U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 24-04-2009.

Wet · BWBR0002058

Wet op de bedrijfsorganisatie

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 27 januari 1950, tot toepassing ten aanzien van het bedrijfsleven van de artikelen 80 en 152 tot en met 154 van de Grondwet Wet op de bedrijfsorganisatieWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is ten aanzien van het bedrijfsleven toepassing te geven aan de artikelen 80 en 152 tot en met 154 van de Grondwet;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk 27 Januari 1950. JULIANA De Minister-President,Minister van Algemene Zaken, W. DREES. De Minister van Economische Zaken, VAN DEN BRINK. De Staatssecretaris van Economische Zaken, W. C. L. VAN DER GRINTEN. De Minister van Sociale Zaken, A. M. JOEKES. De Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening a.i., VAN DEN BRINK. De Minister van Justitie, WIJERS. De Minister van Binnenlandse Zaken TEULINGS. De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, TH. RUTTEN. De Minister van Financiën, P. LIEFTINCK. De Minister van Oorlog, SCHOKKING. De Minister van Marine, SCHOKKING. De Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting, J. IN 'T VELD. De Minister van Verkeer en Waterstaat, D. G. W. SPITZEN de veertiende Februari 1950. De Minister van Justitie, WIJERS.

De Raad heeft, onverminderd de hem bij de vijfde titel van dit hoofdstuk opgedragen adviserende functie, tot taak een het algemeen belang dienende werkzaamheid van het bedrijfsleven te bevorderen, alsmede het belang van het bedrijfsleven en de daartoe behorende personen te behartigen.

De Raad heeft een voorzitter, een dagelijks bestuur, een algemeen secretaris en, bij toepassing van artikel 19, een of meer commissies uit zijn midden.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld ter verzekering van de naleving van het bepaalde in artikel 5 en de krachtens artikel 6 gestelde regelen.

De leden van de Raad en hun plaatsvervangers kunnen een vergoeding genieten volgens regelen, door de Raad bij verordening te stellen.

De leden van de Raad en hun plaatsvervangers zijn verplicht tot geheimhouding van alle zaken- en bedrijfsgeheimen, welke zij in hun hoedanigheid vernemen, en voorts van alle aangelegenheden, ten aanzien waarvan de Raad of de voorzitter geheimhouding heeft opgelegd, of waarvan zij het vertrouwelijke karakter moeten begrijpen.

De artikelen 9 en 10 zijn ten aanzien van de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitters van overeenkomstige toepassing.

De artikelen 9 en 10 zijn ten aanzien van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing.

Artikel 10 is ten aanzien van het personeel van het secretariaat van overeenkomstige toepassing.

De Raad vergadert niet, indien blijkens de presentielijst niet meer dan de helft van de zitting hebbende leden is opgekomen. Nadat tweemaal tot een vergadering is opgeroepen, zonder dat meer dan de helft van de zitting hebbende leden is opgekomen, wordt de daarna uitgeschreven vergadering gehouden, ongeacht het aantal opgekomen leden.

De leden van de Raad zijn niet gerechtelijk vervolgbaar voor hetgeen zij in de vergaderingen hebben gezegd of aan haar schriftelijk hebben overgelegd.

De leden van de Raad stemmen zonder last of ruggespraak.

De leden van de Raad onthouden zich van medestemmen over zaken, die hun, hun echtgenoten of hun geregistreerde partners of hun bloed- of aanverwanten tot de derde graad ingesloten, persoonlijk aangaan.

De artikelen 20 tot en met 27 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het dagelijks bestuur.

De Raad vraagt de adviezen, welke hij voor de vervulling van zijn taak nodig acht.

De Raad kan bij verordening nadere regelen stellen betreffende zijn werkwijze.

De wet bepaalt, voor wie de verordeningen, bedoeld in artikel 32, eerste lid, bindende regelen kunnen inhouden.

Vervallen

De Raad kan met betrekking tot de vervulling van zijn in artikel 2 omschreven taak, bij verordening zijn bevoegdheden - met uitzondering van de bevoegdheid tot het maken van verordeningen en die tot het vaststellen ingevolge artikel 52, derde lid, van het bedrag der inkomsten en uitgaven -, delegeren aan de voorzitter, het dagelijks bestuur of een commissie uit zijn midden.

De Raad verleent de bij of krachtens een wet tot uitvoering daarvan gevorderde medewerking. Tot de gevorderde medewerking kan mede behoren het stellen van nadere regelen bij verordening.

