Wet · BWBR0001996
Bodemproductiewet 1939
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, saluut! doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is regelen te stellen met betrekking tot de bodemproductie in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden;
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage den 24sten Juni 1939 WILHELMINA. De Minister van Economische Zaken, STEENBERGHE. den dertigsten Juni 1939. De Minister van Justitie, C. GOSELING.Deze wet verstaat onder:
- a.
"Onze Minister": Onzen met de zaken van den landbouw belasten Minister;
- b.
"bodemproductie": elke handeling, welke een onderdeel uitmaakt of kan uitmaken van den akkerbouw, den weidebouw, den tuinbouw, de ooftteelt, de veeteelt, de pluimveeteelt, de houtteelt en den boschbouw.
Treedt op een later tijdstip in werking.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Treedt op een later tijdstip in werking.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Treedt op een later tijdstip in werking.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bij de uitvoering van deze wet doet Onze Minister zich bijstaan door een regeeringscommissaris voor de bodemproductie; deze wordt door Ons benoemd, geïnstrueerd, geschorst en ontslagen.
Vervallen
Vervallen
Treedt op een later tijdstip in werking.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Vervallen
Treedt op een later tijdstip in werking.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Treedt op een later tijdstip in werking.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Deze wet kan worden aangehaald onder den titel "Bodemproductiewet 1939".
Deze wet treedt in werking, voor wat betreft de artikelen 1, 5, 6 en 7, met ingang van den dag na dien harer afkondiging.
Onverminderd de artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden kunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de overige artikelen in werking worden gesteld.
Wanneer het in het tweede lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepalingen.
Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepalingen die ingevolge het tweede lid in werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld.
Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, worden bepalingen die ingevolge het tweede lid in werking zijn gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten.
Het besluit, bedoeld in het tweede, vierde en vijfde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking.
Het besluit, bedoeld in het tweede, vierde en vijfde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het Staatsblad.