windsnelheidsklasse van 0,5 meter per seconde tussen:

Voor het bepalen van de windrichting worden de op basis van artikel 3.48 gemeten windrichtingen horizontaal geïnterpoleerd naar de locatie van het centrum van het desbetreffende windpark. Daarbij worden de gemeten windrichtingen gewogen naar de afstanden tussen de meetstations en de locatie van het platform van het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee waarop het desbetreffende windpark is aangesloten, volgens de onderstaande formule:

, waarin

ΦWPL = de windrichting voor de windparklocatie;

nws = het aantal gebruikte meetstations;

Φi = de windrichting gemeten op meetstation i;

Di = de afstand tussen meetstation i en het centrum van het windpark.

Er is sprake van onvoldoende gegevens om de gemiste elektriciteitsproductie vast te stellen als bedoeld in artikel 3.51, vierde lid, van het besluit indien:

Indien sprake is van onvoldoende gegevens als bedoeld in artikel 3.51, vierde lid, van het besluit wordt de gemiste elektriciteitsproductie bepaald volgens de onderstaande formule:

, waarin

Everlies = de gemiste elektriciteitsproductie [MWh];

Ejaar = de gemiddelde jaarlijkse elektriciteitsproductie, dit is het product van het aantal vollasturen, waarbij de verwachte jaarlijkse elektriciteitsproductie voor een gegeven combinatie van locatie en installatie voor de opwekking van elektriciteit voor de productie van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie dient te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van 50% en het geïnstalleerde vermogen van het windpark [MWh];

Hruai = het aantal uren in maand i dat het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee niet of verminderd beschikbaar was [uur];

Hrmaand i = het totale aantal uren in maand i [uur];

Eim = de elektriciteitsproductie in maand i, als percentage van de totale jaarlijkse elektriciteitsproductie [MWh], volgens de onderstaande tabel:

De hoeveelheid elektriciteit die niet via het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee getransporteerd kan worden voor windparken die tevens zijn ontsloten door middel van een interconnector, wordt bepaald door de beschikbare transportcapaciteit op die interconnector in mindering te brengen op de hoeveelheid elektriciteit die niet via het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee kan worden getransporteerd, bedoeld in artikel 3.51, vierde lid van het besluit.

De artikelen 15, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 26, 27, 28, tweede en derde lid, 29, zesde lid, 30, eerste en tweede lid, 31, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 32, eerste en tweede lid, 33, derde, vierde en vijfde lid, 38, eerste, derde, vierde en zesde tot en met negende lid, 39, eerste, tweede en derde lid, 40, vierde lid, 41, vijfde tot en met tiende en dertiende tot en met zestiende lid, 43, eerste tot en met vierde lid, 44, eerste lid, 45, eerste tot en met vierde lid, 46, 47, eerste, tweede, vierde, vijfde, zesde en achtste lid en 48, tiende lid, van gedelegeerde verordening 2024/1366 zijn aangewezen voorschriften als bedoeld in de artikelen 5.17, eerste lid, onderdeel b, en 5.18, eerste lid, onderdeel c, en 5.21, eerste lid, onderdeel e, van de wet.

De minister stelt een projectbesluit vast, als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, aanhef en onder k, van de wet, indien de aan te leggen productie-installatie voor waterstofgas met behulp van elektrolyse:

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026, met uitzondering van:

Deze regeling wordt aangehaald als: Energieregeling.

1 De alarmerende werking van geodoriseerd gas dient te allen tijde adequaat te zijn.

1 De Wobbe-index van het in te voeden gas dient gedurende ten minste 50% van de tijd boven de ondergrens te liggen. Er mag maximaal 200 keer per voortschrijdend jaar een uur zijn waarin een onderschrijding (een waarde onder de ondergrens) tussen de 0,2 en 0,3 MJ/m3 voorkomt, terwijl zo’n uur niet vaker dan 1 keer per 12 uren mag voorkomen. Er mag maximaal 10 keer per voortschrijdend jaar een uur zijn waarin een onderschrijding van meer dan 0,3 MJ/m3 voorkomt, terwijl zo’n uur niet vaker dan 1 keer per 60 uren mag voorkomen. De waarden voor de Wobbe-index zijn uurgemiddelden. De waarden voor de Wobbe-index dienen altijd boven de absolute ondergrens van 42,96 MJ/m3 (n) en onder de absolute bovengrens van 44,91 MJ/m3 (n) te zijn onafhankelijk van de meetfrequentie. Deze absolute grenzen gelden voor gassen die voor ten minste 99 mol% bestaan uit methaan, CO2, stikstof (N2) en zuurstof (O2).

2 Overschrijdingen (een waarde boven de bovengrens) zijn toegestaan als zij binnen een verdeling rond de grenswaarde liggen met een standaarddeviatie van maximaal 0,1 MJ/m3(n).

3 Een andere invoedtemperatuur wordt geaccepteerd indien de invoeder aantoont dat de gebruikte materialen in de leidingen tegen de afwijkende temperatuur bestand is en het gas in de aansluitleiding van de invoeder zal opwarmen of afkoelen zodat het gas bij de afsluiter van het aansluitpunt met het distributiesysteem voor gas een temperatuur tussen de 5 en 20 °C heeft bereikt. Dit kan berekend worden met de methode uit het KIWA-rapport ‘Eisen aan Groen Gas invoedtemperatuur’ van 2 augustus 2012.

4 De volgende restrictie geldt voor het gehalte koolstofdioxide (CO2) voor gassen die voor ten minste 99 mol% bestaan uit methaan, CO2, stikstof (N2) en zuurstof (O2) en voor meer dan 6 mol% uit CO2 bestaan.

