Overwegende:
dat op grond van artikel 41, eerste lid, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba de landen onderling een regeling treffen die kwaliteitscriteria en opleidings- en trainingsvereisten voor ambtenaren van politie bevat;
dat deze regeling in elk van de landen wordt vastgesteld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, respectievelijk algemene maatregel van bestuur,
Gelet op artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en artikel 41, eerste lid, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
Besluit:
Deze regeling wordt binnen 30 dagen na ondertekening geplaatst in de Staatscourant en de Curaçaosche Courant.
Willemstad1 juli 2010De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,A.Th.B.Bijleveld-Schouten. De gedeputeerde van Constitutionele Zaken van Curaçao,Z.A.M.Jesus-Leito.De gedeputeerde van Constitutionele Zaken van Sint MaartenW.Marlin.In deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
ambtenaar: de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 3 van de rijkswet, en de aspirant;
- b.
ambtenaar van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, onder a, van de rijkswet, met uitzondering van de aspirant;
- c.
ambtenaar van politie aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie:de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, onder b, van de rijkswet;
- d.
aspirant: degene die door het bevoegd gezag is aangesteld als aspirant en die is toegelaten tot de basisopleiding;
- e.
betrouwbaarheidsonderzoek: een onderzoek ter bepaling of bedenkingen bestaan tegen vervulling van de functie door een bepaalde persoon;
- f.
bevoegd gezag: het bij landsverordening of bij wet aangewezen gezag, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de rijkswet;
- g.
competentiegerichte eindtermen: als zodanig omschreven kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden, houding en ervaring waarover degene die het onderwijstraject op een bepaald kwalificatieniveau voltooit, met het oog op het maatschappelijk en beroepsmatig functioneren dient te beschikken, en die in voorkomende gevallen betekenis hebben voor de doorstroming naar vervolgonderwijs;
- h.
geleider: de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 3 van de rijkswet, die toestemming heeft van de korpsbeheerder om dienst te doen met een politiespeurhond, politiesurveillancehond of een hond die bedoeld is om in te zetten bij het optreden van een aanhoudings- en ondersteuningseenheid;
- i.
geweldmiddel: het geweldmiddel, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Ambtsinstructie voor de politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- j.
justitiële documentatie: bij of krachtens landsverordening of bij of krachtens wet omschreven gegevens omtrent natuurlijke personen of rechtspersonen inzake de toepassing van het strafrecht of de strafvordering;
- k.
Onze Minister: Onze Minister van Justitie van Curaçao, Onze Minister van Justitie van Sint Maarten of Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- l.
Onze Ministers: Onze Minister van Justitie van Curaçao, Onze Minister van Justitie van Sint Maarten en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gezamenlijk;
- m.
politiegegevens: de gegevens, bedoeld in artikel 1, onder a, van de onderlinge regeling tussen Curaçao, Sint Maarten en Nederland betreffende de verwerking van politiegegevens, bedoeld in de artikelen 39, tweede lid, en 57 van de rijkswet;
- n.
rijkswet: de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- o.
toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden: de door Onze Ministers samengestelde toets ter beoordeling van aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden;
- p.
toets geweldsbeheersing: de door Onze Ministers samengestelde toets ter beoordeling van de kennis op het gebied van geweldbeheersing;
- q.
toets schietvaardigheid: de door Onze Ministers samengestelde toets ter beoordeling van de schietvaardigheid;
- r.
toetser: de ambtenaar van politie die heeft voldaan aan de daartoe strekkende opleiding en is gecertificeerd om de toets geweldbeheersing, de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden of de toets schietvaardigheid af te nemen;
- s.
verklaring omtrent het gedrag: een verklaring van een bij landsverordening of bij wet aangewezen instantie dat uit een onderzoek met betrekking tot het gedrag van de betrokkene, gelet op het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, niet is gebleken van bezwaren tegen die betrokkene.
- t.
vertrouwensfunctie: een door Onze Minister aangewezen functie die de mogelijkheid biedt de nationale veiligheid te schaden;
- u.
vrijwillige ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, onder c, van de rijkswet;
- v.
vrijwillige ambtenaar in opleiding: degene die door het bevoegd gezag is aangesteld tot vrijwillige ambtenaar in opleiding en die is toegelaten tot de opleiding tot vrijwillige ambtenaar van politie.
