Regeling · BWBR0001869

Wetboek van Militair Strafrecht

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 27 april 1903, tot vaststelling van een Wetboek van Militair StrafrechtWetboek van Militair StrafrechtWij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, saluut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is een nieuw Wetboek van Militair Strafrecht vast te stellen;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze, vast te stellen de volgende bepalingen, welke zullen uitmaken het WETBOEK VAN MILITAIR STRAFRECHT.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven op het Looden 27sten April 1903WILHELMINA.De Minister van Justitie,J. A. LOEFF.De Minister van Marine,ELLIS.De Minister van Staat, Minister van Oorlog,J. W. BERGANSIUS.den tweeden Mei 1903.De Minister van Justitie,J. A. LOEFF.

Op de niet in dit wetboek omschreven strafbare feiten, begaan door in artikel 2 van de Wet militaire strafrechtspraak genoemde personen, is het gemene strafrecht toepasselijk, behoudens de afwijkingen bij de wet vastgesteld.

De in het Wetboek van Strafrecht voorkomende bepalingen betreffende feiten, begaan aan boord van of met betrekking tot een Nederlands schip, zijn ook toepasselijk op die feiten, begaan aan boord van of met betrekking tot een vaartuig der krijgsmacht, tenzij de inhoud dier bepalingen deze toepasselijkheid uitsluit of het feit valt onder een zwaardere strafbepaling.

De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de militair, die zich buiten Nederland aan enig strafbaar feit schuldig maakt.

De Nederlandse strafwet is toepasselijk op ieder die zich, in tijd van oorlog, buiten Nederland schuldig maakt aan een strafbaar feit, waarvan onder die omstandigheden de kennisneming behoort aan de gerechten bedoeld in de Wet militaire strafrechtspraak.

Indien de Nederlandse strafwet op feiten door in artikel 2 van de Wet militaire strafrechtspraak genoemde personen begaan in of met betrekking tot Aruba, Curaçao of Sint Maarten of in of met betrekking tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een lagere vrijheidsstraf of geldboete stelt dan de strafwet van Aruba, Curaçao of Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, kan een vrijheidsstraf of geldboete worden opgelegd van ten hoogste de tijd dan wel het bedrag, gesteld bij laatstbedoelde strafwet.

Onverminderd het bepaalde met betrekking tot de straffen in het gemene strafrecht kan de militair worden opgelegd:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor de gevangenisstraf en de hechtenis gelden de in het gemene recht daarvoor gegeven regelen met dien verstande dat bij algemene maatregel van rijksbestuur voor militairen bijzondere voorschriften met betrekking tot de arbeid, de bestemming van de opbrengst van de verplichte arbeid en de geestelijke, culturele en sociale verzorging kunnen worden vastgesteld.

Vervallen

Voor de toepassing van de bepalingen, die betrekking hebben op de voorwaardelijke veroordeling, wordt de militaire detentie als gevangenisstraf beschouwd.

Een opdracht tot het verlenen van bijstand aan een voorwaardelijk veroordeelde kan aan elke instelling, houder van een inrichting of bijzondere ambtenaar, die daarmede in een der rijksdelen belast is, worden gegeven.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien een persoon genoemd in artikel 2 van de Wet militaire strafrechtspraak naar aanleiding van een strafbaar feit begaan in of met betrekking tot Aruba, Curaçao en Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is ontzet uit een van de rechten vermeld in artikel 28, eerste lid, onderdelen 1° tot en met 5°, van het Wetboek van Strafrecht, heeft deze ontzetting ook betrekking op de uitoefening van die rechten in de betrokken rijksdelen en openbare lichamen.

Bij veroordeling van een lid van de bemanning van een luchtvaartuig wegens overtreding van artikel 168 en artikel 169 kan aan hem de bevoegdheid de luchtvaart uit te oefenen voor ten hoogste zes maanden worden ontzegd.

Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip van ingang van de bijkomende straffen, bedoeld in de artikelen 36 en 36a, en de daaraan verbonden administratieve gevolgen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De verpleging van personen die krachtens uitspraak van een van de gerechten bedoeld in de Wet militaire strafrechtspraak ter beschikking zijn gesteld, kan in de gevallen en op de wijze bij algemene maatregel van rijksbestuur te bepalen geschieden in Aruba, Curaçao of Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Vervallen

Indien een militair door het begaan van een misdrijf waarop hechtenis is gesteld, een dienstplicht schendt, wordt hij, onverminderd de toepassing van artikel 44 van het Wetboek van Strafrecht, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste de duur der op dat misdrijf gestelde hechtenis.

Vervallen

Ten aanzien van een militair die opzettelijk met een militair van mindere rang of stand aan enig opzettelijk gepleegd misdrijf deelneemt, wordt het maximum van de daarop gestelde tijdelijke gevangenisstraf met de helft verhoogd.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien een der misdrijven, omschreven in de artikelen 245, 248a en 281 van het Wetboek van Strafrecht, gepleegd is in tijd van oorlog, door een persoon, genoemd in artikel 2 van de Wet militaire strafrechtspraak, kan de vervolging ambtshalve plaatshebben.

Vervallen

Het recht tot strafvordering ter zake van de misdrijven omschreven in de artikelen 100, 109 en 110, vervalt door verjaring in twaalf jaren.

De termijn van verjaring van het recht tot strafvordering ter zake van ongeoorloofde afwezigheid, van desertie en van de misdrijven omschreven in de artikelen 109 en 110, vangt aan met de dag na die waarop de afwezigheid is aangevangen.

Onder militairen worden verstaan:

Bij algemene maatregel van rijksbestuur kan worden bepaald dat vreemde militairen en een vreemde krijgsmacht voor de toepassing van daarbij aan te wijzen wettelijke bepalingen worden gelijkgesteld met Nederlandse militairen dan wel de Nederlandse krijgsmacht.

Hij die feitelijk dient bij de krijgsmacht, wordt van rechtswege als militair aangemerkt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt, dat hij niet onder een der bepalingen van artikel 60 valt.

De in artikel 60, onder 2°, bedoelde vrijwilliger bij de krijgsmacht of de dienstplichtige wordt geacht in werkelijke dienst te zijn:

Onder militairen worden mede begrepen de tot enige militaire dienst gebruikt wordende gewezen militairen, in welk geval zij worden geacht de laatstelijk door hen beklede rang of de hogere, die hun bij of na het verlaten van de militaire dienst is toegekend, te bekleden.

Vervallen

In de uitdrukking "hij die ....", gebezigd in de omschrijving van een strafbaar feit wordt onder het woord "hij" verstaan ieder persoon genoemd in artikel 2 van de Wet militaire strafrechtspraak.

De verhouding van meerdere tot mindere bestaat tussen militairen:

Ten aanzien van vreemde militairen kan een gelijkstelling van vreemde militaire rangen met Nederlandse plaatsvinden bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur.

Vervallen

Onder schildwacht wordt verstaan iedere militair, die met een door Onze Minister van Defensie vast te stellen wapen uitgerust of van een door Onze Minister van Defensie vast te stellen kenteken voorzien, op post of uitkijk is gesteld.

Onder oorlogsvaartuig wordt verstaan elk ten behoeve der zeemacht gebezigd vaartuig, waarover een militair der zeemacht het bevel voert.

In dit wetboek wordt onder oorlog mede verstaan: een gewapend conflict dat niet als oorlog kan worden aangemerkt en waarbij het Koninkrijk is betrokken, hetzij ter individuele of collectieve zelfverdediging, hetzij tot herstel van internationale vrede en veiligheid.

Voor de toepassing van de artikelen 122, 123, 142, 156 en 159-162 wordt tijd van oorlog mede aanwezig geacht indien de in die artikelen omschreven feiten worden begaan aan boord van een oorlogsvaartuig of luchtvaartuig van de krijgsmacht dat zich ergens bevindt waar geen onmiddellijke hulp te verkrijgen is.

