Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 30 januari 2026, nr. IENW/BSK-2025/338792, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op de artikelen 3, tweede en derde lid, 3a, eerste, derde en vierde lid, 4, tweede lid, en 6, tweede lid, van de Schepenwet;
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 4 maart 2026, nr. W17.26.00028/IV/K);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 21 mei 2026, nr. IENW/BSK-2026/51213, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage26 mei 2026Willem-AlexanderDe Minister van Infrastructuur en Waterstaat,V.P.G.Karremansde negenentwintigste mei 2026De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M.van WeelWijzigt het Schepenbesluit 2004.
Nationale veiligheidscertificaten en certificaten als bedoeld in artikel 12 van het Schepenbesluit 2004 die voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van dit besluit zijn afgegeven op basis van het Schepenbesluit 2004, behouden hun geldigheid gedurende de in het certificaat opgenomen geldigheidsduur.
Op schepen waarvoor voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een nationaal veiligheidscertificaat of een certificaat als bedoeld in artikel 12 van het Schepenbesluit 2004 was afgegeven, blijft het bepaalde in het Schepenbesluit 2004 zoals het luidde voor de dag van inwerkingtreding van dit besluit van toepassing gedurende de geldigheidsduur van dat certificaat.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2026.