Voor een aanstelling als aspirant komt uitsluitend in aanmerking degene die:
- a.
de Nederlandse nationaliteit bezit;
- b.
voldoet aan de eisen betreffende het geneeskundig en psychologisch onderzoek;
- c.
ten minste de leeftijd van 17 jaar heeft;
- d.
voldoet aan de eisen met betrekking tot het opleidingsniveau;
- e.
op het moment van zijn aanstelling in het bezit van het rijbewijs B of behaalt dit binnen twee jaar na zijn aanstelling;
- f.
voldoet aan de bij het geschiktheidsonderzoek gestelde eisen.
Voor een aanstelling als vrijwillige ambtenaar in opleiding aangesteld voor de uitvoering van de politietaak komt uitsluitend in aanmerking degene die voldoet aan het gestelde in het eerste lid, a tot en met d en f.
Voor een aanstelling als ambtenaar van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de vrijwillige ambtenaar komt uitsluitend in aanmerking degene die:
- a.
de Nederlandse nationaliteit bezit;
- b.
ten minste de leeftijd van 18 jaar heeft;
- c.
voldoet aan de eisen met betrekking tot het opleidingsniveau;
- d.
voldoet aan de eisen betreffende het geneeskundig en psychologisch onderzoek.
Voor de aanstelling als ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie komt in aanmerking degene die:
- a.
de Nederlandse nationaliteit bezit;
- b.
ten minste de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt;
- c.
voldoet aan de gestelde eisen met betrekking tot het opleidingsniveau;
- d.
voldoet aan de eisen betreffende het geneeskundig onderzoek;
- e.
voldoet aan de eisen betreffende het psychologisch onderzoek, indien daaraan naar het oordeel van het bevoegd gezag behoefte aan bestaat;
- f.
voldoet aan de overige door het bevoegd gezag te stellen eisen die specifiek gerelateerd zijn aan de te vervullen functie binnen het politiekorps.
Teneinde vast te stellen of de persoon, bedoeld in de artikelen 2.1, eerste lid, aanhef, en tweede lid, 2.2, aanhef, en 2.3, aanhef, in voldoende mate geschikt en bekwaam is voor de vervulling van de functie, kan het bevoegd gezag de gegevens die door de betrokkene desgevraagd zijn verstrekt, verifiëren en zo nodig aanvullen.
Onze Minister wijst voor zijn land de onderwijstrajecten voor de ambtenaren van politie aan op de kwalificatieniveaus:
- 1.
VSBO/MBO;
- 2.
HBO, en
- 3.
WO.
Onze Ministers stellen voor onderwijstrajecten, bedoeld in het eerste lid, competentiegerichte eindtermen vast.
Voor toelating tot de onderwijstrajecten op kwalificatieniveau VSBO/MBO komt in aanmerking degene die in het bezit is van:
- a.
een LBO-diploma;
- b.
een MAVO-diploma;
- c.
een VSBO-diploma praktisch basisgerichte leerweg;
- d.
een VSBO-diploma theoretisch kadergerichte leerweg;
- e.
een VSBO-diploma, praktisch kadergerichte leerweg, of
- f.
een getuigschrift van een onderwijsinstelling waaruit blijkt dat de eerste drie jaren van een HAVO of VWO-opleiding met goed gevolg zijn afgelegd.
Voor toelating tot een onderwijstraject op kwalificatieniveau HBO komt in aanmerking degene die in het bezit is van:
- a.
een HAVO-diploma, of
- b.
een diploma politiemedewerker op het kwalificatieniveau VSBO/MBO.
Voor toelating tot een onderwijstraject op kwalificatieniveau WO komt in aanmerking degene die in het bezit is van:
- a.
een VWO-diploma;
- b.
een bewijsstuk dat op grond van een voor Nederland, Curaçao of Sint Maarten in werking getreden internationale overeenkomst toelating geeft tot het universitaire onderwijs, of
- c.
in het bezit is van een diploma politiekundige bachelor op het kwalificatieniveau HBO).