Tenzij het voorschrift, waarbij de medewerking wordt ingeroepen, anders bepaalt, kan de Raad bij verordening zijn bevoegdheden, voortvloeiend uit de gevorderde medewerking, met uitzondering van het stellen van nadere regelen bij verordening, delegeren aan een commissie uit zijn midden.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

De voorzitter vertegenwoordigt de Raad in en buiten rechte.

De Raad dient desgevraagd Onze Ministers van bericht over alle aangelegenheden de Raad betreffende.

De Raad adviseert op schriftelijk verzoek van Onze Ministers of van een van beide Kamers der Staten-Generaal en kan Onze Ministers uit eigen beweging adviseren over de uitvoering van deze wet en andere aangelegenheden van sociale of economische aard. Indien Onze Ministers de Raad advies vragen, geven zij daarbij aan binnen welke termijn het advies wordt verwacht. Artikel 20, tweede, vijfde en zesde lid, alsmede artikel 23, van de Kaderwet adviescolleges is voor de toepassing van deze titel niet van toepassing.

De Raad kan de commissies, bedoeld in de artikelen 42 en 43, machtigen namens hem van advies te dienen. Zodanige machtiging wordt niet verleend voor een op verzoek van een Onzer Ministers uit te brengen advies, waarvan deze bepaaldelijk heeft verzocht, dat het door de Raad zelf wordt uitgebracht.

De begroting wordt bij verordening vastgesteld door de Raad en behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Vervallen

Het dagelijks bestuur beheert het vermogen en de inkomsten en uitgaven van de Raad, met dien verstande, dat de Raad ter zake bij verordening regelen kan stellen.

De Raad is verplicht aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de door hem aangewezen deskundigen alle door hen met betrekking tot de inkomsten en uitgaven gevraagde inlichtingen te verstrekken en desgevraagd inzage in de boeken te geven.

Vervallen

De besluiten van de Raad, de voorzitter, het dagelijks bestuur en de commissies uit het midden van de Raad kunnen bij koninklijk besluit worden vernietigd.

Het koninklijk besluit tot vernietiging of tot schorsing, dan wel tot verlenging of opheffing van een schorsing wordt in het Staatsblad geplaatst.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De Raad brengt jaarlijks vóór 1 April aan Onze krachtens artikel 28, eerste lid, aangewezen Ministers verslag uit omtrent zijn werkzaamheden en die van de commissies, bedoeld in de artikelen 42 en 43, in het afgelopen kalenderjaar. Dit verslag bevat o.m. een uitvoerig rapport van de bevindingen van de Raad bij de uitoefening van het hem bij de zesde titel van het tweede hoofdstuk opgedragen toezicht. Dit verslag wordt, tegen betaling der kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.

De instelling van een bedrijfslichaam geschiedt, op voordracht van Onze betrokken Ministers, bij algemene maatregel van bestuur.

De bedrijfslichamen hebben tot taak een het algemeen belang dienende bedrijfsuitoefening door de ondernemingen, waarvoor zij zijn ingesteld, te bevorderen, alsmede het gemeenschappelijk belang van die ondernemingen en van de daarbij betrokken personen te behartigen.

De bestuursleden van een bedrijfslichaam en hun plaatsvervangers kunnen ten laste van dat lichaam een vergoeding genieten volgens regelen, door het bestuur van dat lichaam bij verordening te stellen. Zodanige verordening behoeft de goedkeuring van de Raad.

Vervallen

De artikelen 5, 6, 7 en 10 zijn ten aanzien van de voorzitter van een bedrijfslichaam en zijn plaatsvervangers van overeenkomstige toepassing.

De voorzitter van een bedrijfslichaam is voorzitter van het bestuur.

De voorzitter van een bedrijfslichaam en zijn plaatsvervangers kunnen ten laste van dat lichaam een vergoeding genieten volgens regelen, door het bestuur van dat lichaam bij verordening te stellen. Zodanige verordening behoeft de goedkeuring van de Raad.

De artikelen 10 en 77 zijn ten aanzien van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing.

De artikelen 10 en 17 zijn ten aanzien van het personeel van het secretariaat van de bedrijfslichamen van overeenkomstige toepassing.

Het bestuur van een bedrijfslichaam kan bij verordening nadere regelen stellen betreffende zijn werkwijze en die van de andere organen van dat lichaam en van het secretariaat.

