U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 17-02-1999.

Wet · BWBR0001933

Zeebrievenwet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 10 juni 1926, houdende nieuwe regeling van de zeebrievenZeebrievenwetWij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het naar aanleiding van de wet van 22 December 1924, Staatsblad n°. 573, noodig is de afgifte van zeebrieven en vergunningen tot het voeren van de Nederlandsche vlag opnieuw te regelen;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize het Looden 10den Juni 1926WILHELMINA.De Minister van Justitie,J. DONNER.De Minister van Waterstaat,H. V.D. VEGTE.De Minister van Buitenlandsche Zaken,VAN KARNEBEEK.den twee en twintigsten Juni 1926.De Minister van Justitie,J. DONNER.

In deze wet is onder kapitein begrepen degene, die de kapitein vervangt.

In deze wet worden onder zeeschepen verstaan alle schepen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van:

Zeebrieven, met uitzondering van de voorlopige zeebrieven en de buitengewone zeebrieven, bedoeld in de artikelen 11 en 12, worden alleen afgegeven voor zeeschepen die teboekstaan blijkens de registratie voor schepen, bedoeld in artikel 85 van de Kadasterwet.

Zeebrieven en voorlopige zeebrieven worden voorts afgegeven voor zeeschepen, die zijn ingeschreven in het rompbevrachtingsregister, genoemd in artikel 2 van de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting (Stb. 1992, 541).

Een zeebrief, als bedoeld in artikel 4, vermeldt:

Een zeebrief, als bedoeld in artikel 4a, vermeldt:

Van elk schip, waarvoor een zeebrief, als bedoeld in artikel 4, artikel 4a, artikel 11, vierde lid, of een vergunning, als bedoeld in artikel 13, is verleend, moet door de zorg van de eigenaar of de rompbevrachter de naam met duidelijke goed zichtbare letters op het achterschip zijn vermeld. Hetzelfde geldt voor de naam van de plaats, waar het schip thuis behoort.

Door de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, en de diplomatieke en consulaire ambtenaren wordt proces-verbaal opgemaakt wegens alle overtredingen dezer wet, die te hunner kennis komen. De aldus opgemaakte processen-verbaal gelden als wettig bewijsmiddel der daarin geconstateerde overtredingen, mits zij voldoen aan de voorschriften van artikel 153 van het Wetboek van Strafvordering, met dien verstande, dat, ingeval zij zijn opgemaakt door een diplomatieke of consulaire ambtenaar, zij bevestigd kunnen worden door zijn daarin opgenomen schriftelijke eed (belofte).

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.