Met een diploma, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, wordt voor de toepassing van deze leden gelijkgesteld een diploma vergezeld met een verklaring van de daartoe bevoegde autoriteit waarin staat dat het wordt gelijkgesteld met een diploma, genoemd in deze leden. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op een getuigschrift, bedoeld in het eerste lid, onder f.
Kandidaten die niet voldoen aan de krachtens artikel 3.1 aan een onderwijstraject gestelde eisen, kunnen een door Onze Ministers goedgekeurde toelatingstoets afleggen.
Indien de toets met goed gevolg wordt afgelegd, komt de kandidaat alsnog in aanmerking voor toelating tot het desbetreffende onderwijstraject.
De kandidaat-aspirant en de kandidaat-vrijwillige ambtenaar in opleiding wordt onderworpen aan een geschiktheidsonderzoek, bestaande uit achtereenvolgens:
- a.
een taalvaardigheidsonderzoek;
- b.
een cognitief capaciteitenonderzoek;
- c.
een psychologisch onderzoek;
- d.
een fysiek motorisch onderzoek.
Het taalvaardigheidsonderzoek, het cognitief capaciteitenonderzoek en het psychologisch onderzoek worden afgenomen door een door Onze Minister aangewezen instantie belast met de werving en selectie van politie met inachtneming van de nader door Onze Ministers te bepalen richtlijnen.
Het fysiek motorisch onderzoek wordt afgenomen door het in het tweede lid bedoelde instantie en geschiedt met inachtneming van de nader door Onze Ministers te bepalen richtlijnen.
De in het tweede lid bedoelde instantie rapporteert aan het bevoegd gezag naar aanleiding van de uitkomsten.
De kosten van het geschiktheidsonderzoek worden gedragen door het bevoegd gezag.
Niet tot aanstelling bij een politiekorps kan worden overgegaan indien:
- a.
de betrokkene die aan het taalvaardigheidsonderzoek is onderworpen de nader door Onze Ministers te bepalen minimumnorm niet heeft behaald;
- b.
de betrokkene niet het nader door Onze ministers te bepalen minimale vereiste niveau op een of meer van de stabiele persoonlijkheidseigenschappen heeft behaald;
- c.
de betrokkene voor het fysiek motorisch onderzoek niet voldoet aan de nader door Onze Ministers te bepalen minimale vereisten, of
- d.
de betrokkene niet voldoet aan de door het bevoegd gezag gestelde en voorafgaand aan het geschiktheidsonderzoek bekendgemaakte eisen met betrekking tot de onderdelen van de onderzoeken waar sprake is van een open normering.
Nadat alle overige beoordelingen van de geschiktheid van de betrokkene hebben plaatsgevonden en het bevoegd gezag op grond daarvan voornemens is de betrokkene aan te stellen, wordt de betrokkene onderworpen aan een geneeskundig onderzoek.
Het geneeskundig onderzoek kan steeds worden verricht voorafgaand aan een met betrekking tot de betrokkene in stellen onderzoek als bedoeld in artikel 6.1 of artikel 6.4.
Het geneeskundig onderzoek geschiedt door een door het bevoegd gezag aangewezen geneeskundige, niet zijnde de behandelend arts van de betrokkene, met inachtneming van de nader door Onze ministers te bepalen richtlijnen.
De uitslag van het geneeskundig onderzoek wordt de betrokkene zo spoedig mogelijk medegedeeld.
De kosten van het geneeskundig onderzoek komen ten laste van het bevoegd gezag.
Indien aan het geneeskundig onderzoek voor de betrokkene een negatieve gevolgtrekking dan wel een positieve gevolgtrekking onder bepaalde bedenkingen wordt verbonden, heeft betrokkene recht op een herkeuring aan de hand van de richtlijnen, bedoeld in artikel 5.1, derde lid. De betrokkene maakt zijn wens daartoe met redenen omkleed aan het bevoegd gezag kenbaar binnen twee weken nadat de genoemde gevolgtrekking aan hem is meegedeeld.
In geval van herkeuring wordt de door het bevoegd gezag te nemen beslissing uitgesteld totdat de uitslag van de herkeuring aan het bevoegd gezag is meegedeeld.
De herkeuring geschiedt door een commissie van drie geneeskundigen.
