Wijzigingen Officiële bron
Wet van 14 februari 1947, houdende voorschriften met betrekking tot de schrijfwijze van de Nederlandsche taal Wet voorschriften schrijfwijze Nederlandsche taal Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, saluut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is eenige wettelijke voorschriften te geven met betrekking tot de schrijfwijze van de Nederlandsche taal;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk den 14den Februari 1947 WILHELMINA. De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, JOS. J. GIELEN. den vierden Maart 1947. De Minister van Justitie, J. H. VAN MAARSEVEEN.

De officieele schrijfwijze van de Nederlandsche taal is de schrijfwijze volgens De Vries en Te Winkel, met inachtneming van de onderstaande regels:

De officieele schrijfwijze van de Nederlandsche taal wordt gevolgd in alle van de Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren uitgaande, in het Nederlandsch gestelde, stukken.

De instellingen van openbaar, zoowel als van gesubsidieerd bijzonder onderwijs volgen de officieele schrijfwijze van de Nederlandsche taal.

Examens komen niet voor erkenning, medewerking of steun, middellijk of onmiddellijk, van overheidswege in aanmerking, indien het reglement geen waarborgen bevat, dat de officieele schrijfwijze van de Nederlandsche taal zal worden gevolgd.

Vervallen

De bepalingen dezer wet treden in werking op een nader door Ons te bepalen dag, echter uiterlijk op 1 September 1947.