Waar gesproken wordt van een misdrijf, gepleegd in tijd van oorlog, wordt daaronder mede begrepen het geval, dat de schuldige het misdrijf pleegt met het oog op een door hem aanstaand geachte oorlog tegen Nederland.

Waar gesproken wordt van een misdrijf, gepleegd bij een gevecht met de vijand, wordt daaronder mede begrepen het geval, dat de schuldige het misdrijf pleegt met het oog op een door hem aanstaand geacht gevecht of bij een terugtocht uit een gevecht met de vijand.

Vervallen

Een verhouding van meerdere tot mindere bestaat ten opzichte van vreemde militairen slechts voor zover dit bij algemene maatregel van rijksbestuur of door een bij algemene maatregel van rijksbestuur daartoe aangewezen autoriteit is bepaald.

Voor de toepassing van de artikelen 164, 166 en 169 worden onder rij-, voer-, vaar- en luchtvaartuigen, die bij de krijgsmacht in gebruik zijn, mede begrepen rij-, voer-, vaar- en luchtvaartuigen in gebruik bij een vreemde krijgsmacht als bedoeld in artikel 75.

Vervallen

Vervallen

De in geval van een oorlog waarin Nederland niet betrokken is, hier te lande geïnterneerde militair van een der oorlogvoerende mogendheden, die opzettelijk in strijd met een door hem gegeven belofte zich verwijdert of een door hem gegeven belofte of aangenomen voorwaarde waaronder hem verlof is verleend om zich tijdelijk of voorgoed te verwijderen, schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.

De militair die, hetzij enige handeling waarvan hij weet, althans redelijkerwijze kan vermoeden, dat de staat daardoor in gevaar van oorlogsverwikkeling wordt gebracht, opzettelijk, zonder daartoe gerechtigd te zijn, verricht, hetzij opzettelijk enig voorschrift tot handhaving van de goede betrekkingen van de Staat met andere mogendheden van regeringswege gegeven en bekendgemaakt, overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Vervallen

Met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft de militair die in tijd van oorlog opzettelijk:

Met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft:

Met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie wordt gestraft de militair wiens ongeoorloofde afwezigheid in tijd van vrede aan zijn schuld is te wijten:

Met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar en zes maanden of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft de militair wiens ongeoorloofde afwezigheid in tijd van oorlog aan zijn schuld is te wijten:

Met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie wordt gestraft de militair die zich in tijd van vrede schuldig maakt aan opzettelijke ongeoorloofde afwezigheid:

Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft de militair die zich in tijd van oorlog schuldig maakt aan opzettelijke ongeoorloofde afwezigheid:

Het maximum der in de artikelen 98-100 gestelde gevangenisstraffen wordt verdubbeld:

Met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft:

Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft de militair die opzettelijk niet voldoet aan een wettige oproeping voor de werkelijke dienst. Indien het feit wordt gepleegd in tijd van oorlog kan gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van de vierde categorie worden opgelegd.

Met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste negen maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft de militair aan wiens schuld het is te wijten, dat hij niet voldoet aan een wettige oproeping voor de werkelijke dienst.

De militair die opzettelijk van eens anders reispas, veiligheidskaart, reisorder of verlofpas gebruik maakt, als ware hij de daarin genoemde persoon, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar en zes maanden of geldboete van de vierde categorie.

Indien een der misdrijven, omschreven in de artikelen 111 en 112 van dit wetboek of in de artikelen 228, eerste en derde lid, of 229 van het Wetboek van Strafrecht, door een militair in tijd van oorlog wordt gepleegd ten einde het misdrijf van desertie gemakkelijk te maken, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.

Met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft:

Ten aanzien van de feiten gepleegd tegen een meerdere wordt een troepenafdeling belast met wacht- of patrouilledienst, of een schildwacht gelijkgesteld met een meerdere, behalve in geval het feit is begaan door hem aan wie zij, als zodanig, ondergeschikt zijn.