Het bevoegd gezag en de betrokkene wijzen elk een geneeskundige aan voor de commissie. Deze geneeskundigen wijzen een derde geneeskundige aan voor de commissie.
De geneeskundige die het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, heeft verricht en de behandelend arts van de betrokkene maken geen deel uit van de commissie.
De kosten van de herkeuring komen ten laste van het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag kan van de betrokkene een redelijke bijdrage verlangen.
De ambtenaar die op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder b, of tweede lid, artikel 2.2, onder d, of artikel 2.3, onder d, is onderworpen aan een geneeskundige keuring, wordt bij aanstelling in een andere functie opnieuw aan een geneeskundige keuring onderworpen, indien betrokkene voor het vervullen van die functie aan andere medische eisen dient te voldoen dan voor de tot dusverre vervulde functie.
Aanstelling als ambtenaar is slechts mogelijk, indien op grond van een ten aanzien van de betrokkene door het bevoegd gezag ingesteld onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid geen bezwaar lijkt te bestaan tegen diens aanstelling.
Het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, omvat het inwinnen van justitiële documentatie en politiegegevens van betrokkene.
Het tweede lid is niet van toepassing indien het betreft:
- a.
een aanstelling in een functie waarin technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie worden uitgevoerd, en het bevoegde gezag heeft bepaald dat voor de functie slechts een verklaring omtrent het gedrag is vereist;
- b.
een vertrouwensfunctie.
Een onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid wordt ingesteld nadat het bevoegd gezag de betrokkene overigens bekwaam en geschikt acht.
Indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de aard van de functie of van de werkzaamheden hiertoe aanleiding geeft, kan ten aanzien van de ambtenaar in de volgende gevallen opnieuw een onderzoek als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, worden uitgevoerd:
- a.
bij wijziging van werkzaamheden;
- b.
bij aanstelling in een andere functie;
- c.
bij de vervulling van een functie gedurende ten minste vijf dienstjaren, of
- d.
bij een redelijk vermoeden van ernstig plichtsverzuim dat de integriteit of de verantwoordelijkheid van de betrokkene raakt.
Het eerste lid is niet van toepassing indien het betreft een vertrouwensfunctie of een functie waarvan het bevoegd gezag heeft bepaald dat slechts een verklaring omtrent het gedrag is vereist.
Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor de goede uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 6.1, eerste lid.
Het bevoegd gezag draagt zorg voor een professionele uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 6.1, eerste lid.
Onze Minister stelt nadere regels ter uitvoering van de artikelen 6.1 en 6.2. Deze nadere regels bevatten in ieder geval waarborgen omtrent een voldoende bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokkene.
Aanstelling, plaatsing, of detachering in een vertrouwensfunctie, is slechts mogelijk, indien ten aanzien van de betrokkene op basis van een veiligheidsonderzoek door de bij landsverordening of wet aangewezen autoriteit een verklaring is afgegeven dat uit het oogpunt van de nationale veiligheid geen bezwaar bestaat tegen vervulling van de vertrouwensfunctie.
Het bevoegd gezag belast de betrokkene eerst met de vervulling van een vertrouwensfunctie, nadat ten aanzien van die betrokkene een verklaring als bedoeld in het eerste lid is afgegeven.
Het bevoegd gezag meldt een ambtenaar die belast is met de vervulling van een functie die nadien als vertrouwensfunctie is aangewezen, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na dagtekening van het aanwijzingsbesluit aan bij de autoriteit, bedoeld in artikel 6.4, eerste lid.
De in het eerste lid bedoelde aanmelding geschiedt slechts met schriftelijke instemming van de betrokken ambtenaar. Het bevoegd gezag licht de betrokkene in over de betekenis en de rechtsgevolgen van deze aanmelding.
Indien de in het tweede lid bedoelde instemming is geweigerd of indien ten aanzien van de ambtenaar een verklaring als bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, is geweigerd, ontheft het bevoegd gezag de ambtenaar zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken, uit de functie.
