U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 31-12-2010.

Regeling · BWBR0001985

Schepelingenbesluit

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 15 mei 1937, tot vaststelling van een Algemeenen Maatregel van Bestuur als bedoeld in de artikelen 407, 412, 450d, 451d en 451i van het Wetboek van KoophandelSchepelingenbesluitWij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de gemeenschappelijke voordracht van Onze Ministers van Justitie en van Waterstaat van 24 Februari 1937, 1ste Afdeeling C, n°. 885, en van 25 Februari 1937, La. L.L., Afd. Vervoer- en Mijnwezen;

Den Raad van State gehoord, advies van 13 April 1937, n°. 42;

Gezien het nader gemeenschappelijk rapport van Onze voornoemde Ministers van 7 Mei 1937, 1ste Afdeeling C, n°. 1201 en van 11 Mei 1937, La. L., Afd. Vervoer- en Mijnwezen;

Gelet op de artikelen 407, 412, 450d, 451d en 451i van het Wetboek van Koophandel;

Hebben goedgevonden en verstaan:

met ingang van den dag, waarop de Wet van 14 Juni 1930 (Staatsblad n°. 240) in werking treedt, de volgende bepalingen vast te stellen:

Onze Ministers van Justitie en van Waterstaat zijn belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State.

Het Looden 15den Mei 1937WILHELMINA.De Minister van Justitie,VAN SCHAIK.De Minister van Waterstaat,VAN LIDTH DE JEUDE.den vijf en twintigsten Mei 1937.De Minister van Justitie.VAN SCHAIK.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De in de artikelen 36, 37 en 37a genoemde verplichtingen gelden niet voor visschersvaartuigen, tenzij de zeewerkgever de zorg voor de voeding bij de arbeidsovereenkomst uitdrukkelijk op zich heeft genomen.

Voor de aanvang van de reis is de zeewerkgever, en gedurende de reis is de kapitein verplicht zorg te dragen, dat een voldoende hoeveelheid drinkwater aan boord is en dat dit water van behoorlijke hoedanigheid is.

Onder sterken drank, bedoeld in artikel 44, wordt verstaan drank, die bij een temperatuur van vier graden van de honderddeelige schaal voor vijftien of meer volumeprocenten uit alcohol bestaat, met uitzondering van wijn.

In dit besluit wordt verstaan onder:

Zonder toestemming van alle rechtstreeks daarbij betrokken schepelingen mag, zolang het schip in dienst is, geen deel van de dag- en nachtverblijven worden onttrokken aan zijn bestemming. Slechts in gevallen van overmacht kan, ter beoordeling van de kapitein, hiervan worden afgeweken. Deze onttrekking wordt door hem met de redenen in het scheepsdagboek vermeld.

De bepalingen van artikel 49 zijn van overeenkomstige toepassing op de in artikel 46, onder a, bedoelde overige ruimten, met dien verstande, dat de beschieting en de isolatie van wanden slechts daar behoeft te worden aangebracht, waar dit door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat nodig wordt geoordeeld.

De sanitaire ruimten en voorzieningen, als bedoeld in artikel 58, behalve de ruimten die zijn verbonden met hutten, moeten voldoen aan de volgende eisen:

Indien tijdens de reis gebreken ontstaan aan de in dit Hoofdstuk omschreven voorzieningen, dient de kapitein deze zo spoedig mogelijk te doen verhelpen.

Behoudens het bepaalde in artikel 67, eerste lid, is het bepaalde in de artikelen 48 tot en met 62 niet van toepassing op bestaande schepen. Op bestaande schepen blijft van toepassing het bepaalde in de artikelen 46 tot en met 64 van het Koninklijk besluit van 15 mei 1937, Stb. 242, zoals gewijzigd bij Koninklijk besluit van 5 juni 1975, Stb. 327.

De bepalingen van artikel 69 zijn van overeenkomstige toepassing op de in artikel 46, eerste lid, bedoelde overige ruimten, met dien verstande dat de beschieting en de isolatie van wanden slechts daar behoeft te worden aangebracht, waar dit door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat nodig wordt geoordeeld.

Op elk schip dient nabij de nachtverblijven, doch daarvan gescheiden, voldoende en behoorlijk geventileerde bergruimte aanwezig te zijn om oliegoed en natte of vuile kledingstukken op te hangen.

De kapitein is verplicht, indien gebreken blijken aan voorgeschreven inrichtingen en hulpmiddelen, daarin zo spoedig mogelijk te doen voorzien.

De oproeping door den griffier, bedoeld in artikel 450d van het Wetboek van Koophandel, geschiedt bij aangeteekenden brief, tenzij de rechter op grond van bijzondere omstandigheden eene andere wijze van oproeping beveelt, in welk geval deze andere wijze wordt gevolgd.

Bij het in werking treden van dit besluit zijn ingetrokken de Koninklijke besluiten van:

30 Augustus 1829 (Staatsblad no. 61);

5 October 1867 (Staatsblad no. 104), gewijzigd bij Koninklijk besluit van 27 Juni 1921 (Staatsblad no. 814);

29 Juni 1878 (Staatsblad no. 99), laatstelijk gewijzigd bij Koninklijk besluit van 14 Maart 1933 (Staatsblad no. 95);

17 Juni 1906 (Staatsblad no. 206);

2 April 1929 (Staatsblad no. 140);

2 April 1929 (Staatsblad no. 141), gewijzigd bij Koninklijk besluit van 31 Mei 1930 (Staatsblad no. 222);

10 April 1929 (Staatsblad no. 150).

Dit besluit kan worden aangehaald onder den titel van "Schepelingenbesluit".