Wet · BWBR0001948

Wegenwet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 31 juli 1930, houdende vaststelling van voorschriften omtrent openbare wegenWegenwetWij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is voorschriften vast te stellen omtrent openbare wegen, hetgeen ingevolge artikel 190 der Grondwet bij de wet zal moeten geschieden;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Soestdijkden 31sten Juli 1930WILHELMINA.De Minister van Waterstaat,P. J. REYMER.den een en twintigsten Augustus 1930.De Minister van Justitie,J. DONNER.

Onder waterschappen worden in deze wet begrepen veenschappen en veenpolders.

Onder rechthebbende wordt in deze wet verstaan de rechthebbende krachtens burgerlijk recht.

Het bestaan van eene beperking in het gebruik, anders dan krachtens een wettelijk voorschrift tot regeling van het verkeer, mag mede worden aangenomen op grond van de gesteldheid van den weg en van het gebruik, dat van den weg pleegt gemaakt te worden.

Een weg heeft opgehouden openbaar te zijn:

Vervallen

Vervallen

Van een uitspraak in beroep waarbij een weg aan het openbaar verkeer wordt onttrokken wordt door Burgemeester en Wethouders van de gemeente waarin de weg is gelegen mededeling gedaan op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze.

De gemeente heeft te zorgen, dat de binnen haar gebied liggende wegen, met uitzondering van de wegen, welke door het Rijk of eene provincie worden onderhouden, van die bedoeld in artikel 17 en van die, waarop door een ander tol wordt geheven met uitzondering van de gemeentelijke wegen, genoemd in de bijlage bij de Wet vrachtwagenheffing, verkeeren in goeden staat.

Het waterschap heeft te zorgen, dat de wegen welke het onderhoudt, en die waarop het krachtens zijne inrichting of krachtens zijn reglement heeft toe te zien, verkeeren in goeden staat.

De gemeente en het waterschap worden geacht aan het in de artikelen 16 en 17 bepaalde te hebben voldaan:

de weg goed is onderhouden;

aard, breedte en lengte van de verharding gelijk zijn aan aard, breedte en lengte van de verharding, zooals die zijn aangegeven op den in artikel 27 bedoelden legger.

Het in artikel 19, tweede, vierde en vijfde lid en het in artikel 20, derde en vierde lid, bepaalde is alleen van toepassing, indien omtrent de overneming geen overeenstemming is verkregen.

Van wegen, welke deels binnen deels buiten de bebouwde kom of kommen der gemeente zijn gelegen, wordt ook het binnen een bebouwde kom gelegen deel op den legger gebracht, indien en voorzoover dat deel niet door de gemeente wordt onderhouden.

De omvang van een op het Rijk of eene provincie rustenden onderhoudsplicht wordt met afwijking van het onder VIII van artikel 30 bepaalde in den legger niet omschreven.

Rust de verplichting om een weg te onderhouden of tot het onderhoud daarvan bij te dragen op grondstukken, dan worden op den legger in plaats van de onderhoudsplichtigen of de verplichten tot bijdragen de kadastrale perceelen of gedeelten van die perceelen vermeld, waarop de verplichting rust.

De legger wordt overigens ingericht volgens bij algemeenen maatregel van bestuur vast te stellen model.

Vervallen

Vervallen

De legger wordt opgemaakt in twee exemplaren. Een exemplaar wordt bewaard in het archief van de provincie en het ander in het archief van de gemeente.

De wijzigingen welke de legger heeft ondergaan, worden door Gedeputeerde Staten in beide exemplaren van dien legger aangeteekend. Aan ieder dier exemplaren wordt een afschrift of uittreksel van de wet, het besluit, de overeenkomst of het vonnis gehecht.

Wijziging van den legger kan worden gevorderd op grond:

De rechtsvordering tot wijziging in de gevallen in artikel 43 vermeld vervalt, voor zooveel zij niet steunt op feiten, die na de vaststelling van de betrokken bepalingen van den legger hebben plaats gevonden, indien zij niet is ingesteld binnen één jaar, nadat de bepaling van den legger, tegen welke men opkomt, bij eindbeslissing is vastgesteld of gehandhaafd.

De gemeente, waarin de weg is gelegen, vergoedt aan de provincie de kosten van het geding, waarin deze mocht zijn veroordeeld, indien en voor zoover de vermelding op den legger, die ingevolge het vonnis op de in artikel 43 genoemde gronden is gewijzigd, door Gedeputeerde Staten overeenkomstig het door Burgemeester en Wethouders opgemaakte ontwerp van den legger of ontwerp tot wijziging van den legger - voor zoover door Burgemeester en Wethouders volgens artikel 34 of artikel 41 advies is uitgebracht, met inachtneming van dat advies - was vastgesteld.

Een weg, welke op den legger voorkomt, wordt aangemerkt als te zijn openbaar onder geen andere dan de uit den legger blijkende beperkingen in het gebruik, tenzij bewezen mocht worden dat na de vaststelling van den legger of na de wijziging, waarbij de weg op den legger is gebracht, de weg heeft opgehouden openbaar te zijn.

Hij, die door den legger wordt aangewezen als onderhoudsplichtige van een weg of van een duiker of als verplichte om tot het onderhoud eene geldsom bij te dragen, is onderhoudsplichtig of verplicht om tot het onderhoud bij te dragen in voege als bij den legger is bepaald, voor zoover hij niet bewijst, dat na de vaststelling van den legger of na de wijziging, waarbij de aanwijzing als onderhoudsplichtige of als verplichte om tot onderhoud bij te dragen heeft plaats gehad, de verplichting om te onderhouden of om tot het onderhoud bij te dragen is te niet gegaan of gewijzigd.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Vervallen.

Artikel 25 dezer wet geldt niet ten aanzien van hetgeen op het oogenblik van het in werking treden dezer wet reeds verschuldigd is uit hoofde van eene op een grondstuk rustende verplichting om een weg of een deel daarvan te onderhouden of om tot het onderhoud daarvan bij te dragen.

Bij provinciale en gemeentelijke verordeningen, alsmede bij verordeningen van waterschappen, kunnen met inachtneming van de overige te dien opzichte bestaande wettelijke bepalingen regelen worden gesteld omtrent punten, waarin bij deze wet niet is voorzien.

Deze wet treedt in werking op een nader door Ons te bepalen tijdstip.

Deze wet kan worden aangehaald onder den titel "Wegenwet".