Elk van de landen draagt er zorg voor dat na het verstrijken van een termijn van vijf jaar of een veelvoud daarvan sinds het afgeven van een verklaring als bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, of indien blijkt van feiten of omstandigheden die een hernieuwd veiligheidsonderzoek rechtvaardigen, een veiligheidsonderzoek wordt ingesteld naar een ambtenaar die een vertrouwensfunctie vervult. Voor het instellen van een hernieuwd veiligheidsonderzoek is de instemming van de ambtenaar niet vereist.
Indien een verklaring als bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, is ingetrokken, ontheft het bevoegd gezag de betrokken ambtenaar zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken na de intrekking van voornoemde verklaring, uit de vertrouwensfunctie.
De artikelen 6.4, 6.5 en 6.6 zijn van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar die door middel van de gemeenschappelijke voorziening politie beschikbaar wordt gesteld aan een korps, met dien verstande dat onder ‘bevoegd gezag’ wordt gelezen ‘het bevoegd gezag van het politiekorps waaraan de ambtenaar beschikbaar wordt gesteld in overeenstemming met de directeur van de gemeenschappelijke voorziening politie.’
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder ambtenaar: de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 3, onder a en c, van de rijkswet.
Een ambtenaar is steeds voor de duur van een kalenderjaar geoefend in het gebruik van een geweldmiddel, indien hij in het daaraan voorafgaande kalenderjaar met voldoende resultaat heeft afgelegd:
- a.
de toets geweldsbeheersing;
- b.
de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden.
Een ambtenaar is steeds voor de duur van een kalenderhalfjaar geoefend in het gebruik van een vuurwapen, indien hij, naast de in het eerste lid bedoelde toetsen, in het daaraan voorafgaande kalenderhalfjaar de toets schietvaardigheid met voldoende resultaat heeft afgelegd.
Onverminderd het eerste en tweede lid, wordt de ambtenaar van wie een geweldmiddel op grond van het vierde lid is ingenomen, voor de resterende duur van het lopende kalenderjaar of kalenderhalfjaar, geacht wederom geoefend te zijn in het gebruik van het geweldmiddel vanaf het moment dat hij de toetsen die hij niet of niet met voldoende resultaat had afgelegd, alsnog met voldoende resultaat aflegt.
De korpsbeheerder draagt ervoor zorg dat de ambtenaar slechts over een geweldmiddel beschikt, anders dan voor het vervoer en het gebruik ervan voor het volgen van onderwijs, indien hij geoefend is in het gebruik van dat geweldmiddel. Indien een ambtenaar op de laatste dag van een kalenderjaar of kalenderhalfjaar de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde toetsen nog niet met voldoende resultaat heeft afgelegd, wordt het geweldmiddel in het gebruik waarvan hij dientengevolge niet langer is geoefend, door de korpsbeheerder ingenomen.
De korpsbeheerder biedt de ambtenaar de gelegenheid tot het volgen van ten minste 32 uren training ter voorbereiding op de af te leggen toetsen, en toetsing.
De toets geweldsbeheersing, de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden en de toets schietvaardigheid worden afgenomen door een door de korpsbeheerder daartoe aangewezen toetser.
Indien een ambtenaar, op de laatste dag van de in artikel 7.2 bedoelde perioden, één van de in dat artikel bedoelde toetsen niet of niet met voldoende resultaat heeft afgelegd, doet de toetser hiervan onverwijld mededeling aan de korpsbeheerder.
De korpsbeheerder draagt zorg voor de registratie van de deelname aan en de resultaten van de in artikel 7.2 bedoelde toetsen.
In het jaarverslag voor het politiekorps wordt een overzicht gegeven van de stand van zaken betrekkende de in artikel 7.2 bedoelde toetsen.
Er zijn keuringscommissies voor de politiespeurhond, voor de politiesurveillancehond en voor de hond die bedoeld is om in te zetten bij het optreden van een aanhoudings- en ondersteuningseenheid, waarvan de leden worden aangewezen door Onze Ministers.
Onze Ministers stellen keuringsreglementen vast met betrekking tot de keuring van de politiespeurhond, de politiesurveillancehond en de hond die bedoeld is om in te zetten bij het optreden van een aanhoudings- en ondersteuningseenheid.
De leden van de keuringscommissies zijn ambtenaar van politie. Van de keuringscommissie voor de politiespeurhond kunnen tevens buitengewone agenten van politie lid zijn.