De verordeningen, bedoeld in artikel 93, eerste lid, behoeven de goedkeuring van de Raad, tenzij bij het instellingsbesluit anders is bepaald. Zij gaan vergezeld van een toelichting, waarin de beweegredenen voor het opstellen van de verordening zijn verwoord.

Vervallen.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

De voorzitter van een bedrijfslichaam vertegenwoordigt dat lichaam in en buiten rechte.

Bedrijfslichamen kunnen zowel ten opzichte van elkaar als ten opzichte van de Raad en van derden een adviserende functie vervullen.

Bij een voorziening, door de besturen van de betrokken bedrijfslichamen bij verordening getroffen, kan een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam worden ingesteld. Daarbij worden tevens de samenstelling, inrichting, werkwijze, geldmiddelen en bevoegdheden van het lichaam en zijn organen geregeld. De verordening behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in voorkomend geval in overeenstemming met Onze andere betrokken Minister of Ministers. Artikel 100, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

De bevoegdheden van een lichaam, als bedoeld in artikel 110, kunnen geen andere zijn dan die van de betrokken bedrijfslichamen.

Indien bij een verordening als bedoeld in artikel 110 een lichaam is ingesteld, kan bij die verordening aan het bestuur van dat lichaam uitsluitend mandaat worden verleend van de bevoegdheid van de deelnemende bedrijfslichamen om bij een verordening als bedoeld in de artikelen 93, eerste lid, en 126, eerste lid, regelen te stellen.

Indien het bestuur van een bedrijfslichaam het treffen van een voorziening als bedoeld in artikel 109, eerste lid, wenselijk acht en het bestuur van het bedrijfslichaam waarmee het die voorziening wil treffen zijn medewerking niet verleent, kan het eerstbedoelde bestuur de Raad verzoeken zodanige voorziening op te leggen. Het legt met het verzoek het ontwerp van een voorziening over.

Ten aanzien van een krachtens artikel 115 opgelegde voorziening zijn de artikelen 109 tot en met 114 van overeenkomstige toepassing.

De begroting wordt bij verordening vastgesteld door het bestuur en behoeft de goedkeuring van de Raad.

De Raad kan bij verordening regelen stellen omtrent de inrichting van de begroting van de bedrijfslichamen.

De Raad kan ten aanzien van de eerste begroting der inkomsten en uitgaven van een bedrijfslichaam regelen stellen, welke afwijken van de artikelen 118, eerste lid, en 120.

Het dagelijks bestuur beheert het vermogen en de inkomsten en uitgaven van het bedrijfslichaam, met dien verstande, dat het bestuur ter zake bij verordening regelen kan stellen.

De Raad kan ten aanzien van de eerste verantwoording en de eerste rekening der inkomsten en uitgaven van een bedrijfslichaam regelen stellen, welke afwijken van artikel 124, eerste lid, en de eerste volzin van het tweede lid.

Vervallen

De Raad maakt een beslissing over een vraagpunt als bedoeld in artikel 90, tweede lid, bekend binnen acht weken na de dag waarop het vraagpunt hem ter beslissing is voorgelegd. Hij kan de beslissing bij binnen die tijd te nemen besluit verdagen.

Vervallen

Vervallen

Ten aanzien van de goedkeuring, bedoeld in artikel 97, tweede lid, onder b, is artikel 128 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de goedkeuring door het bestuur van een hoofdprodukt-, een produkt- of een hoofdbedrijfschap kan worden onthouden wegens strijd met het recht of de belangen, waarvan de behartiging hem in artikel 71 is opgedragen.

De besluiten van de organen van bedrijfslichamen kunnen bij koninklijk besluit worden vernietigd.

Vervallen

De artikelen 128, 133 en 134 zijn ten aanzien van lichamen als bedoeld in artikel 110 van overeenkomstige toepassing.

Voor oprichting van of deelneming in andere rechtspersonen behoeven de Raad en de bedrijfslichamen de toestemming van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Onze betrokken Ministers zenden telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de bedrijfslichamen.

Het beroep tegen besluiten en handelingen van de Raad, de bedrijfslichamen en de lichamen, ingesteld ter gemeenschappelijke behartiging van belangen, bedoeld in artikel 110, wordt door de wet geregeld.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld ter bevordering van een goede uitvoering van deze wet.

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet op de bedrijfsorganisatie.