Onder een dienstbevel wordt verstaan een bevel dat enig militair dienstbelang betreft en gegeven is door een meerdere aan een mindere.

De militair die opzettelijk een dienstbevel niet opvolgt, wordt gestraft:

Met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft de militair die opzettelijk een dienstbevel om aan een gevecht met de vijand deel te nemen, of tegenover deze stand te houden, niet opvolgt.

De militair aan wiens schuld het is te wijten, dat hij een dienstbevel niet opvolgt, wordt gestraft:

Onder het niet opvolgen van een dienstbevel wordt mede verstaan het weigeren een dienstbevel op te volgen of het eigendunkelijk overschrijden daarvan.

Een feit, bedoeld in de artikelen 126-130, is niet strafbaar, indien de bevolen gedraging onrechtmatig is.

Niet strafbaar is de militair die een feit begaat, genoemd in de artikelen 126-128, indien hij de bevolen gedraging te goeder trouw als onrechtmatig beschouwde.

Een feit, bedoeld in de artikelen 126-130, is niet strafbaar, indien onderling strijdige dienstbevelen zijn gegeven en het niet opgevolgde dienstbevel voorafgaat aan het laatst gehandhaafde.

Met betrekking tot het dienstbevel wordt een troepenafdeling belast met wacht- of patrouilledienst, of een schildwacht gelijkgesteld met een meerdere, behalve in het geval het feit is begaan door hem aan wie zij, als zodanig, ondergeschikt zijn.

Onder dienstvoorschrift wordt verstaan een bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur of van bestuur dan wel een bij of krachtens landsverordening onderscheidenlijk landsbesluit gegeven schriftelijk besluit van algemene strekking dat enig militair dienstbelang betreft en een tot de militair gericht ge- of verbod bevat.

De militair aan wiens schuld het is te wijten, dat hij een dienstvoorschrift niet opvolgt, wordt gestraft:

Een feit, bedoeld in een van beide voorgaande artikelen, is niet strafbaar indien een van het dienstvoorschrift afwijkend dienstbevel is opgevolgd.

Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft de militair die opzettelijk een andere militair of iemand, die anderszins bij of ten behoeve van de krijgsmacht werkzaam is, feitelijk bedreigt met geweld of feitelijk aanrandt.

Indien een in de artikelen 300-303 van het Wetboek van Strafrecht bedoeld misdrijf door een militair wordt gepleegd tegen een andere militair of iemand, die anderszins bij of ten behoeve van de krijgsmacht werkzaam is, kunnen de in die artikelen bepaalde gevangenisstraffen met een derde worden verhoogd.

Met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft hij aan wiens schuld het is te wijten dat hij in tijd van oorlog een mededeling, die hij uit hoofde van zijn ambt moet doen, niet of onjuist doet, indien als rechtstreeks en onmiddellijk gevolg daarvan schade ontstaat aan of te duchten is voor de veiligheid van de Staat dan wel de gereedheid tot het daadwerkelijk uitvoeren van een operatie of oefening van enig onderdeel van de krijgsmacht.

Indien het in artikel 365 van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf wordt gepleegd door een militair kan de in dat artikel bepaalde gevangenisstraf met een derde worden verhoogd.

Met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft de militair die een andere militair opzettelijk door gift, belofte, bedreiging of misleiding weerhoudt van het doen van een klacht of aangifte ter zake van een strafbaar feit.

De militair, die opzettelijk toelaat, dat een mindere een misdrijf pleegt, of die, getuige van een door een mindere gepleegd misdrijf, opzettelijk nalaat maatregelen te nemen, voorzover die nodig zijn en van hem kunnen worden gevergd, wordt gestraft als de medeplichtige.

Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft de militair die opzettelijk nalaat maatregelen te nemen, voor zover die nodig zijn en van hem kunnen worden gevergd, indien een onder zijn bevelen staande militair, naar hij redelijkerwijs moet vermoeden, een misdrijf pleegt of voornemens is te plegen.