De leden van de keuringscommissie voor de politiespeurhonden, de politiesurveillancehond respectievelijk de hond die bedoeld is om in te zetten bij het optreden van een aanhoudings- en ondersteuningseenheid, beschikken over een ruime en aantoonbare dressuurtechnische ervaring en praktische politie-ervaring op het gebied van de inzet en het gebruik van de desbetreffende hond. De leden van de keuringscommissie voor de politiespeurhond beschikken tevens over kennis van de toepasselijke strafvorderlijke bepalingen.
Voor een keuring komen in aanmerking honden die:
- a.
door een gediplomeerd dierenarts gezond zijn verklaard;
- b.
ingeënt zijn tegen de in het keuringsreglement aangewezen ziekten.
Aan een keuring van een combinatie van een geleider en een politiespeurhond kunnen deelnemen ambtenaren van politie die door de korpsbeheerder zijn aangewezen als geleider.
De keuring vindt niet plaats dan nadat de geleider politiespeurhond het examen, bedoeld in artikel 7.10 met goed gevolg heeft afgelegd.
De keuring van een combinatie van een geleider en een politiespeurhond geschiedt door de keuringscommissie voor de politiespeurhond op basis van het keuringsreglement voor de politiespeurhond als bedoeld in artikel 7.7, tweede lid.
Het keuringsreglement voor de politiespeurhond bevat ten minste de volgende eisen:
- a.
voor alle politiespeurhonden met uitzondering van de politiespeurhonden menselijke geur:
- 1.
gehoorzaamheid van de politiespeurhond aan de geleider;
- 2.
een goede samenwerking van de politiespeurhond met de geleider;
- 3.
het niet agressief zijn ten opzichte van mensen en dieren, en
- 4.
de vaardigheid van het kunnen nemen van alle hindernissen die voor een goed functioneren in de praktijk geen belemmering mogen zijn;
- 1.
- b.
voor de speurtaak van de politiespeurhonden menselijke geur:
- 1.
het zelfstandig willen en kunnen zoeken van kleine en grote voorwerpen met menselijke geur;
- 2.
het opsporen en lokaliseren van een persoon, en
- 3.
het speuren over gecombineerde terreinen;
- 1.
- c.
voor de geuridentificatietaak van de politiespeurhond menselijke geur: het uitvoeren van een tweetal geuridentificatieproeven, zoals in het keuringsreglement omschreven;
- d.
voor de politiespeurhond verdovende middelen:
- 1.
het zelfstandig willen en kunnen zoeken van verdovende middelen, en
- 2.
het vermogen om binnen een redelijke tijd alleen die soorten verdovende middelen, die in het keuringsreglement zijn aangewezen, op te sporen;
- 1.
- e.
voor de politiespeurhond explosieven:
- 1.
het zelfstandig willen en kunnen zoeken naar explosieven, wapens en munitie, en
- 2.
het vermogen om binnen redelijke tijd explosieven, wapens en munitie op te sporen en te lokaliseren;
- 1.
- f.
voor de politiespeurhond stoffelijke resten: het zelfstandig willen en kunnen zoeken naar stoffelijke resten van mensen;
- g.
voor de politiespeurhond brandversnellende middelen:
- 1.
het zelfstandig willen en kunnen zoeken naar brandversnellende middelen, en
- 2.
het vermogen om binnen een redelijke tijd alleen die brandversnellende middelen, die in het keuringsreglement zijn aangewezen, op te sporen.
- 1.
De verdovende middelen, bedoeld in het vierde lid, onderdeel d, onder 2°, worden geplaatst en verborgen in kleine hoeveelheden, op locaties en in verpakkingen overeenkomstig de praktijk.
De politiespeurhond wordt gedurende de keuring geleid door zijn geleider.
Indien de keuring niet met goed gevolg wordt afgelegd, bestaat de mogelijkheid van maximaal twee herkansingen. Voor een combinatie van een geleider en een politiespeurhond menselijke geur die wordt gekeurd voor de geuridentificatietaak bestaat de mogelijkheid van meer herkansingen.