CO2-gehalte is maximaal het minimum van 10,32 – 0,72 × N2-gehalte – 0,87 × O2-gehalte, en 10,56 – 0,746 × N2-gehalte – 1,01 × O2-gehalte,

Waarin de gehalten zijn uitgedrukt in mol%

In RTL-leidingen die op grenspunten uitkomen mag gas maximaal 3% koolstofdioxide bevatten. Bij invoeding op aansluitingen waarvan het gas wordt gedistribueerd via gedeelten van het distributiesysteem voor gas waar grondwater in het gas terechtkomt, mag gas maximaal 3% koolstofdioxide bevatten.

5 THT mag worden vervangen door een stof met een vergelijkbare alarmerende werking.

6 Gas mag geen stoffen bevatten waardoor de ruikbaarheid van het odorant na odorisatie niet meer goed waarneembaar is of niet het juiste geurkenmerk waargenomen wordt.

Gas wordt in afwijking van deze bijlage op een distributiesysteem voor gas ingevoed indien dit zonder aanvullende inspanning van de distributiesysteembeheerder voor gas leidt tot aflevering van G-gas dat voldoet aan de voorgeschreven kwaliteit op een aansluiting als bedoeld in bijlage 1, onderdeel D.

1 Indien de systeembeheerder de aansluiting beheert.

1 De Wobbe-index mag afwijken op basis van de toegestane variaties in de invoeding als opgenomen in voetnoten 1 en 2 bij bijlage 1, onderdeel B.

3 Indien de systeembeheerder voor gas de aansluiting beheert.

4 Met uitzondering van netten met een druk lager dan of gelijk aan 200 mbar(o).

5 De volgende restrictie geldt voor het gehalte koolstofdioxide (CO2) als het gas voor ten minste 99 mol% bestaat uit methaan, koolstofdioxide, stikstof (N2) en zuurstof (O2) en voor meer dan 6 mol% uit CO2bestaan.

CO2-gehalte is maximaal het minimum van

10,32 – 0,72 × N2-gehalte – 0,87 × O2-gehalte, en

10,56 – 0,746 × N2-gehalte – 1,01 × O2-gehalte,

waarin de gehalten zijn uitgedrukt in mol%

6 THT mag worden vervangen door een stof met een vergelijkbare alarmerende werking.

7 Een leveringsdruk van 40 mbar (o) wordt toegestaan als de maximale incidentele druk (MIP) gemeten aan de uitgang van de gasmeterbeugel. De maximale werkdruk (MOP) is daarbij 32 mbar (o) van een 30 mbar (o) lage-druk-gasdistributienet.

Figuur 1, bedoeld in onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting of systeemkoppeling

Gassysteem Delfzijl

Figuur 2, bedoeld onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting of systeemkoppeling

Gassysteem ZO Drenthe

Figuur 3, bedoeld in onderdeel A – H-gas bij invoeding op een aansluiting of systeemkoppeling en onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting of systeemkoppeling

Gassysteem Maasmond, LNG-systeem, of HTL in LNG-systeem, gassysteem Westgas/Waalhaven en Raffinaderijgas-systeem

Figuur 4, bedoeld in onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting

Gassysteem IJmond

Figuur 5, bedoeld in onderdeel B – G-gas bij invoeding op een aansluiting en onderdeel D – G-gas bij aflevering op een aansluiting

HTL Flevoland

Figuur 6, bedoeld in onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting

Subsysteem Oude Pekela

Figuur 7, bedoeld in onderdeel A – gas bij invoeding op een aansluiting en onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting

Waterstofgehalte en Maasvlaktesysteem

*Indien u de afgelopen 5 (vijf) jaar informatie heeft verstrekt op grond van de Energiewet artikel 6.3, kunt u volstaan met enkel de beantwoording van onderstaande vragen voor zover de gevraagde informatie is gewijzigd ten opzichte van de eerdere verstrekte informatie.

In dit formulier wordt verstaan onder:

Geef een beknopte samenvatting van de verwervingsactiviteit, waarin u in ieder geval vermeldt:

Vermeld voor de partij die het voornemen heeft zeggenschap in een doelonderneming te verkrijgen of te vergroten (de verwerver):

Wanneer een vertegenwoordiger namens de verwerver een melding ondertekent, moet deze de bevoegdheid tot vertegenwoordiging schriftelijk aantonen. Deze schriftelijke machtiging vermeldt de naam en functie van de persoon of personen die een dergelijke bevoegdheid verlenen en het bewijs van hun bevoegdheid om deze machtiging te verlenen.

Vermeld voor de vertegenwoordiger die bevoegd is om namens de verwerver te handelen (zie hierna vraag 5 – mee te zenden documenten), de volgende contactgegevens en vermeld ook wie hij vertegenwoordigt:

Vermeld voor de doelonderneming waarin de verwerver de zeggenschap wijzigt of waarover de verwerver significantie invloed verkrijgt of vergroot:

Verstrek voor (i) de verwerver die het voornemen heeft om zeggenschap te verkrijgen in de doelonderneming, (ii) iedere partij die middels de voorgenomen transactie zeggenschap verkrijgt in de doelonderneming, en (iii) de feitelijk leidinggevenden van deze partijen, de volgende informatie:

Verstrek de volgende documenten bij de melding:

Ondergetekende verklaart namens de verwerver dat dit formulier naar waarheid is ingevuld.

Plaats en datum:

Naam:

Handtekening:

Onderdeel A. Afbakening havengebied van Delfzijl. Onderdeel B. Afbakening havengebied van Eemshaven.