Artikel 151 is niet van toepassing op hem die door de kennisgeving gevaar voor een strafvervolging zou doen ontstaan voor zichzelf, voor een van zijn bloedverwanten of aangehuwden in de rechte lijn of in de tweede of derde graad van de zijlijn, voor zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot of degene met wie hij een geregistreerd partnerschap is of was aangegaan, of voor een ander, bij wiens vervolging hij zich, uit hoofde van zijn ambt of beroep, van het afleggen van getuigenis zou kunnen verschonen.

Met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft hij die diefstal pleegt en daarbij misbruik heeft gemaakt van de gelegenheid, hem verschaft door zijn inkwartiering of door zijn huisvesting op openbaar gezag.

Met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft diefstal door een militair gepleegd op een onder zijn bijzondere bewaking of bescherming gestelde plaats.

De militair, die in tijd van oorlog opzettelijk en wederrechtelijk enige oorlogsbehoefte vernielt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt, of die zich opzettelijk en eigendunkelijk ontdoet van enig hem van rijkswege verstrekt wapen, munitie, krijgstoerusting of voedingsmiddel, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie.

De militair, die in tijd van oorlog enig aan hem of aan een andere militair van rijkswege verstrekt goed, wetende dat dit behoort tot de militaire kleding of uitrusting, hetzij zonder schriftelijke vergunning, door of vanwege de bevoegde officier afgegeven, verkoopt, ruilt, ten geschenke, in pand, gebruik of bewaring geeft, hetzij wegmaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

Hij die als bestuurder van een motorrijtuig, een rijwiel of enig ander rij- of voertuig daarmede over enige voor het openbaar of militair verkeer openstaande weg rijdt dan wel als bestuurder van een vaartuig daarmede op enig voor de openbare of militaire scheepvaart openstaand water vaart, onder zodanige invloed van het gebruik van alcoholhoudende drank, dat hij niet in staat moet worden geacht het rij-, voer- of vaartuig naar behoren te besturen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

Hij die optreedt als bestuurder van een motorrijtuig, een rijwiel of enig ander rij-, voer- of vaartuig, dat bij de krijgsmacht in gebruik is, onder zodanige invloed van het gebruik van alcoholhoudende drank, dat hij niet in staat moet worden geacht zijn taak, als zodanig, naar behoren te vervullen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

Voor de toepassing van de artikelen 163 en 164 wordt met alcoholhoudende drank gelijkgesteld elke stof, waarvan de bestuurder weet of redelijkerwijze moet weten, dat het gebruik de rijvaardigheid kan verminderen.

Hij die opzettelijk wederrechtelijk enig motorrijtuig, vaartuig of luchtvaartuig gebruikt, dat bij de krijgsmacht in gebruik is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de tweede categorie.

Hij die zich op een voor het openbaar of militair verkeer openstaande weg dan wel op een voor de openbare of militaire scheepvaart openstaand water zodanig gedraagt, dat de vrijheid van het verkeer dan wel van de scheepvaart zonder noodzaak wordt belemmerd, of de veiligheid op de weg of op het water in gevaar wordt gebracht of dat redelijkerwijze is aan te nemen dat dit het geval kan zijn, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

Vervallen

Hij die zich als lid van de bemanning van een luchtvaartuig zodanig gedraagt, dat de vrijheid van het verkeer zonder noodzaak wordt belemmerd of de veiligheid in het luchtruim dan wel op de grond of op het water in gevaar wordt gebracht of dat redelijkerwijze is aan te nemen, dat dit het geval kan zijn, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

Hij die als gebruiker van een voor het openbaar of militair verkeer openstaande weg of als gebruiker van een voor de openbare of militaire scheepvaart openstaand water, dan wel als bestuurder van een motorrijtuig, een rijwiel, enig ander rij- of voertuig, een vaartuig of een luchtvaartuig, dat bij de krijgsmacht in gebruik is, de door of vanwege het bevoegd gezag met betrekking tot het verkeer of de scheepvaart gegeven regels en aanwijzingen niet in acht neemt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of geldboete van de tweede categorie.