De geleider speurhond menselijke geur wordt door de keuringscommissie voor de politiespeurhond geëxamineerd met betrekking tot:
- a.
zijn kennis met betrekking tot de veiligstelling van goederen en het afnemen van geurmonsters ten behoeve van een geuridentificatieproef;
- b.
de factoren die van invloed zijn op het functioneren van de politiespeurhond menselijke geur, en
- c.
de toepasselijke strafvorderlijke bepalingen.
De geleider politiespeurhond verdovende middelen wordt door de keuringscommissie voor de politiespeurhond geëxamineerd met betrekking tot:
- a.
de bekende methoden van verbergen en verpakken van verdovende middelen;
- b.
de factoren die van invloed zijn op het functioneren van de politiespeurhond verdovende middelen;
- c.
de inhoud van de regelgeving inzake verdovende middelen, en
- d.
de toepasselijke strafvorderlijke bepalingen.
De geleider politiespeurhond explosieven wordt door de keuringscommissie voor de politiespeur-hond geëxamineerd met betrekking tot:
- a.
de bekende methoden van plaatsen, verbergen en verpakken van explosieven, wapens en munitie;
- b.
de opslag en het vervoer van explosieven;
- c.
de factoren die van invloed zijn op het functioneren van de politiespeurhond explosieven;
- d.
de inhoud van de regelgeving inzake wapens, munitie en gevaarlijke stoffen, ene
- e.
de toepasselijke strafvorderlijke bepalingen.
De geleider politiespeurhond stoffelijke resten wordt door de keuringscommissie voor de politiespeurhond geëxamineerd met betrekking tot:
- a.
de theorie inzake het werken met een speurhond stoffelijke resten;
- b.
factoren die van invloed zijn op het functioneren van de politiespeurhond stoffelijke resten;
- c.
de inhoud van de regelgeving inzake lijkbezorging, en
- d.
toepasselijke strafvorderlijke bepalingen.
De geleider van de politiespeurhond geld wordt door de keuringscommissie voor de politiespeurhond geëxamineerd over kennis van:
- a.
bankbiljetten;
- b.
de zoekmogelijkheden van de politiespeurhond geld;
- c.
het africhten van de politiespeurhond geld;
- d.
de inzetbaarheid van de politiespeurhond geld bij opsporingsonderzoeken, en
- e.
de toepasselijke strafvorderlijke bepalingen.
De examenvragen en de examenstof worden door de keuringscommissie voor de politiespeurhond vastgesteld.
Indien het examen niet met goed gevolg wordt afgelegd, bestaat de mogelijkheid van maximaal twee herkansingen.
Aan een keuring van een combinatie van een geleider en een politiesurveillancehond kunnen deelnemen ambtenaren van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, vanaf de hoofdrang van agent die zijn aangewezen als geleider.
De keuring van een combinatie van een geleider en een politiesurveillancehond geschiedt door de keuringscommissie voor de politiesurveillancehond op basis van het keuringsreglement voor de politiesurveillancehond als bedoeld in artikel 7.7, tweede lid.
Het keuringsreglement voor de politiesurveillancehond bevat ten minste de volgende eisen:
- a.
gehoorzaamheid van de politiesurveillancehond aan de geleider;
- b.
een goede samenwerking van de politiesurveillancehond met de geleider;
- c.
de vaardigheid van de politiesurveillancehond in het kunnen nemen van alle hindernissen die voor een goed functioneren in de praktijk noodzakelijk zijn, en
- d.
het vermogen van de surveillancehond om op commando van de geleider geweld tegen derden toe te passen respectievelijk te beëindigen.
De politiesurveillancehond wordt gedurende de keuring geleid door zijn geleider.
Indien de keuring niet met goed gevolg wordt afgelegd, bestaat de mogelijkheid van maximaal twee herkansingen.
Aan een keuring van een combinatie van een geleider en een hond die bedoeld is om in te zetten bij het optreden van een aanhoudings- en ondersteuningseenheid, kunnen deelnemen ambtenaren van politie die sedert ten minste twee jaar behoren tot een aanhoudings- en ondersteuningseenheid en die zijn aangewezen als geleider.
De keuring van een combinatie van geleider en de hond die bedoeld is om in te zetten bij het optreden van een aanhoudings- en ondersteuningseenheid geschiedt door de keuringscommissie voor die hond op basis van het keuringsreglement als bedoeld in artikel 7.7, tweede lid.
Het keuringsreglement voor de hond die bedoeld is om in te zetten bij het optreden van een aanhoudings- en ondersteuningseenheid bevat ten minste de volgende eisen:
- a.
volgzaamheid en gehoorzaamheid aan de geleider;
- b.
het kunnen participeren in procedures temidden van de leden van de aanhoudings- en ondersteuningseenheid;
- c.
het onder bepaalde omstandigheden, op een bepaalde afstand, niet hoorbaar zijn;
- d.
de vaardigheid in het kunnen nemen van alle hindernissen die voor een goed functioneren in de praktijk noodzakelijk zijn, en
- e.
het vermogen om op commando van de geleider geweld tegen derden toe te passen respectievelijk te beëindigen.
De hond wordt gedurende de keuring geleid door zijn geleider.
Indien de keuring niet met goed gevolg wordt afgelegd, bestaat de mogelijkheid van maximaal twee herkansingen.
De desbetreffende keuringscommissie verstrekt aan de geleider politiespeurhond van de combinatie die de keuring met goed gevolg heeft afgelegd, aan de geleider politiesurveillancehond van de combinatie die de keuring met goed gevolg heeft afgelegd, respectievelijk aan de geleider van de hond die bedoeld is om in te zetten bij het optreden van een aanhoudings- en ondersteuningseenheid van de combinatie die de keuring met goed gevolg heeft afgelegd, een certificaat op naam van de combinatie van de geleider en de hond.
Het certificaat, bedoeld in het eerste lid, heeft een geldigheidsduur van twee jaar en drie maanden te rekenen vanaf de datum van afgifte van het certificaat.
Het certificaat, bedoeld in het eerste lid, geldt uitsluitend voor de combinatie van geleider en hond op naam waarvan het is afgegeven.
De geleider van een politiespeurhond menselijke geur krijgt een certificaat waarop staat aangegeven voor welke taak de politiespeurhond is gecertificeerd:
- a.
de speurtaak van de politiespeurhonden menselijke geur, of
- b.
de geuridentificatietaak van de politiespeurhond menselijk geur.
Een combinatie van een geleider en een politiespeurhond, een combinatie van een geleider en een politiesurveillancehond respectievelijk een combinatie van een geleider en een hond die bedoeld is om in te zetten bij het optreden van een aanhoudings- en ondersteuningseenheid, wordt binnen twee jaar na het behalen van het certificaat, bedoeld in artikel 7.13, opnieuw gekeurd door de keuringscommissie voor de politiespeurhond, de keuringscommissie voor de politiesurveillancehond respectievelijk de keuringscommissie voor de hond die bedoeld is om in te zetten bij het optreden van een aanhoudings- en ondersteuningseenheid.
De herkeuring van een combinatie van een geleider en een politiespeurhond vindt alleen plaats als de geleider aantoont dat hij sinds de laatste keuring of herkeuring jaarlijks een bijscholingscursus heeft gevolgd.
Indien de herkeuring met goed gevolg wordt afgelegd, wordt het certificaat verlengd met de duur van twee jaar en drie maanden.
Indien de herkeuring niet met goed gevolg wordt afgelegd, kan binnen de geldigheidsduur van het certificaat een tweede of derde herkeuring plaatsvinden.
Indien een eerste, tweede of derde herkeuring niet met goed gevolg wordt afgelegd kan het certificaat voor het verstrijken van de geldigheidsduur worden ingetrokken, indien het naar het oordeel van de desbetreffende keuringscommissie noodzakelijk is de inzet in politiedienst van de desbetreffende combinatie van geleider en hond met onmiddellijke ingang te beëindigen.
Betrokkenen bij de keuring of herkeuring kunnen bij de keuringscommissie een gemotiveerd schriftelijk protest indienen tegen het keurings- of herkeuringsbesluit van de keuringscommissie. Het protest kan tot acht dagen na ontvangst van het keuringsrapport worden ingediend.
De keuringscommissie onderzoekt de gronden van het protest en beslist binnen drie maanden schriftelijk over het protest.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kwaliteitscriteria en opleidings- en trainingsvereisten van de politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.